Home

Wat valt er te leren van William Morris, steenrijke ontwerper van tijdloos behang én radicaal socialist?

De invloedrijke 19de-eeuwse ontwerper William Morris werd in grote welstand geboren, maar ontpopte zich tot radicale socialist, die opkwam voor de arbeiders. Journalist Machteld van Gelder, kenner en liefhebber, trad in zijn voetsporen, op zoek naar een vleugje William Morris in deze tijd.

Al jaren hou ik van de zachtaardige patronen van de 19de-eeuwse Engelse ontwerper William Morris. En misschien nog wel meer van de stap die hij zette om als steenrijke en aristocratische ondernemer een radicale socialist te worden.

Morris werd in 1834 gunstig geboren in een milieu waarin hij al jong wist dat hij nooit zou hoeven werken voor zijn geld. Hij werd een uiterst succesvol zakenman, maar vooraleerst ontwerper, ambachtsman en schrijver. Door de tedere toets van zijn iconische ontwerpen, zijn poëzie en interieurs, ontgaat je hoe radicaal hij was. Zijn patronen voor behang en gordijnen worden nog wereldwijd verkocht. Maar dat zijn werk werd gevoed door zijn politieke opvattingen, raakte in de vergetelheid.

Niet veel dichters worden rijke ondernemers. En niet veel rijke ondernemers worden radicaal socialist. Zéker niet in de Britse klassenmaatschappij van toen.

Mooiste vrouw van Engeland

Aan de oever van de Theems in de Londense wijk Hammersmith staat Kelmscott House. Het brede huis heeft een royale kobaltblauwe voordeur die is omringd door lila bruidssluier. Veertien grote vensters kijken uit op de brede rivier. Binnenvaartschepen glijden stroomafwaarts of zwoegen stroomopwaarts. Mahoniekleurige roeiboten meren aan de overkant bij het strandje van hun roeiclub aan. Op dit water keek Morris meer dan twintig jaar uit, terwijl hij dit huis bewoonde met zijn als mooiste vrouw van Engeland bekendstaande echtgenote Jane en hun twee dochters. Een mooie plek voor een zeer ongelukkig huwelijk.

Links van het woonhuis is de William Morris Society gevestigd, in het voormalige koetshuis.

Binnen is een liefdevol ingerichte tentoonstelling van persoonlijke spullen van Morris te bekijken, er staan wat van zijn stoelen (maar uiteraard én helaas mag je daar niet op zitten), er zijn schetsen te zien van ontwerpen die de creatieve koers inzetten van zijn bedrijf Morris&Co, en natuurlijk objecten afkomstig uit Morris’ drukkerij Kelmscott Press, zoals een van zijn drukpersen.

De vaste tentoonstelling wordt door drie vrijwilligers bewaakt en toegelicht. Er zijn alleen Aziatische bezoekers, allen gekleed in een mix van de Engelse merken Burberry, Barbour en Liberty. Een van hen, een piekfijn als gentleman gekleed oud heertje, neemt bezit van de tijd van de knapste vrijwilligster door in zijn moeilijk verstaanbare Engels onophoudelijk toe te lichten hoe hij aan zijn Chinese universiteit is gepromoveerd op Morris.

Uiteindelijk koop ik in de piepkleine museumshop een keukenschort met één van Morris’ populairste ontwerpen, de geliefde ‘Strawberry Thief’-print met daarop in zijn eigen font ‘Golden Type’ Morris’ beroemde uitspraak: ‘When class robbery is abolished every man will reap the fruits of his labour.’ (‘Als de uitbuiting van de werkende klasse wordt beëindigd, zal ieder mens kunnen leven van zijn eigen arbeid.’) Geen idee of dit schort ooit populair was in communistisch China. Ik word ter plekke lid van de William Morris Society en krijg te horen: ‘We hebben al meer leden uit Nederland!’

Stelen van de gewone man

Natuurlijk leefde Morris vanaf zijn geboorte zélf het leven van een vrijgestelde, mede dankzij kopermijnwerkers die het familiekapitaal bijeen hadden geploeterd. Hij had dat leven kunnen besteden aan het in stand houden van het familievermogen, het bezoeken van paardenraces, premières en diners. Ik vraag me soms af wat ervoor nodig is om, zoals Morris deed, vanuit grote welstand uit alle macht actie te gaan voeren tegen, zoals hij het noemde, het bestelen van de gewone man.

Radicaal-linkse ondernemers, ook nog erudiet, creatief en met goede smaak, waar vind je die? Dezer dagen, vooral sinds de boeken van de Franse schrijver Édouard Louis (Weg met Eddy Bellegueule) lees je over het fenomeen ‘klassenmigrant’, van pauper tot elite. Maar andersom?

William Morris vervreemdde zich van zijn hogere klasse, niet om zelf te gaan leven als armoedzaaier, maar om arbeiders omhoog te helpen.

Nu we van de relatieve stabiliteit van de geleide markteconomie terecht zijn gekomen in een economie die alle kostbaarheden van onze aarde en ook onze waarden meesleurt naar een vernietigende chaos, heb ik steeds meer waardering gekregen voor een man als William Morris.

Tot een paar jaar geleden leefde ik met een soort ongemakkelijke bewondering voor filantropen met hun diepe zakken en hun door adviseurs ingefluisterde culturele smaak. Inmiddels kan ik geen dankbaarheid meer opbrengen voor dat Dubai-aanse spiegelding, het door een vermogende familie betaalde Depot naast Boijmans van Beuningen.

Wat had ik graag gezien dat iets minder spiegelends, zoals verantwoordelijkheid nemen voor ‘het algemeen belang’, status zou geven. Gewoon belasting betalen bijvoorbeeld, in plaats van dankbaarheid te oogsten met sigaren die zijn ontvreemd uit de doos van de gemeenschap. Want een stabiele gemeenschap lijkt mij het grootste geschenk dat je aan je kleinkinderen kunt nalaten.

De ‘mindere kunsten’

Morris hield ook van kunst, maar dan van wat door hemzelf al ‘de mindere kunsten’ werden genoemd. Hij was de initiator van de arts-and-craftsbeweging. Na zijn studie klassieke talen in Oxford leerde hij zich verschillende ambachten aan en ontdekte dat het op volwassen leeftijd mogelijk is je artistiek te ontwikkelen. Voorheen dacht hij dat kunstenaars werden geboren. Nu besefte hij dat ze gemáákt kunnen worden. ‘Ik schaam me als ik denk aan mijn gelukzalige werkuren en de monotonie waartoe de meeste mannen in hun werkdagen zijn veroordeeld.’

In zijn werkplaats leidde hij zijn eigen team op, dat deels afkomstig was uit een jongensweeshuis in de buurt. Zo vond hij het bewijs dat kwaliteit van werk en creativiteit door iederéén kunnen worden bereikt, mits men daartoe de gelegenheid krijgt.

Morris’ politieke bewustzijn groeide verder toen hij inzag dat de geestdodende arbeid een gevolg was van het sociaaleconomische systeem dat samenhing met de industrialisatie. De gewone man werkte voor een hongerloon 72 uur per week, rechteloos als een slaaf. Maar meer dan klassenongelijkheid, was het de ongelijkheid van de kwaliteit van werk die Morris tot socialist maakte. Hij begon commercialisme en massaproductie als ontmenselijkende krachten te beschouwen. Het was in 1877 dat hij zijn eerste lezing, ‘The Lesser Arts’, hield.

Weefgetouw met tapijt er nog in

Op Walthamstow – een van de landgoederen van Morris’ jeugd, in Noordoost-Londen – is in een Georgiaans landhuis met ronde zijvleugels de William Morris Gallery gevestigd, waar je de grootste collectie Morris-voorwerpen ter wereld kunt bekijken. Een weefgetouw met een opgezet stukje tapijt er nog in, de inventaris van zijn interieurwinkel The Firm, nu Morris&Co genaamd, en een schitterende visuele uitleg van de levensloop van Morris.

En ook de brief waarmee Morris zijn moeder schokte, als hij haar meedeelt zijn leven aan de kunsten te gaan wijden: ‘Lieve Mama, ik weet dat dit onverwacht komt en misschien teleurstellend is. Ik wil werk doen dat iets goeds toevoegt aan de wereld. Ik hoop op je begrip en steun. Ik geloof dat ik op deze weg zowel geluk als betekenis kan vinden. Met liefde, William.’ Ook vind je hier textielontwerpen die Morris voor de stoffering van de huizen van welstandige industriëlen ontwierp, in het begin de belangrijkste klanten voor Morris&Co.

Het is de vraag of Morris’ werk en opvattingen er nog toe doen. Zijn de donkere kleurstellingen van zijn interieurs in bordeaux, oker, mos en vos, tijdloos? Je kunt het je nauwelijks voorstellen als je ziet welke tinten nu de interieurmode bepalen: grijs, zwart, wit en beige. Zijn Morris’ figuratieve patronen van bloemen, vruchten, bladeren en lianen dan misschien tijdloos? Ook dat kun je je nauwelijks voorstellen als je een kijkje neemt in woonwinkels en tijdschriften. Vinden zijn ontwerpen überhaupt nog aftrek in Engeland? Waardering?

Op de behang- en stoffenafdeling van het luxueuze warenhuis Liberty in Soho is een flinke hoeveelheid van Morris’ ontwerpen te vinden, er zijn vele stalenboeken te bewonderen. Sterker nog, naast de vaste archiefcollectie van historische prints, heeft Liberty zelfs een aantal van de geliefdste Morris-ontwerpen, waaronder ‘Willow’ en ‘Strawberry Thief’. Opnieuw uitgebracht, aangepast met eigentijdse kleurstellingen.

In tegenstelling tot het museale huis van Morris mag je hier alles aanraken en bevoelen.

Liberty is niet de enige winkel waar je Morris’ ontwerpen nog kunt kopen. Wereldwijd zijn er showrooms en verkooppunten, in hun marketing gericht op consumenten die houden van exclusiviteit, limited editions en arbeidsintensief vakmanschap. (Het schort met het citaat heb ik overigens in het luxueuze Liberty niet gezien.)

Net als wij nu, leefde Morris in een tijd waarin de wereld razendsnel veranderde. De trek van het platteland naar de stad. Het darwinisme dat twijfel zaaide over het christelijk geloof. De industrialisatie. Toen hij werd geboren reisde je met de maximale snelheid van een paard in galop, maar toen hij stierf reden er treinen en auto’s door het hele land.

Morris verkeerde vanaf zijn geboorte alleen maar in de hoogste kringen, maar werd rond 1884, ongeveer op zijn 50ste, toch socialist. Al snel begon hij in heel Groot-Brittannië lezingen te geven, soms drie op een dag.

Hij koos ervoor openlijk een politieke theorie aan te hangen die zijn zakenrelaties en zijn familie, kortom iedereen die er in zijn leven toe deed, met afkeer vervulde. In straten en op pleinen door het hele land riep hij mannen en vrouwen op in opstand te komen tegen hun werkgevers. Hij werd meerdere keren gearresteerd, maar zijn roem als succesvol zakenman en ontwerper beschermde hem tegen échte sancties van het geïrriteerde establishment.

Na het gewelddadig neerslaan van een arbeidersoproer in 1887 schreef Morris de roman News from Nowhere, over een man die op een ochtend in 2102 ontwaakt en beseft dat hij in een paradijs terecht is gekomen waar mensen in gemeenschappelijk bezit met elkaar leven, en de bewoners plezier hebben in hun werk. News from Nowhere is sinds 1890 continu in druk geweest (Penguin Classics) en in tientallen edities wereldwijd uitgegeven.

Plafonds van 3 meter 30

Weer thuis in Amsterdam knoop ik bij mijn geliefde het schort om. Dan fietsen we naar de chique behangzaak De Ru in de Van Woustraat. We moeten even geduld hebben, want de behangstalen zijn bezet door een zestiger en zijn stokoude moeder die verweesd naar de opengeslagen Morris-boeken staan te turen. Eindelijk maken ze hun keus en de verkoopadviseur informeert juist naar de te bestellen meters als ik de moeder hoor zeggen: ‘Onze plafonds zijn 3 meter 30.’ Zo zie je maar. Ook in Nederland sieren anno 2025 de gordijnen en behangen van een radicale socialist nog altijd wanden in huizen met hoge plafonds waarin de eigenaren zich tooien met versieringen uit wat sommige rijken zouden noemen: een extreem-links gedachtegoed.

De tijdloze ‘Lesser Art’ van Morris, behanger van mijn dromen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next