Home

‘Soms vraag ik me af wat mijn voormalige studenten nu doen’

Verslaggever Iris Koppe communiceert met de Oekraïense Elena (70), bij wie ze studeerde in Kyiv. Elena zat eerst ondergedoken, vluchtte naar Hongarije, keerde terug in Kyiv en verblijft nu weer in Hongarije. De berichten zijn vertaald vanuit het Russisch.

is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over Oekraïne en Oekraïners in Nederland.

Maandag 10 november

08.50 uur

‘Afgelopen weekend was het weer zover: grote delen van Oekraïne zaten zonder stroom. Rusland had een zwerm van 450 drones en 45 raketten afgeschoten op onze energiecentrales, verspreid over het hele land. Mijn buurvrouw stuurde een foto van haar keuken, waar in het aardedonker een kaars op tafel brandde.

‘Het schijnt dat er sinds het begin van de grootschalige invasie niet zoveel gelijktijdige aanvallen op energiedoelen zijn geweest. Gelukkig is de winter nog niet begonnen. Als er sneeuw ligt en het vriest, dan zijn de huizen zonder stroom niet meer warm te krijgen. Ik weet het nog van vorig jaar. Toen sliep ik, met mijn nertsenbontjas aan, onder twee dikke paardendekens. En nog steeds lag ik te rillen. Maar dat was in januari, een veel koudere maand dan november.’

10.10 uur

‘De stad Pokrovsk zijn we kwijt aan het raken. De Russen lijken steeds meer gebouwen en straten in handen te krijgen. Het is slecht nieuws, want de verovering zal Rusland zelfvertrouwen geven. Pokrovsk is een belangrijk knooppunt voor wegen en spoorwegen in het oosten. Het verlies van de stad maakt de weg vrij voor Russische troepen om verder op te rukken.

‘Voor de oorlog telde Pokrovsk ongeveer 60 duizend inwoners, maar die zijn zo’n beetje allemaal gevlucht. Ik ben er zelf nooit geweest, maar ik herinner me dat een van mijn studenten daarvandaan kwam, Nastya. Ruim een jaar lang gaf ik haar les en na de laatste bijeenkomst kwamen we met de groep bijeen voor een feestelijk afscheid. Het was zomer en het einde van het lesjaar. We zaten buiten aan een picknicktafel, in de schaduw van een aantal blauwe sparren.

‘Nastya had een ‘cake Kyiv’ meegenomen, een werkelijk prachtige taart met hazelnoten, merengue, kersen en botercrème. Ze vertelde dat haar oma in Prokovsk haar had leren bakken.

‘Prokovsk heette toen trouwens nog Krasnoarmiisk en was onderdeel van de Sovjet-Unie. In de stad werden kolen geproduceerd die belangrijk waren voor de staalindustrie. Nastya vertelde over haar oma terwijl ze het hazelnootgebak zorgvuldig in punten sneed.

‘Het waren andere tijden, waarnaar ik geregeld terugverlang. Mijn studenten leken een mooi en zorgeloos leven voor zich te hebben. Al dit geluk leek toen heel gewoon. De wereld lag aan hun voeten. Als hun docent genoot ik met hen mee.

‘Ik heb altijd veel studenten afkomstig uit de Donbas in mijn klas gehad. Door hard werken en het behalen van hoge cijfers kwamen ze in Kyiv terecht, waar ze zich vaak verder specialiseerden. Ze spraken Russisch als eerste taal, net als ikzelf. Niemand was heel erg met Oekraïne bezig, we waren vooral Sovjet-burgers. Pas na de onafhankelijkheid in 1991 begon mijn Oekraïense identiteit zich steeds sterker te vormen.

‘Soms vraag ik me af wat mijn voormalige studenten nu doen en waar ze zijn gebleven. Zijn ze allemaal gevlucht uit de Donbas? Vechten ze aan het front? Of wonen ze nu in de EU? Ik weet het niet.’

Meer afleveringen van De Schuilkelder vindt u in dit dossier over de oorlog in Oekraïne.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next