Kun je ervaringen van seksueel misbruik verdringen en er jaren later ineens herinneringen aan krijgen? Niet volgens de wetenschappelijke consensus, maar recherchepsycholoog Mirjam ter Beek wil dat beeld na bestudering van 140 politiedossiers bijstellen.
is onderzoeksjournalist van de Volkskrant en schrijft onder meer over seksueel misbruik.
Nadat onderzoeksprogramma BOOS in 2022 onthullingen had gedaan over seksueel grensoverschrijdend gedrag bij talentenjacht The Voice, nam het aantal meldingen van misbruik bij de politie enorm toe. In veel van die zaken meldden slachtoffers een zedendelict van langer geleden, wat de bewijsbaarheid lastig maakt. Een bijzondere categorie, waarmee de politie zich niet goed raad weet, vormen de zaken waarin slachtoffers stellen herinneringen aan vroeger misbruik te hebben ‘hervonden’, bijvoorbeeld in therapie.
Recherchepsycholoog Mirjam ter Beek verdiepte zich voor het onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap in dit fenomeen. Daarbij werkte ze samen met hoogleraar rechtspsychologie Henry Otgaar van de Universiteit Maastricht en Bruno Verschuere, hoogleraar forensische psychologie aan de Universiteit van Amsterdam. Wat hun studie uitzonderlijk maakt, is dat ze toegang kregen tot 140 politiedossiers over misbruik ‘langer geleden’ die werden voorgelegd aan de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (LEBZ).
‘Dat gaf ons een unieke mogelijkheid om te analyseren hoe die herinneringen ontstaan’, zegt Ter Beek. ‘De gedachte is vaak dat hervonden herinneringen per definitie nepherinneringen zijn.’ Volgens de onderzoekers is die stelling ‘te zwart-wit’. Hoewel de nieuwe studie bevestigt dat therapie en andere ‘zoektochten’ naar een verklaring voor psychische klachten kunnen leiden tot fictieve herinneringen, vonden de onderzoekers in de politiedossiers ook een kleiner aantal ‘spontaan’ teruggekomen herinneringen waarvan aannemelijk is dat ze zijn gebaseerd op de werkelijkheid.
De discussie over het bestaan van hervonden herinneringen leefde de afgelopen jaren een paar keer op, bijvoorbeeld toen bestsellerauteur Griet Op De Beeck in 2017 bij televisieprogramma De Wereld Draait Door vertelde dat zij in therapie had ontdekt dat zij als meisje door haar vader was misbruikt. Het fenomeen speelde ook een cruciale rol in de zaak-Bodegraven, waar oud-inwoner Joost K. tijdens de coronapandemie een menigte complotdenkers op de been kreeg naar een begraafplaats, dankzij zijn hervonden herinnering aan seksueel misbruik door een satanisch netwerk. Daarvoor was geen bewijs – Joost K. werd later tot vijftien maanden cel veroordeeld wegens opruiing, bedreiging en smaad.
In de Verenigde Staten is reuring ontstaan rondom de bestseller van de vooraanstaande zakenvrouw Amy Griffin. In haar door Oprah Winfrey en andere beroemdheden aangeprezen boek The Tell beschrijft Griffin dat zij na een therapie met het hallucinerende middel MDMA ontdekte dat zij vroeger is misbruikt door een leraar. Een doorwrocht onderzoeksverhaal in The New York Times plaatste in september grote vraagtekens bij de authenticiteit van Griffins hervonden herinneringen.
Wat is het verschil tussen wat jullie in het onderzoek een ‘continue herinnering’ noemen en een hervonden herinnering?
‘Bij een continue herinnering heb je altijd geweten wat er is gebeurd. Je kunt er een lange tijd niet aan gedacht hebben, maar als iemand iets opwerpt waardoor je eraan denkt, komt het weer op: o ja. De herinnering is nooit ontoegankelijk geweest. Bij een hervonden herinnering ervaren mensen dat wel zo. Als je die mensen eerder had gevraagd of ze waren misbruikt, hadden ze ‘nee’ geantwoord.’
