Home

Waarom is ‘leuk-leuk’ leuker dan ‘leuk’?

Durf te vragen Iemand met rood-rood haar drinkt koffie-koffie. Wat betekent dat?

Je hoort het steeds vaker, vooral onder jonge mensen: door een woord simpelweg te herhalen geven ze aan dat woord een andere betekenisnuance. Hoe kan dat?

Bijvoorbeeld, een vrouw vertelt dat ze een man heeft ontmoet die ze „leuk” vindt. Daarop vraagt haar vriendin: „Bedoel je leuk of leuk-leuk?” ‘Leuk’ kan van alles zijn: van ‘ach, wel leuk’ tot ‘echt heel leuk’. ‘Leuk-leuk’ betekent alleen dat laatste, met hier vermoedelijk als ondertoon: leuk genoeg om iets mee te beginnen.

Verdubbel je een woord ‘X’ tot ‘X-X’, dan betekent het resultaat zoiets als ‘echt heel X’ of ‘typisch X’. Een ‘student-student’ studeert niet zomaar (zoals iedere ‘student’) maar gedráágt zich ook als het prototype van een student: hij of zij woont op kamers en geniet volop van het studentenleven. En ‘koffie-koffie’ is: koffie zoals koffie moet zijn. Afhankelijk van wie het zegt betekent dat: espresso of juist filterkoffie, en in ieder geval géén decafé, want dat is nep-koffie.

Volgens Geert Booij, emeritus hoogleraar en gespecialiseerd in woordstructuur en woordvorming, komen verdubbelingen wereldwijd heel veel voor in talen. „Maar juist hier in Europa, in de Germaanse en Romaanse talen, komt het maar weinig voor.”

Je zou denken dat het zo werkt: je herhaalt een woord, je zegt het en daarna zeg je het nog een keer. Maar zo zitten deze verdubbelingen niet in elkaar. Het is niet zo dat de eerste helft gevolgd wordt door de tweede helft, maar andersom: het tweede deel is de kern van het woord en het eerste deel wordt er vervolgens aan toegevoegd, ervóór gezet, met alle gevolgen van dien voor de betekenis.

Inperken en aanscherpen

Dat het zo werkt zie je bijvoorbeeld in dit zinnetje: „Mijn haar is niet echt rood-rood, maar rossig rood.” Een zin met drie keer ‘rood’ erin. Het tweede en het derde ‘rood’ verwijzen naar alles wat je rood mag noemen tussen oranje en paars. Maar het eerste ‘rood’ verwijst naar protypisch rood, dat wil zeggen: vuurrood. Booij formuleert het zo: „In rood-rood is het eerste ‘rood’ een nadere bepaling bij het tweede ‘rood’.”

In ‘student-student’ werkt het ook zo. Net als in bijvoorbeeld ‘wiskundestudent’ is het tweede deel de kern van het woord en zorgt het eerste deel ervoor dat de betekenis van dat woord flink wordt ingeperkt en aangescherpt. Anders gezegd: binnen de (grote) verzameling van ‘studenten’ zijn ‘wiskundestudenten’ en ‘student-studenten’ (kleinere) deelverzamelingen.

Verdubbelingen maken gebruik van het feit dat je woorden altijd in verschillende betekenisnuances kunt gebruiken: een algemene, brede betekenis, dan wel een heel specifieke, prototypische betekenis. Een in taalkundige kringen bekend voorbeeld daarvan vind je in deze uitspraak: „De merel en de pinguïn zijn allebei vogels. Maar een merel is méér ‘vogel’ dan een pinguïn.” Want de merel (die vliegt en zingt) is een prototypische vogel, en de pinguïn niet.

Verdubbelingen als ‘rood-rood’ en ‘student-student’ kom je ook tegen in het Engels en het Duits, vertelt Booij. We mogen dus spreken van een internationaal verschijnsel. Vier Amerikaanse taalkundigen schreven er in 2004 al eens een inmiddels befaamd artikel over, met als titel The salad-salad paper. Want in de VS schijnen ze een onderscheid te kennen tussen een ‘salad’ en een ‘salad-salad’.

In Nederland wordt de verdubbeling ook vaak met een dwarsstreepje geschreven: ‘leuk-leuk’. Booij denkt dat er nog geen officiële spellingsregel voor bestaat, want dan zou de spellingscommissie zich er eerst over moeten buigen. Op het internet kom je nu ook de spellingen ‘leukleuk’ en ‘leuk leuk’ tegen.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next