Home

Laten zien dat Tata Steel en zelfs Dick Schoof onderwerp van poëzie kunnen zijn

Maarten van der Graaff In zijn nieuwe dichtbundel komt hij in verzet tegen de rol waarin het individu wordt gedwongen door machtsstructuren en omgevingen. Ook is zijn poëzie van een grote schoonheid.

Tata Steel, in IJmuiden

Maarten van der Graaff: Huishoudboekje van de verborgen dingen. Uitgeverij Pluim, 119 blz. € 24,99

Een huishoudboekje is iets waar ik alleen over heb gelezen in romans. Ik heb er nooit één gezien. Het is als een besneeuwd bos in Huishoudboekje van de verborgen dingen, de nieuwe dichtbundel van Maarten van der Graaff: „Alle besneeuwde bossen liggen in de negentiende eeuw.” Alles wat ik associeer met ‘huishoudboekje’ is bedompt: de sfeer van de romans waarin ik erover las, de positie van de vrouw die ervoor verantwoordelijk was, en vooral verantwoording moest afleggen. Misschien ontken ik dat ik een huishouden heb, juist om die reden.

De vierde bundel van Maarten van der Graaff (1987) is een mysterieus huishoudboekje van wat uit het zicht blijft. Van wat we niet zien en wat we niet willen zien, maar wat wel ons leven bepaalt. Deze poëtische boekhouding komt in verzet tegen de rol waarin het individu wordt gedwongen door machtsstructuren als het kapitalisme, maar ook door omgevingen die een bepaald gedrag voorschrijven, zoals parkeergarages, zwembaden, drive-thru’s en walk-ins.

Van der Graaff is er niet onmiddellijk op uit om iets gemakkelijk of mooi te maken. Toch is deze poëzie, haast in weerwil van zichzelf, van een grote schoonheid. Schoonheid die, net als het eerdergenoemde besneeuwde bos, soms overkomt als een verschijnsel – of citaat – uit een voorbije tijd.

Zachte krachten, zoals schoonheid en ook tederheid, worden ingezet als verzet. Ook als dat niet gemakkelijk is: „je wil tederheid niet privatiseren ok/ maar waarom schrijf je dan/ zonder tederheid dat is een probleem”, klinkt het in ‘Oude vorm’. In dit gedicht draagt de dichter een oude, lange, tweedehands jas en wordt ‘begrafenisondernemer’ en ‘patriarch’ genoemd. De (oude) vorm van poëzie dwingt, net als de jas, een bepaald effect af.

Niet mooi of teder willen schrijven, maar het toch doen (en daardoor juist op een overrompelende manier), is kenmerkend voor deze bundel. De vraag die de dichter zichzelf stelt („waarom schrijf je dan zonder tederheid”) schuurt met het effect van het gedicht, dat ruimer (en zachter) is dan wat er letterlijk staat. Het slotbeeld van een oude vorm die – als het merkje onder de kraag van de jas – verkruimelt, kan niets anders dan tederheid oproepen bij de lezer.

Het verzet is niet alleen inhoudelijk, maar wordt ook weergegeven door de uiteenlopende vormen die de gedichten aannemen, als pogingen om buiten het normatieve te treden. Er zijn eenregelige gedichten, prozagedichten en gedichten die losjes op de pagina staan, radicaal doorsneden door een lang gedicht dat, als een onontkoombare horizon van een Hollands polderlandschap, de hele bundel onderaan de bladspiegel doorsnijdt. In dit gedicht gaat de dichter in gesprek met kunstmatige intelligentie, die hij (of een gesimuleerde versie van zichzelf) de opdracht geeft te spreken als Tata Steel. Hoewel Tata Steel misschien niet onmiddellijk het meest poëtische onderwerp is, laat Van der Graaff zien dat de industrie en zelfs Dick Schoof in een gedicht niet hoeven te misstaan.

De constateringen die de dichter doet vanuit zijn focus op Nederland zijn niet alleen maar grappig: „dick/ die zijn armen opent zoals de veiligheidsdienst de archieven”. Wat hier en in de bundel als geheel de boventoon voert is dreiging. Nederland staat symbool voor de scheefgroei van machtsverhoudingen op wereldniveau: „vaders houden de toekomst bezet ze staan in de tuin/ staatkundig leven schiet wortel onder hun voeten”. Met dit krachtige en tegelijk droomachtige beeld laat Van der Graaff zien dat de toekomst niet eerlijk is verdeeld.

In ‘Geen poëzie van alle Nederlanders’ stelt Van der Graaff zich voor dat er een documentaire over hem is gemaakt. Hij spaart zichzelf niet: „ik ben negentig eindelijk slank ik kijk terug in een blazer/ op een gerieflijk en gecompromitteerd leven/ in de dikke bleke van de zon met de seculiere kunst van het weglaten/ ben ik scheutig met zelfverachting voor de bühne/ en ouderwetse gezelligheid waar vaderlandse ironici/ in betegelde tuinen naar verlangen o/ groen en rood met een genocideprobleem/ belast materiaal lekt uit dit steeds schuldelozer vaderlandje fak/ ik ben de dreiging die flappert in de nacht oftewel de wet oftewel daddy/ geen premier van alle nederlanders geen poëzie”.

De ‘o’ klinkt hier niet alleen als aanroep aan de Palestijnse vlag, maar bovendien als roep om te ontstijgen aan de hypocrisie van een kabinet dat op afstand blijft kijken naar de door Israël gepleegde genocide.

de lichamen van mijn kinderen zijn aan de orde van de dagdie zich over hen heen buigt om onstelpbare plekken in het licht te makenin de kleinste handeling is dit zorgzaam genoeg is dit zorg fady joudahzegt dat het engels nog niet is begonnen palestijnse stilte te begrijpenik wil alles wat teder is niet verder privatiseren onze kinderen verdrinkenmensen in zee onze kinderen gooien bommen ze slapen zo stil

In dit aangrijpende slot stelt de dichter dat niet alles wat teder is geprivatiseerd zou moeten worden. Of citeert hij daar de Palestijnse dichter Fady Joudah? Door de hoofdletter- en leestekenloze regels vloeien verschillende mededelingen in elkaar over. Soms weet ik niet of Van der Graaff op zichzelf of op de premier doelt, en ook wanneer hij Joudah (zonder aanhalingstekens) citeert, is het niet duidelijk waar zijn eigen woorden beginnen en die van Joudah ophouden. Door dit talige spel lossen de contouren tussen individuen op, deelt de dichter een schuld met een premier die hij aanvalt, deelt de dichter zorg over kinderen met een Palestijnse dichter. Wat gesuggereerd wordt is: ‘onze kinderen’ zijn alle kinderen, van iedereen. Hoe moeten we daar gezamenlijk op een goede manier voor zorgen?

Het is schokkend – en waar – dat onze kinderen, net als wij, in de toekomst mensen zullen laten verdrinken op zee. Bommen gooien. Omdat ze worden geboren in een falend systeem. Maar:

[…] ze slapen zo stilze verdienen meer dan een gezin meerdan van bloed doordrenkte natuur de schoonheidvan samenscholingen

In Naschrift over samenscholen, de cyclus waarmee de bundel besluit, worden verschillende vormen van collectiviteit en solidariteit als samenscholing opgevoerd, zoals die van afwezige voorbijgangers met vogels en katten, en vissers uit de bijbel. Ook het schrijven zelf is een samenscholing: „ik krijg steeds sterker het idee aan een tafel te werken/ waar anderen aan hebben gezeten die net zijn opgestaan”. Wat we maken is een herwerking of doorwerking van wat in het verleden al door anderen is gedaan.

Tussen de regels wordt een denkbeeldige ontsnapping geboden: „Door een drive-thru lopen is occult wandelen.” En ergens anders: „Elke verplaatsing is in essentie occult.”

Ontworpen of bedachte plekken als de drive-thru, de walk-in, de parkeergarage en het zwembad – én poëzie – schrijven bepaald gedrag voor. Van der Graaff suggereert dat als je je daar tegenin beweegt, door bijvoorbeeld juist te wandelen waar een auto wordt verwacht, er een andere belevingswereld kan worden afgedwongen, een van de werkelijkheid losgezongen positie. Een ervaring die je spiritueel zou kunnen noemen, of ‘occult’.

De dichter laat hiermee zien hoe belangrijk het is te handelen naar wat (nog) niet bestaat. Het huishoudboekje van de verborgen dingen fungeert daarmee niet alleen als verslag van wat misgaat, maar ook als geheimzinnige wandelkaart voor nieuwe verbindingen. Tussen mensen onderling, tussen mensen en hun omgeving:

aan de randen van je levenis de waarheid over je levenik hoop dat jullie in vreemde groepjes verder kunnen gaan

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Broncode

Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren 

Source: NRC

Previous

Next