Turnstile Ondanks zweetdamp en overdadig moshgedrag bleef het maandag gemoedelijk bij de Amerikaanse hardcoreband Turnstile, die de laatste jaren bezig is aan een onstuitbare opmars.
Turnstile in Afas Live: zanger Brendan Yates verbreekt regelmatig het wereldrecord hoogspringen met gespreide ledematen.
Turnstile Gehoord: 10/11, Afas Live (Amsterdam)
Waarschuwing voor de luchtvaart: in de pit van de Amsterdamse concertzaal Afas Live geldt maandagavond een code rood wegens laag overvliegende cameramannen. Er was sowieso al sprake van code geel wegens toxische zweetdampen door overdadig moshgedrag, maar de sfeer bleef daarbij dermate gemoedelijk dat opschalen naar oranje aanvankelijk onnodig leek.
Totdat een cameraman zich op de massa stort om crowdsurfend op handen en hoofden vrolijk verder te filmen. Gevolg: steeds meer fans werken zich omhoog en proberen als krioelende lemmingen richting de lens te drijven. Alles om in het shot te komen.
Zoiets is heel normaal. Tenminste, als je naar een show van Turnstile gaat. De Amerikaanse hardcoreband is de laatste jaren bezig aan een onstuitbare opmars die afgelopen voorjaar dankzij het vierde album Never Enough is overgegaan in een ware triomftocht. Sindsdien is iedereen tussen de acht en tachtig in de ban van het vijftal uit Baltimore.
De vraag of Turnstile die hype wel weet waar te maken is eigenlijk al achterhaald. De reputatie heeft de band namelijk ingehaald. Wereldwijd staan uitzinnige fans te popelen om precies te doen wat ze in de talloze virale video’s hebben gezien: na een salto vanaf het podium meters boven de meute fladderen en landen op een golvende kluwen van in elkaar gehaakt menselijk mikado.
Eerst even over het genre: hardcore ontstond ooit als een brute afsplitsing van punk. Californische grondleggers als Black Flag en Minor Threat hadden genoeg van nihilistische junks (zoals Sid Vicious van The Sex Pistols) die eerder posterboys waren voor drugsmisbruik dan geloofwaardige punkhelden. Het moest weer om het echie gaan, terug naar woede, agressie en explosiviteit. Vandaar de naam: hardcore. Volgens de geijkte natuurwetten van extreme muziek werd de stroming vervolgens steeds harder, bozer… en benauwender.
Tot het tijdperk Turnstile aanbrak. Want opeens bleek het ook zacht en aaibaar te kunnen. Vlammende nummers konden plotseling uitdoven in gemoedelijke droompop of meditatieve ambient. Daarnaast draaide de band alle gitaarversterkers juist omlaag zodat – niet schrikken – de synthesizers, trompetten en fluiten beter te horen waren.
Gevolg: op de voorste rijen van de uitverkochte Afas Live staan dit keer geen opgefokte testosteronbommen wild te springen met gebalde vuisten, maar vrouwen en kinderen die met hun vingers hartjes maken.
„Til een vriend op je schouders”, beveelt zanger Brendan Yates aan het begin van ‘The Real Thing’, nadat hij zelf voor de zoveelste keer het wereldrecord hoogspringen met gespreide ledematen heeft verbroken. Binnen de kortste keren staat de hele zaal onder regenboogverlichting extatisch te hossen met iemand in de nek. Het is een fitness-sessie en rockshow ineen. Veel gemoedelijker wordt het niet in een hardcore-pit.
De mierzoete, glijdende melodieën die zanger Yates uit zijn keel perst, en waarop zoveel galm zit dat zijn woorden soms meermaals weerklinken, doen denken aan Sting – helemaal als Pat McCrory en Meg Mills in de coupletten van ‘I Care’ hun cleane echo-gitaren ook lijken te hebben geleend van The Police.
Hoe ver Turnstile de grenzen durft op te rekken, blijkt als er tijdens ‘Seein’ Stars’ een glitterbal neerdaalt en er onvervalste jarentachtigdiscokitsch klinkt, inclusief melodramatische Bon Jovi-solo. Je moet maar durven.
Hetzelfde geldt voor de voortdurende rinkelende chimes. Dat miniatuur klokkenspel geldt normaal gesproken als het meest overschatte percussie-instrument aller tijden en wordt hooguit gedoogd in wanstaltige knuffelrockballads op Sky Radio (of bij the artist formally known as Marco Borsato). Maar drummer Daniel Fang is niet bang voor extra emotie en laat het klingelen alsof het Kerstmis is.
Allemaal innovatief en moedig, zeker. Maar om een hardcore-show bijna anderhalf uur lang boeiend te houden (sowieso al een onmogelijke opgave) is het te weinig. Op ongeveer de helft van de 21 (!) nummers beginnen de herhalingen op te vallen: wéér een riff van Rage Against The Machine, wéér die drums uit ‘My Hero’ van Foo Fighters. Als je in het van zoetsappigheid druipende ‘Light Design’ het zoveelste galmende „EEE-OOO”-refrein hoort, begin je serieus te twijfelen: dit is toch van Kensington?
De ontlading volgt in de toegift waar een horde fans (geheel volgens het script) het podium bestormt om het beukende ‘Birds’ mee te brullen, en hopelijk weer voor de lens te belanden. De cameraman, nu met beide benen op de grond, mist helaas het mooiste shot: helemaal achterin in de zaal staat een kreupele fan dolgelukkig met zijn krukken te zwaaien.
Turnstile in Afas Live.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC