Paul Onkenhout en John Schoorl schreven jarenlang over namenliedjes in de rubriek And Venus was her name. Met Lola van The Kinks, een vrolijk en taboedoorbrekend nummer, zetten John & Paul een streep eronder.
Van alle namenliedjes op aarde is er maar eentje die twee keer aan de top van de Nederlandse hitparade belandde, en ook nog in een studio- én live-versie: Lola.
Ja, die meezinger dus, van The Kinks.
En nu allemaal:
L-O-L-A, Lola
Lo-Lo-Lo-Lo-Lola
Lola is een bijzonder geval, en niet alleen omdat er in alle vrolijkheid een fling met een travestiet wordt bezongen. Ook in het totale oeuvre van The Kinks speelt het nummer een cruciale rol. Zonder Lola was de Engelse band rond de gebroeders Davies al lang en breed onder het muziektapijt geschoven.
Dat beweren we niet zelf, maar dat zegt Dick van Veelen, Kinks-biograaf par excellence. Zijn naam staat op een imposante Kinks-trilogie waarin de band, Ray en Dave Davies en hun concerten uitgebreid aan bod komen.
Zijn leven met The Kinks begon in 1965 met de aanschaf van de single Till the End of the Day. Van Veelen wist niet wat hij hoorde. Er was geen weg meer terug, als Kinks-adept. In 2009 was het zover: hij ontmoette zijn idool Ray Davies, en ging zelfs met hem een vorkje prikken.
Lola is niet Van Veelens favoriete Kinks-klassieker, maar wel essentieel in de Kinks-geschiedenis. Voordat Lola in 1970 het licht zag, leek het viertal richting de vergetelheid te gaan. Met geweldige nummers als You Really Got Me, Sunny Afternoon en Waterloo Sunset waren ze in de voorhoede beland van de Engelse en internationale muziekscene, naast The Beatles en The Rolling Stones. Eind jaren zestig leek het te verzanden, met amper nog echt grote hits, en enige verwantschap met de populaire flowerpowerbeweging had de band niet.
‘De aandacht voor The Kinks verslapte’, zegt Van Veelen. ‘Door Lola waren ze weer helemaal terug. Ook in Amerika, waar ze vier jaar niet mochten optreden, gingen ze weer toeren. En met de live-uitvoering stonden ze in 1980 weer volop in het spotlicht. Zonder de twee Lola’s waren The Kinks allang vergeten.’
‘Welkom in Daviesland’, is de openingszin van de hoestekst van Something Else by The Kinks (1967). Een nummer dat op die plaat niet zou misstaan, is I Am Not Everybody Else. Ray Davies zou Ray Davies niet zijn als juist dit non-conformistische anthem op geen enkel regulier album te vinden is. Het vulde de B-kant van de single Sunny Afternoon, maar was een ware publieksfavoriet tijdens concerten.
En dat was niet zomaar. Davies (Londen, 1944) wilde niet zijn zoals iedereen. Hij volgde zijn eigen lijn en schiep zijn eigen magic Kinkdom. Als componist plukte hij ongemakkelijke onderwerpen uit het dagelijks leven en goot hij ze in catchy melodieën en ironische lyriek, waarbij een singalong niet werd geschuwd.
Met het achtste album, Lola Versus Powerman, gooide hij in 1970 majestueus zijn Kinks-kont tegen de krib. Managers, platenmaatschappijen, producers en muziekpers werden met naam en toenaam keihard te kakken gezet. Hij hield zich niet op zijn Brits in, maar beukte vol op het orgel.
Er stond ook een liefdesliedje op de plaat, met een travestiet in het middelpunt: Lola. De totstandkoming van het nummer was een ‘glossy paperback’ waard, zei Davies later. Zo waren daar zijn huwelijksperikelen met Rasa Emilija Halina Didzpetris, zijn vrouw sedert 1964. Davies voelde zich gevangen in het huwelijk en was depressief.
Een tussentijdse klus in een toneelstuk friste hem op. Lola rolde uit zijn pen. ‘Ik had toen een kind van 1 jaar oud’, zei Davies in The New York Times. ‘Ze kroop rond en zong ‘la la, la la Lola’. Ik dacht: als zij het mee kan zingen, dan kunnen de Kinks-fans het ook.’
De oerversie klonk volgens het management van de band te veel als een slap country-and-westernnummer. Wat ontbrak, was een beetje pit, een goede gitaarriff om te beginnen. Die kwam er. Van de tekst werd gezegd dat het ‘a shaggy-dog story’ was, een lang uitgewerkt, kolderiek verhaal met te veel details over een hete flirt met iemand die loopt als een vrouw, maar praat als een man.
Als het gaat om de oorsprong van Lola, duikt altijd de naam van Kinks-manager Robert Wace op. Volgens Ray Davies was Wace degene die in Soho met een vrouw danste die een man bleek te zijn. Sommige Kinks-biografen laten Wace’ rendez-vous beginnen in een nachtclub, waarna het duo zich verplaatst naar een appartement. Andere Kinks-geleerden weten zeker dat het tafereel zich afspeelde in Parijs, april 1965.
Ray Davies zei zelf dat hij ook met ‘de zwarte vrouw’ in kwestie had gedanst. Later noemde hij haar ‘een blondine’. Met een blik op de ‘pelvic region’, zeg maar het kruis, was hem snel duidelijk geworden dat zijn danspartner een man was. Wace leek het niet te deren, ook niet nadat Davies hem had gewezen op de stoppels op de kin. Hij was te dronken om het onderscheid te kunnen maken.
Drie jaar na het opheffen van het Engelse verbod op homoseksuele betrekkingen werd Lola het eerste popliedje waarin een amoureuze ontmoeting tussen twee mensen van hetzelfde geslacht werd bezongen en genderverwarring aan de orde werd gesteld. De BBC deed het nummer aanvankelijk in de ban. Dat was niet vanwege het thema, maar omdat er reclame zou worden gemaakt voor Coca-Cola. Voor de single-versie werd de tekst daarom aangepast in ‘cherry cola’.
Voor de man die Lola creëerde, was het dragen van vrouwenkleren gesneden koek geweest. Ray Davies groeide op in een gezin met zes zussen. ‘Mannen droegen jurken van vrouwen. Mijn vader, de meest machoman die je je kunt voorstellen, deed soms een pruik op en begon als een gek te dansen.’
Nog meer dan zijn oudere broer Ray voelde Dave Davies zich verwant met de thematiek van Lola. Zijn biseksualiteit en travestie hoorden bij de experimentele vibe van de jaren zestig, verklaarde hij later. ‘Het was een tijd van vernieuwing, waarin je alles kon uitproberen’, zei hij.’ Toen ik in de muziekwereld terechtkwam, realiseerde ik me ineens hoeveel homo’s er rondliepen. En ik dacht: waarom niet? Ik ga ervoor.’
Maar dat Lola een wereldhit werd, en tot twee keer aan toe, had volgens Ray Davies niet zozeer te maken met de taboedoorbrekende tekst. Het publiek op alle continenten deed (en doet) precies wat zijn dochter had gedaan: meezingen, en wel zo hard mogelijk.
Dick van Veelen meent dat zijn held zich met deze stelling toch tekortdoet: Lola was meer dan een meezinger. ‘Met zijn gedurfde teksten was Davies zijn tijd ver vooruit.’ Wat bovendien niet veel muziekliefhebbers weten, aldus Van Veelen, was dat Lola acht jaar later een vervolg kende in een veel minder bekend nummer: Out of the Wardrobe.
Hierin zingt Davies over een travestiet die zich niet langer schaamt om in vrouwenkleren over straat te lopen, met dank aan het begrip van zijn eigen vrouw. ‘Lola wordt geaccepteerd, zo moet je het zien. Echt iets voor Ray Davies om zoiets te bedenken.’
Het is aan Evert Wilbrink te danken dat Lola in 1980 een tweede hitleven kreeg met een live-uitvoering. Dat zegt de man die veertig jaar lang actief is geweest in de muziekbusiness. Wilbrink was als platenbobo in 1979 in Los Angeles voor een optreden van Herman Brood and His Wild Romance. Brood speelde in het voorprogramma van The Kinks en had dat al 22 keer eerder gedaan tijdens deze Amerikaanse tournee.
Wat de enige echte Nederlandse rock-’n-roller dwarszat, was dat de broertjes Davies tijdens elk concert van hem na 29 minuten de stekker eruit trokken en het licht aandeden, om te treiteren. Bovendien vond Brood de Engelsen een stelletje neprockers, met hun kapsones en hun voorliefde voor golf.
In de kleedkamer van The Kinks werd Wilbrink hartelijk begroet. Vanaf de jaren zestig had hij herhaaldelijk met de band te maken gehad. Het was zelfs zijn eerste klusje in de muziekindustrie geweest. Hij was in 1966 net begonnen bij platenmaatschappij Negram en moest ze van Schiphol halen.
In Los Angeles wilde Ray Davies weten wat Wilbrink kwam doen. Na het noemen van de naam Brood, was de pesterige reactie van Davies: ‘Wie zeg je?’ Wilbrink had een voorstel: ‘Als jullie Herman Brood en zijn vrienden voortaan beter behandelen, dan zorg ik ervoor dat jullie volgende single een nummer 1-hit wordt.’ ‘Deal!’, riepen The Kinks volgens Wilbrink in koor.
Dat hij met zo’n opschepperig aanbod kon komen, had een reden. Hij wist dat er verregaande fusie-onderhandelingen bezig waren tussen Negram en Arista, de platenmaatschappij van The Kinks. Dus toen hij een jaar later One for the Road hoorde, de live-opnamen van The Kinks van hun Amerikaanse tournee, wist hij onmiddellijk wat hij moest doen: ‘We moeten Lola uitbrengen. Fuck, dat wordt een hit. Ik weet het zeker.’
Iedere vertegenwoordiger en plugger van de platenmaatschappij moest er volle bak voor gaan, in het najaar van 1980. Wilbrink had een belofte gedaan aan Ray Davies en die moest worden waargemaakt. Op 10 januari 1981 was het zover, Lola (live) stond op nummer 1 in de Top 40.
Wilbrink: ‘Ik heb me aan mijn woord gehouden.’
Paul Onkenhout, John Schoorl: Haar naam was Lola. Xander Uitgevers; 392 pagina’s; € 24,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant