De burgemeester van de gemeente Waadhoeke ondertekende een omgevingsvergunning aan de stichting waarvan zij voorzitter was. Dat wekte de schijn van partijdigheid, concluderen zowel de rechtbank als de Raad van State.
Aan de Waddenzee ligt het Friese buurtschap Zwarte Haan, in de gemeente Waadhoeke. Bekend vanwege de donkere nachten waar liefhebbers van het noorderlicht en sterrenkunde graag op afkomen.
Al jarenlang ligt er een plan klaar voor de Starnbarn, een toeristisch project dat bestaat uit vijf trekkershutten, een sterrenobservatorium met expositieruimte en een ‘nachtbelevingstuin’. Omdat het project in strijd is met het bestemmingsplan dat ter plaatse geldt, is een uitgebreide omgevingsvergunning nodig van het college van burgemeester en wethouders. De aanvrager is Stichting Keunstwurk, die kunst en cultuur in Friesland promoot.
De meeste bewoners van Zwarte Haan zijn niet blij met het plan. Zij vrezen dat bezoekers de nachtrust verstoren en stappen naar de rechter. De rechtbank komt tot de conclusie dat de omgevingsvergunning geen stand kan houden: op het moment van vergunningverlening was de burgemeester namelijk ook voorzitter van Stichting Keunstwurk. Met de handtekening van de burgemeester onder het besluit is de gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid gewekt, aldus de rechtbank. Het college van burgemeester en wethouders van Waadhoeke gaat in hoger beroep.
Bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State legt het college van burgemeester en wethouders een verklaring over van de burgemeester. Volgens de burgemeester was sprake van bestuur op afstand bij Stichting Keunstwurk: geen betrokkenheid bij de dagelijkse leiding, maar een toezichthoudende rol. De burgemeester zou zich hebben onttrokken aan alle gemeentelijke beraadslaging en besluitvorming vanaf het moment dat zij op de hoogte raakte van de betrokkenheid van de stichting. De verklaring verwijst naar de raadsvergadering waarin de omgevingsvergunning aan de raad werd voorgelegd en de burgemeester het voorzitterschap had overgedragen aan de vicevoorzitter.
De Raad van State gaat daar niet in mee en volgt de rechtbank. Volgens de Afdeling zegt de verwijzing naar de raadsvergadering niets over de betrokkenheid van de burgemeester bij de besluitvorming in het college. Bovendien heeft de burgemeester na de bewuste raadsvergadering alsnog een handtekening onder het besluit tot vergunningverlening gezet, terwijl zij op dat moment van de betrokkenheid van de stichting heeft moeten afweten, constateert de Afdeling.
Max Theunisse, onderzoeker aan de Universiteit Nijmegen, promoveerde op een proefschrift over integriteitsrecht bij gemeenten en ziet daar zo ongeveer wekelijks uitspraken over langskomen. Deze uitspraak over de gemeente Waadhoeke sprong er direct uit: „Dat de hoogste bestuursrechter oordeelt dat een college van burgemeester en wethouders het verbod van vooringenomenheid schendt, komt weinig voor.”
Theunisse: „Waar het op neerkomt is de vraag: is er een persoonlijk belang bij het overheidsbesluit betrokken en zo ja, heeft degene met dat persoonlijke belang invloed op de besluitvorming gehad? Vaak is dat onvoldoende duidelijk en de Afdeling nam in het verleden dan ook niet snel aan dat zowel het persoonlijke belang als de invloed aan de orde was.”
Een treffend voorbeeld van een zaak waar de Afdeling de lat voor vooringenomenheid hoog legde, is een uitspraak uit 2007 over de gemeente Putten. Burgemeester en wethouders gingen op werkbezoek bij een veiling van nertsenpelzen in Kopenhagen, op kosten van de Puttense nertsenbranche. Daarna verleende het college van Putten een vergunning aan een pelsdierenhouderij. De Afdeling zag daar op zichzelf geen belemmering in. Ook in de jaren daarna hield de Afdeling vast aan die benadering.
Sinds 2021 ziet Theunisse een verschuiving. Toen kreeg een groep inwoners gelijk die opkwam tegen een omgevingsvergunning van de burgemeester en wethouders van de gemeente Veere voor een vitaliteitshotel in Domburg. De projectontwikkelaar van het hotel werkte tevens als verhuurbemiddelaar voor één van de wethouders bij de verhuur van zijn appartement, een zakelijke relatie van de wethouder dus. De bewuste wethouder had vóór vergunningverlening gestemd. Al was zijn stem niet doorslaggevend geweest, oordeelde de Afdeling dat het college had moeten voorkomen dat het besluit op één of andere manier partijdig was.
Ook in deze uitspraak over Waadhoeke krijgen de inwoners op dit punt gelijk. Want ook hier schond het college zijn zorgplicht om te voorkomen dat iemand met een persoonlijk belang invloed op de besluitvorming uitoefende. Al ziet Theunisse in deze zaak geen aanleiding om aan de goede intenties van de burgemeester van Waadhoeke te twijfelen, vindt hij de uitkomst logisch: „Juridisch gezien is dit wel de juiste conclusie, ook na de Veerse zaak uit 2021.”
Wat had de burgemeester dus moeten doen? Theunisse: „Niet zelf de omgevingsvergunning ondertekenen, zoals uiteindelijk alsnog gebeurd is.” Na de rechtbankuitspraak verstrekte het college opnieuw een vergunning, zonder betrokkenheid van de burgemeester. Volgens de Afdeling kan het nieuwe besluit in stand blijven. Het sterrenproject kan daarmee alsnog doorgaan.
‘Olivia den Hollander is verbonden aan The Investigative Desk, een groep gespecialiseerde onderzoeksjournalisten’
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 15 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4927
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Een overzicht van de verhalen die de economieredactie vandaag heeft gemaakt
Source: NRC