Marco Gerris doet alles op inlineskates, van choreograferen tot trouwen. Voor zijn bruisende voorstellingen waarin hij straatcultuur naar de schouwburg brengt, won hij de prestigieuze Johannes Vermeerprijs. ‘Ik kan als maker uit de bocht vliegen.’
schrijft voor de Volkskrant over dans en (circus)theater.
Hij twijfelt of hij maandagavond op skates naar de Nieuwe Kerk in Den Haag gaat, om uit handen van de demissionair minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de prestigieuze Johannes Vermeerprijs (€ 100.000) in ontvangst te nemen. Marco Gerris (50), geboren op de Filipijnen, opgegroeid in België en in Nederland, uitgegroeid tot choreografisch boegbeeld van een bruisende, straatwijze podiumcultuur, doet alles op inlineskates: zich voortbewegen, choreograferen, stunts, reizen en trouwen (met de Zweeds-Nederlandse luchtacrobaat Micka Karlsson). Al bekent hij in het thuishonk van zijn Amsterdamse dansgezelschap – een afgeleefde gymzaal – dat hij onlangs op een Australische rots zijn allerlaatste salto heeft gedaan, tijdens de internationale tournee van zijn bejubelde voorstelling Elements of Freestyle (2017-2025). ‘Ik ben 50. Ik wil de goden niet verzoeken.’
Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
De oprichter en artistiek leider van het 25-jarige ISH Dance Collective is de eerste choreograaf die deze in 2008 ingestelde, prestigieuze staatsprijs voor de kunsten krijgt uitgereikt. Gerris treedt toe tot een illuster gezelschap met laureaten als schrijver Arnon Grunberg, architect Rem Koolhaas, fotograaf Rineke Dijkstra, operaregisseur Pierre Audi, regisseur Ivo van Hove en kunstenaar Marlene Dumas. ‘Ze zeiden dat ik grootmeester Hans van Manen nipt achter mij liet. Bizar om daarmee te worden vergeleken.’
Vijf jaar geleden ontving Gerris ook de Prins Bernhard Cultuurfonds Oeuvreprijs (€ 150.000), omdat hij met hiphop, breakdance, human beatboxing, skatedans, parkour, bal- en wielsporten de straatcultuur succesvol naar het theaterpodium brengt. Vorig jaar won hij de Zwaan voor meest indrukwekkende dansproductie voor Rhythm & Flow (2024), een voorstelling vol muzikaal uitzwermende breakdancers, freerunners en paaldansers. Grote kunstprijzen dus. Terwijl hij zelf twee keer van een kunstvakopleiding werd getrapt: te koppig en eigenwijs. ‘Ik match niet met strakke schoolsystemen.’
Een keer ging hij onderuit, in 2008, toen het ISH opleidingsinstituut, bedoeld voor jongeren zonder diploma, door zakelijk mismanagement failliet ging. Maar met diezelfde eigenwijsheid wist Gerris het gezelschap ISH een doorstart te bezorgen. ‘Mijn eerste grote leermoment.’ Zijn tweede? ‘Toen ik mensen ontmoette die wilden meeliften op de vibe van ISH, maar misbruik maakten van ons succes.’ Dan, snel: ‘Ik ken gelukkig veel meer ups dan downs. Ik kan slecht tegen onrecht maar bestrijd dat met enorme levenslust.’
Die levensvreugd dankt Gerris allereerst aan zijn warme Vlaamse ouders, nu beiden tachtig. Na de geboorte van hun biologische zoon adopteerden ze Gerris uit de Filipijnen en drie dochters uit respectievelijk Zuid-Korea, Frankrijk en België. Lachend: ‘Een United Colours of Benetton-gezin in Brasschaat.’ In 2004, tijdens een rondreis met Micka door de Filipijnen, bezocht hij in de sloppenwijken van Cebu City het weeshuis waar hij zijn eerste drie levensjaren doorbracht als Valentino Libunao Resumadero. ‘Een zuster vond een dossier waaruit bleek dat ik het gevolg ben van een buitenechtelijke affaire. Die start heeft mij nooit belemmerd. Ik heb in Vlaanderen een zorgeloze jeugd gehad.’
Gerris valt even stil. ‘Ik dank die levenslust ook aan drie vriendinnen uit mijn middelbareschooltijd. Eind jaren tachtig raakten ze afzonderlijk van elkaar vermist. Pas maanden later werden ze vermoord teruggevonden. Door het besef dat het zo, poef, afgelopen kon zijn, besloot ik het leven voor altijd te vieren.’
Van zijn ouders – zijn moeder runde het gezin, zijn vader was hoofdlaborant bij BASF – mocht hij naast de vrije school alles uitproberen: saxofoon, viool, voetbal, judo, hockey, rollerdisco. ‘Ik was overal goed in, maar ook snel verveeld.’ Na een jaar toneelschool, een jaar pabo en een jaar dansopleiding, deed hij auditie voor de Nederlandse musical Eindeloos! (1997). In de trein naar Amsterdam vroeg hij willekeurige reizigers te helpen bij het instuderen van auditiedialogen. ‘Ik kreeg de rol door een skatesolo te doen.’
Gerris verhuisde naar een kamertje nabij het Vondelpark en ontdekte daar de levendige straatcultuur. In 2000 startte hij ISH, vernoemd naar stylish, ‘achtig’, een werkwijze om overal iets vandaan te plukken. Inmiddels combineert Gerris hiphop, breakdance, paaldans, parkour, circus, sport en acrobatiek met opera, ballet, klassieke muziek en toneel. ‘Ik ben geen intellectuele dude die boeken verslindt of politieke statements maakt. Ik ben een skater die overal doorheen navigeert.’ Daarom zet hij zijn skates bovenaan zijn lijstje inspiratiebronnen. O, en mocht prinses Amalia zin hebben in een chique uitreiking, welkom; Gerris verzamelt selfies met koninklijke hoogheden. Haar ouders en oma heeft hij al. ‘En als de Belgische koning en zijn vrouw ook willen, is dat extra gezellig voor mijn ouders.’
‘Mijn drie zussen deden vroeger aan kunstrolschaatsen. Pirouettes draaien in paillettenpakken. Ik hing daar graag rond. Iemand zette mij ook op wieltjes. Op mijn 12de werd ik Belgisch kampioen kunstrolschaatsen. We waren maar met een paar jongens, haha. Toen ik die glitterkostuums in de rollerdisco zat was, kocht ik mijn eerste inlineskates. Het voelde zo natuurlijk, alsof ik daarop was geboren.
‘Ik ben een freestyler, ik doe geen draaistunts op halfpipes. Ik heb hoogtevrees. Gelukkig heb ik nooit iets gebroken. Eind jaren negentig belandde ik in het Vondelpark in Amsterdam, het mekka van de skatescene. Ik kreeg er direct honderd vrienden bij. Slalommen om flesjes, surfstands en sprongen maken. In 1998 ontdekte ik via een sponsorcontract bij Rollerblade nieuwe urban skates met verbazingwekkend dikke wieltjes. In 1999 werd ik Nederlands kampioen Freestyle Skaten. Met Eugenio Kuipers en Ken Srisanghkhan vormde ik het Freestyle Demo Team. We toerden door Europa met een show waarbij we overal slalomden en over toeschouwers heen vlogen. Tijdens onze Disco Tour door Italië reden ze ons met limousines naar strandclubs. We werden zelfs beveiligd door bodyguards.’
‘Van mijn kamertje driehoog ging ik iedere dag naar onze achtertuin, het Vondelpark, toen dé hangplek voor alles op wieltjes. Inlineskating was booming. Met onze groep de Vondelbladers bedachten we de Friday Night Skate; de snelste skater zette de route uit. Het Vondelpark was toen minder aangeharkt dan nu. Achterin lag het beste asfalt. Daar heb ik alles geleerd: nieuwe skateroutines, frisbeeën, jongleren, martial arts, straatvoetbal, hacky sacken met van die met rijst gevulde balletjes. Al die passies kwamen daar naadloos samen. Die vibe van het Vondelpark heb ik later met vrienden naar het theater gebracht. Zo begon ISH. Al was het even wennen: een podium is kleiner dan een park. Jerry Bekkers, een oldskool inlineskater, ontwierp speciale halfpipes voor op toneel. Wereldkampioen en Triple Crown-winnaar Sven Boekhorst ging meedoen. Met 4-ISH braken we in 2006 door op Broadway, Hyper-ISH stond daar in 2012 en 2013 ook. Blijft magisch: van Vondelpark naar Broadway. En die parkvriendschap is er nog steeds.’
