Home

Aan onze banden met handelspartners Dubai en Abu Dhabi zie je hoe ver weg de oorlog in Soedan is

is columnist voor de Volkskrant.

Voor onze oorlogen, de conflicten die ons raken, gaan we de straat op. We trekken een rode lijn, exporteren desnoods wapens om de bevolking te beschermen. Alle andere oorlogen, op de index van wereldgruwelen objectief soms net even erger, zijn alsof het leed zich ver weg achter matglas voltrekt.

Onlangs had buitenlandredacteur Maartje Bakker een beklemmend interview in deze krant met Nathaniel Raymond, onderzoeker aan de Universiteit van Yale. Hij bestudeert satellietbeelden van de woestijn rond de Soedanese stad El Fasher. De afgelopen weken zijn daar naar schatting duizenden inwoners uitgemoord.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Zijn werk is van cruciaal belang, want journalisten en hulpverleners komen de stad niet in. Raymond zoekt naar vormen in het landschap van zopas gedode mensen, vaak ogen ze neergevallen in de vorm van een C of een J. De grond om hen heen is verkleurd, in de kleur ‘echt rood’ van bloed. Echt rood alsof het een verfkleur is, de trendkleur van 2025, te mengen bij de bouwmarkt.

In El Fasher wordt de telefoon niet meer opgenomen, de grond kleurt volgens sommige getuigenissen inmiddels zwart van de verbrande lichamen.

De RSF-militiestrijders die in Soedan een massamoord begaan, pleegden twintig jaar geleden ook al eens genocide, toen soms als schorremorrie te paard. Nu rijden ze in pick-uptrucks en doden ze met moderne wapens, verkregen van hun bondgenoot de Verenigde Arabische Emiraten. Soedan, vol goudmijnen, ligt strategisch aan de Rode Zee.

De Emiraten – de bekendste zijn Abu Dhabi en winterzonbestemming Dubai – zijn voor Nederland en Europa in de eerste plaats handelspartners. Dat de Golfstaatjes zich hebben ingegraven in een gruwelijk conflict, weegt niet zo zwaar, voor ons is de oorlog in Soedan ver weg.

Afgelopen voorjaar begon Soedan een rechtszaak tegen de Emiraten, met het doel om genocide te voorkomen. Dat gebeurde vlak bij huis: bij het Internationaal Gerechtshof in het Vredespaleis in Den Haag. Deze opmerkelijke zaak kreeg hier nauwelijks aandacht.

Juridisch konden de rechters niet veel meer doen dan hun zorgen uiten, want de Emiraten hebben zich slim ingedekt tegen genocideclaims. El Fasher was toen al omsingeld, maar op dat moment had er internationaal nog van alles gedaan kunnen worden om de inwoners te redden. Alleen gebeurde er niets.

Nederland levert militaire goederen aan de Emiraten: onderdelen voor marineschepen en communicatie- en radarapparatuur. Deze export lag even stil, omdat de Emiraten zich ook nogal lieten gelden bij een bloedbad in Jemen, een ander land vol oorlog en bijna-hongersnood dat buiten ons blikveld ligt, maar is in 2023 hervat.

Volgens mij is er geen aanwijzing dat Nederlandse militaire onderdelen in handen zijn gevallen van Soedanese strijders. En toch: als je een beetje moreel besef in je donder hebt, dan exporteer je geen militaire spullen naar een land dat zulke gruweldaden mogelijk maakt.

Maar andere Europese landen doen hetzelfde. Handelsrelaties met de Emiraten wegen zwaarder dan massamoord in Soedan. Afgelopen voorjaar, daags nadat honderden vrouwen en kinderen in het vluchtelingenkamp Zamzam vlak bij El Fasher waren omgebracht, een prelude op het bloedbad van nu, begon Europa met de Emiraten te onderhandelen over een vrijhandelsverdrag.

Europese Commissievoorzitter Ursula von der Leyen bespeurt tussen de EU en de Emiraten ‘gedeelde waarden’ en ‘gezamenlijke prioriteiten’. De onderhandelingen gaan door, ondanks de oorlog in Soedan. Een mooie deal weegt blijkbaar zwaarder dan die woestijn die echt rood kleurt.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next