Het Maltese eilandje Gozo herbergt twee operahuizen in één straat. Het zijn echte rivalen, zeker omdat de bewoners – leden van de ene of de andere operavereniging – zelf aan de opvoeringen bijdragen. Operaredacteur en Maltees Jenny Camilleri ging langs om de rivaliserende Gozitanen te spreken.
schrijft voor de Volkskrant over opera.
De hele avond rent Matthew Sultana (39) kwiek heen en weer tussen de zaal en de coulissen. Als hoofd producties moet hij zorgen dat deze repetitie voor Verdi’s opera La forza del destino goed verloopt. Over drie dagen is de eenmalige voorstelling in het Teatru tal-Opra Aurora op het Zuid-Europese eiland Gozo en er zijn nog wat kreukels om glad te strijken.
Sultana overlegt met de kostuumontwerpster over riemen en monnikspijen en met de timmerlieden over katrollen. Voor de pauze sjouwt hij met flessen bronwater voor de orkestleden. Tussendoor repeteert hij met het achtergrondkoor mee.
Met 1.600 zitplaatsen is het Aurora het grootse operahuis van Malta, het kleinste land in de EU. In tegenstelling tot wat je zou verwachten, staat het gebouw niet in de hoofdstad Valletta op Malta, het grootste eiland van de archipel, maar op het kleinere zustereiland Gozo. Nog opmerkelijker: op vier minuten loopafstand in dezelfde straat staat nog een operahuis, het Teatru Astra.
Het stadje telt maar 7.000 inwoners.
Elk jaar in oktober proberen de twee gezelschappen elkaar te overtreffen met een nieuwe productie. Dit jaar ging in het Astra Puccini’s Tosca in première, twaalf dagen na Forza in het Aurora. Dankzij deze rivaliteit is Gozo een geliefde operabestemming geworden, zowel voor een trouw lokaal publiek als voor buitenlandse toeristen.
Gozo is sowieso populair onder Maltezers, zoals de verslaggever, die er een weekendje tussenuit willen. In 25 minuten steek je met een veerpont van het volgebouwde Malta over naar het ongereptere Gozo. Gozitaners zijn ook Maltezers, maar met hun eigen dialect en cultuur. Ze zijn apetrots op hun mooie eiland, de mythische verblijfplaats van de nimf Calypso uit de Odyssee. Althans, dat willen alle Maltezers graag geloven.
Naar Gozo ga je dus meestal voor rust, maar de twee theaters staan in Triq ir-Repubblika, de drukste straat van de hoofdstad Victoria, waar je moet oppassen dat je van het smalle trottoir niet per ongeluk in het verkeer wordt geduwd.
Victoria staat op een heuvel, gebouwd in en om een 17de-eeuwse citadel. Wanneer je bergaf loopt, kom je eerst de opvallende façade van het Astra tegen, met de open zuilenportiek in Oudgriekse stijl. Verderop staat het Aurora, dat eruitziet als een paleis uit de 19e eeuw. In beide gebouwen kan je elk moment van de dag koffie drinken of een bord pasta eten in een bistro op straatniveau.
Op de gevel van het Aurora staat ‘Soc. Filar. Leone’, op die van het Astra ‘Soc. Filar. La Stella’, woorden die verklaren hoe het komt dat een eiland met een bevolking van veertigduizend mensen twee grote operatheaters heeft. Beide theaters huisvesten namelijk een soċjetá filarmonika of harmonievereniging, in de volksmond każin tal-banda.
Op Malta zijn de meeste inwoners op z’n minst cultureel katholiek. Ook als ze niet gelovig zijn, trouwen Maltezers in de kerk, laten ze hun kinderen dopen of zijn ze lid van een każin. Elke parochie met een beschermheilige heeft er een.
In de 18de eeuw werden religieuze processies begeleid door een kleine groep muzikanten op traditionele trommels en fluiten. Langzamerhand groeide het aantal spelers en in de tweede helft van 19de eeuw waren het volwaardige harmonieorkesten met moderne instrumenten geworden. In een harmonieorkest spelen koper- en houtblazers en slagwerkers – dus geen strijkers – die zowel zittend als marcherend optreden.
In sommige plaatsen, zoals Victoria, zijn er twee parochies, en dus twee harmonieorkesten en bijbehorende każini. De vereniging La Stella en het theater Astra horen bij de basiliek van Sint Joris, buiten de stadsmuren, en de vereniging Leone en het theater Aurora bij de kathedraal binnen de vesting, gewijd aan Maria-Tenhemelopneming.
De każini zijn net rivaliserende voetbalclubs. Het gaat ze alleen niet om doelpunten, maar om wie de mooiste festa organiseert, de jaarlijkse viering van de patroonheilige met processies, uitbundige marsen, straatversiering, openluchtconcerten en knallend vuurwerk.
Soms ontstaat er onrust tussen de rivalen, maar de każini zorgen voornamelijk voor een gevoel van saamhorigheid en een sterke culturele identiteit. Om maar niet te spreken van hun educatieve waarde. Zij bieden muziekles aan hun leden, kinderen en volwassenen, en als je in de harmonie of banda speelt, krijg je – gratis – een instrument in bruikleen.
‘De banda is de long van de vereniging’, zegt dirigent John Galea (65). Als de surmast tal-banda geeft hij muzikale leiding aan het harmonieorkest van La Stella. Tijdens de operauitvoeringen in het Teatru Astra staat hij voor een ander orkest, bestaand uit beroepsmusici zoals hijzelf.
Zijn tegenhanger bij de vereniging Leone is Colin Attard (63). Met zijn ongetemde haardos lijkt hij misschien op een temperamentvolle musicus, maar tijdens de repetitie in het Aurora is hij streng als een schoolmeester.
Hij berispt een klarinettist die juist nu het riet van zijn mondstuk vervangt. Tegen een van de hoofdrolspelers, de Oekraïense sopraan Ljoedmyla Monastyrska, roept hij: ‘Devo sentire le parole, eh!’ Ik wil de tekst kunnen verstaan. (Tijdens de repetitie wordt er geschakeld tussen Italiaans, Engels en Maltees.) Een tenor die een grapje maakt, een bas die uit zijn slof schiet omdat er te veel lawaai in de coulissen wordt gemaakt: Attard negeert ze en gaat onverstoorbaar door.
Je kunt het hem moeilijk kwalijk nemen. De repetitie is pas om zes uur ’s avonds begonnen, want de koorleden en andere vrijwilligers werken overdag, en mag niet uitlopen.
Alt Deborah Portelli (35) is onderwijzeres. Zij woont en werkt op Malta, maar groeide op in Gozo, in een echt Leone-gezin. Haar vader en broer zitten in het bestuur van de vereniging, dat door de leden wordt gekozen, en haar moeder is een van de vaste kostuumnaaisters. ‘Zodra ik het Aurora binnenstap, is het alsof ik thuiskom.’
Portelli heeft al in meer dan twintig producties gezongen. ‘Elk jaar denk ik dat dit de laatste keer is, want makkelijk is anders. Vanavond repeteren we tot elf uur, en morgen moet ik de veerpont van zes uur ’s ochtends nemen om op tijd op mijn werk te zijn.’
Maar van de vereniging krijgt ze ook veel terug.
‘Ik was als kind erg terughoudend voordat mijn moeder mij aanmoedigde om op het toneel te staan, en dat heeft me echt geholpen in mijn ontwikkeling. Ik heb niet toevallig gekozen voor een carrière in het onderwijs. Voor de klas moet je ook creatief zijn en communiceren. Ik gebruik zang om de aandacht van de kinderen te pakken en tegelijkertijd hun interesse voor klassieke muziek aan te wakkeren.’
En gaat ze wel eens kijken in het Astra? Vroeger stapten de verenigingsleden nooit bij elkaar binnen, maar dat verandert. ‘Hoewel ik meerdere voorstellingen daar heb bijgewoond, voel ik me er nog niet helemaal op mijn gemak. Het klinkt misschien stom, maar er is slechte rivaliteit en er is gezonde concurrentie, en het laatste krikt het niveau omhoog.’
Daar is George Cassar (28), manager producties van het Astra, het helemaal mee eens. De gezelschappen houden elkaar scherp. ‘Dankzij onze rivaliteit hebben we ontzettend veel bereikt. Ik ben ervan overtuigd dat als een van ons om welke reden dan ook ten onder gaat, de ander snel zal volgen.’
Cassar stond net in het lege theater met een verfkwast in zijn hand een kandelaber, een rekwisiet voor Tosca, te retoucheren. Net zoals het Aurora heeft dit theater rode stoelen en loges versierd in 19de-eeuwse stijl. In de sobere repetitiezaal van de banda vertelt Cassar hoe de concurrentie tussen de każini zich uitbreidde naar de opera.
‘Mijn opa Paul Cassar heeft dit theater opgericht. In 1953 trad hij toe tot het bestuur van La Stella. Stel je voor: Gozo in de naoorlogse jaren. Er was hier geen uitgaansleven, behalve een kleine bioscoop, gerund door de vereniging Leone, die hun veel inkomsten opleverde en ze in staat stelde om symfonische concerten en andere evenementen te organiseren.’
Het idee was om een tweede bioscoop te bouwen. Door diverse panden te kopen en doorverkopen kon grootvader Cassar namens de vereniging een herenhuis met een grote lap aangrenzend land kopen. De architect vond het zonde om op zo’n groot perceel alleen een bioscoop met een gigantisch doek en 1.200 zitplaatsen te bouwen. Hij stelde een multifunctioneel theater voor. ‘Het Astra opende zijn deuren in 1968 en Leone wilde niet achterblijven.’
In 1976 werd het Aurora ingewijd en het jaar daarop werd er de allereerste complete opera in Gozo uitgevoerd, Puccini’s Madama Butterfly. ‘Niet om aan te horen’, vindt Cassar, die in het bezit is van een opname, ‘maar het was iets nieuws.’ Butterfly gaf het startschot voor de operawedloop.
Het Astra pareerde in 1978 met niet één, maar twee opera’s: Rigoletto (Verdi) en Il barbiere di Siviglia (Rossini). Het schakelde vervolgens een Italiaanse impresario in die het gezelschap hielp om decors en zangers uit Rome in te vliegen, waardoor de kwaliteit omhoogschoot. Het Aurora nam er het goede voorbeeld aan. De producties werden steeds beter, maar soms naam de rivaliteit bizarre vormen aan.
Bijvoorbeeld in 1999, toen beide theaters Aida op het affiche zetten. Daarvoor zijn er speciale Egyptische trompetten nodig, die uit Sicilië moesten komen. In plaats van de trompetten aan elkaar door te geven, werden ze twee keer heen en weer vervoerd.
Dit soort misgunning en verspilling komt gelukkig niet meer voor. De huidige generatie is professioneler, meent Sultana. ‘Gisteren had het Astra bijvoorbeeld de bladmuziek voor harp nodig, voor Tosca’, vertelt hij in zijn kantoor. ‘Ik heb het gewoon aan hen uitgeleend.’
Tegelijkertijd wordt de concurrentie levend gehouden door niet alles prijs te geven. Ze vertellen nooit welke opera ze willen doen, totdat een van hen de titel aankondigt. Dan is het: wie het eerst komt, die het eerst maalt. Twee Aida’s met een week ertussen, dat gaat nooit meer gebeuren. Maar als bij de buren de kleedkamers worden gerenoveerd, kan je erop wedden dat aan de overkant van de straat verfrollers worden gekocht.
Wie de Maltezers een beetje kent, zal zich niet verbazen dat zo’n klein gezelschap zich waagt aan Forza, een uitdagend stuk met veel scènewisselingen dat ook voor rijke operahuizen moeilijk te casten is. Maar ambitie zit in de volksaard: wat de buurman heeft, verdien ik ook, en wat in het buitenland kan, kunnen wij ook voor elkaar krijgen – ministaat of niet.
Niets mis met ambitie natuurlijk, maar dit karaktertrekje heeft ook een keerzijde.
Beide gezelschappen volgen inmiddels een beproefd recept: het repertoire is grotendeels Italiaans en 19de-eeuws, het decor nooit abstract en de kostuums zijn historisch. Om het koor te versterken worden tien of meer professionele koorzangers ingehuurd, meestal uit Italië. ‘Zij voegen de karakteristieke kleur die wij voce scura (donkere stem, red.) noemen en zorgen ook voor een uniforme, dramatischer klank’, licht dirigent John Galea van het Astra toe.
De meeste solisten komen uit het buitenland, en zijn vaak niet de minsten. Daar zijn sommige Maltese artiesten minder gelukkig mee.
‘Ons probleem is dat we onze beperkingen niet erkennen’, zegt Cassar. ‘Het feit dat je een goede koorstem hebt, betekent niet dat je geschikt bent als solist. Ik word soms beticht dat ik de voorkeur geef aan buitenlanders, wat helemaal niet het geval is. Een tenor die ik heb gevraagd voor een bijrol in Turandot wilde alleen maar komen als hij Calaf, de hoofdrol, mocht zingen. Jeetje! Pang of Pong (komische bijrollen voor tenor, red.) is voor hem te min.’
Geschikte Maltese zangers worden uiteraard uitgenodigd. De uit Malta afkomstige internationale stertenor Joseph Calleja, om maar een voorbeeld te noemen, maakte zijn operadebuut in het Astra in Verdi’s Macbeth. In Forza zingt de jonge Maltese mezzosopraan Nicole Vassallo een kleine bijrol.
Vanwege de volle agenda’s van gewilde solisten moeten de meeste operahuizen vijf jaar vooruitplannen. Gozo heeft dit probleem niet, omdat het maar om één of twee uitvoeringen gaat, en er altijd wel goede solisten te vinden zijn die een week op het eiland willen doorbrengen. ‘Ze vinden het fascinerend om op te treden in een theater dat deel uitmaakt van een gemeenschap’, zegt dirigent Galea.
Sultana: ‘Als ze eenmaal een keer zijn geweest, willen ze allemaal terugkomen, al-le-maal.’ Dat gebeurt soms, maar, voegt hij toe: ‘Er is niets mooiers dan afwisseling.’ Het publiek krijgt dus steeds ‘nieuwe’ zangers te horen.
Opera is peperduur. De muziekverenigingen verdienen aan de kaartverkoop voor musicals en (pop)concerten en aan de horeca, maar de opera’s zijn zelden winstgevend.
De overheid verleent een beetje subsidie en verplicht het Malta Philharmonic Orchestra, een professioneel orkest dat is gevestigd in de Maltese stad Floriana en ook een overheidsinstantie is, om bij alle uitvoeringen te spelen. Maar verder zijn de theaters afhankelijk van privésponsoren en de vele onbezoldigde vrijwilligers – koorzangers, decorbouwers, naaisters – die gratis werken uit liefde voor hun club en voor de kunstvorm.
‘De laatste twee weken hebben de naaisters elke dag van 10 uur ’s ochtends tot 10 uur ’s avonds gratis gewerkt’, vertelt Sultana. Voor Forza waren ze niet alleen verantwoordelijk voor de kostuums, maar ook voor een groot deel van het decor, dat is gemaakt uit gordijnen van witte voile gesneden in de vorm van gewelven en pilaren.
‘Op een gegeven moment gaan ze beneden in het restaurant eten. Misschien denk je: zou je hun niet ten minste een gratis lunch aanbieden? Als ik niet in het rood wil staan, kan ik me zelfs dat niet veroorloven.’
Zaterdagavond is het zover. Voor operavoorstellingen hanteert het Aurora een kledingvoorschrift: gala. Op een verdwaalde toerist na stellen de bezoekers niet teleur. Veel heren in smoking en mooi gekapte dames in avondkleding. Bij de ingang van de zaal delen twee jonge vrouwen namens een sponsor parfummonsters uit. Forza is een succes. De solisten zijn op dreef en ontvangen het applaus en gejuich met brede glimlachen.
Inmiddels zijn de opera’s voor oktober volgend jaar bekend: Madama Butterfly in het Astra en Verdi’s La traviata in het Aurora. Tot dan zijn Cassar en Sultana druk bezig met het produceren van musicals, concerten en nog meer opera’s in samenwerking met andere gezelschappen. En met elkaar scherp in de gaten houden, want alleen daardoor is ‘opera in Gozo’ een begrip geworden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant