Is The Let Them Theory een verkapte vrijbrief voor egoïsme? Láát anderen maar, betoogt de zelfhulpbijbel, je hebt toch geen invloed op ze. De Amerikaanse bestseller geeft moderne handen en voeten aan het stoïcisme en is ook in Nederland ongekend populair.
is redacteur van Volkskrant Magazine, ze maakt podcasts en schrijft geregeld essays en interviews.
Hoeveel makkelijker zou het leven zijn als je – excusez le mot – iets meer schijt hebt aan een ander? Als je nooit meer versteend op de bank hoeft te zitten na afloop van een borrel of babyshower, omdat je bang bent dat je iets stoms hebt gezegd? Als je niet langer probeert een compliment uit je moeder te persen en geen behoefte voelt om de levens van je kinderen te micromanagen?
Als je zonder gêne kunt meezingen met Laat me van Ramses Shaffy. En dan niet met dat passief-agressieve ondertoontje. Nee, je stem klinkt dit keer monter, opgetogen; leven en laten leven!
Een nieuw, gifgroen zelfhulpboek belooft dat nirwana. Het trekt mijn aandacht in boekwinkels en in volle treincoupés. Het duikt op in boekenkasten van vrienden. Het staat steevast hoog in de top tien van mijn boekwinkel. Op de cover staat in dikke, witte letters: Let them.
Laat ze toch! Laat die vrienden, buren, werkgevers en collega’s, kinderen, echtgenoten – laat ze vinden, voelen en doen wat ze zelf willen. Je hebt geen macht over anderen. De enige over wie je wel controle hebt, is jezelf. Focus op wat wel binnen je invloedssfeer ligt en vergeet de rest.
Dat is de bedwelmende boodschap van The Let Them Theory, geschreven door de Amerikaanse aanmoedigingsgoeroe Mel Robbins. En kennelijk hunkeren mensen naar dit advies, want het zelfhulpboek is verkrijgbaar in 64 talen en heeft sinds het in december vorig jaar uitkwam naar verluidt meer dan zeven miljoen exemplaren verkocht. Ook in Nederland slaat het boek aan: de vertaling haalde in februari dit jaar de nummer-1-positie op de bestseller 60-lijst. The Let Them Theory pingpongt sindsdien tussen verschillende noteringen hoog in die lijst en Marlies van accounting kan er niet over ophouden.
Uitgever Hans Koenen van Kosmos Uitgevers is er een beetje beduusd van: ‘Ik had dit nooit verwacht toen we de vertaalrechten kochten, want de vorige boeken van Mel Robbins waren geen bestsellers. Inmiddels zijn er honderdduizend exemplaren verkocht. Het is onze grootste titel en ook haar andere boeken liften mee op dat succes.’ Koenen kan zich slechts één ander zelfhulpboek herinneren dat beter verkocht in zo’n korte tijd in Nederland: de manifestatiebijbel The Secret uit 2006.
‘Ik denk dat Robbins de tijdgeest goed aanvoelt. Mensen voelen zich overbelast en overweldigd door werk en gezin, ze vergelijken zich voortdurend met anderen op sociale media. Ze heeft een sterke persoonlijkheid en kan toegankelijk en overtuigend schrijven. Je wil dit boek meteen aanraden aan mensen in je omgeving die zich altijd druk maken om de meningen van anderen.’
Nieuw zijn de inzichten van Robbins niet. The Let Them Theory is een meer op vrouwen gerichte tegenhanger van The Subtle Art of Not Giving a F*ck uit 2016, eveneens een wereldwijde bestseller. Beide boeken bouwen voort op de inzichten van het stoïcisme, de filosofische stroming uit de antieke oudheid die voorschrijft dat je de focus legt op je eigen handelen en denken, dat je het onvermijdelijke ten diepste accepteert.
Stoïcisme, dat doet denken aan boeddhisme, kent al jaren een heropleving – niet alleen in zelfhulpland, maar ook in de radicaal-rechtse uithoeken van het internet, waarover later meer. Die kant vaart The Let Them Theory helegaar niet op. Robbins citeert uit wetenschappelijke studies, spreekt met gedragsdeskundigen. Het boek is gelardeerd met inzichten uit het boeddhisme en de psychologie.
En Robbins deelt anekdotes uit haar leven, zoals die keer dat haar vriendinnen zonder haar een weekendje weggingen en van dat uitje ook nog eens gelukzalige foto’s plaatsten op Instagram. Ze werd er onzeker van. Maar toen paste ze haar theorie toe. ‘Laat ze lekker lol maken zonder mij.’
Het kortetermijneffect van dit ‘let them’-gevoel, legt Robbins uit, is dat je je even verheven voelt boven de ander en je daardoor helderder kunt nadenken. Die heldere geest heb je nodig voor het belangrijke tweede deel van de boodschap: ‘let me’. Wat is jouw verantwoordelijkheid? Want wat had Robbins zelf eigenlijk gedaan om die vriendschappen te onderhouden? Wat wilde ze eigenlijk zelf met die vriendschappen, wat had ze nodig?
‘Zelfhulpboeken zijn zelden echt vernieuwend’, zegt journalist en podcastmaker Ernst-Jan Pfauth, die voor De Correspondent, een platform voor onafhankelijke journalistiek, jarenlang onderzoek deed naar zelfhulpboeken. Hij schreef er zelf ook een (Intentioneel leven, 2024). ‘Daarin schrijf ik over gelukskrakers, zoals jezelf voortdurend vergelijken, en geluksmakers, zoals van betekenis zijn voor anderen. Die inzichten zijn niet origineel. Eigenlijk weten we allang en goed wat mensen gelukkig maakt. Het gaat vooral om de verpakking van die boodschap, zodat je weer aan die nuttige adviezen herinnerd wordt.’
En dat heeft Robbins volgens Pfauth heel effectief gedaan. ‘Ze schrijft alsof ze een dierbare van je is, ze heeft een megamarketingmachine opgebouwd en ze voelt de tijdsgeest goed aan. We krijgen dankzij sociale media heel veel meningen van anderen te verstouwen. Zelfs je smartwatch heeft een oordeel over je; die constante feedback kan overweldigend zijn. Er zit weliswaar veel herhaling in het boek, toch had ook ik er wat aan, zoals wanneer ze vertelt over hoe terughoudend ze aanvankelijk was om zichzelf te promoten op sociale media, bang voor het oordeel van anderen. Die misplaatste terughoudendheid herken ik wel.’
‘Let them’ als bevrijding uit de hel die de ander is. Het klinkt aanlokkelijk, maar ik voel ook weerstand als ik het boek opensla. Want in een politiek klimaat waar openlijk wordt gefantaseerd over deportaties, waar de sterkste schouders allang niet meer de zwaarste lasten dragen, is ‘let them’ dan de boodschap die we nodig hebben? Zouden we juist niet meer moeten omkijken naar elkaar, ons juist meer moeten aantrekken van wat anderen voelen of vinden? Kan stoïcisme een vermomming zijn voor egoïsme?
Wat ik ook voel: irritatie bij die foto op de achterflap van het boek: die uitzinnig lachende vrouw met dat zwarte montuur. Wie denkt deze Mel Robbins wel niet wie ze is?
Het blijkt al snel dat ik weer eens onvoldoende heb gescrold op de sociale media, want Mel Robbins (57) is een socialemediakeizerin, met (op moment van schrijven) 5 miljoen volgers op TikTok en 11 miljoen op Instagram. Robbins, voorheen advocaat en tv-commentator, heeft die volgers betoverd met boerenwijsheden die uit haar mond urgent en doorvoeld klinken. Ze praat tegen je als een wijze, grappige vriendin (‘Hey, it’s Mel, your friend’). En ze draagt een bril: een vierkant, zwart montuur, volgens sommige een model van het merk Cutler and Gross. Ze heeft dat grote, zware montuur de mainstream in gekatapulteerd. Kijk maar eens om je heen: zelfs je schoonmoeder draagt die vierkante glazen.
Robbins is het type motivational speaker dat eerst tot de bodem moest zakken om tot grote inzichten te komen (dat geldt voor de meeste goeroes en coaches, waardoor mijn vriend ze allemaal wantrouwt). Die bodem was 2008, toen door de bankencrisis de restaurantketen van haar echtgenoot Chris failliet ging. Het stel, dat drie kinderen heeft, bleef naar eigen zeggen achter met 800 duizend dollar aan schulden. Robbins raakte depressief, begon te drinken, slikte daar steeds meer kalmeringspillen bij en kwam al snel niet meer onder de klamme lappen vandaan.
Máár toen... Toen kreeg ze een inzicht dat tot veranderingen leidde, een aha-moment zoals Oprah Winfrey (groot fan van Robbins) zou zeggen. Het gebeurde op een ochtend, toen Robbins weer niet de moed had om op te staan. ‘Ik herinnerde me een raketlancering waarnaar ik weleens had gekeken en hoe Nasa daarbij aftelde: 5, 4, 3, 2, 1’, schrijft ze in The Let Them Theory. ‘Ik dacht: wat als ik gewoon op die manier aftel en mijzelf mijn bed uit lanceer?’ Ze telde af en kwam tot haar stomme verbazing uit bed.
Robbins ontdekte dat de vijfsecondenregel toepasbaar was op elk aspect van haar leven: 5, 4, 3, 2, 1 – sta op; 5, 4, 3, 2, 1 – ga een baan zoeken; 5, 4, 3, 2, 1 – open die rekeningen.
5, 4, 3, 2, 1 – word wereldberoemd.
Want zo ging het volgens haar. Een oude vriendin nodigde Robbins in 2011 uit voor een TEDx-talk. Op het podium kreeg Robbins een paniekaanval, ze had geen idee meer hoe ze haar presentatie moest eindigen. ‘Dus flapte ik de vijfsecondenregel eruit en hoe ik die gebruikte, omdat ik niets anders wist te zeggen.’
Die TEDx werd het geboortekanaal voor Robbins, de wereldberoemde, bebrilde motivational speaker wier boeken wij nu massaal kopen. De video over de vijfsecondenregel ging viraal (de teller staat momenteel op 34 miljoen views). Robbins gaf in eigen beheer The 5 Second Rule uit, dat een miljoenenpubliek bereikte. Dat leidde tot The Mel Robbins Podcast in 2022.
Robbins is vooral een motiverende magneet voor hoogopgeleide, witte vrouwen, blijkt uit de luistercijfers van haar podcast. The Mel Robbins Podcast trekt wekelijks zo’n anderhalf miljoen luisteraars. In Robbins’ media-imperium is alles met elkaar verbonden, vertelt ze aan The New York Times: als een bericht op TikTok of Instagram helemaal ‘crazy’ gaat, dan maakt ze er een podcast van. En als een podcastaflevering weer viraal gaat, dan wordt het een boek. Zo kwam ook The Let Them Theory tot stand. Dat begon met een filmpje van amper een minuut. ‘Dus ik gebruik de laatste tijd the let them theory. I love this,’ zegt Mel übercasual in de camera. ‘Ik wil dat jij het ook probeert.’
The Let Them Theory is ten eerste geen theorie, eerder een gedachte, en ten tweede is het doorspekt met clichés. En toch gebeurt er iets opmerkelijks, als ik met frisse tegenzin door die open deuren wandel. Ik ontspan. En niet een beetje, echt behoorlijk. Zoals wanneer Robbins de lezer op het hart drukt dat iedereen lelijke gedachten over je zal hebben, zoals je die soms ook over anderen hebt. Dat je je energie niet moet richten op het voorkomen ervan.
Ik ontspan vooral wanneer ik lees dat mensen alleen veranderen als ze dat zelf willen, en dat je al die goedbedoelde adviezen beter kunt voorleven, dan dat je ze opdringt. Stop met andere mensen willen redden, luidt de Let them-gospel. ‘Laat mensen leren van het leven’, citeert Robbins de Harvard-hoogleraar en zenmeester Robert Waldinger. ‘Scherm ze niet af voor de consequenties van hun keuzes.’ ‘Het is een goedkope truc’, zegt Robbins tegen The New York Times. ‘Maar het werkt, dus je kunt het bekritiseren of cynisch doen, dat boeit me niet.’
Wat haar ook niet zo lijkt te boeien, zo blijkt als ik dieper in het Robbins-universum duik, is auteursrecht. Want in 2022, voordat Mel Robbins het eerste Let Them-filmpje de wereld in stuurt, gaat er op sociale media een gedicht viraal. Dat gedicht is geschreven door ene Cassie Phillips. De titel: Just Let Them. De overeenkomsten zijn onmiskenbaar. ‘If they want to choose something or someone over you, LET THEM. If they want to go weeks without talking to you, LET THEM. If they are okay with never seeing you, LET THEM.’
Nergens in The Let Them Theory verwijst Robbins naar dit gedicht. Als ze daar door The New York Post mee wordt geconfronteerd, zegt Robbins het gedicht nooit te hebben gelezen. ‘Mensen kunnen alles zeggen over je, op school, op werk, op het internet’, verdedigt ze zich. ‘En je hebt er geen controle over. Let them.’
‘O, she’s good’, verzuchten Michael Hobbes en Peter Shamshiri in de podcast If Books Could Kill. ‘Ze gebruikt haar theorie om je te gaslighten over de vraag of ze plagiaat pleegde.’ Volgens dit presentatieduo heeft Robbins er een handje van om de werkelijkheid te verdraaien in haar voordeel. Neem die TEDx-talk waarin ze naar eigen zeggen spontaan begon te ratelen over de vijfsecondenregel. Als dit werkelijk zo’n spontane inval was, stellen de presentatoren, waarom had Robbins er dan een kant-en-klare presentatie bij? En waarom schrijft ze in The Let Them Theory dat ze op dat moment werkloos is, terwijl ze zichzelf in die TEDx-talk voorstelt als radiopresentator en auteur van een net verschenen boek?
De podcastpresentatoren stellen dat let them goed kan werken bij kleine irritaties. ‘Er zitten goede adviezen in dit boek. Maar hoe hoger de belangen, des te minder effectief is dit raamwerk. Ze vragen zich ook af: waarom gaat Robbins eigenlijk niet in gesprek met de mensen die haar kwetsen of teleurstellen? Waarom belt ze haar vriendinnen niet gewoon om zich te beklagen over dat weekend? Geef je met het mantra ‘laat ze’ mensen niet gewoon een vrijbrief om zich als een lul te gedragen?
Observer-columnist Róisín Lanigan maakt zich juist zorgen om het lul-gehalte van de lezers. ‘The Let Them Theory is een aanmoediging om onszelf te zien als de hoofdpersonages van ons eigen leven, en om iedereen om ons heen te behandelen als mindere mensen – alsof zij de niet-speelbare personages (non-playable character of NPC’s) in een videospel zijn.’ Is let them een verkapte vrijbrief voor egoïsme?
Nog ingewikkelder wordt het als je let them toepast op de politieke arena. Kun je stoïcisme überhaupt combineren met protest en verzet? Of geeft The Let Them Theory zuurstof aan morele apathie? Die vraag is extra prangend, omdat het stoïcisme de afgelopen jaren ook een handige dekmantel bleek te zijn voor egoïsme, racisme en seksisme. In de zogenoemde manosphere zetten radicaal-rechtse mannelijke influencers als Andrew Tate de leer van de stoa in om een aartsconservatief idee van mannelijkheid te prediken en van hun eigen wil wet te maken.
Echte mannen zitten in ijsbaden en trekken zich geen hol aan van kritiek of de wet – al helemaal niet van doorgeslagen wokisme. Die kant gaat The Let Them Theory niet op, Robbins predikt geen onverschilligheid en lompheid. Ernst-Jan Pfauth: ‘Maar het is wel een neoliberale boodschap, erg gericht op het individu die de ruimte heeft, en de middelen om haar theorie in de praktijk te brengen, de zevenvinkers onder ons. Het lijkt me voor mantelzorgers best lastig om dit boek te lezen.’
Massimo Pigliucci, hoogleraar filosofie aan het City College of New York, ziet met lede ogen aan dat in de vertaling naar een groot publiek een kernwaarde van het stoïcisme verloren gaat. Dat is: vriendelijk zijn voor anderen. Hij schreef in 2017 de bestseller How to Be a Stoic, en is zelf toegewijd aanhanger van de stroming. De stoïcijnen stonden volgens Pigliucci een ‘natuurlijk’ leven voor. ‘Zij zagen mensen als een diersoort met twee belangrijke eigenschappen: we hebben intelligentie én we leven samen met elkaar en hebben elkaar nodig. Daaruit volgt dat je je verstand moet gebruiken en dat je vriendelijk en sociaal moet zijn voor anderen. Dat laatste raakt in zelfhulpboeken nogal eens ondergesneeuwd.’
Stoïcisme staat ook niet gelijk aan apathie. Pigliucci: ‘Stoïcijnse denkers stonden voor gelijkheid; ze geloofden dat alle mensen gelijk zijn aan elkaar. Er zijn zelfs stoïcijnen die de wapens oppakten om te strijden tegen onrecht. De stoïcijnen willen vooral dat je geduld en tolerantie cultiveert.’ Maar waar de stoa minder goed in is, is het vormen van systeemkritiek, erkent Pigliucci. De focus ligt op het individu en op hoe die veerkracht kan vinden en kalmte.
En dat is waar de schoen wringt in let them-land: het gebrek aan inzicht in structurele ongelijkheid: institutioneel racisme, seksisme en sociaal-economische ongelijkheid? In Robbins’ universum lijken dat soort problemen niet te bestaan. Wie The Let Them Theory leest, waant zich op een speelveld dat gelijk is voor iedereen.
‘Sommige mensen kunnen goed dealen met stress door meditatie- of mindfulnesscursussen, of bijvoorbeeld door dit boek’, zegt Ympkje Albeda van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving. Dat adviesorgaan concludeerde in september dat Nederland een ‘hypernerveuze samenleving’ is geworden.
Albeda: ‘Veel mensen hebben het gevoel dat ze constant worden beoordeeld en in een voortdurende competitie met elkaar zitten, dat wordt versterkt door sociale media. Daar komt bij dat met name vrouwen combinatiedruk ervaren: ze moeten presteren op hun werk, voor de kinderen zorgen en soms ook nog mantelzorgen. Zo’n boodschap – trek je niet zoveel aan – kan dan rust geven. Maar die stress en onzekerheid zijn niet alleen een probleem van het individu, we moeten daar als samenleving mee aan de slag. Als je een zwakkere positie hebt op de arbeidsmarkt, of last hebt van discriminatie, is het veel moeilijker om ‘laat ze’ te zeggen.’
Met die structurele ongelijkheid stevig in het achterhoofd kan The Let Them Theory toch iets in beweging zetten. De groene zelfhulppil die Robbins je laat slikken, zet aan tot nadenken over waar je wel of geen invloed op hebt. Dat is een rustgevende denkoefening voor iedereen, van directeuren tot schoonmakers. Maar wat zou het mooi zijn als de stoïcijnse boodschap niet alleen terecht zou komen bij yogamoeders en Zuidas-consultants, maar ook bij mensen die zichzelf wegcijferen voor een betere wereld, zij die mantelzorgen, opvangen, verzorgen, zich verzetten, die verzoenen en verbinden. Laat die mensen met een net iets te groot hart maar eens wat vaker zeggen ‘laat me’, en laat de rest dan eens luisteren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant