Home

Ja, het zijn extreme tijden, zegt Margaret Atwood, de koningin van de dystopie. Maar ze duren nooit lang

In haar zojuist verschenen memoires toont Margaret Atwood, een van onze grootste hedendaagse schrijvers, zich een vrolijke verteller. Ja, zegt de vrouw die de wereld The Handmaid’s Tale gaf: deze tijd is zorgwekkend. Maar kijk naar de geschiedenis, alles gaat ook weer voorbij.

is boekenredacteur bij de Volkskrant en coördinator van katern Zondag. Zij interviewt Nederlandse en internationale schrijvers over hun nieuwste werk.

Toen ze op haar 16de tegen haar moeder zei dat ze schrijver wilde worden, antwoordde die haar: ‘Dan moet je eerst beter leren spellen.’
Het is een van de vele grappige anekdotes uit de deze week verschenen memoires Boek vol levens van bestsellerauteur Margaret Atwood (1939).

‘Ik denk dat mijn ouders allebei stiekem hoopten dat ik er overheen zou groeien en botanicus zou worden’, zegt de Canadese schrijver grinnikend achter haar computerscherm. Op de achtergrond een grote boekenkast en meerdere schilderijtjes aan de muur, waaronder een van een vogeltje (Atwood is fervent vogelaar).

Atwood, deze maand wordt ze 86 jaar, schreef meer dan vijftig boeken – van romans, poëzie en non-fictie tot korteverhalenbundels.

Ze won twee keer de prestigieuze Booker Prize, de belangrijkste literaire prijs in het Engelse taalgebied. Haar naam staat al jaren hoog op de bookmakerslijstjes van mogelijke Nobelprijswinnaars. En haar verkoopcijfers zijn overweldigend. Alleen al van haar roman The Handmaid’s Tale (1985, in het Nederlands vertaald als Het verhaal van de dienstmaagd) werden acht miljoen exemplaren verkocht in het Engels, en hij is in meer dan veertig talen vertaald.

Na de verschijning van de boekverfilming van The Handmaid’s Tale, in 2017, steeg haar roem tot nog grotere hoogte. En werd ze, zoals ze zelf schrijft, gezien ‘als combinatie van boegbeeld, profeet en heilige’. Want hoe kon een dystopische roman, geschreven halverwege de jaren tachtig, 32 jaar na publicatie zo veel voorspellende waarde hebben?

Voor wie het verhaal niet kent: in The Handmaid’s Tale transformeren de Verenigde Staten na een machtsovername in de totalitaire, religieuze, vrouwvijandige samenleving Gilead. Het boek en de serie werden, zeker na de uitverkiezing van Donald Trump als president, gezien als literaire wegwijzer in rechts-populistische tijden. En het uniform van de dienstmaagden – rode mantel en hagelwitte kap – werd over de hele wereld symbool van vrouwelijk verzet tegen de dreigende inperking van abortus- en andere vrouwenrechten.

Atwood zelf heeft niet zo veel op met het zijn van een wegwijzer. In haar memoires – die, anders dan het genre doet vermoeden, geen zelfverheerlijking zijn, maar geestig en scherp (én opmerkelijk goed vertaald) – schrijft Atwood dat er van haar werd verwacht altijd ‘het Juiste’ te doen voor alle vrouwen in alle omstandigheden, terwijl lezers en kijkers allerlei verschillende definities van juistheden hanteerden.

Dat is nog steeds het geval. Hoe is dat voor u?

‘Hinderlijk. Maar dat gebeurt nu eenmaal als je zo'n boek schrijft.’

Gaf de actualiteit, en dan vooral de verkiezing van Donald Trump, uw werk onverwacht gewicht?

‘Onverwachte betekenissen.’

Ze grijnst: ‘Aan de andere kant, als de keuze is: beroemd zijn en aan allerlei onmogelijke verwachtingen moeten voldoen, of niet beroemd zijn en les moeten geven op een universiteit, dan kies ik voor het eerste.’

Aanvankelijk peinsde ze er niet over om haar memoires op papier te zetten. Maar langzaam maar zeker veranderde Atwood – of Peggy, zoals ze door haar familie wordt genoemd – van gedachten. ‘Ik zou op zijn minst de verschillende beelden van mezelf onder de loep kunnen nemen die in de loop der jaren zijn ontstaan en weer verdwenen, sommige van eigen makelij, maar de meeste – de minder positieve en soms regelrecht griezelige – op mij geprojecteerd door anderen’, schrijft ze in haar inleiding.

Heeft u het gevoel dat u zaken heeft kunnen rechtzetten in dit boek?

‘Memoires zijn wat je je herinnert, en je probeert nauwkeurig te zijn als je ze opschrijft, maar het zijn jóúw herinneringen. En iemand anders kan zich dezelfde gebeurtenis totaal anders herinneren. Meestal ben je de held van je eigen verhaal, maar dat betekent niet dat je de held bent van het verhaal van iemand anders. Jij zou de slechterik kunnen zijn.’

Maar heeft u alles wat kunnen vertellen u wilde?

‘Nee, want sommige mensen leven nog. Maar je kunt wel dingen schrijven over overleden mensen... (begint hard te lachen)... want zij kunnen je niet aanklagen!

‘Ik heb tijdens het schrijven van het grootste gedeelte genoten. Natuurlijk zitten er ook verdrietige stukken in het boek, want iedereen heeft verdrietige perioden in zijn leven. Veel mensen over wie ik schrijf zijn er niet meer, zoals mijn ouders, mijn tantes, en natuurlijk Graeme (Gibson, partner van Atwood, red.). En er zijn perioden in je leven waarin je domme dingen doet, want iedereen doet domme dingen, vooral als je jong bent. Maar als je ouder bent en erop terugkijkt, zijn die stomme dingen niet meer tragisch, maar komisch.

Atwoods vader was entomoloog, waardoor het gezin grote delen van haar jeugd midden in de Canadese bossen leefde. In zelfgebouwde houten huizen of tenten, waar haar moeder eens eigenhandig met een bezemsteel een beer verjaagde, al ‘Vort!’ roepend.

‘Stil in een hoekje kruipen was niet echt haar stijl’, schrijft Atwood droog over die actie.

Ze groeide op met een oudere broer en een jonger zusje. Haar ouders verboden haar nooit iets omdat ze een meisje was, alleen als ze er te jong voor was. ‘Sterker nog, ik was waarschijnlijk de meest meisjesachtige persoon in mijn familie, omdat mijn moeder een tomboy was en niet hield van kleren of hoeden of naaien of andere meisjesachtige dingen. Terwijl ik dat wel deed’, zegt Atwood.

Uw memoires zijn gedetailleerd en ook behoorlijk persoonlijk.

‘Ze hadden gemakkelijk drie keer zo lang kunnen zijn, ik heb een behoorlijk goed geheugen.

‘Maar bedenk dat ik een romanschrijver ben. Hoe weet je dat ik je niet bedrieg? Dat weet je niet. Misschien is het een illusie dat ik open ben. Er zijn misschien andere dingen die ik had kunnen vertellen, en natuurlijk zijn die er, want iedereen heeft altijd ook een ander verhaal.’

Dat is zo, maar over bepaalde zaken lijkt u heel open. U had veel vriendjes!

(Begint hard te lachen) ‘Ja, maar het waren de jaren vijftig. Je had vriendjes en je had platte schoenen. Dus ja, ik had veel vriendjes, maar in die tijd was dat anders dan nu. Niemand had seks op de middelbare school, tenzij je gek was. Dit was vóór de pil. Als je zwanger werd, werd je weggestuurd en werd je baby van je afgenomen. Iedereen was daar bang voor.’

U schrijft ook dat u best had willen trouwen met Graeme, met wie u sinds de jaren zeventig samenwoonde en met wie u een dochter kreeg. Maar hij wilde dat niet. U vond het vreselijk om door feministen de hemel in te worden geprezen vanwege ‘uw dappere ongehuwde staat’. Wist u al van tevoren dat u deze anekdote wilde vertellen?

‘Ja , dat is een belangrijke anekdote. Nu vind ik het grappig, toen niet. Maar zijn reden om niet te willen trouwen was hilarisch. Hij zei dat hij niet wilde trouwen omdat hij al drie mevrouwen Gibson kende: zijn moeder, zijn stiefmoeder en zijn ex-vrouw. En hij wilde geen vierde mevrouw Gibson creëren, want zulke goede associaties had hij niet met de mevrouwen Gibson. Maar dat kon ik toen niet zeggen, omdat twee van hen toen nog in leven waren. Hij moest, mede vanwege de kinderen, hoe dan ook op goede voet met hen staan. Inmiddels zijn ze overleden en kan ik opschrijven dat dat de reden was dat we niet getrouwd zijn. Als ik er nu aan denk, is het erg grappig.’

Boek vol levens leest ook een beetje als een liefdesverhaal, u draagt het op aan Graeme, ‘zoals altijd', voegt u eraan toe. Hij overleed in 2019. Heeft u hem niet verschrikkelijk gemist bij het schrijven van al die gezamenlijke herinneringen?

‘Ik denk dat je iemand eigenlijk meer mist als je niet meer over hem of haar schrijft. Als je over iemand schrijft, is hij nog steeds bij je.

‘Het was erg leuk om over Graemes vroege leven te schrijven, want dat was het ook. Vol rampen. Ik bedoel, hij was een echte boef. En ik kende al deze verhalen heel goed, omdat hij ze allemaal aan mij heeft verteld.’

U heeft ook zijn laatste periode, toen hij al dementie had, liefdevol beschreven. De tranen sprongen in mijn ogen toen u over zijn dood schreef.

‘We wisten dat Graeme dood zou gaan, dat we hem niet langer dan een paar maanden bij ons zouden hebben. Maar als het moment dan daar is, is het toch altijd onverwacht. En altijd een schok.’

In uw dankwoord schrijft u dat u geen onderscheid maakt tussen de doden en de levenden. U schrijft: ‘Iedereen die ik me kan herinneren, leeft nog, wat mij betreft.’

‘Ja, ik denk dat dat voor de meeste mensen geldt.’

Het is troostend om zo te leven.

‘Het is troostend als je de persoon mocht. Maar...’ (met ironische stem) ‘... als je die persoon niet mocht, natuurlijk niet. Zo van: ‘Hang je hier nog steeds rond?’

Graeme werd verliefd op u toen u een vriendin de hand las. En hij werd, zei hij, overmand door het verlangen dat u zijn hand zou vasthouden. Wat romantisch!

‘Ja, heel romantisch, al had ik toen helemaal niet door dat hij mij leuk vond!’

In uw leven, schrijft u, heeft u veel aan handlezen gedaan. Wat is daar eigenlijk leuk aan?

‘Ik vind het zelf niet zo leuk, het zijn de mensen van wie ik de hand lees die het fijn vinden. Het kalmeert ze. Zeker als ze ergens nerveus over zijn. Er is niets waarin mensen zo geïnteresseerd zijn dan zijzelf. Dus je kijkt naar hun handen en vertelt ze over henzelf.

‘Ik doe dat volgens een oude renaissancemethode, die ik overigens van een Nederlandse kunsthistorica heb geleerd toen zij op de verdieping onder ons woonde in Edmonton. Mocht ze dit lezen (zet grappige stem op): hallo Jetske! Ze bestudeerde Jheronimus Bosch en enkele nieuwe theorieën over hem (die sommige van de fantasiefiguren op zijn schilderijen linken aan astrologische verhandelingen, red.). Maar om die te bestuderen moest ze meer weten over astrologie en handlijnkunde.

‘Ik kende de tarotkaarten al, maar astrologie en handlijnkunde gaan samen, dus de vingers zijn vernoemd naar planeten.’ Atwood wijst naar haar vingers: ‘Dit zijn Venus, Jupiter, Saturnus, Apollo en Mercurius. En vandaaruit ga je verder met het lezen van de handlijnen volgens de astrologische ideeën die belangrijk waren in de middeleeuwen en de vroege renaissance.’

‘Ze schrijft als een man’, zei een dichter begin jaren zeventig over u.

‘Hij bedoelde het als compliment. Ik maakte er een grapje van, zei: ‘Je bent een woordje vergeten, je bedoelde natuurlijk: ‘Ze schrijft. Net als een man!’

‘In die tijd was onder cultuurcritici de mening gemeengoed dat alleen mannen schrijven. Ja, vrouwen schrijven ook, maar wat ze schrijven is nogal dom en frivool, of het gaat over huishoudelijke zaken die ons niet interesseren.’

Dat beeld is nu toch wel veranderd?

‘O, ja. Dat is zeker veranderd. Op dit moment zijn het de mannen die klagen dat ze over het hoofd worden gezien en niet meer alle aandacht krijgen. Het is oké, ze zullen later hun comeback maken. Een uitgever zei onlangs al tegen me: men are back.’

Is het in deze tijd moeilijker voor mannen om fictie te schrijven dan vroeger?

‘Het is voor hen niet moeilijker om te schrijven, maar om gepubliceerd te worden. Dat komt doordat uitgevers geloven dat het lezerspubliek voor fictie vrouwelijk is en dat vrouwen altijd boeken van vrouwen willen lezen. Geen van beide is helemaal waar.’

Komt dat ook omdat het nu moeilijker is voor mannen om over seks te schrijven?

‘Ik denk dat het voor iedereen geldt, want het is best moeilijk om goed over seks te schrijven. De kans is groter dat je iets produceert waarvan lezers zeggen: ‘Bah, waar gaat dit heen?’ Of: ‘Dit is hilarisch’. Als schrijver ben je met beide reacties niet blij.

‘In Engeland is er een prijs die de Bad Sex Award heet. Die wordt gegeven aan de schrijver die de slechtste passage over seks heeft geschreven. In die zin waren de victoriaanse schrijvers behoorlijk slim. Je wist dat er seks gaande was, maar het stond niet op de pagina. Het gebeurde in de kamer ernaast of tussen de bomen.’

Maar zijn mannen banger erover te schrijven?

‘Ik denk dat ze bang zijn dat ze de schuld krijgen dat ze vrouwen niet respectvol genoeg behandelen in hun beschrijvingen van seks. Dat er wordt gezegd dat ze vrouwenhaters zijn, afschuwelijk en giftig, dat soort dingen. Terwijl vrouwen allerlei vreselijke, giftige dingen kunnen zeggen, maar dat wordt dan gezien als ‘open’ en jezelf uiten. Dit zijn trends die komen en gaan. De ene keer is het moeilijker voor de ene groep mensen, dan weer voor de andere.’

Veel ligt op het moment gevoelig in het publieke debat.

‘Ja, maar dat is nu ook alweer aan het veranderen. De geschiedenis gaat in golfbewegingen. In de ene periode is alles serieus en moeten we allemaal deugdzaam zijn, in de andere kunnen we alles vieren en grapjes maken.

‘Op een gegeven moment zijn mensen de regels beu. Denk aan het puritanisme in Engeland in de 17de eeuw. Of aan Savonarola’s vreugdevuur der ijdelheden, in de 15de eeuw in Italië. Girolamo Savonarola liet rijke mensen denken dat ze zondig waren, dat ze zich moesten bekeren en dat ze al hun schilderijen, juwelen en andere spullen moesten verbranden. Maar een paar jaar later werd hij zelf verbrand omdat de publieke opinie was veranderd. Mensen dachten: wat hebben we gedaan?’

U bent niet bang om te schrijven wat u denkt of tegen de trend in te gaan.

‘Dat komt omdat ik 85 ben. Ik heb geen baan. Ik kan niet ontslagen worden. Het is nu of nooit. Jongere mensen zijn bang voor de consequenties: wat gebeurt er met me als ik dit doe? Zal ik mensen tegen me in het harnas jagen? Word ik gecanceld? Word ik in de sloot geschopt? Ik hoef daar niet meer over na te denken, omdat ik al veel ben aangevallen in mijn leven. And so what? Ik ben er nog steeds.

‘Ik maak me geen zorgen over wat er in de toekomst met me kan gebeuren, want op deze leeftijd is de hoeveelheid toekomst die je hebt – neem me niet kwalijk – vrij kort.’

In de laatste paar pagina’s van uw memoires schrijft u dat ons internationale geluk weleens zou kunnen opraken nu het autocratisch denken toeneemt, zelfs ten zuiden van de Canadese grens. Bent u daar bezorgd over?

‘Weet je, als ik me geen zorgen zou maken, zou ik echt heel eigenaardig zijn. Dit gebeurt, en het is zorgwekkend. Maar deze extreme periodes duren meestal niet lang. Aan de andere kant kunnen het moeilijke tijden zijn om door te maken, en sommige mensen overleven ze niet.

‘De Verenigde Staten lijken vastbesloten om de 17de-eeuwse heksenprocessen van Salem zo nu en dan na te spelen. Gisteren las ik nog een boek over het 17de-eeuwse puritanisme in de Verenigde Staten en de auteur schrijft daarover: ‘Als je dit niet begrijpt, begrijp je de Verenigde Staten niet, want eens in de zoveel tijd denken ze in de VS dat de vijand van binnenuit komt.

‘Dat dachten de mensen van Salem ook, dat er geheime heksen in hun gemeenschap waren en dat die terechtgesteld moesten worden. De heksen waren hun vijand van binnenuit. En daar moesten ze vanaf.

‘Bij het mccarthyisme (een periode van anticommunistische verdachtmakingen in de Verenigde Staten in de jaren vijftig, red.) speelde hetzelfde.’

Het einde van Boek vol levens voelt een beetje als een afscheid.

‘Ja, van het boek. Maar ik zal nooit zeggen dat dit mijn afscheidstournee is. Andere mensen hebben dat weleens gezegd en later bleek dat dan niet het geval. En deden ze nog vijf afscheidstournees!’

Bent u dan nu met iets nieuws bezig?

‘O, dat vertel ik ook niet. Wat als ik het niet doe? Dan krijg ik te horen: waarom heb je het niet gedaan?

‘Dat is mij in het verleden overkomen. Dus na dat moment heb ik nooit meer gezegd wat ik aan het schrijven was en heb ik mijn uitgever nooit meer een boek laten lezen dat gedeeltelijk af was.

‘Kun je je voorstellen als die had gezegd: ‘Waarom schrijf je een boek over Amerika als een totalitaire religieuze dictatuur? Hoe gek is dat? Dat zal nooit gebeuren!’’

Als u terugkijkt op alles wat u hebt gedaan, waar bent u dan het meest trots op?

‘Canadezen zeggen niet dat ze trots zijn. Wij zeggen: ‘Niet slecht.’ Mijn broer zou zeggen ‘helemaal niet slecht’ als hij het echt goed vond, haha!’

Margaret Atwood: Boek vol levens – Een soort memoires. Vertaald door Lidwien Biekmann en Frank Lekens. Prometheus; 672 pagina’s; € 39,99.

Margaret Atwood

18 november 1939 Geboren in Ottawa, Ontario, Canada.
1957-1961 Studeert aan de Victoria Universiteit in Toronto. Behaalt haar bachelor in de Engelse literatuur, met als bijvakken filosofie en Frans.
1961 Wint E.J. Pratt-prijs voor haar poëziebundel Double Persephone.
1961-1962 Studeert aan het Radcliffe College te Harvard, met een Woodrow Wilsonbeurs.
1964 Geeft les aan universiteiten in Vancouver, Montreal, Alberta en Toronto.
1969 Debuutroman De eetbare vrouw.
1972 Survival – A Thematic Guide to Canadian Literature (dit werk zorgde voor een hernieuwde interesse in Canadese literatuur.)
1985 The Handmaid’s Tale (vertaald als Het verhaal van de dienstmaagd). Tv-serie in 2017.
1993 De roofbruid.
1996 Alias ​​Grace.
2000 De blinde huurmoordenaar, haar tiende roman, wordt bekroond met de Booker Prize.
2003 Oryx en Crake, eerste deel van haar Maddaddam-trilogie.
2005 Penelope – De mythe van de vrouw van Odysseus.
2019 De testamenten, een vervolg op Het verhaal van de dienstmaagd. Ontvangt opnieuw de Booker Prize.

Atwood schreef meer dan vijftig boeken en heeft talloze prijzen ontvangen voor haar poëzie, proza, non-fictie en kinderboeken.

Ze was verder vicevoorzitter van de Writers’ Union of Canada en van 1984 tot 1986 voorzitter van PEN International.

Atwood en Graeme Gibson waren gezamenlijk erevoorzitters van de Rare Bird Club, onderdeel van BirdLife International.

Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next