De Verenigde Naties waarschuwen dat Israël veel te weinig voedsel de Gazastrook binnenlaat om de noodsituatie onder de bevolking op te lossen. De afgesproken zeshonderd vrachtwagens met humanitaire hulp per dag worden bij lange na niet gehaald.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant.
Een maand na het ingaan van de wapenstilstand balanceert de bevolking in Gaza nog altijd op het randje van hongersnood. Hulporganisaties zeggen dagelijks nieuwe gevallen van ondervoeding te diagnosticeren. Vooral in het noorden van de Gazastrook is de toegang tot voedsel nauwelijks verbeterd.
De humanitaire hulp in Gaza is wel degelijk opgeschroefd. De VN en partnerorganisaties hebben sinds 10 oktober aan meer dan een miljoen mensen voedselpakketten kunnen leveren. Ook zijn er meer bakkerijen en gaarkeukens geopend en worden de eerste stappen gezet om drinkwatervoorzieningen te repareren. Toch hebben de VN nog lang niet alle ruim twee miljoen door oorlog en honger getroffen Gazanen bereikt.
In het akkoord over de wapenstilstand is afgesproken dat dagelijks gemiddeld zeshonderd vrachtwagens met goederen Gaza binnen moeten komen. Israël zegt dat het die verplichting nakomt, maar hulporganisaties spreken dat met klem tegen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zegt dat dagelijks tussen de tweehonderd en driehonderd vrachtwagens binnen worden gelaten. Volgens de lokale overheid in Gaza zijn het er maar 145 per dag.
Hulporganisaties staan te springen om de invoer van noodhulp op te schalen. VN-woordvoerder Farhan Haq zei maandag dat ze veel meer zouden kunnen doen om levens te redden als Israël de restricties op noodhulp zou versoepelen. Haq sprak van ernstige belemmeringen door ‘bureaucratie, aanhoudende verboden voor belangrijke humanitaire partners, te weinig grensovergangen en routes en de aanhoudende onveiligheid in Gaza’.
Het grootste kritiekpunt van de hulporganisaties is dat veel grensovergangen tussen Israël en Gaza dicht blijven. Van de zeven belangrijke grensovergangen waren afgelopen maanden alleen Kerem Shalom in het uiterste zuiden en Kissufim meer richting het midden van de Gazastrook geopend. Daar zijn enorme rijen ontstaan. Het Israëlische leger maakte woensdagochtend bekend dat een derde grensovergang is geopend: Zikim in Noord-Gaza.
De heropening van Zikim betekent dat hulporganisaties eindelijk directe toegang krijgen tot het zwaar getroffen gebied in het noorden. Israël hield de grensovergang sinds 12 september gesloten, zonder daar een reden voor te geven. Hierdoor bleef de noordelijke helft van de Gazastrook, inclusief Gaza-Stad, grotendeels verstookt van voedselhulp, terwijl juist daar in augustus van dit jaar officieel hongersnood werd bevestigd.
Toch is de heropening van Zikim niet genoeg. Volgens het Wereldvoedselprogramma zijn ‘alle beschikbare grensovergangen’ nodig. Niet alleen om de capaciteit op te schalen, maar ook om de distributie te verbeteren. Veel wegen in de Gazastrook zijn niet bruikbaar, en grote gebieden zijn afgesloten door het Israëlische leger. Volgens de VN hebben hulporganisaties daardoor veel moeite om bepaalde gebieden te bereiken.
Een ander groot probleem is dat veel organisaties geen toestemming meer hebben om hulpmiddelen in te voeren. Vanwege nieuwe Israëlische regels moesten hulporganisaties begin september een nieuwe aanvraag indienen met een hele waslijst aan documenten, inclusief volledige lijsten van zowel Palestijnse als buitenlandse werknemers en gegevens over hun familieleden. Veel organisaties zeggen niet aan die eis te kunnen voldoen vanwege de privacywetgeving in het land waar zij zijn gegrondvest.
De nieuwe Israëlische regels bieden Israël veel meer mogelijkheden om aanvragen van hulporganisatie af te wijzen. Volgens de Israëlische krant Haaretz mag het betreffende ministerie elke organisatie weigeren die bijvoorbeeld ‘het bestaan van Israël als Joodse en democratische staat ontkent’ of pogingen ondersteunt ‘om Israëlische burgers te vervolgen in buitenlandse of internationale rechtbanken’. Een organisatie kan ook worden afgewezen als een medewerker in de afgelopen zeven jaar publiekelijk heeft opgeroepen tot een boycot van Israël.
Diverse grote organisaties als Save the Children en Oxfam Novib wachten nog op goedkeuring, maar vrezen het ergste. Door de nieuwe regels mogen ze hun hulpmiddelen ook niet door andere, al wel geautoriseerde organisaties laten invoeren. Hierdoor zijn grote hoeveelheden hulpgoederen gestrand in Israël, Jordanië, Egypte en de bezette Westelijke Jordaanoever.
Tot slot weigert Israël veel hulpmiddelen bij strenge controles aan de grens. Unicef maakte dinsdag bekend dat 1,6 miljoen injectienaalden en bijna 1 miljoen flesjes babymelk al sinds augustus bij de douane liggen te wachten. De naalden zijn volgens Unicef-woordvoerder Ricardo Pires ‘dringend nodig’ voor een vaccinatiecampagne voor kinderen in Gaza, maar ze worden door Israël beschouwt als ‘dual-use goederen’ die ook voor militaire doeleinden kunnen worden gebruikt.
Om diezelfde reden mogen tenten, gereedschap en (onderdelen van) machines de grens vaak niet over. Maar ook dekens en warme kleding worden geregeld geweigerd, terwijl het grootste deel van de bevolking in kapotte tenten woont zonder enige bescherming tegen de winterkou. Volgens het VN-bureau voor noodhulp houdt Israël schoolmaterialen zoals boeken en schriften tegen omdat die niet onder humanitaire hulp zouden vallen.
De restricties hebben ook enorme gevolgen voor de toegang tot medische zorg. Medicijnen komen de Gazastrook weer binnen, maar medische apparatuur en andere benodigdheden nog nauwelijks. Hierdoor zijn pas veertien van de 36 ziekenhuizen weer gedeeltelijk geopend. Volgens de WHO wachten 16.500 Palestijnen op medische evacuatie omdat ze een behandeling nodig hebben die in Gaza niet beschikbaar is. Zeker zevenhonderd wachtende patiënten zijn al overleden.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant