Home

Prefabwoningen die werden geschonken na de Watersnoodramp nu uitgeroepen tot rijksmonument

Rijksmonumenten Na de verwoestende Watersnoodramp van 1953 schonken verschillende landen houten prefabhuizen aan de Nederlandse bevolking. Van die huizen worden er nu 45 tot rijksmonument verklaard. De woningen vertellen bijzondere verhalen over veerkracht, modern wonen en (inter)nationale solidariteit.

Een paar huizen uit het ensemble van acht vrijstaande Noorse woningen in Puttershoek (gemeente Hoeksche Waard), die kort na de Watersnoodramp in 1953 werden geschonken aan Nederland.

In het Zuid-Hollandse Puttershoek vind je aan het Osloplein acht roomwitte houten huizen, ontworpen door de Noorse architect Kurt Jørgensen (1912-2005). De vrijstaande woningen hebben een zadeldak, een opvallende rode voordeur en twee verdiepingen. Even verderop, in het Noord-Brabantse Lage Zwaluwe, staan tien vrijstaande en drie twee-onder-een-kapwoningen van Zweedse origine met rondom grote tuinen. De gevels zijn afwisselend donkergroen, bruinrood en lichtgeel geschilderd. Al deze woningen zijn geschonken aan de Nederlandse bevolking na de Watersnoodramp in 1953 en nemen een bijzondere plek in onze geschiedenis in. Vanaf woensdag 12 november zijn ze officieel een rijksmonument, dus beschermd, samen met 26 andere geschenkwoningen en een bakstenen dorpshuis, in de provincies Zuid-Holland, Zeeland en Noord-Brabant.

Die roep om bescherming kwam precies zeventig jaar na de ramp, in februari 2023, toen de drie provincies gezamenlijk een brief aan de toenmalig staatssecretaris voor Cultuur en Media Gunay Uslu (D66) schreven. Van de in totaal 860 woningen die kort na de ramp waren geschonken, waren er nog ongeveer 680 over. „We konden natuurlijk niet alle overgebleven woningen als rijksmonument bestempelen”, vertelt adviseur gebouwd erfgoed Mariël Kok van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). „Daarom vroegen we ons af: wat zijn nou de beste voorbeelden, stedenbouwkundig, architectonisch en cultuurhistorisch? Welke woningen vertellen het beste het hele verhaal?”

Ensemble van vijf vrijstaande Noorse woningen in Burgh-Haamstede (gemeente Schouwen-Duiveland).

Huizen uit het ensemble van zes vrijstaande Noorse woningen in Hansweert (gemeente Reimerswaal).

Hulp in bouwpakketten

Dat verhaal begint na de ramp op zondag 1 februari 1953. Dankzij radio- en televisie-uitzendingen kwam de binnen- en buitenlandse hulpverlening relatief snel op gang. Verschillende landen doneerden geld, voedsel en kleding. Noorwegen, Zweden, Denemarken, Finland, Oostenrijk en Frankrijk besloten huizen in bouwpakketten te sturen, bedoeld voor de zwaarst getroffen gezinnen in Zuid-Holland, Zeeland en Noord-Brabant. Al een maand na de ramp kwamen de eerste pakketten in Nederland aan.

„Omdat de handleidingen waren geschreven in de taal van de schenklanden en de huizen werden opgebouwd door lokale werklieden, ging er nog weleens iets fout”, vertelt Kok lachend. Ook waren hier en daar vertaalslagen nodig. Zo werden de Finse sauna’s achterwege gelaten en werd de Scandinavische leibedekking vervangen door Hollandse dakpannen. Daarnaast moest er natuurlijk een plek worden gevonden voor de woningen. Niet zomaar op een braak stuk grond, maar netjes binnen de bestaande bestemmingsplannen, op droog gebleven plekken. Kok: „Vaak werden de huizen in een groepje, een ensemble bij elkaar geplaatst. Langs een straatje of rondom een plein. Dat zie je in Puttershoek en Lage Zwaluwe, maar bijvoorbeeld ook bij de monumenten in Nieuwe-Tonge.”

Toch ging het hele proces razendsnel. Tussen de ramp en realisatie van het overgrote deel van de woningen zat slechts anderhalf jaar – een voorbeeld om van te leren in onze huidige wooncrisis.

Een van de huizen van een ensemble van tien vrijstaande en drie twee-onder-een kap Zweedse woningen in Lage Zwaluwe (gemeente Drimmelen).

Huizenblok in Lage Zwaluwe (gemeente Drimmelen), waar tien vrijstaande en drie twee-onder-een kap Zweedse woningen werden gebouwd.

Modern en comfortabel

De term ‘geschenkwoning’ doet misschien denken aan een naoorlogse noodwoning, maar die tijdelijke kwaliteit overstijgen de houten huizen zonder twijfel. De 860 woningen werden geleverd in vijftien verschillende types. Vooral de Noorse woningen zijn ruim, hebben soms zelfs drie à vier slaapkamers en staan op een royaal perceel. Voor de jaren vijftig waren ze daarnaast bijzonder comfortabel en modern, voorzien van goede isolatie, dubbel glas en badkamers met een douche en doortrektoilet. De Deense woningen hadden zelfs centrale verwarming – dat hadden de meeste Nederlandse huizen in die tijd niet.

Janny Lock (76) woonde van 1999 tot 2008 in een Noorse geschenkwoning in het Brabantse Raamsdonksveer. De woning zou worden gesloopt vanwege boktor; samen met een lokale historische vereniging heeft ze het huis van de ondergang kunnen redden. Nu staat het als een museumwoning in het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem. „Ik ruik het nog als ik eraan denk, die geur van hout als je binnenkwam. Sommige eerste bewoners stonden huiverig tegenover de geschenkwoningen en associeerden hout met een bouwkeet of schaftwagen. Maar al snel wilden ze nooit meer ergens anders wonen. Hout geeft zo’n warme en knusse sfeer.” Met weemoed denkt Lock terug aan haar grote keuken en tuin van vierhonderd vierkante meter „En dan die dubbele beglazing avant la lettre, bestaande uit een buiten- en binnenraam! Die Noren wisten wel raad met strenge winters.”

Straataanzicht van het ensemble van zes vrijstaande Noorse woningen in Hansweert (gemeente Reimerswaal).

Herinneringen aan de schenklanden

Noorwegen schonk de meeste woningen, 326 in totaal. De Zweden schonken er 230, Oostenrijk 206, Denemarken 72, Finland 15 en Frankrijk 1. Bij of in de woningen werden herinneringen aan de schenklanden geplaatst. De Noorse woningen kregen bijvoorbeeld de naam van een Noorse stad, een ingelijste foto van een stad of natuurgebied en een berk, die symbool staat voor het land. In de Finse woningen werden aquarellen van Finse kunstenaars gehangen. Het verhaal gaat dat de foto’s en kunstwerken de woningen in elk geval de eerste tien jaar niet mochten verlaten.

De Oostenrijkse geschenkwoningen waren extra bijzonder. „Deze gelijkvloerse houten zomerwoningen waren specifiek bestemd voor het bijzonder zwaar getroffen Schouwen-Duiveland”, zegt RCE-specialist Kok. In eerste instantie dienden ze als noodhuisvesting, maar het idee was vanaf het begin om er later vakantiewoningen van te maken en het toerisme een boost te geven. Stichting Renesse verzorgde vanaf de jaren zeventig de verhuur, een organisatie die later de drijvende kracht zou worden achter Concert at Sea. Zo zorgden de geschenkwoningen ook voor de economische wederopbouw van het Zeeuwse eiland

Nationale betrokkenheid

Nationaal was de betrokkenheid niet minder groot. Het Nederlandse Centraal Bureau Tuinbouwveilingen schonk tien Oostenrijkse woningen die de organisatie na de Tweede Wereldoorlog had gekregen. Een groep boeren uit Noord-Holland had geld bijeengebracht voor een dorpshuis in het Zeeuwse Scherpenisse, vanaf vandaag óók een rijksmonument. Dit Holland Huis, gebouwd in 1956, is officieel geen geschenkwoning, maar heeft toch een bijzondere status gekregen omdat het een belangrijke culturele plek voor de lokale gemeenschap was en nog steeds is.

„Waar denk je nog aan de Watersnoodramp?”, besluit Kok. „Bij gedenktekens en het Watersnoodmuseum, natuurlijk, maar in ons dagelijkse leven is die ramp aanwezig in de geschenkwoningen en het Holland Huis. Ze houden een gevoel in stand van veerkracht en solidariteit, waaruit we misschien wel lering kunnen trekken. En ze laten zien dat erfgoed veel meer omvat dan kerken, kastelen en landgoederen. Ook de op het eerste oog bescheiden monumenten dragen bijzondere verhalen bij zich en hebben daarmee een schakelfunctie – ze verknopen ons verleden én onze toekomst.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next