Home

Met gematigheid trekken we het politieke debat uit de puberteit

Politieke deugden Met een emotionele reactie in een debat is op zich niets mis, schrijven Beatrice de Graaf en Rik Peels, maar wél als je er meteen naar handelt. De klassieke deugd van de temperantia biedt uitkomst.

Het stof van de campagne is neergedaald. Dat geeft ons weer wat meer ruimte om na te denken over een belangrijke vraag: hoe tillen we ons nationale publieke en politieke debat naar een hoger niveau? In een vorig artikel in NRC hebben we bepleit dat het debat wel eens baat zou kunnen hebben bij een terugkeer van de klassieke deugden. En dat begint bij een beter begrip van die deugden en hun toepassing. Laten we daarom de grootste uitdaging als eerste nemen: de deugd van de gematigdheid, oftewel temperantia.

Beatrice de Graaf is faculteitshoogleraar en bekleedt de leerstoel Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Utrecht.

Rik Peels is hoogleraar en bekleedt een onderzoeksleerstoel godsdienstfilosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Ze werken samen bij onderzoeksconsortium Adapt!

Wat hebben we daaraan in de praktijk? Een voorbeeld, om de functie van deze deugd te onderstrepen. Sinds de Tweede Wereldoorlog voert de Duitse politiek een succesvol Brandmauer-beleid om radicaal-rechtse en extreemrechtse partijen buiten de regering te houden. De afgelopen weken zetten CDU-politici bondskanselier Friedrich Merz, hun partijgenoot, evenwel onder druk om de deur voor de AfD op een kier te zetten. Die druk van zijn eigen partijgenoten en achterban was zo groot dat Merz makkelijk toe had kunnen geven. In plaats daarvan koos hij ervoor om te vertragen. Hij organiseerde een lang, diepgaand debat achter gesloten deuren. En daarna kwam het resultaat: het CDU hield vast aan de Brandmauer-methode, maar nu was dat beleid nog dieper doordacht en beter onderbouwd.

Wat we hier bij Merz zagen is temperantia, in het Grieks sôphrosyne, in volle werking. Dit woord wordt wel vertaald als ‘matiging’, ‘gematigdheid’, ‘zelfbeheersing’, of ‘onthouding’. Maar eigenlijk zijn al die vertalingen misleidend. Het bevestigt namelijk het onjuiste beeld dat het bij deze deugd vooral zou gaan om een individuele karaktertrek die excessen tegengaat, iets als ‘The rule of not too much’, zoals John Milton het noemde in zijn Paradise Lost. Maar daar schieten we weinig mee op, want niemand bepleit too much van iets. Bovendien zijn juist ook in de politiek soms radicale standpunten en maatregelen nodig.

Zulke vertalingen verplatten temperantia dus tot een slaapverwekkende, grijze karaktertrek van het veilige midden, of zelfs een false balance (‘laten we allemaal wat minder polariseren’). Daar hebben we in de praktijk evenwel niet veel aan. Temperantia daarentegen kan juist heel spannend en radicaal zijn. Het behelst namelijk iets anders dan ‘houd je gedeisd’.

Temperantia houdt allereerst in dat je niet direct naar je eerste impuls handelt. Bij een overweldigende ervaring, emotie, verlangen of onder druk van anderen doe je eerst eens een stapje terug. Vervolgens vraag je je af: hoe zit het eigenlijk met mijn ándere emoties, verlangens, overtuigingen en lange-termijn-doelen?

Nieuwe jas

Een eerste gevoel of verlangen is namelijk niet per se het beste. En er direct naar handelen al helemaal niet. Er is an sich niets mis met zin hebben in lekker eten of seks, in het willen van die nieuwe jas of het hebben van een emotionele reactie in een politiek debat. Maar het kan wel misgaan als je er meteen naar handelt. Sterker nog, of het nu gaat om eten, seks of politiek: verlangens en emoties werken pas als je eerst de balans zoekt met wat je verder nog wilt, waar je voor staat en wat je op lange termijn wilt bereiken.

De beroemde dertiende-eeuwse theoloog Thomas van Aquino spreekt in zijn magnum opus Summa Theologiae dan ook over temperantia als quies animi, een sereniteit van de geest. Hij bedoelt daarmee niet dat we allemaal volledig onaangedaan moeten blijven. Je mag best enorm geraakt worden. Nee, Thomas bedoelt dat je met én ondanks je emoties toch eerst moet zoeken naar „een interne balans, een orde, een eenheid van wezen”. In de politiek betekent dit dat je je niet moet laten opjutten door de dynamiek van het debat of de druk die anderen op je uitoefenen.

Temperantia vereist nog meer. Want zoals de Verlichtingsfilosoof Immanuel Kant al terecht opmerkte, die andere verlangens (waarmee je dus je eerste impuls in overeenstemming wilt brengen) kunnen net zo egocentrisch of anderszins immoreel zijn.

De Amerikaanse theoloog Stanley Hauerwas zegt in zijn mooie boekje The Character of Virtue (2018) dat temperantia óók betekent dat je je verlangens laat vormen door wat je verlangen waard is. Dat stapje terugdoen betekent dus niet alleen dat je je eerste impuls vergelijkt met je andere eigen verlangens en belangen, maar ook dat je vervolgens kijkt naar de verlangens en belangen van anderen. Dat je overweegt wat het handelen naar jouw impuls betekent voor een grotere gemeenschap van mensen.

Temperantia kijkt daarmee verder dan het individuele verlangen en vraagt aandacht voor die van het collectief: waar willen we met elkaar naar toe? Wat zijn politieke maatregelen waarbij íedereen tot bloei kan komen? Zo bezien kan de deugd van temperantia bijvoorbeeld iemand die werkelijk diep is beledigd toch afhouden van wraak, en zelfs aanzetten tot vergeving, omdat dat uiteindelijk voor iedereen beter is.

Dat inzicht is helaas wel een beetje verloren gegaan. Onze politiek wordt gekenmerkt door directe behoeftebevrediging: ben je boos, verdrietig of verontwaardigd, dan ren je naar de interruptiemicrofoon, slinger je een tweet de wereld in, of spuw je je gal aan een talkshowtafel. ‘Maak van je hart geen moordkuil’, is ons motto, net als ‘Draag het hart op de tong’.

In ons huidige culturele klimaat worden transparantie en authenticiteit hoger aangeslagen dan bijvoorbeeld zorgvuldigheid en gemeenschapszin. In de verkiezingstijd nam SP-leider Jimmy Dijk Wilders op de hak door hem met een imitatie van clown Bassie weg te zetten als huilend kind. Het gevolg was ordinair geschreeuw en de dag erna ronkende koppen. Ja, het levert leuke televisie op. Maar wat hebben we er uiteindelijk aan?

Vergelijk dat met Henri Bontenbal (en nog een paar anderen, gelukkig). De CDA-leider had zich van tevoren al gecommitteerd aan een heel andere insteek: altijd op de bal, niet op de persoon, rustig je eigen verhaal blijven vertellen, ook al ben je daardoor misschien minder vaak aan het woord en krijgt je niet dezelfde mate van aandacht. Hij had besloten zich niet gek te laten maken door de dynamiek van het debat en koos ervoor niet direct te handelen naar zijn eigen emoties, die er ongetwijfeld ook wel waren. Zijn partij voer er uiteindelijk wel bij.

De politieke ophef-economie die floreert bij de ondeugd intemperantia, het gebrek aan matiging, is misschien goed voor de likes, clicks en kijkcijfers. Maar uiteindelijk komt ze de gemeenschap niet ten goede. De kans is zelfs groot dat alle onmatigheid minstens even heftige tegenreacties oproept. Zo belanden we in een dynamiek van toenemend geschreeuw, die de mogelijkheid om geloofwaardig en constructief samen te werken (en coalities te vormen) in de weg staat.

Wat betekent dit concreet? Intemperantia zit bij de meeste mensen diep ingebakken. Maar wat onze tijd anders maakt, is dat er nu structuren bestaan die deze ondeugd aanwakkeren. Díe structuren moeten we dus aanpakken.

Grappig en gewiekst

Een paar suggesties. Veel debatten in de Tweede Kamer worden gevoerd om de eigen achterban emotioneel te bespelen, vooral omdat er constant een camera op staat. Waarom kunnen we geen ‘vastenperiodes’ creëren in deze emo-cratie? Door bijvoorbeeld de camera af en toe uit te zetten; bij gebrek aan videobeelden zullen we in de krant het inhoudelijke verslag wel lezen.

We kunnen daarnaast scherpere normen hanteren voor de omgang tussen politici in de Tweede Kamer. Als Kamerleden naar hun eerste emotie handelen en ambtsgenoten voor van alles en nog wat uitmaken, moeten de Kamervoorzitter en de fractie van de betreffende politicus streng optreden.

Burgers moeten leren dat politiek geen amusement is. Journalisten en presentatoren zouden minder moeten juichen over hoe grappig, gewiekst of handig de politicus in kwestie is, minder moeten letten op de persoon van de politicus en diens gevoel, en veel méér moeten benoemen hoe effectief iemands optreden met het oog op de publieke zaak is. Hoe succesvol een politicus is met het uitvoeren van zijn of haar beleid is toch vele malen relevanter dan hoe gevat diegene is?

Er is natuurlijk niets mis met transparantie en authenticiteit. Ook dat zijn deugden – we zullen ze behandelen in onze volgende bijdragen. Maar een belangrijk kenmerk van de deugden is dat ze elkaar in evenwicht houden. En daarom is temperantia zo cruciaal. Het is de prefrontale cortex van ons morele en politieke kompas: cruciaal om voorbij de oppervlakkigheid van de eerste impuls te komen, en om ons op het goede voor de gehele gemeenschap te richten in plaats van alleen op onze eigen behoeftebevrediging.

Laten we met elkaar afspreken dat de morele pubertijd in het publieke en politieke debat na deze verkiezingen echt voorbij is. We moeten nodig volwassen worden. Dat levert wellicht minder goede televisie op, maar wel een beter land.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next