Home

Vanuit haar Toyota reist Lena Bril met een frisse blik door de wereld van therapie

Psychologie In haar boek In Therapie laat Lena Bril zien hoe psychische problematiek bijna nooit te reduceren is tot één oorzaak. Meestal is ze ten diepste verweven met iemands levensverhaal, iemands geschiedenis, omgeving en achtergrond.  

 In In therapie scheurt Lena Bril in haar tweedehands Toyota Starlet door het landschap van de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg. Met een schijnbaar eenvoudige vraag in haar achterhoofd: wat ís therapie eigenlijk? Om daarachter te komen, spreekt ze met therapeuten, psychiaters, coaches en cliënten, en onderzoekt ze hoe uiteenlopend de opvattingen over dit onderwerp zijn. Is therapie een medische behandeling, geboekstaafd door bewijs en protocollen? Of meer een kunstvorm; een manier van verhalen vertellen over onszelf; misschien zelfs een vorm van seculier geloof? 

Lena Bril: In Therapie. Prometheus, 284 blz. € 22,99

Bril laat mooi zien hoe misleidend de wetenschappelijke pretenties van veel therapieën zijn. Het label evidence based klinkt natuurlijk geruststellend, schrijft ze terecht, maar verhult vaak hoe ingewikkeld psychische problematiek is. Die laat zich bijna nooit reduceren tot één oorzaak, of tot meetbare hersenactiviteit; meestal is ze ten diepste verweven met iemands levensverhaal, iemands geschiedenis, omgeving en achtergrond. 

Tegelijk transporteert ze ons ook naar de andere kant van het spectrum: het alternatieve circuit, waar allerhande healers, coaches en therapeuten vrijelijk hun kleurrijke verklaringen slijten aan de hoogste bieders. Hier wemelt het van de intuïtieve inzichten, maar ontbreekt het nogal eens aan toetsing of nuchterheid. Bril beweegt zich soepel tussen die twee werelden, zonder haar gevoel voor ironie te verliezen, maar ook zonder dedain. Dat maakt het boek bijzonder: ze luistert echt, observeert, twijfelt en denkt na. 

Persoonlijke ervaring

Ook verweeft Bril haar eigen ervaringen door het boek, zonder dat het navelstaarderig wordt. Na het overlijden van haar vader ging ze zelf in therapie, ervanuitgaand dat het een medische behandeling zou zijn, onderbouwd door data en bewijs, maar gaandeweg ontdekte ze hoe anders het zat. Dit zette haar aan het denken: als therapie geen strikt medische behandeling is, wat is het dan wel?

Zo dient haar persoonlijke ervaring als een moreel en narratief kompas. Ze toont zich een eerlijke onderzoeker die wil begrijpen wat therapie werkelijk is en doet, en waarom zoveel mensen er behoefte aan lijken te hebben. Daarmee raakt ze aan een bredere culturele vraag: waarom zoeken we in een tijd van secularisering troost in gesprekken over ons innerlijk leven? 

Soms wordt dat zoeken ongemakkelijk. In een van de meest verontrustende passages in het boek beschrijft de auteur haar ontmoeting met een alternatieve therapeut die haar bijna weet te overtuigen dat ze een overleden tweelingzus zou hebben gehad. Zulke suggestieve beïnvloeding is niet alleen dubieus, zelfs gevaarlijk: het laat zien hoe dun de scheidslijn tussen troost en manipulatie kan zijn. Niet iedereen is even weerbaar of kritisch als Bril, en het onderstreept hoe belangrijk toezicht blijft in een vakgebied waar de grens tussen hulp en schade snel vaag kan worden. 

Vanuit zulke ervaringen ontvouwt Bril ook een systeemkritiek. Ze bespreekt net zo kritisch de DSM, het internationale classificatiehandboek van de psychiatrie, dat zij beschouwt als een bureaucratisch monster dat de menselijke geest in hokjes dwingt. De ‘diagnoses’ in dat boek zijn, merkt zij terecht op, namelijk niets meer dan arbitraire en historisch contingente classificaties van gedrag en subjectiviteit. Wie de menselijke ervaring probeert te vangen in zulke hokjes, miskent zo het verhalende, relationele, complexe karakter van psychisch lijden.

Therapeut als medeverteller

Bril stelt daar een heel ander beeld tegenover: therapie als vertelling, als vorm van betekenisgeving. De therapeut als een soort medeverteller, iemand die helpt een leven te herordenen in taal. Dat idee past bij Brils eigen stijl: verhalend, ondogmatisch. Maar over therapie schrijven is moeilijk. Een therapie is vaak een intensief, langdurig en hoogstpersoonlijk proces. Het ziet er van de buitenkant soms gek uit. Iemand die jarenlang op een bank ligt te mijmeren, of in een veld paarden staat te borstelen, of heel aandachtig een rozijn eet. Bril observeert scherp – de gebaren, de groepsdynamiek, de kleine rituelen – maar blijft daarmee soms ook wat aan de oppervlakte. Wat voor velen een diep transformerend of zelfs levensreddend proces is, krijgt daardoor bij haar soms iets triviaals. Dat is geen zwakte van haar als schrijver, eerder een beperking van het genre zelf: een journalistiek overzicht kan moeilijk de intimiteit van goede therapie vatten. 

Het sterkst is Bril dus als ze het over het systeem heeft. „Met therapie op individueel niveau is niets mis”, schrijft ze. „Sterker nog: het is een vorm van zorg zo oud als de mens zelf.” Waar ze eerder moeite mee heeft, is de therapiecultuur waarin we leven. Die fungeert enerzijds als vervanging van religie – een nuchtere vorm van spiritualiteit, noemt ze het – maar anderzijds ook als symptoom van ons neoliberale tijdperk. In een tijd waarin sociale verbanden verzwakken en collectieve idealen verschralen, wordt het individu zo verantwoordelijk voor alles wat er in zijn of haar leven misgaat.  Deze therapiecultuur belooft verlichting, maar bevestigt tegelijk het idee dat het probleem altijd in onszelf ligt: in onze biologie, persoonlijkheid. Bril prikt die ideologische laag door. Ze pleit niet tégen therapie, maar tegen de manier waarop het onze blik vernauwt tot het persoonlijke, terwijl veel psychisch lijden juist huist in sociale en structurele oorzaken. In therapie is daarmee meer dan een journalistiek verslag: het is een cultuurdiagnose in het jasje van persoonlijk onderzoek.   Wie op zoek is naar een genuanceerd en toegankelijk overzicht van de huidige staat van de GGZ, zit bij Bril goed. Ze biedt vanuit haar oude Toyota een panoramisch beeld van de wereld van therapie. Wat we als lezer kunnen concluderen is dat zowel de overdreven gemedicaliseerde vormen van therapie als de sterk alternatieve varianten het risico lopen te veel bezig te zijn met hun eigen rechtvaardiging. Goede therapie daarentegen draait uiteindelijk meer om de patiënt en zijn of haar verhaal dan om het kader of de theorie. Zo laat Bril zien dat therapie pas echt betekenis krijgt als de mens, en niet de methode, centraal staat.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next