Home

Emancipatie is geen nulsomspel, zeggen feministen vaak, maar in de Tweede Kamer is het dat wél

is verslaggever en columnist van de Volkskrant en schrijft veel over (sociale) media en emancipatie.

Komen er vier extra vrouwen in de Kamer dankzij voorkeursstemmen, dan zeg ik: hoera, maar voor sommige mensen is het reden tot zorg. ‘Walgelijk’, hoorde ik podcastpresentator Gijs Groenteman zeggen in De kamer van Klok. Nee, die eeuw van politieke overheersing door mannen was niet fraai natuurlijk, maar het is toch ook niet goed als er nu een ‘vrouwenlucht zou overheersen’ in de Kamer?

Het klopt, GroenLinks-PvdA ís al keurig in hun man-vrouwverdeling, en werd door de voorkeursstemmen scheef, met veertien vrouwen en zes mannen. Ook kandidaat-lid Wimar Bolhuis, die niet namens GroenLinks-PvdA in de Kamer kwam, uitte zijn onvrede op LinkedIn: als het initiatief ‘Stem op een vrouw’ ten koste gaat van een lhbti’er, drie regiokandidaten en hemzelf, bevordert zoiets dan eigenlijk wel de ‘(kansen)gelijkheid’?

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Nou kan ik meegaan in de gedachte dat kansengelijkheid zich afspeelt over meer assen dan m/v, en het staat betrokken burgers dan ook vrij om ‘Stem op een provinciaal’, ‘Stem op een mbo’er’ en ‘Stem op een gen Z’er’ te beginnen zoals er ook #NerdVote is, voor kamerkandidaten die sterk zijn op digitale zaken, waaraan Barbara Kathmann haar zetel (mede) dankt.

Maar het is wel armoedig dat de voorkeursstemmen op vrouwen automatisch worden gereduceerd tot stemmen op niets dan vrouw-zijn. En wat een bezorgdheid ineens, op het moment dat één fractie een ruime meerderheid vrouwen heeft, terwijl de totale man-vrouwverhouding nog altijd 57-43 is. Daarnaast: Nederland is in de Global Gender Gap Index dit jaar met een verbluffende vijftien plaatsen gezakt, naar de 43ste plek.

Het rijmt met een (hysterischere) discussie die momenteel in Amerika woedt over positieve discriminatie. ‘Hebben vrouwen de werkplek verpest?’, kopte The New York Times begin november. De momenteel onder conservatieven razend populaire politiek commentator en schrijver Helen Andrews schetste daar, en in een essay, een schrikbeeld: de samenleving is volgens Andrews verregaand ‘gefeminiseerd’. Dat is volgens Andrews een ‘artificieel resultaat’, omdat de regels in het voordeel van vrouwen zijn bijgesteld. Daarom is het nu, na eeuwen mannelijke dominantie in publieke instituties, oppassen geblazen voor het omgekeerde: vrouwelijke dominantie.

Die ‘feminisering’ zou zorgen voor de ‘ineenstorting van instituties’, want: vrouwen zijn niet goed in conflict en niet ‘op zoek naar de waarheid’. Ze zijn (met uitzondering van Andrews zelf) emotioneel, en empathisch (en empathie is ‘toxic’). In een handomdraai stelt Andrews ook dat wokeness een vrouwelijk fenomeen is, en daar hadden ze toch al een schurfthekel aan. Het is gelukkig nog nét niet te laat: als Amerika nu gauw die weeë wijfheid uit haar instituties en bedrijven werkt, is het tij nog te keren. Een keurige intellectualisering dus van wat de regering-Trump al doet: alle vormen van gelijkheidsbevordering afschaffen, of in elk geval: lukraak zwarte mensen ontslaan.

Ook hier in Nederland werkte de ver­dacht­ma­king van alles wat je maar ‘woke’ kunt noemen uitstekend voor conservatieve partijen. Joost Eerdmans vindt het streven om 45-55 procent vrouwen in topfuncties op ministeries te krijgen ‘woke gekkigheid’. Ook het politieke midden en links is intussen als de dood geworden voor woke te worden versleten. Ik denk aan Rutger Bregman, die politici adviseerde op culturele thema’s terug te schuiven naar het midden. Of Rob Jetten, die opzichtig afstand doet van ‘gaybrapaden’. Wie durfde het in verkiezingstijd te hebben over de belangen van minderheden en vrouwen?

Ook hier vindt volgens een peiling van Ipsos 37 procent van de mannen dat het feminisme is ‘doorgeslagen’; er wordt nooit gepeild waarop ze dat baseren. Het zijn emotionele reacties, lijkt mij, en daar heb ik als vrouw empathie voor. Emancipatie is geen nulsomspel, zeggen feministen vaak, maar in de Tweede Kamer is het dat natuurlijk wél. Dan wordt zichtbaar dat emancipatie soms iemand zijn taartpunt kost, en dat het rommelig is. Daarom hoor je nu gemor. Het grootste verzet tegen emancipatiebewegingen zie je op het moment dat ze effect krijgen. Het feminisme is niet doorgeslagen: het is te dichtbij gekomen.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next