‘Voor een voetbalwedstrijd met Messi blijf ik wakker. Ik wil alles van hem zien. Hij is mijn idool, een natuurtalent, bij hem gebeurt er iets magisch als hij dribbelt, een assist geeft of razendsnel wegdraait van de tegenstander, als danser van topniveau. Zijn spel is kunst, ik kan dat urenlang analyseren. Messi is de meest gedecoreerde voetballer aller tijden, heeft alles gewonnen, al liet de wereldbeker met Argentinië op zich wachten. Zijn oma stuurde hem als 5-jarig wonderkind in een te groot shirt het veld op; zij geloofde in zijn talent en overtuigde zijn ouders voetbalschoenen te kopen. Ze overleed toen hij 11 was. Messi eert haar nog altijd bij elk doelpunt. Mooi hoe hij mensen aanmoedigt hun dromen en passies te volgen omdat er meer is in het leven dan winnen en verliezen. Ik heb een shirt gekocht toen hij bij Barcelona speelde. Ik hou van voetbal, ga graag naar Ajax. Als kind was ik er goed in, ik ben nog gescout in België, maar mijn ouders geloofden er niet zo in. Nu doe ik soms nog mee met freestyle voetballers.’
‘Hoe Quentin Tarantino geweld expliciet verbeeldt in films als Reservoir Dogs (1992), Pulp Fiction (1994) en Kill Bill Volume 1 en 2 (2003/2004) is revolutionair. Ik hou van film en ben niet vies van commerciële Hollywood-effecten. Maar wat mij vooral fascineert zijn de verrassingselementen die hij inbouwt in stijl en enscenering. Iets begint als roadtrip en verandert in vampierfilm. Ik ben visueel ingesteld en bestudeer graag hoe hij dat doet. Ik gebruikte de manier waarop hij actie en schaduwen inzet in 2021 in de voorstelling Knock-Out, onze coproductie met de groep van mijn soulmate Jakop Ahlbom. In maart maken we samen een nieuwe actiekomedie: A Fine Mess. Daarin raken een jonge vrouw, haar broer en hun zieke moeder verstrikt in een spiraal van armoede. Wat begint met een greep in de kas van een tankstation mondt uit in explosies en verraad. Omverblazen, in de geest van Tarantino, dat wil ik stiekem graag ook op toneel.’
‘Toen ik op de vrije school zat in Brasschaat en Antwerpen, bezochten we veel kerken, kathedralen en musea. Ik vond al die abstracte en surrealistische kunst fantastisch. Salvador Dalí, Pablo Picasso, Joan Miró, Wassily Kandinsky. Tijdens een schoolreis naar Spanje gingen we naar het museum van Dalí in Figueres. Dat is gebouwd op de ruïnes van een verwoest theater. Die woonkamer waarbij de meubels een gezicht vormen en die surrealistisch overgroeide binnentuin met in het midden een oude Cadillac, geweldig! Dromerig en theatraal tegelijk. Een omgeving als een decor. We moesten als huiswerk die indrukken natekenen in een schriftje. Ik was een van de slechtste tekenaars van onze klas, maar dat schriftje heb ik altijd bewaard.’
‘Mijn grote droom was acteur worden en op toneel staan. Ik heb veel figuratie gedaan in de Bourlaschouwburg in Antwerpen, piepkleine rolletjes zoals een Romein die bij het vuur stond te koukleumen. Dan maakte iemand bezwaar omdat ik met een Aziatisch kleurtje een Romein stond te spelen. Maar de regisseur vond dat iedereen altijd alles kan spelen. Ik baalde toen ik van de toneelschool werd afgetrapt. Ben uit boosheid zelfs niet naar de evaluatie geweest. Later ontdekte ik dat je ook zonder tekst fantastisch theater kunt maken, zoals de brute totaalspektakels van het Catalaanse gezelschap La Fura dels Baus en het Argentijnse De La Guarda. Werd je met duizend toeschouwers alle kanten op gedreven omdat ze met stellages en piramides door de zaal banjerden. Of ze spleten het publiek in tweeën met lange hekken, alsof ze ter plekke de Berlijnse Muur optrokken. Massachoreografieën vol rumoer en provocatie, over de strijd tussen macht en vrijheid, individu en groep. Stond je na drie uur opgefokt en opgeladen weer buiten. Onvergetelijk.’
‘Wanneer mijn vader moe thuiskwam, ging hij bombastische klassieke muziek luisteren: Vivaldi, Mozart, Stravinsky. We mochten niet storen. En zeker geen ruzie maken. Het was zijn moment om ergens volledig in op te gaan. Zo’n zelfde zenmoment beleefde ik bij het zinderende concert van de Red Hot Chili Peppers in 1992, op Torhout Werchter. Ik had een nieuw lichtkleurig fleecevest aan, maar iedereen begon met modder te gooien. Ik was 17 en gaf me volledig over aan die funkrock. Net als een jaar eerder bij de Ramones op Pukkelpop. Een punkgroep die alles geeft wat een tiener nodig heeft. Nirvana trad toen ook op, Kurt Cobain ging er met gestrekt been in. Zo’n eerste festivalervaring blijft een openbaring.’
‘Ik heb nooit leren breaken. Ik zou alle hiphopgasten en hiphopmeiden willen noemen met wie ik werk. Ze kunnen zo geweldig en gecontroleerd breaken, jammen en battlen met vette bewegingen als popping, locking, power moves en freezes. Ieder in een eigen flow en stijl. De meesten zijn allround. Als topvoorbeeld pik ik een droom van een duet eruit, tussen mijn maten Shailesh Bahoran en Arnold Put, in de voorstelling This is ISH (2012). Zij hadden al eigen crews, zoals IRC en Come Correct, voordat The Ruggeds in Eindhoven begonnen en de HutleKidz in Rotterdam en Den Haag. Onnavolgbaar goed smolten ze die rauwe hiphopenergie om naar een aangrijpend podiumduet, zonder hun street credibility te verliezen. Ik heb legendarische battles gezien, in ijshockeyhallen voor duizend man, op een oude legerbasis tijdens Lord of the Floors in Seattle in 2001. Maar dit indringende duet van Shai en Arnold bezit in de kern alles wat ISH is en waarmee ik mensen wil raken.’
‘Ik heb fantastische zielsverwanten ontmoet tijdens samenwerkingen, juist met traditionele kunstdisciplines zoals klassiek ballet, muziek, mime, opera en theater. Grootheden als choreograaf Ernst Meisner van de Junior Company van Het Nationale Ballet, violist Candida Thompson van Amsterdam Sinfonietta, acteur en regisseur Titus Muizelaar, mimetheatermaker Jakop Ahlbom, dirigent Matthew Rowe van Het Balletorkest en Romain Bischoff van Silbersee geven mij allemaal iets anders vanuit de ongeschreven mindset van hun eigen vakgebied.
En het belangrijkste: we delen een ongebreidelde nieuwsgierigheid naar elkaars werk en aanpak. Het maken van een voorstelling met ISH past niet in een wet, methode of formule. Het is niet evident dat het gaat lukken. Je moet je openstellen, er moeite voor doen en op een gezamenlijk avontuur durven vertrouwen. Ik ben niet religieus. Ik doe niet aan meditatie en ik kan als maker uit de bocht vliegen. Maar samen iets verwezenlijken wat niemand verwacht, dat is mijn religie.’
23 april 1975 Geboren op de Filipijnen.
1978 Geadopteerd door zijn Belgische ouders.
1993 Herman Teirlinck Instituut, Antwerpen.
1994-1996 Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie, Lier.
1997 Debuut Nederlandse musical Eindeloos!
1997-1999 Danst op skates in voorstellingen AYA.
1999 Nederlands kampioen freestyle skaten, Liptonice, Inline Challenge, Zandvoort.
2000 Oprichting ISH, danst op skates bij Krisztina de Châtel.
2010 Maakt crossovers als Stormish: who the f*** ISHakespeare en MonteverdISH.
2010-2012 Jurylid televisietalentenjacht So You Think You Can Dance (Nederland en België).
2015 Jurylid televisieprogramma The Freestyle Games.
2017 Wint Zilveren Krekel met Elements of Freestyle.
2021 Sterrenregen voor Knock-Out met Jakop Ahlbom Company.
2022 Oeuvreprijs Prins Bernhard Cultuurfonds (€ 150.000)
2024 Wint Zwaan (VSCD Dansprijs) met Rhythm & Flow
2024 Jurylid finale televisieprogramma Projectdans
2025 Winnaar Johannes Vermeerprijs (€ 100.000), première THOR (8+) met Balletorkest
2026 A fine mess (12+) met Jakop Ahlbom Company, reprise GRIMM (8+) met Junior Company
Marco Gerris woont met zijn vrouw Micka Karlsson en hun 15-jarige zoon Kyano in Amsterdam.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant