Jochem de Groot | Ex-lobbyist Microsoft Microsoft benadert landen alsof die hun natuurlijke partner zijn. Nederland is gevoelig voor deze benadering en voert ongewild de agenda van Microsoft uit. Inmiddels behoort het tot de beste Microsoftklanten wereldwijd. „We zijn mentaal gekoloniseerd.”
Het datacenter AMS van Microsoft in Middenmeer.
Jochem de Groot werkte acht jaar als lobbyist voor Microsoft in Nederland. Dat voelde als een vanzelfsprekend vervolg op zijn jaren als diplomaat voor het ministerie van Buitenlandse Zaken. Want Microsoft is een geopolitieke speler. Het bedrijf kan voor regeringen aan weten te voelen als een natuurlijke partner, door de nadruk te leggen op onderwerpen die overheden belangrijk vinden. Zoals cyberveiligheid en privacy.
In Nederland is die aanpak bijzonder effectief gebleken, laat De Groot zien in zijn boek dat binnenkort verschijnt. Nederland maakt zich de afgelopen decennia hard voor een open internet en een kleine rol voor de overheid in de virtuele wereld. Dat viel prachtig samen met wat Microsoft uitdraagt. En met de commerciële belangen van het bedrijf.
In Kolonisten van de Cloud doet De Groot, die tegenwoordig lobbyt namens de branchevereniging van Nederlandse techbedrijven, geen onthullingen over overheidscontracten met Microsoft of onderhandse deals over de bouw van datacentra. Hij probeert vooral het geraffineerde spel van beïnvloeding te laten zien door een bedrijf dat zó groot, machtig en rijk is dat het moeilijk is er tegenin te gaan.
Jochem de Groot (1980) werkte op het ministerie van Buitenlandse Zaken op de afdeling mensenrechten en internet. Van 2013 tot 2021 was hij director corporate affairs voor Microsoft in Nederland. Aansluitend ging hij voor Philips werken. Inmiddels is hij lobbyist voor de brancheorganisatie van Nederlandse techbedrijven, NLDigital. Daarnaast is hij actief bij de Atlantische Commissie en de Adviesraad Internationale Vraagstukken. Op 20 november verschijnt bij De Bezige Bij zijn boek ‘Kolonisten van de Cloud. Over techlobbyisten in de geopolitieke machtsstrijd.
„Nederland is relatief vroeg betrokken geweest bij de ontwikkeling van het internet. Hier zit een van de eerste internetknooppunten ter wereld. En we zijn trans-Atlantisch. We kijken naar de Verenigde Staten en zijn geneigd technologie snel te omarmen en te importeren. Dat maakt Nederland een logische basis voor buitenlandse technologiebedrijven die nieuwe markten willen veroveren. Er is hier dan ook al sinds 1987 een Microsoft-kantoor.
„Dat heeft de Nederlandse economie geen windeieren gelegd. Maar we zijn tegelijk gaan geloven in de visie op technologie die met name Amerikaanse bedrijven ons hebben aangereikt. Met als uitgangspunt dat je voor elk probleem een technologische oplossing kunt verzinnen.
„We zijn mentaal gekoloniseerd. Microsoft heeft die beïnvloeding geperfectioneerd. Het bedrijf is een geopolitieke actor, die zich ook als een natiestaat gedraagt, met vertegenwoordigingen bij internationale organisaties en bazen die als een soort ministers van Buitenlandse Zaken de hele wereld over vliegen. En door overal ter wereld lobbyisten zoals ik in te zetten, vergelijkbaar met lokale ambassadeurs.”
„Geen land ter wereld weet zoveel over cyberdreiging als ‘niet-land’ Microsoft, omdat het overal aanwezig is. Alle informatie komt samen op het hoofdkantoor in [het Amerikaanse] Redmond. Als land ben je daar ook voor de beveiliging van cruciale infrastructuur van afhankelijk.
„Microsoft heeft veel invloed op hoe standaarden voor digitale producten worden vastgesteld. Het heeft ook initiatief genomen om veiligheidsnormen op te stellen voor cyberspace. Bedrijven die zich bij die afspraken aansluiten, laten zich bijvoorbeeld niet inhuren om belangrijke infrastructuur en ziekenhuizen aan te vallen. Dat is goed, maar zulke niet-verplichtende normen leiden ook af van het vastleggen van harde verplichtingen in wetgeving, waarbij bijvoorbeeld meer verantwoordelijkheid voor cyberveiligheid bij bedrijven wordt gelegd.
„Om dat te bereiken, gebruiken ze hun soft power en regeringen zoals die in Nederland. Vanuit het hoofdkantoor wordt gekeken welke landen vatbaar zijn voor de ideeën van Microsoft. Er ontstaat een soort rituele dans en vervolgens neemt Nederland het initiatief voor een conferentie over internationale cybernormen. Dat is een voorbeeld van een samenwerking tussen een natiestaat en een niet-natiestaat.”
„Er zit een grote tegenstrijdigheid. Aan de ene kant werk je diplomatiek samen met een land, de Verenigde Staten, om internetvrijheid te bevorderen, met open, niet-gereguleerde netwerken. Dat draaide om mensenrechten, vrijheid van meningsuiting. Maar daarnaast stond steeds de koopman, het commerciële belang. Het Nederlandse beleid was dat we ons als handelsland extreem open moesten stellen voor buitenlandse technologie. En de kern van het Amerikaanse beleid is het internet open houden om de eigen bedrijven wereldwijd ruim baan te geven. Intussen word je steeds afhankelijker van de digitale producten uit de VS.”
„Dat ‘laten gebruiken’ impliceert dat je voor een karretje bent gespannen. Ik denk niet dat het zo werd ervaren, maar wel dat het de praktijk was.
„In Nederland was er veel politieke aandacht voor een open internet. Er werd ook sterk geloofd in de democratiserende kracht van sociale media. Dat maakte het een hele natuurlijke partner voor het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. De contouren van de door Nederland opgezette internationale coalitie voor internetvrijheid zijn door Amerika bepaald.”
„Ik zal daar zo op ingaan, maar wil eerst benadrukken dat je niet weerloos bent als klein land. Een kleine groep ambtenaren in Nederland beet zich vast in de vraag of de contracten met Microsoft wel in overeenstemming waren met de privacywet en heeft aanpassingen afgedwongen. Dat werd de standaard voor heel Europa. Dat is een inspirerend voorbeeld.
„Er is de afgelopen tien jaar gepoogd internationaal regels te ontwikkelen die bepalen welke data waar worden opgeslagen. En wat dat betekent. Wanneer werk je met die data wel of niet mee aan een bepaalde militaire operatie? Van de Big Tech-bedrijven was Microsoft het meest betrokken bij de totstandkoming van die regels.”
„Goede vraag. Daar heb ik me niet in verdiept. Ik heb wel overwogen een hoofdstuk te schrijven over hoe Microsoft technologie levert aan Israël. Maar ik wilde focussen op waar ik zelf bij betrokken was.”
„We weten, zo staat het in alle contracten, dat daar servers draaien voor een gigantische regio: Europa, Midden-Oosten en Afrika. Dat betekent per definitie dat je ook afnemers hebt die diensten verlenen aan overheden die verder van ons afstaan qua morele of ethische overwegingen.”
„Dat moet je genuanceerd zien. Moet je een bedrijf in den brede uitsluiten als het op één vlak mogelijk medeplichtig is aan onderdrukking via technologie? Als je dat bij Microsoft wilt doen, flikkert de hele Nederlandse economie in elkaar. Maar je kunt natuurlijk wel proberen druk op het bedrijf uit te oefenen.”
„Nee, dat zeg ik niet. Sterker nog: terwijl ik bij Microsoft werkte, was er een soort opstand onder het personeel omdat het vermoeden was dat gezichtsherkenningstechnologie van Microsoft werd gebruikt om kinderen uit Mexico in kooien op te sluiten. Dat bleek niet te kloppen, maar daar moest het bedrijf toen een positie over innemen.”
„Vrijwel altijd, maar niet áltijd. Die gezichtsherkenningstechnologie wilden ze niet leveren. Daar nam Microsoft de vlucht naar voren en ging pleiten voor wetgeving om dit te reguleren.”
„Microsoft wilde de concurrentie niet wakker maken met informatie over hoeveel ze daar uitgaven en hoe groot het werd. Maar intussen ging er een gure wind waaien in de polder. Omwonenden en de gemeenteraad waren minder blij met zo’n gigantisch datacenter. Ik vond het heel moeilijk dat over te brengen op het hoofdkantoor in Redmond. De tak die infrastructuur en datacenters bouwt was eraan gewend bijna letterlijk met een rode loper te worden ontvangen als ze ergens een grote investering kwamen doen.
„In die periode ontstond voor mij ook een soort wroeging. Ik ging inzien wat een ongelijke strijd het was. Aan de ene kant de lokale weerstand. En aan de andere kant het eenrichtingsverkeer vanuit het hoofdkantoor dat maar doordendert.”
„Het is voor een concern als Microsoft nuttig om op Nederland te letten. De situatie hier kan dienen als kanarie in de kolenmijn, met een signaalfunctie voor aanstaande veranderingen.”
„De nadruk in het debat komt steeds meer te liggen op autonomie en soevereiniteit. Nederland heeft – in de schaduw van het VK – altijd ruim baan gegeven aan digitale innovatie en het tegengaan van regelgeving. Sinds de Brexit is er een heroriëntering gaande. Eerst nam Nederland het initiatief voor een coalitie tegen de Franse agenda van meer industriepolitiek en protectionisme, de D9+, waaraan een aantal kleinere Europese landen deelnemen. Maar de wind draait.”
„Nee. Microsoft en ook andere techbedrijven bewegen mee. Bijvoorbeeld door klanten meer keuzevrijheid en encryptie te bieden. Ze bieden zich steeds meer aan als een hybride partner die de technologische kant niet overneemt met één panklare oplossing, maar die ervoor zorgt dat ze iets bieden dat past bij de wens van een klant.”
„Nee. Dat is een mooi streven, maar niet haalbaar. We zijn zó afhankelijk geworden van Microsoft dat het naïef is te denken dat we daar zomaar van af kunnen komen.”
„Het Strafhof is een relatief kleine organisatie. Die zijn wendbaarder. En het is onder druk gezet door het Witte Huis omdat ze achter Netanyahu aangingen. De overheden van Nederland zitten al jarenlang in het Microsoft-ecosysteem. Daaruit loskomen is gewoon niet 1, 2, 3 gebeurd.”
„Ik wilde laten zien hoe Microsoft het lobbyen tot een kunst heeft verheven. Daarover ben ik zowel kritisch als bewonderend. En ik laat zien dat het in Nederland ontbreekt aan een digitale ziel, aan een eigen visie op wat we met technologie willen.
„Microsoft is ook zo invloedrijk omdat het een verhaal vertelt waar de Haagse politieke elite enorm ontvankelijk voor is. Maar we moeten in Nederland zelf nadenken over de richting van het beleid, waarbij digitalisering een middel is, geen doel.”
„Ja, en minder Amazon, Google en Meta. Tegelijk moet je realistisch zijn. Frankrijk wil de eigen cloudleveranciers laten groeien. Nederland is een klein land. Je kunt hier niet snel een nationale kampioen bouwen die kan wedijveren met de kwaliteit van Amerikaanse producten.”
„Bedrijven onderzoeken die mogelijkheid wel, maar wat de Fransen bieden is nog niet goed genoeg. Keuzevrijheid is heel belangrijk voor bedrijven. Je moet ook economisch relevant blijven.”
„Door aan de ene kant je afhankelijkheid af te bouwen en aan de andere te investeren in alternatieven. Subsidiëren, zoals je nu met AI ziet gebeuren.”
„Ehhh, ja. Ik zou zeggen: praat minder met Microsoft en andere Amerikaanse lobbyisten. Want we hebben in Nederland best ideeën, maar die worden niet gehoord.”
(lacht). „Ja, eigenlijk wel.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren
Source: NRC