Home

De podcast ‘Op zoek naar Marlotte’ is een hit, maar krijgt (terecht) ook kritiek

Podcast ‘Op zoek naar Marlotte’ scoort goed. De podcast van Zembla is meeslepend verteld. Maar de makers staren zich zo blind op mogelijke misstanden dat ze het echte verhaal niet zien. 

Het Brandwondencentrum in Beverwijk.

Kort na de dood van de erudiete en joyeus formulerende journalist Martin van Amerongen las je her en der, liefkozend maar ook een tikje verontrust, dat hij de man was van de fameuze uitspraak: „Een goed verhaal moet je niet dood-checken.”

Podcast

Op zoek naar Marlotte

Zembla, BNNVARA.

Dat was in 2002. Van Amerongen doelde op geinige terzijdes, in verder scherpe reconstructies, of op mooie anekdotes die iemand karakteriseren in een verder accurate reportage. Nu zijn we twee decennia verder en de best beluisterde verhalende podcast in Nederland is een krankzinnige vertelling waarin niet de terzijdes maar de kern van de handeling fictie is. Het verhaal was eenvoudig dood te checken, maar de vertellers weigerden dat, maandenlang. De onderzoeksredactie van Zembla ging „Op zoek naar Marlotte”, een jonge tiener die in het brandwondencentrum in Beverwijk zou hebben gelegen en daar langzaam haar ledematen en, uiteindelijk, haar leven zou verliezen.

Marlotte heeft nooit bestaan en het moet de makers worden nagegeven: dat zeggen ze direct aan het begin van de podcast. Ze zijn beetgenomen. Maar sympathie voor deze eerlijkheid maakt al snel plaats voor ongeloof over hun geloof. Want het verhaal waarmee een jonge vrouw naar de redactie stapte is niet alleen krankzinnig. Het is ook bijzonder ongeloofwaardig.

Even in het kort: een tienermeisje loopt ernstige brandwonden op tijdens een religieus ritueel. Ze verblijft daarna niet alleen meer dan drie jaar op de intensive care (hallo?), ze krijgt een levertransplantatie, haar benen worden geamputeerd en na de dood van haar vader (een man die haar seksueel misbruikte), heeft ze niemand meer, behalve de tipgever van de redactie. Die kent ze via de kindertelefoon. Marlotte zal haar ontelbare berichten sturen via de telefoon. Later doet het ziekenhuis dat ook, om haar op de hoogte te houden en om haar toestemming te vragen voor de  meest ingrijpende medische behandelingen. Uitgeschreven beslaan deze app-berichten enkele duizenden bladzijden. 

De toch serieuze onderzoeksredactie van Zembla besluit niet een paar medisch specialisten te bellen om na te gaan of zo’n verhaal mogelijk is. Nee, ze gaan op zoek naar het bestaan van Marlotte, naar haar jeugd, haar school, haar achtergrond. Ook gaan ze die duizenden apps lezen die van het verplegend personeel zouden komen uit het brandwondencentrum. De podcast gaat over hun zoektocht.

Wantrouwen

Het is knap dat ze daar iets spannends van weten te maken: dramaturgisch zit de podcast goed in elkaar. Tegelijk is het verontrustend hoe ze, in een poging de geloofwaardigheid van het verhaal te stutten, voortdurend appelleren aan een diep wantrouwen jegens instituties, bij hun luisteraars en bij henzelf. Neem het brandwondencentrum. Niet te vroeg bellen, want je wilt ze niet wekken. Dan gaan ze ongetwijfeld het geval Marlotte onder tafel vegen. 

Want, zo heeft de eindredacteur eens vernomen: in de zorg is altijd alles weer erger dan je denkt. Het is het gereedschap van de samenzweringsdenker. Dat journalisten op aarde zijn om een complexe werkelijkheid inzichtelijk te maken, om te laten zien hoe iets werkt of simpelweg verslag te doen van gebeurtenissen die voor het grote publiek anders onzichtbaar zijn – het lijkt voor deze redactie allemaal van een andere, wellicht voorbije wereld. Er moeten misstanden worden onthuld.

Hun verontrustende taakopvatting blijkt vooral als ze uiteindelijk de persoon hebben gevonden die zich heeft voorgedaan als Marlotte. De bedenker van het verhaal. Ze blijkt mee te willen werken, maar de podcastmakers trakteren haar nauwelijks op serieuze vragen, wel op hun afkeuring. Gesprekken met een psycholoog zullen geen soelaas bieden, vertelt de eindredacteur haar op een tenenkrommende, belerende toon. Ze moet naar een psychiater.

Tegen de luisteraar zeggen de makers dat een verwarde geest buiten hun taakopvatting valt. Als er geen institutioneel wantrouwen meer kan worden gevoed, is er kennelijk niets meer te zien of te doen.

Dat is de grootste misser van deze podcast. De makers staren zich zo blind op mogelijke misstanden in de zorg dat ze het echte verhaal niet zien. Want dat ligt bij haar, de nep-Marlotte. Zij is zoveel interessanter dan hun eigen zoektocht. Niet de vraag: hoe zochten we naar Marlotte? Maar: hoe heeft deze vrouw dit verhaal voor echt kunnen laten doorgaan? Hoe en waarom heeft ze zo effectief een leugen de wereld in geholpen dat zelfs een onderzoeksredactie er maanden zoet mee was?

Zoals de psychiater Jim van Os adviseert: luister naar verwarde mensen. Neem hun gekte serieus, dan hoor je nog eens wat. Ook over de tijd waarin we leven. In dit geval: over het verlangen slachtoffer te zijn.

Twee maanden voor de dood van Martin van Amerongen wilde ene John R gelijk krijgen in zijn strijd tegen Philips, het bedrijf. Hij gijzelde het personeel een dag lang. Een zoektocht naar zijn motieven mondde uit in een prachtige film. Twintig jaar later wil de nep-Marlotte vooral slachtoffer zijn, in een parallelle persoonlijkheid. Dat is razend interessant. Hoe doet ze het? Daar wil je alles over horen, niet over de falende journalisten en hun redactieruimte – inclusief de kleur van de kastjes.

In nieuwe afleveringen kunnen ze daar nog mee komen. Maar zo lang ze dat niet doen, blijft deze vijfdelige serie vooreerst een vakkundig uitsmeren van journalistiek falen, geïnspireerd door modieus wantrouwen.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next