De wetenschappelijke opvatting is dat hervonden herinneringen doorgaans niet authentiek zijn. Waarom was dan toch nieuw onderzoek nodig?
‘Dat is onder wetenschappers de gangbare opvatting, maar er is nog steeds veel discussie over. En dat zit deels in de definitie. In het verleden bedoelden we met hervonden herinneringen vaak herinneringen waarvan werd aangenomen dat ze waren verdrongen en via therapie weer boven gehaald. Maar slachtoffers hanteren een bredere definitie. Dat kan ook gaan om herinneringen die niet weg waren, maar waar ze om verschillende redenen subjectief het gevoel bij hadden dat die een tijd afwezig waren.
‘Dan kun je als wetenschapper zeggen: dat bedoelen wij feitelijk niet met een hervonden herinnering. Maar die slachtoffers voelen zich wel aangesproken als er zwart-wit wordt gesteld dat hervonden herinneringen niet kunnen kloppen. Als je daadwerkelijk bent misbruikt en na zoveel jaar komt die herinnering terug, dan voel je je niet serieus genomen als er wordt gesteld dat die herinnering niet authentiek kan zijn. Dat ligt genuanceerder.’
Jullie maken een onderscheid tussen een ‘spontane’ hervonden herinnering en de hervonden herinnering ‘na een zoektocht’. Wat is het verschil?
‘We spreken van spontaan als je door een onverwachte trigger ineens herinneringen terugkrijgt aan een situatie van vroeger. Dat kan komen door een film of door een vriendin die iets meemaakt, waarna iemand ineens beseft: hé, zo’n ervaring heb ik ook gehad. Kenmerkend is dat zo’n spontane herinnering in één keer terugkomt.
‘Dat is anders bij hervonden herinneringen na een actief zoekproces. Die komen boven doordat mensen op zoek gaan naar een verklaring voor bepaalde klachten, bijvoorbeeld in therapie, door het lezen van zelfhulpboeken of in gesprekken met vrienden. Je ziet dan vaak dat de herinnering eerst heel vaag is en in de loop der tijd wordt uitgebreid en ingekleurd. Die herinneringen gaan meestal ook over langduriger en ernstiger misbruik dan de spontaan hervonden herinneringen.’
Voor dit onderzoek hebben jullie ruim 140 politiedossiers over misbruikzaken onder meer geanalyseerd op de aanwezigheid van ‘toetsbare details’. Wat wordt daarmee bedoeld?
‘Dat zijn elementen in iemands verhaal die, als je ze zou onderzoeken en ze blijken te kloppen, bewijs opleveren. Je hebt het aan anderen verteld, iemand heeft gezien dat je ergens bent geweest, of er is bijvoorbeeld appverkeer. Bij seksuele misdrijven is er meestal geen direct bewijs, dus wordt er veel breder gezocht naar steunbewijs. We hebben van verschillende typen herinneringen geanalyseerd hoeveel toetsbare details erin zaten waarnaar de politie onderzoek kon doen.’
Wat was daarvan de conclusie?
‘Bij continue herinneringen worden meer toetsbare details genoemd dan bij de hervonden herinneringen. Maar tussen de twee typen hervonden herinneringen zit wel verschil, bleek bij nadere bestudering. Bij de hervonden herinneringen ontstaan na een zoektocht, bleken de toetsbare details vaker aantoonbaar niet te kloppen dan bij spontaan hervonden herinneringen. Iemand zei bijvoorbeeld te zijn misbruikt door een leraar in aanwezigheid van klasgenoten. Vervolgens werden die klasgenoten opgespoord en bleek niemand zoiets te hebben gezien.
‘Onze conclusie is daarom dat de politie de ontstaansgeschiedenis van een hervonden herinnering gedetailleerd zou moeten uitvragen, omdat die iets kan zeggen over de authenticiteit van het verhaal. Als iemand actief op zoek is gegaan naar aanwijzingen voor misbruik, is de kans reëel dat de herinneringen fictief zijn. Bij spontaan hervonden herinneringen is de bewijsbaarheid vaak ook lastig, maar werden die toetsbare details niet zozeer ontkracht.’
Jullie spreken van fictieve herinneringen, niet van verzonnen herinneringen. Waarom?
‘Bij een fictieve herinnering is iemand er echt van overtuigd iets te hebben meegemaakt. Het zijn geen mensen die moedwillig liegen. En dat is natuurlijk iets heel anders dan iemand die als excuus voor bepaald gedrag of uit wraak iets gaat verzinnen.’
Een aanzienlijk deel van de hervonden herinneringen ‘na een zoektocht’ is naar boven gekomen in therapie. In veel gevallen, 25 zaken, gaat dat om EMDR, een erkende behandeling van traumaklachten. Waren jullie verbaasd?
‘Zeker, want dit was eerder nooit opgevallen bij de politie. We zagen dat in sommige dossiers al EMDR werd ingezet nog voordat iemand herinneringen had. Er zijn onverklaarde klachten en dan wordt er gezocht: welke beelden roepen spanning op? Terwijl EMDR in de basis andersom werkt: je hebt bijvoorbeeld een zwaar auto-ongeluk meegemaakt waardoor je veel stress en spanning ervaart. Dan ga je de heftigste beelden van dat ongeluk voor de geest halen en probeer je daar de emotie af te halen. Als je dat omkeert, is het risico groot dat er fictieve herinneringen ontstaan. We vonden deze uitkomst zo opvallend dat we vervolgonderzoek willen doen naar het mogelijke verband tussen EMDR en hervonden herinneringen.’
Als er veel media-aandacht is voor hervonden herinneringen, bijvoorbeeld omdat schrijvers erover vertellen, leidt dit dan tot meer zaken bij de politie?
‘Dat is wel aannemelijk. In Amerikaans onderzoek is bekeken wat de invloed is als een therapeut voorafgaand aan een behandeling de mogelijkheid benoemt dat herinneringen aan kindermisbruik zijn verdrongen (voor dat idee is geen wetenschappelijk bewijs, red.). In die behandelingen ontstonden bij 46 procent van de onderzochte patiënten herinneringen aan misbruik. Bij therapeuten die deze mogelijkheid niet bespraken, was dat 2 procent. Dus suggestie kan in therapie grote invloed hebben.
‘Het is goed voorstelbaar dat suggestie in de media ook gevolgen heeft. Daar zit voor mij wel een zorg. Als een bekend iemand naar buiten treedt met een misbruikverhaal op basis van hervonden herinneringen, kan bij anderen het idee ontstaan: zoiets is dus mogelijk, misschien is mij dat ook overkomen. En het ís ook niet onmogelijk, zoals ons onderzoek laat zien. Alleen: als je zelf actief gaat zoeken, is de kans op fictieve herinneringen reëel. Als dat risico niet bestond, zou je zeggen: spit en graaf allemaal een eind raak. Maar het kan schadelijk zijn, want mensen lijden ook enorm onder een fictieve herinnering aan misbruik.’
Veel zedenmisdrijven blijven nu bij de politie op de plank liggen. Kan deze kennis helpen om misbruikzaken efficiënter op te sporen?
‘Er is in het verleden veel capaciteit naar bepaalde zaken gegaan en je moet soms de afweging maken: hoever ga je daarmee door? Zeker bij zaken die almaar groeien. Als iemand de plek waar het misbruik zou zijn gebeurd telkens verandert, stoppen de onderzoeksmogelijkheden ook nooit. Maar alle energie die je in de ene zaak steekt, gaat ten koste van een andere. Ons onderzoek is zeker niet bedoeld om vooraf te zeggen: als een herinnering in de verkeerde categorie valt, doen we geen opsporingsonderzoek. Wel kun je met deze kennis onderbouwen dat er in bepaalde zaken een groter risico is op fictieve herinneringen. Dat kan helpen bij de keuze tussen een onderzoek eerder afsluiten, of juist doorrechercheren.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant