Mieren lijken zich te bedienen van een onverwacht wapen tegen het opwarmende klimaat: kruisen met andere mierensoorten. Jonna Kulmuni zoekt in Nederland naar dit soort snel evoluerende ‘klimaatbestendige’ mieren.
Terwijl de rode mieren met tientallen tegelijk haar nóg rodere broek beklimmen, hurkt Jonna Kulmuni naast een grote berg dode boomnaalden. ‘Deze kolonie kan wel decennia oud zijn.’ Achter haar is in de verte het gebrom van de A12 te horen. De onderzoeker van de Universiteit van Amsterdam werkt vandaag in Mierenreservaat De Heide bij Bennekom en staat net niet boven op een van de vele mierenhopen die het gebied rijk is.
Met wat tape en ijzerdraad van de bouwmarkt bevestigt de van oorsprong Finse een plastic doosje aan een stalen pin. ‘Dit apparaatje gaat de komende jaren de temperatuur van het nest meten.’ Met een vloeiende beweging duwt ze de pin met aanhang zo de top van de mierenhoop in. Die verdwijnt volledig tussen de bruine naalden en stukjes hout. ‘Voor de mieren is dit niet anders dan als er bijvoorbeeld een tak of steen in het nest zou vallen, binnen de kortste keren hebben zij het nieuwe object in hun verblijf geaccepteerd.’
Toch zijn de kale bosmieren – de soort in kwestie – duidelijk niet gediend van al het gedonder om hun woonplaats; de waaksters van het nest richten defensief hun achterste naar de belagers en bespuiten ze met fijne druppels mierenzuur. Los van de eigenaardige, yoghurtachtige geur van het goedje, maakt de zuurnevel niet veel indruk op de onderzoeker. ‘Maar ik zou wel even je pijpen in je sokken doen, anders kruipen ze zo je broek in.’
Kulmuni is geïnteresseerd in hoe mierensoorten met elkaar kunnen kruisen, om zo tot hybride soorten te komen die beter bestendig zijn tegen een opwarmend klimaat. Tijdens eerder onderzoek in Finland vond zij al dat twee mierensoorten, een uit het warmere zuiden en een uit het koudere noorden van het land, nakomelingen konden krijgen. Die bleken beter opgewassen te zijn tegen een warmer wordende leefomgeving dan hun ouders.
‘De gekruiste mieren hebben veel meer genetische variatie dan ‘raszuivere’ soorten’, vertelt de onderzoeker. ‘Daarom denken wij dat zij een stuk sneller kunnen evolueren onder veranderende leefomstandigheden.’
Nu heeft ze haar blik gericht op de Nederlandse mier. In haar lab in Amsterdam heeft ze het DNA van de Bennekomse beestjes al in kaart gebracht en daaruit blijkt dat ook hier veel kruisingen tussen soorten voorkomen. Door de temperatuurschommelingen in de mierenhopen te meten, hoopt ze meer inzicht te krijgen in het leefgedrag van de gemengde mierensoorten.
‘Als een mierenkolonie wakker wordt vanuit haar winterslaap, schiet de temperatuur van het hele nest omhoog tot zo’n 30 graden, met soms zelfs uitschieters naar 70 graden boven op de hoop.’ Door die hitte te meten, kunnen onderzoekers goed bijhouden welke soort wanneer opstaat vanuit de rustperiode.
‘Tijdens warmere winters is het mogelijk dat hele kolonies te vroeg wakker worden. Dan gaan ze mogelijk te snel door hun voedselreserves heen en kan een heel nest afsterven’, vertelt Kulmuni. Ze verwacht dat mieren die beter aangepast zijn, wél kunnen doorslapen in een warme winter.
De Finse is niet in haar eentje op pad. Mierenspecialist Jinze Noordijk wijst haar de weg naar de plaatselijke hopen in het Mierenreservaat. De twee kwamen met elkaar in contact via EIS Kenniscentrum Insecten, dat zich inzet voor het behoud van insectensoorten in Nederland.
‘Natuurbescherming is iets van lange adem’, zegt Noordijk. Daarom is een aantal jaar geleden besloten het gebiedje net onder Ede uit te roepen tot een reservaat voor mieren – een uniek fenomeen in Europa.
Hij veegt een van de nestwachtsters van zijn wang. ‘We hebben hier nu tientallen vrijwilligers rondlopen om dit gebied open te houden. Die verwijderen jaarlijks jonge boompjes, zodat de heidevelden niet overgroeid raken met te veel bomen.’
De Nederlandse deskundige kent het stuk bos met hier en daar een open heidevlakte op zijn duimpje. Vertrouwend op zijn geheugen leidt hij Kulmuni naar de nesten. Met Google Maps-pinnetjes bewaart zij op haar telefoon de locaties, zodat ze later de koloniën zelf terug kan vinden tussen de bomen.
‘Mieren zijn essentieel voor de biodiversiteit en een gezond bos’, zegt Kulmuni. ‘Ze doden parasieten die anders de bomen zouden aantasten en hun nesten bieden een thuis aan honderden andere beestjes die gedijen in zo’n broeierige naaldenhoop.’
Ze hoopt dat mensen door haar onderzoek op een andere manier gaan kijken naar hoe biodiversiteit en soorten beschermd worden. ‘Gekruiste diersoorten vallen vaak niet onder natuurbeschermingswetten, terwijl we nu weten dat juist die soorten soms een kans van overleven hebben in opwarmende natuurgebieden.’
Voor nu zit het werk erop; de hopen zijn allemaal voorzien van een thermometer. Volgend jaar komt Kulmuni weer langs om de data te verzamelen. Dan zal blijken of haar mieren de wéér iets warmere winter hebben overleefd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant