Home

Opinie: Waarom moet alleen een duurzame aankoop zich snel terugverdienen?

We hanteren bij duurzame investeringen zoals een warmtepomp een strenge, rationele meetlat: de terugverdientijd. Maar bij andere grote aankopen gebruiken we die nooit. En dat is onterecht.

‘Mooi bankstel. Wat is de terugverdientijd?’ Een rare vraag, maar bij energiebesparende producten zijn we dit heel normaal gaan vinden. We vinden het belangrijk dat een duurzame aankoop zich snel ‘terugverdient’. Bij een iets langere terugverdientijd, zeg 5 jaar, haken we gemakkelijk af. Maar waarom stellen we onszelf deze vraag niet als we een nieuw bankstel kopen? Of zelfs bij een cv-ketel? We meten met twee maten en het is de hoogste tijd dat daar verandering in komt.

Even terug naar de herkomst van het woord. Het woord ‘terugverdienen’ verschijnt voor het eerst in 1976 in de Dikke van Dale en wordt omschreven als ‘verdienen wat men eerder heeft uitgegeven of geleend’. Als voorbeeld worden de kosten van een studie gegeven die later in het werkende leven terugverdiend moeten worden. Het AD gebruikte het woord voor het eerst in 1977 in relatie tot energieverbruik. Dat doen ze in een artikel over zonnepanelen.

De terugverdientijd van bijvoorbeeld spouwmuurisolatie (twee tot drie jaar) zou moeten laten zien wanneer je genoeg hebt bespaard op je energierekening om de investering terug te verdienen. Die vergelijking gaat uit van de huidige situatie (zonder spouwmuurisolatie) versus de nieuwe situatie (met spouwmuurisolatie). Vaak wordt gerekend met de huidige energieprijzen, maar met de verwachting dat deze prijzen gaan stijgen, zou dat de terugverdientijd nog korter maken.

Over de auteur

Carli van ‘t Schip is grafisch ontwerper voor maatschappelijk bewuste organisaties en houdt zich als masterstudent Klimaatpsychologie en -gedrag bezig met duurzaam gedrag.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Duurzame producten

We lijken nu dus niet meer zonder het woord ‘terugverdientijd’ te kunnen. Maar alléén in relatie tot duurzame producten. Zodra iets goed is voor het klimaat, moet het zich ineens economisch bewijzen. Een warmtepomp die zichzelf terugverdient na ongeveer 10 jaar. Dak- en glasisolatie na ongeveer 12 jaar. Het zou ons moeten aanzetten tot rationele keuzes. De overheid en leveranciers maken daarom gretig gebruik van dit verkoopargument.

De nadruk zou erop moeten liggen dat deze producten en maatregelen gewoon een verbetering opleveren. Ze zorgen dat je simpelweg minder energie nodig hebt. Dat je minder afhankelijk bent van de leverancier die energie levert. Dat je wooncomfort omhoog gaat. Minder last hebt van tocht. Je huis toekomstbestendig is. Je energielabel en dus je woningwaarde omhoog gaat.

Spaarrente

Milieu Centraal is inmiddels gestopt met het benoemen van de terugverdientijd. Hun reden: die methode doet duurzame investeringen vaak tekort. Ze houdt geen rekening met voordelen over de héle levensduur, toekomstige prijsstijgingen of rente op bespaard geld. In plaats daarvan gebruiken ze nu een vergelijking met spaarrente: spouwmuurisolatie levert een ‘rente’ op van zo’n 11 procent. Een krachtige vergelijking, al blijft ‘11 procent rente’ abstracter dan ‘terugverdiend in vier jaar’. Maar het dwingt ons wel om anders te kijken: als investering in plaats van als kostenpost.

Maar er is nog een ander belangrijk punt: ongelijkheid. Voor veel huishoudens is het niet de terugverdientijd die hen weerhoudt, maar simpelweg de hoogte van de investering. Je moet het geld wel hebben, of kunnen lenen. Wie dat niet kan, kijkt niet naar een rekentool maar naar zijn banksaldo. De focus op terugverdientijd kan zo onbedoeld mensen buitensluiten die juist veel te winnen hebben bij lagere energielasten.

Kwaad daglicht

Door zo nadrukkelijk op terugverdientijd te focussen, zetten we duurzame producten onterecht in een kwaad daglicht. Alsof ze alleen maar de moeite waard zijn als ze zich snel terugbetalen. Hierdoor schaffen minder mensen de producten aan.

Dus laten we stoppen het woord te gebruiken of leg voortaan alle aankopen langs dezelfde meetlat. Vraag je buurman wanneer hij zijn nieuwe auto heeft terugverdiend. Je moeder wanneer ze denkt dat haar nieuwe broek zich heeft terugbetaald. Of je partner wanneer deze gaat besparen op de nieuw aangekochte fiets.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next