Home

Uit alles aan ‘Bij jou in de buurt’ blijkt dat kinderen als slimme mensen werden gezien

is columnist voor de Volkskrant

Dat kinderen vroeger veel serieuzer werden genomen, en met vroeger bedoel ik 1978, blijkt uit het bestaan van het boek Bij jou in de buurt. Het is een bundel met verhalen van verschillende bekende schrijvers uit die tijd, samengesteld door Kees Fens, een beroemde literatuurcriticus van toen. De ondertitel luidt: Verhalen voor kinderen en andere volwassenen. De illustraties in het boek – vaak best hermetische zwart-wit-etsen van, bijvoorbeeld, een zwangere vrouw met een blote vagina – zijn van Nederlandse kunstenaars en komen uit het Stedelijk Museum.

De eerste zinnen van het voorwoord door Fens luiden: ‘‘Een jongeman verzamelde een miljoen postzegels, ging erop liggen en schoot zich dood.’ Dat is een heel kort verhaal van de Russische schrijver Anton Tsjechov. Een gelukkig einde heeft het niet, maar het had ook geen gelukkig begin, want wie wil er nou een miljoen postzegels bij elkaar brengen.’

Uit dit alles – die titel, die illustraties, dat voorwoord – blijkt dat kinderen als slimme mensen werden gezien, en bepaald niet als domme types van wie je alleen met veel glitter, My Little Pony’s en korte zinnen zonder verwijzingen naar Anton Tsjechov de aandacht kon vangen.

Ik was heel dol op dit boek en las er vaak in, al zag ik nu dat er voorin ‘Merel B.C.’ was geschreven, de naam van mijn zus. We bezaten het denk ik met z’n allen – in 1978 waren wij, de drie kinderen thuis, nog erg klein, ik denk dat wij er een jaar of tien later in begonnen te lezen.

Nu ik het boek weer opensloeg, besefte ik dat er iets in staat wat voor mij een kernverhaal is: een verhaal, of eigenlijk een column, van Simon Carmiggelt, getiteld Maatschappelijk verkeer. Het is een dialoog tussen een man en zijn melkboer, nadat die melkboer terug is van een vakantie in Brabant. In het gesprek, waarin de melkboer lyrisch vertelt over zijn verblijf daar, noemt hij alleen maar op wat hij allemaal gegeten had in het pension, waar ‘Alles inbegrepen’ was, ‘Alles.’ Het gaat maar door, over soep met zuivere vleesballen, thee met een enorme wafel, ‘je vlees, je groenten, je aardappels’, waarna de melkboer de man Brabant erg aanraadt en zegt dat het er prachtig is.

Dit verhaal, hoewel voor de moderne lezer misschien lichtelijk aanmatigend tegenover de melkboer, maakte als kind diepe indruk op mij, en ik denk dat ik daardoor vervolgens alle columnbundels van Simon Carmiggelt gelezen heb.

Dat was misschien het idee van dit boek: dat je kinderen zou aanzetten tot nog meer lezen van de auteurs die erin stonden. Alle schrijvers worden achterin ook heerlijk hoogdravend beschreven. Over Fritzi ten Harmsen van der Beek staat er: ‘Schrijfster van zeer eigenzinnige poëzie en al even ongewoon proza. Beide munten uit door bijzonder woordgebruik.’

Het idee dat je zo’n schrijversbio tegenwoordig zou opnemen in een boek voor kinderen is bijna ondenkbaar. Maar waarom eigenlijk ook niet?

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next