Literatuur De Brits-Hongaarse schrijver David Szalay won deze week de Booker Prize met zijn roman Flesh, volgens hem een boek over „wat niet gezegd kan worden”.
Schrijver David Szalay.
Hij is een man van weinig woorden. Met name als het om zijn gevoel gaat, komt István in gesprekken vaak niet veel verder dan ‘oké’.
Hij is de hoofdpersoon van Flesh (vertaald als Het vlees), de roman die maandagavond bekroond werd met de Booker Prize, ’s werelds invloedrijkste romanprijs. Zijn spaarzaamheid was een van de grote kwaliteiten van deze „buitengewone” roman, aldus de jury. „Op de een of andere manier is het de afwezigheid van woorden – of de afwezigheid van Istváns woorden – die ons de kans geven om István te leren kennen”, zei juryvoorzitter Roddy Doyle.
Oké, zou István zeggen. Alsof alles hem zomaar overkomt. Wat misschien ook zo is.
Maar hij is geen simpele ziel, zegt schrijver David Szalay (51). „Dat is volgens mij een misvatting, net als dat hij volledig passief zou zijn. Hij onderneemt van alles, maakt keuzes. Ik denk dat hij intelligent en gevoelig is. Hij geeft alleen niet veel woorden aan zijn gevoel.”
Zelf is Szalay geen zwijgzaam type. Afgelopen weekend was hij in Nederland, voor een enkel interview en een optreden op literatuurfestival Crossing Border in Den Haag, vlak voor hij door vloog naar Londen, voor de bekendmaking van de Booker. Hij spreekt met sonore stem, trefzeker en open, soms ontglipt hem een hoge giechel. Maar toch: „Praten over dit boek kan problematisch zijn. Want het is een impliciet boek, veel gebeurt indirect. Als lezer krijg je niet uitgelegd wat je moet denken of hoe je moet reageren. Dus ik vind het ook onprettig als ik mijn boek moet verklaren.”
„Het is niet dat ik dat niet wil benoemen, het gaat meer over de vraag hoe kenbaar dat is. Of je het wel in woorden kunt vangen. In het Duits kreeg mijn roman een titel die zich laat vertalen als Wat niet gezegd kan worden. Ook heel passend.”
„Ik wilde een personage dat zichzelf niet zou verklaren, deels omdat ik het vaak ongeloofwaardig vind als mensen zichzelf uitleggen. In literaire romans is de uitleg die personages aan zichzelf geven vaak de kern van het boek, maar ik wilde iets anders. Ik wilde de nadruk leggen op het leven als fysieke ervaring.”
„Ik wil zeggen dat het fysieke primair is. Al het andere volgt daarop.”
„Zo zou je het kunnen zeggen. Of je zegt: we zijn fysieke lichamen en dat is het belangrijkste feit over wat we zijn. En dat is zo belangrijk dat we het vaak uit het zicht verliezen, in het bijzonder in boeken. Ik hoop dat de mensen nu niet het idee hebben dat István een bruut, beestachtig personage is, een automaatachtig schepsel. Want ik wil ook niet het belang van emoties en een psychologische werkelijkheid ontkennen. Die bestaan, en ze zijn vaak dominant in onze ervaring van het leven. Maar ons fysieke bestaan komt daarvóór.”
We volgen István in Het vlees gedurende meerdere decennia. In het eerste hoofdstuk is hij een puberjongen die met zijn moeder in een non-descripte, tamelijk armoedige flat ergens in Hongarije woont, waar hij een soort affaire krijgt met een buurvrouw. Ze hebben seks met elkaar. Het begint met kussen, het wordt meer, István vindt haar oud en eigenlijk niet knap, ze wekt zelfs een beetje zijn weerzin. Maar ze doen het en hij wil het. Waarom? Je zou kunnen zeggen: het vlees gebiedt hem.
Dat eerste hoofdstuk was ook het eerste dat Szalay schreef. „Ik had nog niet echt een plan, maar het personage voelde waarachtig, er zat leven in.” Dat had hij ook nodig, in zijn schrijversbestaan: kort ervoor had hij een roman waar hij al meer dan een jaar aan had gewerkt, weggegooid: niet levensvatbaar. „Het idee voor de titel, Flesh, had ik ook snel, zonder veel overpeinzing. Omdat het dus moest gaan over dat fysieke aspect van het bestaan.”
„Nou ja, ik wilde dat. Het leek me een belangrijk gegeven om het over te hebben, omdat het iets van onze tijd is om daar weinig aandacht voor te hebben. En ik vind het interessant om een eigentijdse roman te schrijven, een roman van het hier en nu. Dat zijn de romans die ik het liefst lees, boeken die raken aan een zogezegd tijdloze of universele menselijke ervaring, via de concrete realiteit van ons bestaan. Via het hier en nu. Want dat is alles wat we hebben, het meest concrete wat we hebben. Naast dat vlees waaruit we bestaan dus.”
„Ja, dat was een centraal idee – of eigenlijk was het meer een gevoel dat dat interessant zou zijn. Ik woonde toen in Hongarije, maar sprak de taal niet erg goed, én ik was de voeling met Londen en Engeland kwijt aan het raken, ik was gestrand tussen die twee plekken in. Dat gevoel wilde ik gebruiken, omdat ik dacht dat het een roman over het hedendaagse Europa zou kunnen worden. Het was de tijd na de toetreding van Hongarije tot de EU in 2005, waarna veel Oost-Europeanen naar West-Europa kwamen – ik heb neven die in Hongarije zijn geboren en nu in Engeland leven, al twintig jaar. Dat leek me interessant om over te schrijven.”
„Ja, een thema is het ook niet echt. Ik heb geen specifiek punt dat ik ermee wil maken, zo’n roman wilde ik niet schrijven. Al is het in zekere zin wel een roman over migratie, maar zonder politiek, zonder dat ik daar in abstracties over wilde praten. Het punt van romans schrijven is dat je abstracties kunt vermijden en toch het heden erin kunt vangen. Mijn boek gaat over migratie doordat ik de concrete realiteit ervan weergeef. De alledaagse uitwerking, de doodgewone details.”
„Dat klopt, want dat is realistisch, toch? Dat je in een individueel leven niet precies kunt zeggen welke factor doorslaggevend was? Kijk, István leeft lange tijd in Londen, hij ontmoet daar mensen, dus dat is enorm bepalend. Maar de roman gaat ook – en dan maken we het toch even abstract – over de manieren waarop het leven van een individu beïnvloed wordt door grotere krachten. Sociale en economische krachten waar niemand controle over heeft.”
„Tja, masculiniteit, ook zo’n abstractie… Ik snap dat mijn vorige roman All That Man Is [Wat een man is, red.] je op dat idee brengt, maar ik denk er toch niet echt in die termen over na.”
„Precies. Het kan ook te maken hebben met het klassenverschil waarmee hij ook te maken heeft, met sociale status. We weten niet hoe dat zit.”
„Sommige informatie heb ik heel bewust weggelaten. Die vader… hij is er niet, maar ik weet ook niet hoe dat zit. Ik ben niet het type schrijver dat vindt dat je moet weten wat je personages voor ontbijt hebben gegeten of wat hun favoriete film is. Zolang je maar genoeg gevoel voor ze hebt, hoef je niet álles te weten. Dat zie ik ook als realistisch: in de werkelijkheid leven we ook met enorme hiaten in wat we weten over de mensen om ons heen.”
Er gebeuren meerdere grote, bepalende dingen in het leven van István. Hij belandt jong in de gevangenis, wordt als militair uitgezonden naar Irak en ziet in zijn konvooi iemand sneuvelen. Maar we zijn daar niet bij, we krijgen dat niet te zien. De gevangenistijd passeert in de overgang van hoofdstuk 1 naar 2. Op de Irak-oorlog wordt alleen teruggekeken, eenmalig, in een gesprek dat István heeft met een therapeut, bij wie hij terechtkomt als hij een gat in een deur heeft geslagen.
Schrijver David Szalay.
„Het voelde niet als een gewaagde keuze. Het was een natuurlijke en instinctieve, intuïtieve keuze. Dat was ook een manier om te laten zien hoe zoiets gaat in de praktijk. Hoe grote, dramatische gebeurtenissen, die het leven beïnvloeden en zelfs vormen, naderhand ingepast worden in het gewone, alledaagse leven. Ik ben meer geïnteresseerd in de consequenties, de gevolgen van gebeurtenissen en handelingen dan in de gebeurtenis of handeling zelf. Daar houd ik van in boeken: de setting is alledaags, maar toch hebben we nog toegang tot de dramatische gebeurtenissen die zo belangrijk zijn, in het leven van het personage.”
„Ja, achteraf zie je natuurlijk pas wat een gebeurtenis heeft gedaan. Dat er in mijn roman geen directe gesprekken zitten over gevoelens, houdt niet in dat ik daar niet in geïnteresseerd ben, integendeel.”
„Ja, maar wanneer je iets in woorden vangt, bepaalt dat ook je gevoel, het verandert je gevoel. Dit is geen eenvoudig proces waarbij je een gevoel hebt en dat vangt in een net van woorden. Woorden vormen het tot iets dat altijd minder is dan wat het eigenlijk is. Er is altijd iets wat niet gezegd kan worden, of zo zie ik dat tenminste. Er zijn veel boeken over de kracht en mogelijkheid van woorden, maar dit boek gaat ook over de beperkingen van woorden. Dan zijn we weer terug bij die uitstekende Duitse titel, Wat niet gezegd kan worden.”
„Ja, maar het leek iets essentieels over het boek te zeggen: het fysieke, het rechtstreekse. Als romantitel heeft het iets vulgairs, er zit een porno-achtige suggestie in, maar het is ook een prominent woord in de Bijbel, het vlees als de tegenhanger van de geest.”
„Is dat niet iets grammaticaals? Ik nam aan dat het in het Nederlands niet kon zonder lidwoord. ‘Vlees’ kan gewoon? Oh, dan weet ik niet waarom hiervoor gekozen is, ik zal het eens vragen. Hoewel, ik kan iets bedenken: is ‘vlees’ bij jullie ook het woord voor wat wij meat noemen? Zoals in het Duits, Fleisch? In het Engels hebben we twee woorden, het wat ouderwetse flesh en meat. Dat laatste is het alledaagse woord voor wat we eten. Daar gaat deze roman niet over, hij zou niet Meat kunnen heten. Misschien is daar bij de vertaling rekening mee gehouden. Klinkt Het vlees bijbelser, abstracter? Dan is dat goed. Oké.”
David Szalay (1974) werd in Montreal geboren als kind van een Hongaarse vader en een Canadese moeder. Hij groeide op in Libanon en, vooral, Londen. Hij studeerde Engels in Oxford met het idee om schrijver te worden, maar belandde eerst in een kantoorbaan, waar hij advertentieruimte verkocht in glossy vakbladen. Toen hij dat vaarwel gezegd had, ging hij in België wonen om zich op het schrijven te richten, terwijl hij op een houtje beet.
In 2008 debuteerde hij met London and the South-East, een licht spottende roman over een man die in de advertentieverkoop werkt. Na nog twee geprezen romans – Innocent (2009) en Spring (2011) – plaatste het literaire tijdschrift Granta hem in 2013 op de lijst van twintig Best Young British Novelists. Szalay brak door met de roman All That Man Is (2016, Wat een man is), over negen mannen op verschillende plekken in Europa, die de shortlist van de Booker Prize haalde. Na de verhalenbundel Turbulence (2018, Turbulentie) is Flesh zijn zesde boek. Maandag kreeg hij er de Booker Prize (50.000 pond) voor.
David Szalay woonde vijftien jaar in Boedapest en woont nu in Wenen, met zijn echtgenote. Hij heeft drie kinderen.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC