In Soedan voltrekt zich de grootste humanitaire crisis op aarde, maar de wereld haalt de schouders op. Een demonstratie in Utrecht moest daar zondag een klein beetje verandering in brengen. ‘Als je buur wordt uitgehongerd, kun je niet toekijken.’
is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.
Het Domplein valt zondag stil als de 23-jarige Soedanese Omnia Mustafa aan het woord is. Ruim een jaar geleden verliet ze via Egypte haar door geweld verscheurde land. Ze wil weten waarom een leven van een Soedanees minder waard is.
‘Wij zijn aardige, bescheiden mensen, die hun laatste eten en water delen met anderen’, zegt ze vanaf een podium naast de Domtoren. ‘Burgers die kerken en moskeeën bouwen, gewoon naast elkaar. Deze zachtaardige mensen worden op dit moment gedood om het goud.’
In Soedan voltrekt zich op dit moment de grootste humanitaire crisis op aarde. Sinds er drieënhalf jaar geleden een oorlog uitbrak tussen het regeringsleger en rebellen, zijn honderdduizenden Soedanezen omgekomen, miljoenen anderen op de vlucht geslagen en lijden nog veel meer mensen honger. En toch staan de verschrikkingen in dit Afrikaanse land elders in de wereld niet bovenaan de politieke agenda’s. Ook niet nu er vrijwel zeker een etnische zuivering gaande is.
Nederlandse Soedanezen als Abdulaal Hussein (26) doen deze zondag het weinige dat in hun macht ligt: hun stem laten horen op een druk plein in Utrecht. Opdat passanten wellicht iets minder onverschillig thuiskomen dan dat ze van huis zijn gegaan ‘Deze demonstratie is niet tegen de rebellen van de RSF of tegen het Soedanese regeringsleger gericht’, zegt Hussein, een van de organisatoren van de vredesbeweging Yalla for Sudan. ‘Het zijn allemaal geen lieverdjes. Deze demonstratie is tegen de oorlog, tegen het geweld.’
De strijd in Soedan kent een lange geschiedenis. Tussen 2003 en 2006 werd er – met steun van de toenmalige dictator Omar al-Bashir – in de westelijke regio Darfur een genocide gepleegd op zwarte bevolkingsgroepen door Arabische rebellen, de Janjaweed geheten. Diezelfde rebellen werden daarna onder de naam Rapid Support Forces (RSF) handlangers van het regeringsleger. Maar tweeënhalf jaar geleden raakten de rebellen en het leger in conflict en namen ze de wapens op tegen elkaar. En als uitvloeisel van die strijd, zeggen tal van deskundigen, maken de RSF nu de genocide van twintig jaar geleden in Darfur af.
Twee weken geleden namen de RSF-rebellen de stad El Fasher in, het laatste bolwerk in Darfur dat nog in handen was van het Soedanese regeringsleger. Daarmee kregen ze de controle over het deel van Soedan dat het rijkst is aan bodemschatten. De rebellen worden in hun strijd gesteund door de Verenigde Arabische Emiraten, die in ruil voor wapens onder meer een afzetmarkt bieden voor Soedanees goud.
‘Verenigde Arabische Emiraten, jullie kunnen je niet verstoppen, we zullen jullie aanklagen voor genocide’, staat op een van de vele protestborden in Utrecht. De demonstranten eisen onder meer Nederlandse sancties en een boycot tegen de emiraten.
De zakelijke belangen van veel westerse landen in de emiraten gelden als een belangrijke reden voor de apathische houding tegenover de de rebellen. Toch geniet ook het regeringsleger, met bondgenoten als Egypte en Iran, weinig sympathie in de rest van de internationale gemeenschap. De Verenigde Naties noch de Afrikaanse Unie overwegen humanitair ingrijpen.
‘Hoeveel mensen moeten er dood voordat er iets gebeurt?’, vraagt Hidaya Nampiima (41) zich af. Op haar shirt staat met grote letters welk land ze zelf is ontvlucht: Oeganda. Ze heeft net een asielstatus in Nederland. Een hele opluchting, maar nu migranten volgens haar tot ‘zondebok voor alle problemen’ zijn gemaakt, voelt ze zich minder welkom in Nederland dan toen ze zes jaar geleden aankwam.
Terwijl, zegt ze: waar gaat de migratiediscussie hier nou helemaal over? ‘Als buurland van Zuid-Soedan, dat zich in 2011 afsplitste van Soedan, weten we in Oeganda met twee miljoen vluchtelingen pas echt hoe het is om asiel te verlenen.’ Een verklaring voor het wegkijken van de oorlog in Soedan heeft ze niet. ‘Het enige wat ik weet, is dat het voor mij reden is hier in Utrecht te zijn. Als je buur wordt uitgehongerd, kun je niet toekijken.’
En zo is de demonstratie in Utrecht voor velen een medicijn tegen machteloosheid. Dat gevoel klinkt ook door bij Riektje Wendelaar (53) en haar man. ‘Dit is zo groot, wat kun je doen?’, vraagt Wendelaar zich af. ‘En straks gaat de aandacht weer naar een volgend conflict.’
Dankzij het Tweede Kamerlid Mpanzu Bamenga stond het ‘vergeten’ conflict in Soedan toch zo nu en dan in Den Haag op de agenda. Dat zijn partij, D66, nu de grootste is, biedt hoop dat het ook op de agenda blíjft. ‘De mensen die nu de moorden plegen, moeten weten dat er gerechtigheid komt’, zegt Bamenga voordat hij het podium betreedt. En als hij er eenmaal op staat: ‘Ik zal alles in mijn macht doen om van vrede in Soedan prioriteit te maken’.
De eerste spreker, Omnia Mustafa, die vorig jaar uit de hoofdstad Khartoem is vertrokken, heeft dan al gezegd dat vrede in Soedan nu een eeuwigheid geleden lijkt. Ze was erbij toen dictator Bashir in 2019 werd afgezet. Van die revolutie is niets meer over. ‘Maar als ik stop met praten, dan is Soedan pas echt dood.’
En dus vertelt ze op het podium over ‘de huizen, de bomen’, die er ooit fier overeind stonden. Over ‘het gelach in de straten’ en dat dit ‘alles nu is verdwenen’. Ze moet er fotoalbums bij pakken, zegt ze, om nog te kunnen geloven dat op de straten in de kapotgeschoten steden ‘ooit huwelijken’ werden gevierd. ‘Dat we er ooit kibbelden over onnozelheden.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant