nieuwsbriefMachtige Tijden
Machtige Tijden Wie echt macht in Nederland heeft, kan altijd het risico ontlopen dat hij doelwit van openbare woede wordt. Politici doen het in toenemende mate. Maar Rob Jetten wacht straks het omgekeerde. Vooral door toedoen van Dilan Yesilgöz, die breekt met de koers van Wiegel, Bolkestein en Rutte: de succesvolste leiders uit de VVD-geschiedenis.
Dilan Yesilgoz (VVD) en Rob Jetten (D66) praten met media voorafgaand aan een een bijeenkomst met Tweede Kamervoorzitter Martin Bosma en alle fractievoorzitters.
Na de verkiezingen zijn er altijd invloedrijke landgenoten die een standpunt innemen waarvan je denkt: waarom nu pas? Eindeloos benoemden politici in de campagne dat jonge woningzoekenden geen huis hebben door migranten op de woningmarkt. Maar wat verklaarde Peter Wennink, oud-bestuursvoorzitter van ASML, twee dagen na de verkiezingen in De Telegraaf? „Dat migratie ook maar iets te maken heeft met het woningtekort, is de grootste onzin”.
Daarvoor zijn volgens hem andere oorzaken (langdurige procedures, te veel inspraak) en hij benadrukte dat het land kennismigranten „keihard nodig heeft”. Interessant natuurlijk. Maar uit democratisch oogpunt wonderlijk dat hij dit niet inbracht vóórdat de stembussen opengingen.
Wennink werd nota bene in september aangetrokken door demissionair minister Vincent Karremans (Economische Zaken, VVD) voor advies over het verdienvermogen van Nederland. Terwijl de VVD zelf, in het verkiezingsprogramma en in de Kamer, veel aandacht heeft voor misbruik van de kennismigrantenregeling.
Maar Wennink kent het spel. Tijdens de campagne van 2023 besloot de Kamer de zogenoemde expatregeling – die kennismigranten fiscaal bevoordeelt – te schrappen. De koepel van metaalwerkgevers, FME, wachtte ook toen tot na de stembusgang met de lobby tegen dit besluit.
Daarna was het Wennink zelf die de politiek zijn wil oplegde. Hij zinspeelde op het vertrek van ASML uit Nederland, en zie: de expatregeling bleef. NRC liet laatst zien dat in nieuwe stadswijken een groot deel van de woningen naar expats gaat: zij overbieden het meest.
Het is hoe macht, echte macht, in Nederland werkt: verkiezingen als onhandig intermezzo in de goede verstandhouding met de overheid. Wie ontevreden is met de keuze van de kiezer of besluiten van de Kamer, wacht totdat de verkiezingen zijn geweest. Daarna: business as usual.
Het soort risicomijdend gedrag – ontloop publieke verontwaardiging – dat ook de politiek zelf is gaan domineren. In de campagne spreken politici van leiderschap en etaleren zij hun plannen met elan. Na de campagne keert bijna meteen hun positie van vóór de campagne terug – zie het geschuifel in de verkenningsfase van de formatie.
Alle fractieleiders zeggen snel een nieuw kabinet te willen – maar bewegen doen ze amper: angst voor de kiezer, voor de feiten, voor fouten.
Er is ook een hele infrastructuur ter ondersteuning van risicomijdende politiek ontstaan. De publieke omroep, RTL4, SBS6: ze hebben elk hun eigen nieuwspanel. Doet zich een dilemma voor – laten we zeggen: moet D66 met JA21 gaan regeren? – dan zal een van die panels, bestaande uit mensen die zichzelf aanmelden, in precieze percentages weergeven wat de aanhang van die partijen ervan denkt.
Ik wil best aannemen dat beheerders van die panels dit serieus onderzoeken. Maar geen van hen waagt zich aan een zetelpeiling, dus je weet dat ze hun eigen uitslagen niet letterlijk nemen. Toch worden hun cijfers („vertrouwen in de politiek 4 procent”) in het huidige klimaat eindeloos rondgepompt, zodat ze vanzelf een politiek feit worden. Maar of ze kloppen? Waarschijnlijk niet.
Ook media baseren zich bij hun politieke analyses toenemend op dit soort data. In sommige omstandigheden logisch, maar wie het te veel doet omarmt, en daar wordt het link, een erg armoedige interpretatie van politiek.
Politiek draait ook om wereldbeelden, beginselen, uitgangspunten, een visie. Dus als dit soort data het voornaamste criterium voor besluitvorming is, dan wordt uiteindelijk alle politiek populisme. Dan is politiek teruggebracht tot één opdracht: praat de kiezer na.
Dan bestaat politiek leiderschap niet meer, dan loopt geen politicus meer voorop, dan verdwijnt de politicus als opinieleider. Dan wordt volgzaamheid de voornaamste politieke vaardigheid.
De politiek beweegt in die richting. Je hoort nu van alle kanten dat de VVD „kiezersbedrog” pleegt als ze tijdens de formatie, in strijd met haar belofte, toch in zee zou gaan met GL-PvdA.
Toen ik dit voor het eerst hoorde moest ik lachen: kiezersbedrog, neen, dat zou de VVD nooit doen! Mark Rutte die duizend euro voor de hardwerkende Nederlander beloofde (nooit gekomen). Die niet zou toestaan dat er nog een cent naar de Grieken zou gaan (gebeurde toch). Die de coronaverkiezingen in 2021 won met de belofte dat hij partijen en het land bij elkaar zou brengen – waarop hij twee weken later een motie van afkeuring tegen zich aangenomen zag worden.
Zelf heb ik me nooit erg opgewonden over gebroken beloften. In coalitiepolitiek kán dat bijna niet anders: samenwerking vereist inschikken en inleveren. Elke coalitiepartij gooit in de formatie beloften uit het raam. Wat is het alternatief?
Bovendien: verkiezingsbeloften zijn nooit eenduidig. De VVD wil een „stabiel” kabinet en heeft daarom een voorkeur voor centrumrechts. Ze regeerde 22 van de laatste 25 jaar in allerlei coalities, en nooit eerder sloot een partij met zoveel bestuurlijk gewicht de grootste partij op rechts én links uit.
Elke zaterdag ontleedt Tom-Jan Meeus in zijn nieuwsbrief de politieke week - en laat zien wat bijna niemand ziet
Polariseren met radicaalrechts en links om voldoende kiezers voor centrumrechts te rekruteren: dat was de tactiek. En met 75 zetels voor D66, VVD, CDA en JA21 kwam de partij verrassend ver. Maar ver genoeg?
En belangrijker: niet helder is of dit het „stabiele” kabinet brengt waarmee de partij haar unieke positionering onderbouwt.
In feite verbindt de VVD nu haar lot aan JA21. Een partij die dit voorjaar veel publiciteit kreeg met een motie waarmee partijleider Joost Eerdmans zijn afkeer van gezamenlijke Europese schulden (‘eurobonds’) een hoger belang toekende dan investeringen in de Europese Defensie. Centen boven veiligheid. Zijn motie haalde een meerderheid dankzij coalitiepartijen NSC en BBB. Detail: VVD en GL-PvdA waren beide tegen.
Ook voor premier Dick Schoof was het erg pijnlijk: de Franse president Macron stelde geen belang meer in zijn aanwezigheid in informeel Europees topoverleg. JA21 verkoos zijn binnenlands verzet tegen eurobonds kortom boven versterking van Defensie en de Nederlandse reputatie in Europa. Met zo’n partij inzetten op stabiliteit – ik weet het niet.
En JA21 zit pas vier jaar in de Kamer, maar beleefde nog in 2023 een diepe crisis. Een brandbrief tegen het bestuur, twee van de drie Tweede Kamerleden opgestapt, daarna nog eens zes partijprominenten. En onlangs een senator die de opvolgingsplaats van partijoprichter Annabel Nanninga inneemt (zij wordt Tweede Kamerlid) maar weigert in de JA21-fractie plaats te nemen.
Je hoort: maar het gedoe in JA21 is nu verdwenen. Niet dat er sinds 2023 veel kans op was: Eerdmans leidde tot de verkiezingen een eenmansfractie.
De vraag is ook wat Dilan Yesilgöz met de reputatie van de VVD doet nu zij, na de samenwerking met de PVV in 2023, opnieuw inzet op regeren met radicaalrechts. Feit is: na een jarenlange koude oorlog met de PvdA was het VVD-leider Hans Wiegel die in de jaren zeventig besloot die partij niet langer uit te sluiten. Dezelfde Wiegel die me jaren later trots vertelde hoe hij in 2010 in Brabant een coalitie van VVD met de SP smeedde.
In de jaren negentig koos Frits Bolkestein tweemaal voor regeren met PvdA en D66. In de jaren tien zorgde Rutte voor een coalitie met de PvdA. Kortom, alle grote VVD-namen deden eerder wat Yesilgöz nu weigert. En dat op basis van een uitslag (22 zetels, 14,2 procent) die in percentages de slechtste is sinds 1971: de verkiezingen die leidden tot de aanwijzing van Wiegel als VVD-voorman.
PvdA-voorman Joop den Uyl (tweede van links) en VVD-leider Hans Wiegel (derde van links) tijdens een verkiezingsdebat in 1981.
Er zijn dan ook VVD’ers die vermoeden dat Yesilgöz’ geslaagde campagne-eindsprint het einde van de VVD als stabiele bestuurderspartij markeert. Met een gedeeltelijk radicaal-rechtse aanhang, denken zij, kan dat niet langer.
Maar ze is natuurlijk niet helemaal van gisteren: ze creëert een klimaat waarin een minderheidscoalitie (bijvoorbeeld D66, VVD, CDA) voor D66-voorman Rob Jetten de aantrekkelijkste optie is.
Voor D66 een hard gelag. Het betekent vermoedelijk dat het kabinet-Jetten op gevoelige thema’s afhankelijk is van de rechtse meerderheid in de Kamer. En dan is het risico aanzienlijk, zie Rutte, dat ook Jetten talloze verkiezingsbeloften moet verbreken.
Het is ook het eindstation van risicomijdende politiek. Nu zoveel politiek leiders, met als voornaamste uitzondering Henri Bontenbal, wegduiken achter de voorkeuren van hun kiezers, komen de politieke risico’s in handen van enkelingen, met een premier, straks Rob Jetten, als grootste risicodrager. Het zal zwaar tillen zijn.
Tegelijk pakt ook risicomijdend gedrag soms pijnlijk uit. Het AD schreef dat enkele PVV’ers, onder wie oud-staatssecretaris Chris Jansen (IenW), een evaluatie van de recente nederlaag willen. Wilders: „Dat gaan we dus niet doen.”
Het herinnerde me aan de laatste keer, in 2012, dat hij fors verloor: nadat hij als gedoogpartner Rutte I had gevloerd, waren er ook PVV’ers die vroegen om een evaluatie. In NRC citeerden we later uit interne mails. „Ze moeten niet zeuren”, schreef Wilders woedend. „GEEN evaluatiecommissie, is vragen om problemen.”
Het was achteraf het begin van een opstand, die uiteindelijk het vertrek inleidde van talloze PVV-Kamerleden, -Europarlementariërs en lokale PVV’ers.
Opmerkingen, aanmerkingen, observaties, tips? Elke reactie is van harte welkom. Mail me – t.meeus@nrc.nl – of stuur een persoonlijk bericht op mijn LinkedIn.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC