De succesvolle milieuactivist Merijn Tinga surft Europa door om aandacht te vragen voor zwerfafval en statiegeld. Hij schreef een boek, met als vraag: hoe wapen je je tegen cynisme, nu de aandacht voor duurzaamheid verslapt? ‘Ik merk dat mensen om me heen het opgeven.’
is economieredacteur. Hij is specialist duurzaamheid en circulaire economie.
Wie aandacht wil trekken, moet grenzen opzoeken, weet Merijn Tinga (52) als geen ander, al is hij daar ook weleens overheen gegaan. Zoals toen hij langs de haven van het Franse Boulogne-sur-Mer surfte, tijdens een tocht waarmee hij aandacht vroeg voor de World Cleanup Day (Wereld Opruimdag).
Die haven is afgeschermd door een grote betonnen muur, waar de aanstormende golven van het Kanaal met geweld op de teruggekaatste golven klappen. In deze kolkende watermassa kwam Tinga terecht, en ging hij onderuit. Pas na een gevecht van tientallen minuten slaagde hij erin om weer op zijn board te komen, vlak voor hij tegen de muur zou slaan.
Hij had kunnen verdrinken, stond te ‘shaken’ van het besef. ‘Toen concludeerde ik: dit is het niet waard. In die campagne zou ik eigenlijk nog langs een aantal andere grote havens surfen, maar daar heb ik toen van afgezien. Eigenlijk wilde ik de tocht in zijn geheel doen, dat was denk ik een ego-ding, een soort ijdelheid.’
Weinig Nederlandse milieu-activisten hebben de afgelopen jaren zo veel invloed gehad als Tinga. Zijn voornaamste wapenfeit: de sleutelrol die hij speelde bij de uitbreiding van het Nederlandse statiegeldsysteem.
Het was een door hem geschreven en bij Kamerleden aangeboden motie, met een oproep om de hoeveelheid zwerfflesjes drastisch te verminderen, waar de Tweede Kamer zich van links tot rechts achter schaarde. In 2021 mondde dit uit in statiegeld op kleine plastic flesjes, blikjes zouden twee jaar later volgen. Hierdoor is het aantal rondzwervende flesjes en blikjes inmiddels ruim gehalveerd.
Samen met een legertje vrijwilligers en Dirk Groot, een andere activist, die bekendstaat als de Zwerfinator, confronteert hij bedrijven met fotobewijs van hun rondslingerende verpakkingen. Herhaaldelijk met effect: zo stapte snoepfabrikant Pervasco na zo’n actie over op papieren wikkels voor Anta Flu en Napoleon.
Toch staat Tinga – bioloog, beeldend kunstenaar en milieuactivist – vooral bekend als de Plastic Soup Surfer. Al windsurfend, op een board gemaakt met plasticafval, legt hij soms duizenden kilometers af om aandacht te vestigen op plasticvervuiling. Over twee recente surftochten, van Oslo naar Londen en van Londen naar Parijs, schreef Tinga het boek Tegen de stroom in.
Helemaal mijdt hij de risico’s nog altijd niet. Alleen al tijdens zijn tocht naar Londen wist hij ternauwernood te voorkomen dat hij in een Zweedse kaap op de rotsen sloeg, liep hij vast op de zandbanken in de Waddenzee en surfte hij bij Rotterdam urenlang tegen de stroom in om te ontsnappen aan een gevaarlijke zeestroming. ‘Toen ik het boek laatst teruglas, viel me wel op hoe vaak ik domme dingen doe. Dan neemt mijn ongeduld het over.’
Tinga is fulltime-activist, met een eigen stichting waarvoor een handvol mensen werkt. Zelf komt hij rond met het geven van lezingen, zegt hij. Hij ontvangt in zijn summier ingerichte kantoor in Leiden, dat ‘soort van half antikraak’ in een voormalig klaslokaal van een schoolgebouw zit. ‘Soort van half’, want inmiddels wordt er weer lesgegeven in de school, maar hij mag er blijven zitten. Samen met zijn kantoorgenoten, onder wie een sieradenmaker en een softwareontwikkelaar.
Hij heeft het tij niet mee, zou je zeggen. Onderhandelingen over een VN-verdrag om de toenemende plasticvervuiling een halt toe te roepen, strandden afgelopen zomer op fossiele belangen. Intussen torpedeert de regering van president Donald Trump Amerikaans klimaatbeleid, zwakt de Europese Unie milieuregels af en maken geopolitieke ontwikkelingen internationaal overleg hierover steeds ingewikkelder.
Een van de vragen die Tinga in zijn boek stelt, is hoe niet ten prooi te vallen aan cynisme. ‘Ik merk dat mensen om me heen het opgeven’, zegt hij. ‘Ze zeggen: ‘Ik heb een tijd niet gevlogen, of geen vlees gegeten, maar dat ga ik gewoon weer doen.’’
Heeft zulk cynisme ook vat op u?
‘Als je zoontje zegt dat hij zijn kamer niet wil opruimen omdat Pietje het ook niet doet, dan zeg je ook: zo werkt het niet. Wij hebben in Europa een verantwoordelijkheid voor wat wij doen, en dat is waar ik invloed op kan uitoefenen. Natuurlijk kun je ontmoedigd raken als je uitzoomt. Maar als je zo in het leven staat, dan kom je in een opportunistische pakken-wat-je-pakken-kan-modus.’
Wat het voor Tinga makkelijker maakt om zijn activisme vol te houden, is dat hij er simpelweg lol aan beleeft. De extreme surftochten geven hem een kick. ‘Je moet het leuk houden. Door te genieten van de mensen met wie je het doet. Door te experimenteren met campagnes. En door toch ook de humor te zien, enigszins te relativeren. Zo’n surfboard van plastic flesjes, dat heeft natuurlijk iets leuks, iets speels.’
Is er genoeg humor in de milieubeweging?
‘Ik denk het niet. Het is ook lastig om niet zuur over te komen, je bent al snel moraliserend. Ons probleem is dat we verandering willen en mensen zijn over het algemeen tegen verandering: ze zijn gemakzuchtig. De kunst is om je boodschap dan toch op een enigszins luchtige manier te brengen. Dat maakt het niet alleen overtuigender voor anderen, maar ook leuk voor jezelf.’
Tinga zit dan ook niet altijd op één lijn met de ngo’s waarmee hij samenwerkt, onder meer om zijn plannen in het buitenland uit te voeren. Sommige zijn in zijn ogen te dogmatisch.
Neem zijn surftocht naar Londen, waar hij een brief met een pleidooi voor statiegeld aanbood aan de Britse milieuminister. Toen Coca-Cola hierbij wilde zijn, als voorstander van statiegeld omdat het zijn plastic flessen dan beter kan recyclen, reageerden de milieuorganisaties in eerste instantie afwijzend. Ze vonden dat Coca-Cola niet ver genoeg wilde gaan, omdat het bedrijf niet óók voor statiegeld op glazen flessen pleit.
Terwijl Tinga dacht: des te sterker, als de milieubeweging en het bedrijfsleven samen een front vormen. ‘Ik snap dat er wantrouwen is jegens grote bedrijven. Maar je kan je wel verdiepen in hun belangen en daar pragmatisch op inspelen als ze ergens overeenkomen met de jouwe. Eerst maar eens statiegeld op die flesjes invoeren bijvoorbeeld, dan kun je daarna kijken of het systeem nog kan worden uitgebreid. Dan staat de logistiek tenminste.’
Niet voor niets hield Tinga het woord ‘statiegeld’ bewust uit zijn motie uit 2017. Dat woord zou de discussie direct op slot gooien, verwachtte hij, omdat (centrum-)rechtse partijen zich fel verzetten tegen een uitbreiding van het statiegeldsysteem. ‘Het was echt een loopgravenoorlog.’
Maar alleen al in de buurt komen van het doel in de motie – 90 procent minder zwerfflesjes in drie jaar – kon alleen met statiegeld. Zo hielp zijn woordkeuze een politieke patstelling te doorbreken.
Om zijn boodschap politiek beter behapbaar te maken, hield hij ook de blikjes uit zijn motie. Later steunde hij het plan van de verantwoordelijke staatssecretaris Stientje van Veldhoven (D66) om het statiegeldsysteem alleen uit te breiden met kleine plastic flesjes. Blikjes, hoopte hij, zouden later volgen.
‘Ik kreeg enorme haat van de milieuverenigingen omdat ik daar in was meegegaan. Ik was het eens met Stientje van Veldhoven. Nou, dat kon niet. Het bedrijfsleven had weer uitstel gekregen, vonden zij. Met terugwerkende kracht heb ik natuurlijk gelijk gekregen, maar op dat moment dacht ik: word ik nou voor een karretje gespannen? Mag ik een politica vertrouwen? Als je dan geen steun krijgt, is dat best lastig hoor.’
Is het wantrouwen jegens politici onder milieuactivisten te groot?
‘Ik kan wel zeggen dat mijn vertrouwen in politici, op basis van degenen die ik ken dan, alleen maar is gegroeid. Juist dat intermenselijke contact leidt ertoe dat je veel beter begrijpt waar iemand vandaan komt. Aan de andere kant zie je natuurlijk ook het politieke spel. Zeker de laatste tijd was het absolute chaos, ik begrijp best dat er weinig vertrouwen is.’
In Nederland is de discussie over statiegeld intussen weer opgelaaid. Op sommige plekken is een gebrek aan functionele inleverautomaten. De organisatie die wettelijk verplicht is het statiegeldsysteem te organiseren namens het verpakkende bedrijfsleven, Verpact, hangt een dwangsom van meer dan 100 miljoen euro boven het hoofd als de situatie niet tijdig verbetert. In enkele grote steden breken statiegeldjagers prullenbakken open, met plaatselijk juist extra zwerfafval als gevolg.
Is statiegeld dan wel zo’n succes?
‘Nu de grootste stappen zijn gezet bij de invoering van statiegeld, zie je dat er opeens veel aandacht uitgaat naar een paar steden waar de prullenbakken worden opengetrokken. Niet toevallig steden waar veel journalisten wonen. Media hebben sowieso vooral oog voor wat fout gaat. Dan heb je tenslotte een verhaal: een prullenbak die gewoon dicht zit, is niet zo leuk voor de foto als een prullenbak waar een hoop rotzooi bij ligt.
‘Maar intussen liggen er 80 procent minder blikjes bij het zwerfafval (volgens de laatste cijfers van afvalraper Dirk Groot, die Rijkswaterstaat meeweegt in de officiële statistieken, red.). Ga naar Frankrijk en België, en je ziet hoe het er hier een paar jaar geleden nog uitzag. Blijkbaar vergeten mensen na een verandering heel snel hoe het eruitzag en focussen ze zich op waar het nog fout gaat.’
Zijn eerstvolgende surftrip om te pleiten voor statiegeld zal van Nice naar Rome zijn, in mei vertrekt hij. Momenteel leert hij Italiaans, want ‘ik wil de interviews straks wel in het Italiaans kunnen doen’. Hij heeft dus een talenknobbel? ‘Welnee. Ik oefen elke dag een uur, dan lukt het wel.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant