Aanslagen Parijs en Saint-Denis Alle Parijzenaren, en misschien wel alle Fransen, zijn getekend door het geweld dat de Franse hoofdstad tien jaar geleden raakte. „Dit is de 9/11 van Frankrijk.”
Op de Place de la République in het hart van Parijs ligt een steeds verder uitdijende zee van bloemen, kaarsjes, gedichtjes en kinderentekeningen.
Het is niet vaak stil op het Place de la République in het hart van Parijs. Hoe vaak vulde dit plein zich niet met hordes woedende demonstranten. Met uitzinnige voetbalfans. Of gewoon met wandelaars en fietsers die dag en nacht kriskras over de grijze stenen steken terwijl de wegen eromheen kolken door een ogenschijnlijk eindeloze stroom auto’s.
Maar donderdag is het er opvallend stil. De autowegen rondom het plein zijn afgezet – zwaarbewapende gendarmes houden de wacht. De enkele honderden mensen op het plein zijn stil of praten op zachte toon. Het geratel van een jongen die met een skateboard over de stenen rijdt, is op honderden meters afstand te horen. Veel ogen zijn gericht op een groot scherm waarop live te volgen is hoe president Emmanuel Macron op verschillende plekken in de stad kransen neerlegt. En op de steeds verder uitdijende zee van bloemen, kaarsjes, gedichtjes en kinderentekeningen rondom het standbeeld midden op het plein.
Parijs herdenkt de dodelijkste aanslagen ooit op Frans grondgebied. Precies tien jaar geleden, 13 november 2015, vermoordden terroristen van terreurgroep Islamitische Staat bij vijf Parijse cafés, het poppodium Bataclan en bij het voetbalstadion Stade de France in de voorstad Saint-Denis in totaal 132 mensen. Honderden anderen raakten gewond, nog veel meer getraumatiseerd.
Alle Parijzenaren, en misschien wel alle Fransen, zijn getekend door het geweld. „Dit is de 9/11 van Frankrijk”, zegt de 15-jarige scholier Anton (zijn achternaam wordt niet genoemd omdat hij minderjarig is), die met een vriend naar het Place de la République is gekomen „uit nieuwsgierigheid en om eer te betuigen”. Hij was vijf toen de aanslagen plaatsvonden. „Mijn ouders vertelden me dat er iets heel ergs was gebeurd, maar ik was te jong om te beseffen wat het betekende”, zegt Anton. Dat kwam later: „Op school hebben we geleerd dat dit onderdeel is van onze geschiedenis. En van ons heden: we weten dat het opnieuw kan gebeuren.”
De Franse president Emmanuel Macron legt donderdag op verschillende plekken in de stad kransen neer.
Dit zeggen ook andere aanwezigen. De 67-jarige gepensioneerde Isabelle Rameau, die met tranen in haar ogen kijkt hoe steeds meer mensen bloemen neerleggen bij het monument, zegt dat ze „natuurlijk bang is dat het opnieuw gebeurt”. „Ik woon zelf op het platteland, maar mijn kinderen en kleinkinderen wonen in Parijs. Ik weet dat de politie en de veiligheidsdiensten geweldig werk doen, maar toch ben ik bang voor hen, voor alle Parijzenaren, voor Frankrijk.” Haar dochter, de 37-jarige kok Juliette Rameau, voegt toe dat „er altijd idioten zullen zijn die het willen proberen”.
De angst is niet ongegrond: Frankrijk is een favoriet doelwit voor jihadistische terreur en de terrorismedreiging is op het hoogste niveau – alleen al in 2025 werden zes aanslagen verijdeld. Het verklaart de enorme politieaanwezigheid bij de herdenkingen op de verschillende aanslaglocaties. Een verschil met 2015 is dat de dreiging minder direct komt van terreurorganisaties als Islamitische Staat, dat na de implosie van zijn zelf uitgeroepen kalifaat in 2019 aan macht inbond, en vaker van (vaak zeer jonge) individuen die in hun eentje besluiten een aanslag te plegen.
En dus passen Parijzenaren zich aan. Anton vertelt dat hij op school meermaals terreuroefeningen moest doen. Rameau zegt dat haar tweede dochter uit veiligheidsoverwegingen Parijs liever met de fiets doorkruist dan met de metro. De 57-jarige secretaresse Aurélie Oba zegt midden op het Place de la République dat ze net nog tegen haar zoon Tony Ebondzi (40) zei dat „we wel moeten uitkijken, want grote groepen mensen in een openbare ruimte vormen een doelwit”. „Ik ben steeds aan het scannen of ik geen verdachte gebaren of bewegingen zie.”
Maar zoals deze dagen op posters in de hele stad te lezen is, is het devies van Parijs fluctuat nec mergitur: zij wordt door de golven geteisterd, maar zinkt niet. „Na de aanslagen ging ik een tijdje niet naar terrassen”, vertelt de 26-jarige innovatie-expert in de gezondheidszorg Célestin Garcelon. „Maar over dat soort dingen denk ik inmiddels niet meer na.” Scholier Anton zegt dat er ondanks de terreurdreiging niets is wat hij laat. „Je weet toch nooit wanneer het kan gebeuren. En als er iets gebeurt, kun je niks doen”, zegt hij schouderophalend. „We kunnen ook niet ons hele leven verdrietig zijn.”
Rameau vertelt dat haar dochter enkele jaren na de aanslagen verhuisde naar de Rue Bichat, de straat waar tien jaar geleden vijftien doden vielen toen de terroristen het vuur openden op café Le Carillon en restaurant Le Petit Cambodge. „Ze dacht er niet eens over na, het was gewoon een mooi appartement”, zegt ze. „Het is de menselijke natuur. We maken vreselijke dingen mee, maar stoppen niet met leven.”
’s Avonds komen slachtoffers en politici een laatste keer samen voor het emotionele sluitstuk van de herdenkingsdag, bij de ondanks geopende jardin mémoriel nabij het stadhuis.
De vader van een in het Bataclan vermoorde zoon vertelt over hoe zijn „wonden zijn geheeld, maar de littekens bleven”. Een overlevende roept op „aimons-nous” – laten we van elkaar houden. Politici spreken. Alle namen van de 132 dodelijke slachtoffers worden opgelezen – het duurt ruim een kwartier. Een band speelt zachte rockmuziek. Er worden gedichten gelezen, liederen gezongen.
Op het Place de la République is ook deze ceremonie – de uitgebreidste ooit sinds 2015 – te volgen. Het plein vult zich in de loop van de avond steeds verder. Parijzenaren nemen geduldig plaats in de lange rijen om het plein op te komen, laten zich gewillig fouilleren. Soms wordt er geklapt. Zacht wordt er gehuild. Verder blijft het oorverdovend stil in het hart van Parijs.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC