Zowel in de verpleeghuizen als in de wijkverpleging daalt het aantal ouderen dat zorg nodig heeft. Een vreemde ontwikkeling, door de dubbele vergrijzing zou dit aantal toch juist exploderen? ‘Laat je niet in de put praten. Die tsunami komt helemaal niet.’
is zorgverslaggever van de Volkskrant.
Wijkverpleegkundige Maikel Schalk knipt deze ochtend een lichtje aan in het donkere huis van Jac. Hij maakt vervolgens zijn ontbijt, zoals elke dag een boterham met kaas en plakje Brabantse peperkoek, en legt zijn medicijnen klaar.
De overige lichten zijn uit, en de gordijnen zijn nog dicht, want Jac is nagenoeg blind. Een reden om ze al open of aan te doen heeft hij niet.
Vijf jaar geleden trok Jac met zijn zwager nog achter op de motor Sri Lanka rond – hij vertelt graag over de geuren en de kleuren – nu schuifelt hij vooral heen en weer tussen woonkamer en keuken. Toch ziet Schalk, werkzaam bij zorgorganisatie Avoord in Etten-Leur, geen reden waarom Jac zou moeten verhuizen. Hier weet de magere man precies waar alles ligt – en ondanks een beroerte eerder dit jaar doucht hij weer zelf. Opnieuw aangeleerd na de ziekenhuisopname, scheelde weer uren aan zorgverleners in zijn huis. Zolang de handdoek op de juiste plek hangt, en zijn dochter de kleren op de juiste manier in de kast legt, lukt dat.
Jac heeft het niet zo op zieligdoenerij; twee dagen per week gaat hij naar de dagbesteding, twee keer per week neemt een vrijwilliger hem mee uit wandelen, Radio 1 is elke dag een trouwe bondgenoot. Zo komt hij de dagen wel door.
Jac heeft hulp nodig, daarin is hij geen uitzondering. Over geen enkele zorgsector luiden de alarmbellen zo vaak en zo hard als over de ouderenzorg. Er is over enkele jaren een tekort aan tienduizenden zorgverleners, er zijn straks te weinig verpleeghuizen en te veel ouderen die eenzaam thuis zitten te verpieteren – wachtend op de wijkverpleging die niet meer komt.
Bron van al deze ellende: de ‘dubbele vergrijzing’. Niet alleen zijn de babyboom-baby’s van na de Tweede Wereldoorlog nu allemaal tegelijk oud, ze zijn ook nog eens veel lánger oud door de toegenomen levensverwachting. En aangezien ouderdom met gebreken komt, moet de vraag naar zorg wel exploderen.
Het gekke is: er is helemaal geen explosie. Keer op keer constateren zorgbestuurders en beleidsmakers het afgelopen jaar verbaasd dat de zorgvraag van ouderen stabiel blijft, of zelfs dáált. Wat is hier aan de hand? Is dit een tijdelijke glitch of is er structureel iets veranderd? Rudi Westendorp, oud-hoogleraar en directeur van de Vereniging Reable Nederland, weet het zeker: ‘Die tsunami aan zorgvragende ouderen komt helemaal niet. Er is geen enkele reden elkaar zo in de put te praten.’
Straks de cijfers, eerst even terug naar wijkverpleegkundige Schalk, die deze druilerige dinsdagmorgen in een blauwe Peugeot 107 door het Etten-Leurse centrum van cliënt naar cliënt scheurt. Zie je hem bezig, dan krijg je niet de indruk dat de druk op de ouderenzorg is gedaald.
Een collega heeft ziek afgebeld, dus hij moet routes samenvoegen, douchebeurten afzeggen, en gezelligheidspraatjes overslaan. Om stipt 7 uur begint hij bij Anton, die een apparaatje op zijn keel heeft dat hij moet indrukken als hij wil spreken. Die spraakmodule moet twee keer per dag worden schoongemaakt. Dat had Schalk het liefst aan Anton zelf overgelaten, maar die kan er net niet zelf bij. Antons slokdarmkanker noopte tot een spoedoperatie, en de chirurg heeft de module door de haast onder een onhandige hoek geplaatst.
Zeven minuten binnen en door naar de mevrouw bij wie hij insuline moet inspuiten. Kan ze niet zelf, vanwege een brace aan haar arm, en haar man heeft beginnende dementie, dus daar kan Schalk ook niet helemaal op vertrouwen.
Drie minuten binnen en weer door. ‘Toch’, zegt Schalk als hij naar zijn auto loopt, ‘is het wat rustiger geworden in de wijk. Waar vroeger vier mensen een ochtendronde deden, kunnen ze dat nu af met twee, plus een collega die begint als de kinderen naar school zijn.’ Veel niet-noodzakelijke zorg vindt nu plaats in de middag, dat helpt ook.
Deze zomer belde een huisarts op maandagochtend. Of Schalk die week toevallig nog ruimte had voor een palliatieve patiënt. Ze vroeg het besmuikt, want ze wist: zo’n last-minute-verzoek, midden in de zomervakantie, kansloos. Schalk: ‘Maar we hadden ruimte. De patiënt overleed nog die week, we hebben hem thuis palliatieve zorg kunnen bieden.’
Eerder dit jaar werd duidelijk dat er flink minder ouderen op de wachtlijsten voor verpleeghuizen staan. En dat niet alleen: zelfs het aantal mensen dat een indicatie voor verpleeghuiszorg nodig had daalde. Twee jaar geleden stonden er nog ruim 22 duizend mensen op de wachtlijst, nu schommelt dat aantal rond de 18 duizend. Veel van die mensen op de wachtlijst staan daar uit voorzorg, met als gevolg dat er al verpleeghuizen beginnen te mopperen over leegstaande kamers.
Een logisch gevolg zou zijn: meer drukte in de wijkverpleging. Als het aantal mensen met verpleeghuiszorg daalt, stijgt het aantal hulpbehoevende ouderen thuis. En dat (indachtig de dubbele vergrijzing) zou moeten leiden tot meer vraag naar zorg thuis. Daar krijgen immers de mensen zorg die nog niet naar een verpleeghuis moeten, maar wel moeten worden geholpen met bijvoorbeeld wondzorg, medicijnen, persoonlijke verzorging of andere medische hulp.
Het verbazingwekkende is nu dat dus ook daar het aantal cliënten daalt. Wel 30 procent minder cliënten in een paar jaar tijd, schat Schalk. ‘Wij zien inderdaad dat onze routes niet altijd meer helemaal vol zitten’, zegt ook Saskia van Opijnen, de bestuurder van Avoord. ‘We zijn nog een beetje aan het zoeken wat er nou precies aan de hand is.’
Ook Chantal Beks, bestuurder van Careyn, de grootste ouderenzorgorganisatie van Nederland, ziet het aantal cliënten teruglopen. ‘Wij hebben nu ongeveer vierhonderd cliënten per maand minder dan een jaar geleden, een afname van bijna 5 procent.’ Maar dat is niet alles; het aantal uren per cliënt daalde nog veel harder. Van 10,4 uur per maand naar 9,1 uur; een afname van 12,5 procent. ‘En wij denken dat hier nog meer rek in zit.’
Op macroniveau betekent dat goed nieuws voor de schatkist. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) berekende in juli dat er in 2025 700 miljoen euro op de plank blijft liggen die bedoeld was voor verpleeghuiszorg. Voor de wijkverpleging zijn de cijfers nog extremer. In 2024 was er een miljard minder nodig dan begroot, en dit jaar is er daarbovenop nog eens een half miljard minder nodig.
Nu is onderbesteding in de wijkverpleging geen onbekend fenomeen. ‘Zorgorganisaties kregen jarenlang het geld niet op, omdat ze niet voldoende personeel hadden om de zorg te leveren’, zegt Westendorp, die zorgverleners leert ouderen weer zelfstandig te laten worden. ‘Sinds twee jaar horen wij steeds vaker: we krijgen de roosters wel rond, maar de routes van onze medewerkers niet gevuld.’
Hoe kan dat?
De grootste verandering, zegt Beks, ‘is dat de ouder wordende maatschappij begint te begrijpen dat mensen langer thuis blijven wonen. Dat ze meer zelf kunnen regelen, met familie of buren, of met technologie.’ Concreet resultaat van dat begrip is dat Nederland inmiddels duizenden zorgzame gemeenschappen en buurtinitiatieven kent, bijna twee miljoen Nederlanders leveren mantelzorg. ‘Die lossen een deel van de zorgvraag al onderling op.’
Westendorp krijgt vaak het verwijt dat zijn pleidooi om ouderen zo veel mogelijk voor zichzelf te laten zorgen, is ingegeven door bezuinigingsdrift. Het tegendeel is waar, zegt hij. ‘De beste manier van hulpverlening is mensen het vertrouwen geven dat ze dingen zelf kunnen en mogen doen. En dat hulp altijd dichtbij is als ze in de problemen komen. Dat geeft mensen vleugels.’
Er is een nieuwe generatie oud aan het worden, ziet ook Beks. ‘Een generatie die gewend is regie te nemen over het eigen leven. Die helemaal geen zin heeft zich over te geven aan zorgverleners die alles overnemen en op onhandige tijdstippen langskomen.’
Maar ook de zorgorganisaties zijn ‘massaal’ op een andere manier gaan werken, zegt Beks. ‘In Midden-Brabant, waar ik eerst werkte, krijg je bij elke oogarts of apotheek een oogdruppelbril mee, als je oogdruppels nodig hebt. Daarmee kun je zelf je ogen druppelen en hoeft de wijkverpleegkundige niet meer langs te komen.’
Ook Van Opijnen heeft met Avoord de zorg anders georganiseerd. Medicijndispensers leggen de pillen klaar, er zijn vele hulpmiddelen op de markt om steunkousen zelf aan te kunnen trekken, technologie speelt een grote rol. Niet meer meerdere keren per week douchen, maar ‘verzorgend wassen’, een speciaal washandje waar geen water voor nodig is scheelt negen minuten tijd per wasbeurt. Vol inzetten op wat de oudere nog kan of weer kan leren. ‘Dat alles levert een wezenlijk andere manier van werken op. Onze medewerkers zijn enorm gedreven om ouderen zo zelfredzaam mogelijk te maken.’
Een bijzonder ingewikkelde omslag, want de ‘automatische reflex’ van wijkverpleegkundigen is namelijk om te gaan helpen, zegt Caroline Smeets. Zij gaat als wijkverpleegkundige van Careyn wijkteams langs om ze te helpen bij deze paradigmashift. Vijftien jaar geleden stond ze nog op marktjes, haalde ze ouderen over om niet langer zelf de steunkousen aan te trekken. ‘Er was concurrentiestrijd in de wijkverpleging, we gingen voor het grootste marktaandeel. Ik heb dat altijd vreemd gevonden.’
De basis van de verpleegkunde is juist níét over te nemen wat iemand zelf kan, zegt Smeets. ‘Dat moeten we stimuleren. Wat kan iemand zelf? Wat kan iemand herleren? Met mantelzorg, netwerk, hulpmiddelen. Voor de zorg die dan overblijft, bepalen wijkverpleegkundige en oudere samen wat de beste oplossing is.’
En ja, dat betekent dat de oudere zelf ook moeite moet doen. Kom bij haar niet aan met zorgvragen als ‘ik kan mijn rug niet meer wassen’ (‘ik was al 43 jaar mijn rug niet, is dat dan medisch noodzakelijk?’) of: ‘douchen kost me zoveel moeite, het lukt niet meer binnen 10 minuten’. Smeets: ‘Een douchebeurt is soms de enige lichamelijke inspanning op een dag, die gaan we niet afpakken. We geven adviezen: doe een badjas aan na het afdrogen, gebruik een tenenwasser. Het mag moeite kosten, het mag schuren. Wij kunnen niet alle pijn wegnemen.’
Maikel Schalk is ondertussen bij Toos aangekomen. Hij komt kijken hoe het vordert met haar pogingen om zelf haar steunkousen aan te trekken. Ze heeft de spulletjes al klaargelegd. Een soort papierprikker maar daartussen de steunkous ondersteboven vastgeklemd. Handschoenen die grip geven voor het afrollen. Een wrijvingsmatje op de vloer waarvan ze de weerstand kan gebruiken om het laatste stukje sok over haar tenen heen te bewegen; door haar voeten te vegen, maar dan van achter naar voor.
Het blijkt ingewikkeld voor Toos. De sok moet op precies de juiste manier vastgeklemd, dan voet in de sok en die met behulp van de papierprikker over haar kuiten trekken, handschoenen aan en afrollen, vegen over de mat. Te veel stappen, ze krijgt de volgorde van handelingen maar niet in haar hoofd. Schalk is niet tevreden: ‘De vraag is of we dit nog lang gaan oefenen. Daar heb ik zo mijn twijfels bij.’ Volgende keer maar de volgende hulpmiddelenstap: het steunkouspistool, waarbij de sok elektrisch over het onderbeen wordt geschoven.
Het mooiste van zijn vak, zegt Schalk, is wanneer hij ouderen weer echt zelfstandig krijgt. De cliënten die tegen hem zeggen: ‘Ik weet jullie te vinden, maar ik ga het lekker zelf doen.’
Toegegeven, lang niet alle cliënten reageren zo positief. De gesprekken met cliënten die al jarenlang hulp thuis krijgen, en het nu opeens zonder het dagelijks bezoek van de wijkverpleging moeten doen, zijn ingewikkeld en pijnlijk, zegt Schalk. ‘Maar ik bouw de zorg alleen af wanneer dat verantwoord is.’
Het zijn vooral familieleden die bezorgd reageren: hun naasten, vaker alleen, minder hulp, gaat dat wel goed? Komen zij dan niet vaker terecht op huisartsenpost of spoedeisende hulp? Ook hier wijzen de cijfers juist op het tegendeel. 85-plussers gaan gemiddeld gezien spectaculair minder vaak naar de spoedpost dan in 2017, en ook bij 75-plussers en 65-plussers is een daling te zien.
Oud-hoogleraar Westendorp loopt al vijftien jaar rond met een simpele grafiek die al deze ontwikkelingen verklaart, gewoon samen te stellen uit cijfers die het CBS al decennia verzamelt. En daarin vallen vier dingen op.
Eén: de levensverwachting neemt toe, we worden ouder. Twee: mensen krijgen op steeds jongere leeftijd te kampen met een chronische ziekte als diabetes of COPD. Toch betekent dat niet dat we ook langer ziek zijn, zegt Westendorp. De medische zorg voor dit soort aandoeningen is namelijk ook enorm verbeterd de afgelopen decennia, waardoor een chronische ziekte niet gelijkstaat aan een lagere kwaliteit van leven.
Drie: de leeftijd waarop mensen lijden aan chronische ziekten mét ernstige beperkingen loopt steeds verder op, in hetzelfde tempo waarmee de levensverwachting oploopt. Dat leidt tot vier: de ‘rafelrand van het leven’, die jaren waarin mensen extra zorg en ondersteuning nodig hebben, blijft gelijk.
Kortom, zegt Westendorp, die hele ‘dubbele vergrijzing’ bestaat niet. Of althans; niet als je daaruit concludeert dat mensen langer zorg en ondersteuning nodig hebben, omdat ze langer oud zijn. Integendeel: omdat mensen langer fit zijn, leveren ze de maatschappij veel meer op. Het IMF concludeerde eerder dit jaar uit gegevens van 41 ontwikkelde en opkomende economieën dat mensen van 70 in 2022 dezelfde cognitieve vaardigheden hadden als iemand van 53 in het jaar 2000. Op die cijfers valt ongetwijfeld wat af te dingen, zegt Westendorp, maar de gedachte dat we steeds ongezonder worden is een ‘onterechte idee-fixe’.
Westendorp: ‘Ja, we zijn dikker, maar we bewegen meer, drinken minder alcohol, roken minder, hebben meer kapitaal, zijn beter opgeleid. In 25 jaar tijd is de gemiddelde pensioenleeftijd van 59 naar 66 gegaan’, zegt Westendorp. Elke generatie heeft 30 procent minder kans op dementie dan de generatie ervoor, data uit Denemarken laten zien dat 85-plussers beter lopen, minder vallen, cognitief sterker zijn dan 85-plussers uit 2015, 2010 en 2005.
En daarom wordt hij ‘gillend gek als het RIVM een toename van 85-plussers een-op-een doorvertaalt naar een proportionele toename van de zorgbehoefte’. Stellig: ‘Dat vind ik amoreel. Je onthoudt mensen de wetenschap dat het leven op hoge leeftijd zo veel beter is geworden dan het ooit was. Waarom zijn we altijd zo verdomd negatief?’
Xander Koolman, gezondheidseconoom aan de Vrije Universiteit, kent de ontwikkelingen in de ouderenzorg én de argumenten van Westendorp. Toch vindt hij het nog te vroeg om de vlag uit te hangen. ‘Ik hoop van harte dat Westendorp gelijk heeft. En wat voor hem spreekt is dat hij zijn hypothese al uitsprak voordat er sprake was van een daling in de zorgvraag.’
Maar het onderzoek naar de verklaringen voor die daling loopt nog volop. Koolman: ‘We komen ook uit de coronajaren, die een grote oversterfte kenden. Die oversterfte zat met name in de groep die nu gebruik zou maken van langdurige zorg. Mensen die zonder corona misschien nog wel vijf of zes jaar te leven hadden. Dat zal de daling ook deels verklaren.’
En dan is er nog overheidsbeleid dat de toegang tot het verpleeghuis beperkte, en de mogelijkheden voor ondersteuning thuis vanuit de gemeente juist verruimde. ‘Al die zaken lopen door elkaar heen en hebben allemaal invloed. Daarbij: het is heus niet alleen maar rozengeur en maneschijn, er zijn ook nog altijd ouderen die helemaal klem zitten.’ De daling is ook pas net ingezet. Wie weet, zegt Koolman, stijgen de cijfers volgend jaar gewoon weer, de vergrijzing is niet opeens voorbij.
Westendorp gelooft daar niet in. Hij zal niet ontkennen dat er door de naoorlogse babyboom meer 65-plussers aan zitten te komen. Maar dan nog: ‘20 procent van hen is al overleden. De overige 80 procent moet nog door de rafelrand van het leven heen, heeft nog ondersteuning nodig, maar dat spreidt zich uit over de komende dertig jaar. Dat is geen tsunami, geen vloedgolf, dat kan de zorg aan. Echt, als je ooit oud wilt worden, wordt het dan in Nederland in 2025.’
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant