Minderheidskabinetten zijn in Scandinavische landen eerder regel dan uitzondering. In Nederland lijkt die stap opeens ook een serieuze optie. Welke lessen kunnen Rob Jetten (D66) en Henri Bontenbal (CDA) leren uit het Noorden?
is correspondent in Scandinavië en Finland van de Volkskrant. Hij woont in Stockholm.
De Noorse sociaaldemocratische Arbeiderspartij won in september ruim de parlementsverkiezingen. Voor een centrumlinkse meerderheid zou de partij van premier Jonas Gahr Støre echter hulp nodig hebben van maar liefst vier linkse fracties, waaronder de marxistische partij Rood. Moeilijke en taaie onderhandelingen lagen in het verschiet.
Dus wat deed premier Støre? ‘We gaan alleen regeren’, zei de premier. ‘En we zoeken per onderwerp meerderheden in het parlement.’
Zo makkelijk kan het blijkbaar gaan. Støre schreef geen regeerakkoord en er kwam geen formatie. Zijn Arbeiderspartij ging gewoon aan de slag, als minderheidsregering. Wel sprak hij met de linkse partijen af elk jaar te onderhandelen over de begroting.
In Scandinavië roept deze aanpak geen vraagtekens op: minderheidskabinetten zijn eerder regel dan uitzondering. Alle Noorse regeringen na 1971 waren minderheidskabinetten, op die van Jens Stoltenberg (2005-2013) na. In Zweden en Denemarken had meer dan driekwart van de naoorlogse kabinetten geen meerderheid in het parlement.
Kan dat ook in Nederland? De vraag ligt nadrukkelijk op tafel nu D66 en CDA de komende weken delen van een mogelijk regeerakkoord gaan schrijven. D66-leider Rob Jetten heeft als enige eis dat het kabinet voldoende steun moet hebben in het parlement. ‘Het kan een meerderheidskabinet zijn, het kan een minderheidskabinet zijn’, zei verkenner Wouter Koolmees donderdag in de Tweede Kamer.
Het overwegen van een minderheidskabinet is al uitzonderlijk, omdat deze optie in Nederland vaak als te onstabiel naar de prullenbak wordt verwezen. Critici halen vaak het kabinet Rutte I (2010-2012) aan, gevormd door VVD en CDA, dat meteen viel nadat PVV-leider Wilders geen steun wilde geven aan extra bezuinigingen. Een minderheidscoalitie loopt altijd het risico om tegen een motie van wantrouwen aan te lopen.
In de Scandinavische landen zijn de voorwaarden voor een minderheidskabinet beter geregeld. Zo zijn de Eerste Kamers afgeschaft, waardoor een coalitie niet meer met twee meerderheden hoeft te rekenen en het eenvoudiger is plannen door het parlement te loodsen.
Daarnaast zijn in Zweden en Noorwegen tussentijdse verkiezingen een uitzondering. In Noorwegen is dit zelfs niet toegestaan. Valt het kabinet, dan moeten de partijen door met dezelfde zetelverdeling.
De Zweden kunnen wel tussentijds naar de stembus, maar ook dan gaan de ‘normale’ verkiezingen gewoon door: om de vier jaar in september. In Denemarken is de situatie vergelijkbaar met Nederland, maar brekers worden daar nogal eens electoraal afgestraft.
Doorgaans zijn er twee opties: een minderheidsvariant met alleen begrotingssteun en een variant met gedoogsteun op zowel begroting als beleid. Wat helpt in Scandinavië is dat de partijen verdeeld zijn over linkse en rechtse partijblokken. ‘Paarse’ middenregeringen van sociaaldemocraten en liberalen, zoals nu in Denemarken, zijn een uitzondering.
Vaak kiezen kleinere partijen binnen zo’n blok voor gedoogsteun, zegt politicoloog Jonas Stein van de Arctische Universiteit Noorwegen, die onderzoek deed naar Noorse minderheidscoalities. ‘Op die manier kunnen kleinere partijen zich profileren en concrete verdiensten aan hun kiezers presenteren. Als kleine regeringspartner met misschien twee of drie ministers is dat veel lastiger.’
Een ding heeft Nederland gemeen met de Scandinavische landen. Een regering heeft geen parlementaire meerderheid nodig om aan de slag te gaan. Het is omgekeerd: als er geen meerderheid tegen is, kan een politicus premier worden. Of, in de woorden van de Zweedse parlementsvoorzitter Andreas Norlén: ‘Zolang je niet gehaat wordt door het halve parlement, komt het goed.’
Mochten Jetten en CDA-leider Bontenbal deze stap in het ongewisse zetten, welke lessen kunnen ze dan leren uit het noorden?
Hoe blijft een minderheidscoalitie stabiel? Door in ieder geval de garantie te hebben dat een vaste groep gedoogpartners de jaarlijkse begroting steunen. In Noorwegen onderhandelt de regerende Arbeiderspartij momenteel met de vier andere linkse partijen. Samen vormen zij een meerderheid.
‘De regering maakte een begroting en de andere partijen kwamen met een alternatieve versie. Het zal wel wat gedoe en gedonder geven, maar uiteindelijk komt er een compromis. Want het alternatief is dat de regering bij de oppositie moet aankloppen’, zegt politicoloog Stein.
Voor de Scandinavische coalities, die in de regel over links of rechts gaan, is dat een doemscenario, zei de Zweedse sociaaldemocraat Mikael Damberg twee jaar geleden tegen de Volkskrant. Hij was minister van Financiën in een minderheidskabinet, ‘Begrotingssteun geeft de stabiliteit die je nodig hebt.’
De Scandinavische coalities zijn er doorgaans snel uit. De Zweedse centrumrechtse partijen hadden in 2022 iets meer dan een maand nodig om hun regeerakkoord te schrijven, wat in Zweden als erg lang wordt gezien. Wat helpt is dat de onderhandelingen zich doorgaans richten op hoofdpunten. Zo spraken de partijen alleen af wat ze gingen doen op migratie, veiligheid, energie en gezondheidszorg. Gedoogpartner Zweden Democraten had daarbij net zoveel in te brengen als de andere drie partijen.
Als het kabinet eenmaal op de rit is, kunnen gedoogpartners kiezen om een beetje afstand te bewaren of er juist bovenop te zitten. Het is gebruikelijk dat gedogers op de ministeries vertegenwoordigers hebben die meekijken. Voor zaken die buiten het regeerakkoord vallen, zoals bijvoorbeeld het Israëlbeleid tijdens de Gaza-oorlog, vaart de Zweedse regering een eigen koers.
Hoewel de Noorse Arbeiderspartij bij het maken van de begroting samenwerkt met de linkse partijen, shopt de regering voor steun bij andere wetsvoorstellen evengoed bij de oppositie. Zo besloot het parlement vorige week, tegen het zere been van linkse partijen, de ethische regels voor beleggingen van het nationale Oliefonds aan te passen.
Ook op thema’s als steun voor Oekraïne en pensioenhervormingen zijn wisselende coalities vereist. ‘Voor steun voor samenwerking met de EU en het overnemen van Europese regels gaan ze naar de Conservatieven en de Liberalen’, aldus Stein.
Het idee dat de oppositie deels meeregeert is ook in Denemarken gemeengoed. Regelmatig sluit de regering politieke akkoorden (forlig) met delen van de oppositie. De partijen die het akkoord sluiten, krijgen gezamenlijke beslissingsmacht. Nieuwe wetten of wijzigingen binnen dat thema mogen alleen worden doorgevoerd als alle partijen akkoord gaan.
Volgens de Deense hoogleraar Politieke Wetenschappen Robert Klemmensen is dit een van de cruciale aspecten in het succes van Deense minderheidsregeringen: dat regeren niet draait om het maximaliseren van het mandaat. ‘Minderheidsregeringen moeten zich afvragen: zitten we hier om onze macht maximaal te benutten of voor een stabiele regering op de lange termijn. Het klinkt misschien makkelijk, maar dat is het niet.’
De tijd die een korte formatie bespaart, is later vaak nodig bij de talloze overleggen tussen de politieke partners. Politiek zit vol met onverwachte gebeurtenissen waar een regering op moet reageren.
‘Je bent voortdurend met elkaar in gesprek, want als je iets doet waarvan je weet dat je gedoogpartner er grote moeite mee heeft, heb je een probleem’, aldus sociaaldemocraat Mikael Damberg. Ook hoogleraar Klemmensen benadrukt het belang van veel overleg. ‘Het is niet voor niets dat we hier in Scandinavië een traditie hebben van veel koffie en cake.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant