Home

Hoe honderden Oost-Duitsers verdronken in de Oostzee tijdens hun vlucht naar vrijheid

Duizenden Oost-Duitsers probeerden het DDR-regime via de Oostzee te ontvluchten. In 1966 redde matroos Jan van Haeften een van hen. Op 9 november wordt de val van de Berlijnse Muur herdacht.

is historicus en schrijft over cultuur en maatschappij.

Het is een heldere ochtend in de zomer van 1966. De 16-jarige lichtmatroos Jan van Haeften staat aan het roer van de Goeree, een kleine Groningse kustvaarder die met een lading hout op de Oostzee onderweg is van Zweden naar Nederland. De kapitein en zijn vrouw zitten benedendeks aan het ontbijt. Plotseling wordt Van Haeftens aandacht getrokken door iets vreemds dat ver weg, recht in zijn koers, in het water drijft.

Eerst denkt hij aan een kist, maar dan staat er plotseling iemand op. Een man begint wild naar hem te zwaaien. Van Haeften is verbijsterd en weet niet meteen hoe hij moet reageren. Dan realiseert hij zich dat dit een noodgeval is en roept naar beneden om de kapitein te waarschuwen. De man blijkt een Oost-Duitser te zijn, die in de nacht het DDR-regime is ontvlucht.

In de rubriek Toen duiken historici en specialisten van de Volkskrant in het verleden om de actualiteit beter te kunnen begrijpen.

De Berlijnse Muur viel 36 jaar geleden, op 9 november 1989. De hachelijke pogingen om naar het Westen te vluchten via tunnels, hekken en prikkeldraad werden later het symbool van het verlangen naar vrijheid. Aan de hele grens bij de door DDR genaamde Antifaschistische Schutzwall lieten honderden mensen het leven.

Kajaks, roeiboeten en surfplanken

Minder bekend zijn de verhalen van Oost-Duitsers die met kajaks, roeiboten of zelfs surfplanken de onzichtbare grens langs de Oostzeekust probeerden te passeren. Tussen 1961 en 1989 waagden meer dan 5.600 Oost-Duitsers de ontsnapping via de Oostzee. Het doel was het Deense vasteland, zo’n 40 kilometer verderop, of de dichterbij gelegen West-Duitse kust. Minder dan duizend mensen bereikten hun bestemming, en zeker tweehonderd – waarschijnlijk meer – van hen hebben de overtocht niet overleefd.

Af en toe haalden spectaculaire ontsnappingspogingen het nieuws, zoals die van de 27-jarige arbeider Bernd Böttger. Hij stak de Oostzee over in duikuitrusting, voortgetrokken door een zelfgebouwde mini-onderzeeër.

Rond de val van de Muur schreef Van Haeften een verslag over wat hij op de Oostzee had aanschouwd. ‘Ik realiseerde me toen dat ik iets historisch had meegemaakt’, zegt de inmiddels 75-jarige oud-matroos.

Doodsangst

Na het noodsignaal van Van Haeften komt de kapitein onmiddellijk naar de brug. De motor wordt stilgezet, de stuurman gewekt. Even later ligt het schip bijna stil naast het roeibootje. ‘De man was buiten zichzelf van dankbaarheid en blijdschap. Hij moet in doodsangst zijn geweest.’ Van Haeften greep zijn hand en trok hem over de railing.

Eenmaal aan boord vraagt de man trillend of hij naar het vrije Westen meegenomen kan worden. Die nacht had hij een roeiboot gestolen, zich van het strand afgezet en koers richting open zee gekozen, hopend op een westers schip. Daarmee had hij een groot risico genomen, want hij had net zo goed een patrouilleboot van de Oost-Duitse kustwacht kunnen tegenkomen.

Hiddensee was het enige eiland van de DDR en voor velen een springplank naar de vrijheid. Vanaf dit smalle stuk land, 60 kilometer van de Deense kust, waagden veel Oost-Duitsers de overtocht. Het eiland was in die jaren een toevluchtsoord voor kunstenaars en drop-outs die aan de grauwe DDR-werkelijkheid wilden ontsnappen. Tegelijk was het een streng bewaakt grensgebied, waar de kustwacht dag en nacht de zee afspeurde.

De verdronkenen spoelden aan of werden opgepikt door de Deense kustwacht en begraven in naamloze rustplaatsen langs de kust. Families die iemand kwijt waren, wisten vaak niet hoe hun dierbaren waren gevlucht – en dus ook niet waar ze moesten zoeken.

Geslaagde vlucht

Na het verzoek van de Oost-Duitse vluchteling valt er een stilte, schrijft Van Haeften in zijn notities. De kapitein gaat naar zijn vertrek benedendeks om met zijn vrouw te overleggen. Vrijwel meteen is hij weer terug. ‘We nemen de man mee.’

Aan het einde van de dag meert de Goeree af in de haven van Kiel, in West-Duitsland. Daar draagt de kapitein de Oost-Duitser over aan de havenautoriteiten. De man huilt bij het afscheid. Hij laat weten dat hij onderweg is naar een tante die in West-Duitsland woont.

Van Haeften: ‘Ik heb na die zomer in 1966 nooit meer iets vernomen van de bootvluchteling. Maar wat zou ik hem graag nog eens ontmoeten. Uiteraard om te horen hoe het hem is vergaan, maar ook om van hem te weten wat hij denkt als hij die aangrijpende beelden ziet van al die vluchtelingen die nu onder de meest erbarmelijke omstandigheden hun vrijheid tegemoet proberen te treden. Wat zou dat bij hem losmaken?’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next