Vier boeken verschenen er het afgelopen jaar over de Griekse filosoof die zei dat hij wist dat hij niks wist. In het ene belichaamt hij het linkse levensgevoel, in het andere is hij pleitbezorger van polyamorie. Ieder zijn eigen Socrates, het kan geen kwaad.
Even terug naar de val van Athene, 404 voor Christus. De Peloponnesische Oorlog loopt ten einde en de stad geeft zich over. De radicale democratie van Athene maakt plaats voor de oligarchie van de Dertig Tirannen. Onder het terreurbewind van deze rijkaards worden talloze burgers verbannen of zonder proces ter dood veroordeeld.
Het verhaal gaat dat de filosoof Socrates, leermeester van Plato, op een dag bij de Dertig wordt geroepen en opdracht krijgt een man op te halen voor executie. Socrates verlaat het raadhuis, maar in plaats van te gehoorzamen, loopt hij regelrecht terug naar huis. Met gevaar voor eigen leven weigert deze goodguy onrecht te begaan.
Bovenstaande anekdote staat in de nieuwe bestseller van striptekenaar Barbara Stok, Wat is goed leven? Socrates en het belangrijkste. Ze hoeft het niet expliciet te maken, de parallellen met het heden zijn duidelijk: het is tijd voor Socrates! Voor zijn moed, zijn onafhankelijkheid, zijn wijsheid.
Stok is niet de enige met dat idee. Het afgelopen jaar verschenen er minstens vier boeken over de filosoof, het ene wat meer doorwrocht dan het andere, maar allemaal met een vergelijkbare insteek: wat kunnen we voor ons dagelijks bestaan leren van de man die wist dat hij niets wist?
De oppervlakkigheden van Socrates’ reputatie zijn hardnekkig: hij had niet bepaald de genetische loterij gewonnen met zijn puilogen en kabouterneus, hij nam het niet nauw met persoonlijke hygiëne en hij liep op blote voeten.
Een lelijke stinkerd. Maar niet bij Barbara Stok; haar iconische tekenstijl heeft een nivellerende werking op de oneerlijke menselijke variatie, haar figuren zijn egaal en redelijk seks- en leeftijdloos. Haar Socrates is een gezellig bol mannetje met een fluffy baard, clean en symmetrisch. Je zou er zo een knuffel van kunnen maken voor in de babykamer.
Toegankelijk, dus. Dat is de bedoeling van dit boek, dat minder een volwaardige graphic novel is dan Stoks vorige, maar meer een geïllustreerd verhaal.
In haar gefictionaliseerde weergave is haar favoriete denker dan ook toegankelijk van aard; hij houdt niet van pretentieuze taal en poespas. Hij loopt rond en maakt praatjes, stelt zijn eindeloze vragen, zingt liederen en laat zich door zijn leeftijd niet tegenhouden om les te nemen in lier spelen – je bent nooit te oud om te lieren.
Die vragen, daar gaat het natuurlijk om bij Socrates. Stok laat zijn verhaal beginnen als onze held nog geen 40 is, en het Orakel van Delphi orakelt dat niemand wijzer is dan Socrates.
‘Ik heb juist het idee dat ik maar weinig weet’, zegt Socrates tegen de vriend die hem de profetie komt brengen. ‘Dit moet een opdracht van de goden zijn om op onderzoek uit te gaan (...) Ik ga op zoek naar iemand die wijzer is dan ik.’
Dus daar gaan ze, Socrates en zijn vriend, klaar om te vragen. En ze zullen blijven vragen. Geen van de antwoorden die ze krijgen zullen ze als definitief aanvaarden.
In Open Socrates, dat dit jaar in vertaling verscheen, schrijft de Amerikaanse filosoof Agnes Callard: ‘Mensen roepen: ‘Stel alles ter discussie!’, zonder in de gaten te hebben dat ze zojuist geen vraag, maar een bevel hebben uitgesproken.’ Een motto dat volgens Callard beter past bij de radicale geest van de socratische methode, is: ‘Overtuig, of laat je overtuigen.’
Hoe pas je die methode toe? Dat kan alleen in gesprek met anderen. Vraag ze om je erop te wijzen als je het mis hebt, bij voorkeur waar het zaken betreft die je als vanzelfsprekend beschouwt. Het gaat juist om ‘ongelegen vragen’ die zo groot en fundamenteel zijn, meent Callard, dat niemand er tijd voor heeft. Wat is een goed leven? Wat is rechtvaardig? Wat is geluk? En wat hebben die dingen met elkaar te maken?
Stok laat zulke ongelegen vragen voorbijkomen in haar hervertelling van een selectie dialogen (de vorm waarin Plato de erfenis van zijn meester vereeuwigde). Socrates gaat bij allerlei wijzen langs, krijgt af en toe een klap voor zijn kop omdat hij zo irritant is met die pedante vragen, en eindigt uiteindelijk in een kerker, wachtend op zijn doodstraf.
Hij bederft de jeugd, met zijn slechte invloed, hebben de rechters gesproken. De filosoof is het er niet mee eens, maar redeneert dat de wet voor iedereen geldt, dus ook voor hem, Socrates. ‘Beter onrecht lijden’, zegt hij, ‘dan onrecht begaan.’
Hij drinkt de gifbeker leeg. Letterlijk.
Socrates was een historische figuur, maar liet geen eigen geschriften na. We kennen hem vooral als personage uit het werk van anderen – met Plato als beroemdste voorbeeld.
Ook Stok maakt van hem een fictieve figuur, en vormt hem tot haar ideale voorbeeld. Voor de tekenaar, die in De Groene Amsterdammer een column tekent over de vraag ‘Wat is een goed leven?’, is die schat met zijn fluffy baard een mascotte voor het linkse levensgevoel, waarin deugen en geluk in elkaars verlengde liggen.
Voor de Schotse psychotherapeut Donald J. Robertson, wiens boek Leer denken als Socrates eerder dit jaar verscheen, is Socrates een cognitieve gedragstherapeut avant la lettre, omdat hij zag dat er wijsheid en geestelijk welzijn schuilt in het bevragen van je eigen aannamen.
De eveneens Schotse boeddhist en schrijver Stephen J. Batchelor kwam dit jaar met een boek waarin hij Socrates vergelijkt met Boeddha en tot de conclusie komt dat de tijdgenoten nogal wat delen. Ze hielden er allebei een radicale ethiek van onzekerheid op na.
Deze schrijvers voeren allemaal nét een andere Socrates op – Agnes Callard zet hem in als pleitbezorger voor polyamorie, komt dat even goed uit –, maar allemaal zien ze in hem de perfecte zelfhulpgids, juist omdat hij anti-zelfhulp is. Want kun je niet beter zelf leren denken, dan te vallen voor de retoriek van een man met een baard? Just asking.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant