Europa Leiders proberen de EU om te vormen tot een losse verzameling zelfbesturende staten met weinig tot geen verplichtingen aan Brussel, ziet Jan Zielonka.
Regeringsleiders poseren voor een foto tijdens een bijeenkomst van de Europese Raad, vorige maand in Brussel.
Wat is de akeligste ziekte die Europa op het ogenblik teistert: het populisme, nativisme of soevereinisme? De meeste mensen wijzen naar het populisme en nativisme, maar volgens mij is het soevereinisme nog erger. Het soevereinisme belet Europa doeltreffend om te gaan met de grote problemen van deze eeuw, die internationaal van aard zijn. Denk aan de reeks recente crises – van de financiële tot de migratiecrisis, van corona tot de veiligheidscrisis door toedoen van Rusland. Geen van deze crises zou doeltreffend door één enkel land kunnen worden aangepakt.
Als regeringen tekortschieten, zo niet tandeloos blijken, zoeken burgers zondebokken om de schuld van hun ellende te geven en wonderen waardoor hun lot zou kunnen verbeteren. Dit verklaart waarom populisten en nativisten floreren. Hun succes is niet de ziekte, maar het symptoom van een diepere kwaal. We zouden daarom verwachten dat liberale politici zich tegen het soevereinisme zouden keren, maar zij geven liever af op het populisme en nativisme. Het populisme is duidelijk schadelijk en het nativisme openlijk racistisch, maar het soevereinisme trekt zelfs liberale politici aan. Waarom? Het antwoord heeft veel te maken met het huidige model van de democratie en de Europese integratie.
Jan Zielonka is emeritus hoogleraar Europese politiek aan de Universiteit van Oxford.
De nationale staat blijft de centrale plek van de democratie, waar de bevolking – of die nu Frans, Duits of Nederlands is – soeverein en gevrijwaard van inmenging van buiten behoort te zijn. De Europese integratie was van meet af aan bedoeld om na de verwoestingen van twee wereldoorlogen de nationale staten te redden, niet te ontmantelen. Daarom heeft de Europese Raad, en niet de Commissie of het Parlement, de overhand bij alle grote EU-besluiten.
Het is dan ook niet verbazend dat we aan de onderhandelingstafel waar de belangrijke besluiten over Europa worden genomen, alleen soevereinisten vinden die verplicht zijn hun respectievelijke nationale belangen te verdedigen. Sommigen geloven rotsvast in de soevereine macht van hun landen, terwijl anderen aarzelen. Maar niemand wil zich door de Commissie of door andere lidstaten laten manipuleren.
Als soevereiniteit de regel van het Europese spel is, waarom beloven zoveel politici dan om de macht uit Brussel terug te halen naar hun hoofdsteden? Dat doen ze omdat het handig is de eurocraten de schuld te geven van hun eigen onvermogen om greep te krijgen op de migratie, stijgende schulden, financiële speculatie, klimaatverandering, veiligheidsrisico’s en buitenlandse desinformatiecampagnes. Maar ze zijn aan het verkeerde adres. Het Verenigd Koninkrijk is een paar jaar geleden uit de EU gestapt en deze problemen zijn geen van alle verdwenen – integendeel, ze zijn juist verergerd.
Nu ze de prijs van de Brexit hebben gezien, is geen van de leiders op het vasteland gebrand op een vertrek uit de EU, maar proberen ze de EU om te vormen tot een losse verzameling zelfbesturende staten met weinig tot geen verplichtingen aan Brussel. Deze politiek wordt niet alleen door politici als Viktor Orbán of Geert Wilders gevolgd. Het soevereinistische spel wordt ook gespeeld door zogenaamd liberale en pro-Europese leiders als premier Donald Tusk of bondskanselier Friedrich Merz. Hoe is anders de herinvoering van de grenscontroles tussen Duitsland en Polen te verklaren? Is het u opgevallen hoeveel deze zogenaamd Europese leiders over de verdediging van hun zelfzuchtige nationale belangen praten als het op veiligheid, migratie en economie aankomt?
Hier speelt een paradox. Hoe meer nationale staten niet bij machte blijken internationale stromen en de ontwrichtende gevolgen van onderlinge afhankelijkheid te beteugelen, hoe meer hun leiders per se hun eigen weg willen gaan, met voorbijgaan aan de Verenigde Naties, de Wereldhandelsorganisatie, de Wereldgezondheidsorganisatie en zelfs de EU. De enige speler waar ze niet aan voorbij willen gaan, is Amerika, geregeerd door de meest onvoorspelbare, transactionele en hebzuchtige president in de geschiedenis van dat grote land.
De Europese Unie bevindt zich op dit moment in een netelige situatie. De soevereinisten hebben haar pronkstukken als de Groene Agenda of het Migratiepact onschadelijk, zo niet ongedaan weten te maken. De EU praat veel over haar nieuwe rol op veiligheidsterrein, maar in de praktijk heeft ze weinig klaargespeeld. De lidstaten hebben simpelweg beloofd meer geld in de aankoop van Amerikaanse wapens te steken, maar zoals Oekraïne onlangs heeft gemerkt, mogen deze alleen met Amerikaanse instemming worden gebruikt.
Zelfs de ‘coalitie van bereidwilligen’ die vastbesloten is het agressieve Rusland het hoofd te bieden, wordt geplaagd door onderling wantrouwen, gebrek aan middelen en afhankelijkheid van Uncle Sam. Deze verlamde besluitvorming, die leidt tot ongelukkige cosmetische oplossingen voor groeiende uitdagingen, is niet nieuw. We hebben een dergelijk patroon ook tijdens eerdere crises gezien, waarbij lidstaten worstelden met de toepassing van optimale oplossingen voor nationale blunders. Optimisten zullen zeggen dat deze blunders niet zoals voorheen tot oorlog tussen de Europese landen leiden, maar gelet op de bedroevende staat van de huidige Unie is het niet meer dan een kwestie van tijd voordat door interne conflicten en inmenging van buiten de geest van Hobbes de poorten van de EU binnendringt.
Wat kan er worden gedaan om de toekomst van Europa en de toekomst van zijn bange, gedesoriënteerde en steeds armere burgers veilig te stellen? Het antwoord dat meestal wordt gegeven, is bekend: we moeten eindelijk een Europese federatieve superstaat gaan vormen. Zoals Josep Borrell, Guy Verhofstadt en Domènec Ruiz Devesa het onlangs verwoordden op de site Social Europe: „We moeten een echte federale unie worden, eindelijk bevrijd van de beperkingen van de unanimiteit en voorzien van bevoegdheden op het terrein van het buitenlands en veiligheidsbeleid.”
Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan nu de belofte om een trotse en soevereine nationale staat te herstellen, een recept voor het winnen van nationale verkiezingen lijkt. Een federatie van soevereinisten is een contradictio in terminis.
Een federatie stuit ook op weerstand bij de liberale Europese regeringsleiders, die hun landen als de sterkste en meest legitieme partijen beschouwen. Maar kunnen nationale staten nog altijd de traditionele staatsfuncties vervullen op terreinen als het sociaal, monetair en defensiebeleid? Is de democratie in nationale staten sterk genoeg om een solide legitimiteit te bieden? Ik betwijfel dit ten zeerste.
De cijfers wijzen uit dat de democratische legitimiteit van onze staten op een historisch dieptepunt is. Zo bleek begin dit jaar uit een peiling van Sciences Po dat maar 26 procent van de Fransen vertrouwen in de politiek zegt te hebben, terwijl 71 procent meent dat de democratie in Frankrijk niet goed functioneert. Een andere enquête wees in 2021 uit dat meer dan de helft van de Europeanen de wetgever door kunstmatige intelligentie wil vervangen. Ook het vermogen van staten om doeltreffend sociaal-economische problemen aan te pakken is op een historisch dieptepunt, waarbij de verschillen tussen landen maar klein zijn.
In veel Europese landen staan de publieke diensten op instorten. Staten gaan er prat op hun grenzen te verdedigen tegen migranten, maar dit wordt nauwelijks gestaafd door de beschikbare cijfers. En het is inmiddels overduidelijk dat geen van de Europese landen in staat is een doeltreffend verweer te bieden tegen het heroplevende Rusland of invloed van betekenis uit te oefenen op de brandende conflicten in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.
Dit wil niet zeggen dat staten totaal zinloos zijn, laat staan dat ze wegkwijnen. Het wil alleen maar zeggen dat de Europese staten niet zo competent en democratisch zijn als ze beweren. Niet alleen de EU, maar ook de Europese steden, regio’s en tal van ngo’s hebben vaak een betere staat van dienst in de levering van publieke goederen dan landen, zelfs op gevoelige terreinen als migratie, veiligheid en diplomatie. En deze niet-statelijke partijen genieten meer vertrouwen dan staten.
De Eurobarometer van voorjaar 2025 liet zien dat 52 procent van de Europeanen vertrouwen in de EU heeft, terwijl maar 36 procent hun nationale regering en 37 procent hun nationale parlement vertrouwt. Uit de Eurobarometercijfers van een jaar eerder bleek dat zo’n 60 procent van de Europeanen vertrouwen had in hun regionale of lokale overheden.
Wat rechtvaardigt dan het bijna-monopolie van staten op beslissingen en middelen? Misschien moeten we staten eindelijk dwingen om hun soevereiniteit en middelen niet alleen met de EU te delen, maar met een bredere groep partijen die ik de vijfde macht van de democratie noem. Misschien moeten we de term Europees meerlagig bestuur waarachtige betekenis geven.
Het probleem is dat de vijfde macht versnipperd is en geen samenhang vertoont. Ook mist ze een verenigde stem. De EU dient vooral staten en behandelt ngo’s, regio’s en steden eerder als klanten dan als onmisbare partners. Sommige regio’s doen of ze een eigen staat vormen, terwijl andere vooral proberen meer geld van de EU te krijgen. Steden hebben, anders dan regio’s, geen belangstelling voor soevereiniteitsspelletjes, maar hun zorgen zijn eerder praktisch dan politiek, eerder lokaal dan Europees.
Ngo’s strijden voor nobele maar verschillende doelen en concurreren om publieke steun. Er is geen platform dat de verschillende takken van de vijfde macht verenigt en daardoor zijn ze aan manipulatie en marginalisering onderhevig. Het Comité van de Regio’s en het Social Platform zijn losse en machteloze organisaties. Het Europees burgerinitiatief, dat de EU-burgers in staat stelt nieuwe wetgeving voor te stellen, heeft tot nu toe geen praktische invloed gehad en richt zich veelal op specifieke kwesties als kooilandbouw of regionale talen.
Zolang de verschillende partijen van de vijfde macht niet de krachten bundelen om een ingrijpende reorganisatie van de Europese besluitvorming te eisen, zullen de nationale staten weigeren om relevante bevoegdheden en middelen met hen te delen. Macht wordt zelden vrijwillig gedeeld – macht wordt gegrepen. De aanbeveling is dan ook eenvoudig en helder: degenen die daadwerkelijk aan de publieke goederen bijdragen, moeten zich verenigen en hun stem laten horen.
Europa heeft een ingrijpende verandering nodig en deze verandering wordt nu door de soevereinisten doorgevoerd. Als burgemeesters, activistische ngo’s en Europeanisten in een ander continent geloven, moeten ze zich verenigen en hun eigen visie uitdragen. Laten we het ‘het Europa van de netwerken’ noemen.
Dit stuk verscheen eerder in Social Europe.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC