Home

Wie naar een concert gaat van Israëlische artiesten, kan zeker niet meer uitgaan van een rimpelloze avond

Vorige week ging er een rookbom af in de Philharmonie van Parijs. Bij het Amsterdamse Concertgebouw werd gedemonstreerd. De klassieke concertzaal staat niet meer los van politiek.

is redacteur klassieke muziek van de Volkskrant.

Het was een gezicht dat je normaal gesproken alleen op de tribunes van voetbalstadions ziet. Ineens ontvlamde er donderdagavond in de Philharmonie van Parijs een rode rookfakkel. Paniek, gejoel: terwijl de pianist András Schiff aan zijn voorhoofd krabde, werd de fakkel uitgetrapt en de dader na duw- en trekwerk met aanwezigen uit de zaal verwijderd.

Het concert zou drie keer worden verstoord en stilgelegd: al na vijftien minuten schreeuwde een vrouw: ‘Israël, moordenaar!’

De aanleiding voor het protest was de komst van het Israëlisch Filharmonisch Orkest. Als het aan pro-Palestijnse demonstranten ligt, die Israël verwijten genocide te plegen, moeten de concertzalen het orkest niet langer uitnodigen.

De klassieke concertzaal leek de afgelopen decennia zo’n beetje de laatste plaats voor protest. Die tijd is voorbij. Wat is er aan de hand?

Andere voorzanger

Zaterdagavond was er juist een pro-Israëlisch protest, pal voor het Amsterdamse Concertgebouw. De zaal besloot onlangs het gebouw niet meer te verhuren voor een Chanoekaviering. Het Concertgebouw had de stichting die het organiseerde eerder al opgeroepen een andere voorzanger te kiezen dan Shai Abramson. Hij zou een ‘zichtbare vertegenwoordiger’ zijn van het Israëlische leger (IDF). De organiserende stichting weigerde de zanger te vervangen.

Woensdagavond meldde zich bij de voorgevel een man met een banner waarin de vergelijking werd gemaakt met 1941, toen Joden de toegang tot het gebouw werd ontzegd. Later konden bezoekers bij de draaideur zelfs de cabaretier Hans Teeuwen treffen, flyerend tegen het Concertgebouw-beleid. De Telegraaf sprak in het commentaar schande van de annulering. En zaterdagavond stonden er enkele tientallen demonstranten met Israëlische vlaggen.

Knijpkikkers

Als er de afgelopen decennia al protest was bij klassieke concerten, had dat vooral met artistieke zaken te maken. Berucht is de actie van de groep De Notenkraker, die in 1969 met knijpkikkers een concert van het Concertgebouworkest verstoorde omdat er meer democratie moest komen en er meer nieuwe muziek moest worden gespeeld. Er is eindeloos veel over gepubliceerd – omdat het de demonstranten (onder wie Louis Andriessen en Reinbert de Leeuw) goed uitkwam én juist omdat het er in de concertzaal sindsdien zo routineus onberispelijk aan toegaat.

In 2019 vond de klimaatbeweging de weg naar het Concertgebouw. Tijdens een concert van de Letse mezzosopraan Elīna Garanča dwarrelden er plotseling honderden klimaatpamfletten van het balkon. Garanča zong onverstoorbaar door.

Minder plezierig ging het eraan toe in 2022, toen in dezelfde zaal een concert in het kader van Allerzielen – Verdi’s Requiem door het Orchestra e Coro Sinfonica di Milano – werd onderbroken. Terwijl het laatste akkoord van het Tuba mirum uitklonk stond er een demonstrant op, de telefoon als spiekbriefje in de hand, om ‘Sorry, dit is een noodgeval!’ de zaal in te schallen. Zijn verhaal over de klimaatcrisis en overstromingen in Nigeria werd al snel door boegeroep van medebezoekers overstemd. Na een halve minuut werd de man door een paar bezoekers op ruwe wijze uit de zaal gesleurd.

Veel bezoekers waren geschrokken, logisch, omdat er nooit wat gebeurt. Maar wie nu naar een concert gaat van Israëlische artiesten, kan zeker niet meer uitgaan van een rimpelloze avond.

Derde rel in korte tijd

Dirigent Lahav Shani kan erover meepraten. Hij is de chef van het Israëlisch Filharmonisch Orkest dat in Parijs kortstondig het zwijgen werd opgelegd. Voor Shani was het al de derde rel in korte tijd. In september werd een optreden van hem in de Musikverein in Wenen verstoord, nadat het Gent Festival van Vlaanderen eerder had besloten dat Shani er niet meer welkom was, ondanks dat Shani zich altijd voor vrede had uitgesproken.

En zo wordt het ineens grimmig op die plek voor verheven kunst. Maar zo erg als in 1951 zal het waarschijnlijk niet worden. Toen protesteerden bezoekers, aangevoerd door de Communistische Partij Nederland, tegen de komst van dirigent Paul van Kempen bij het Concertgebouworkest. Van Kempen was tot Duitser genaturaliseerd en had in de oorlog met de Dresdner Philharmoniker voor de Wehrmacht gespeeld, wat hem niet in dank werd afgenomen.

Tijdens het eerste concert werd met moeite de laatste noten gehaald, is te lezen in het onlangs verschenen Dissonanten in het Concertgebouw van Albert van der Schoot. Er werden rotjes en stinkbommen afgestoken. Bij hun tweede uitvoering van Verdi’s Requiem was het protest zo fel dat een aantal orkestleden wegliep. Van Kempen keerde niet meer terug.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next