Met slechts drie praktisch geschoolden in de nieuwe Tweede Kamer, die woensdag wordt geïnstalleerd, ligt de macht nog meer bij wie hoogopgeleid, rijk, of allebei is. Dat is een gevaar voor onze democratie.
Van de 150 nieuwe Kamerleden zijn er slechts drie, afkomstig van radicaal-rechtse partijen, die enkel een mbo-opleiding hebben. Vorig mandaat waren het er nog dertien. Waar het politieke midden, en vooral links, ooit volkspartijen waren, zijn ze nu bolwerken van academisch geschoolden. Bouwvakkers, verpleegkundigen en vuilnismannen – de werkende klasse die meer dan de helft van Nederland vormt – verdwijnt steeds verder uit de democratie.
De Kamerleden van verkiezingswinnaar D66 zijn vrijwel allemaal oud-ambtenaren met een master. Bij veel partijen is dat niet heel anders. Toen Jesse Klaver werd gevraagd waarom er nauwelijks mbo’ers op zijn lijst stonden, noemde hij GroenLinks-PvdA alsnog ‘een goede afspiegeling van de samenleving’. Een Kamerlid hoort naast het maken en controleren van wetten ook het volk te vertegenwoordigen. Toch lijken bijna geen politici te spreken namens een gemeenschap, en vooral namens de beleidsdirecties van hun vorige werkgever.
Bestuurskundigen Mark Bovens en Anchrit Wille noemen dit de diplomademocratie. Eerder in de Volkskrant schreven zij dat academisch geschoolden steeds meer hun eigen wereld vormen: ze wonen, trouwen en scholen binnen dezelfde kring, waaruit de bestuurders van morgen voortkomen. Diploma’s zijn de nieuwe culturele scheidslijn. Waar vroeger religie of klasse iemands wereldbeeld bepaalde, doet opleiding dat nu en voorspelt beter dan inkomen hoe iemand denkt over thema’s als migratie, klimaat of Europa.
Ook sociaal-geograaf Josse de Voogd wees er recent op dat bij kabinetsformaties de belangen van academici winnen. Wanneer politici, experts en lobbyisten uit dezelfde kringen onderhandelen, ontstaat er een uitruil die niet echt weerspiegelt wat Nederland wil. Het resultaat is economisch rechts en cultureel links, terwijl veel gewone mensen het omgekeerde verlangen. De aristocratische adel is hiermee niet afgeschaft, maar gerenoveerd en is niet meer ‘graaf’ of ‘barones’, maar ‘dr.’ of ‘MSc’.
Over de auteur
Quin Blokzijl is opiniemaker en vuilnisman. Als mbo’er liep hij voor D66 stage in het Europees Parlement.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Wanneer politiek en bestuur steeds meer op elkaar lijken, gaan mensen zich afzetten tegen de democratie. Toen ik met mijn collega-vuilnismannen om zeven uur ’s ochtends onder de barbecuesaus van een gevallen all-you-can-eatbak stond, klonk op de radio een debat over ‘de klimaatambities van het Parijsakkoord’ en ‘solidariteit via de Spreidingswet’. Mijn collega grapte: ‘Ik zap even naar een Nederlandse zender, want ik versta hier geen moer van.’
De Britse econoom Gary Stevenson, zelf opgegroeid in een arbeidersgezin, kwam tot eenzelfde inzicht tijdens de financiële crisis van 2011. Terwijl regeringen spraken over ‘herstel’, zag hij hoe de ongelijkheid toenam. Zijn rijke, academisch geschoolde collega’s spaarden hun geld op, terwijl gewone gezinnen minder te besteden hadden. Waar cijfers voorspoed lieten zien, zag hij wat cijfers verbergen: dat je achtergrond bepaalt hoe je de economie ziet, en welke oplossingen je hebt.
Op de vuilniswagen wordt het duidelijk samengevat: ‘We moeten een beetje aan elkaar denken, vooral de rijken, dan komt het goed.’ Wil de democratie haar brede draagvlak behouden, dan moeten alle partijen hun toekomstige kandidatenlijsten en ministersposten meer vullen met mensen van de werkvloer zonder bul en dikke portemonnee. Ook moeten alle beleidsmakers één dag per week niet op werkbezoek, maar echt aan het werk zijn in onzekere beroepen.
Want wie elke week een vuilnisdienst draait, ziet wat geen diploma of salaris ooit kan bieden. Wie door ratten is aangevallen, druipend van de barbecuesaus in de regen zijn jas heeft uitgewrongen, zonder vaste collega’s en voortdurend heen-en-weergestuurd door personeelstekorten, zal elke volgende vergadering ingaan met een andere taal en prioriteiten.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant