Als meerdere kleine dorpen of gehuchten op dezelfde voorzieningen en grondstoffen zijn aangewezen, hoe zorgen ze dan dat die niet opraken? Dat het water niet wordt vergiftigd, dat niet één dorp alle bomen kapt, dat er geen overbevissing is? De Amerikaanse econoom Elinor Ostrom kreeg in 2009 de Nobelprijs voor economie omdat zij die vraag wist te beantwoorden: die dorpen en gehuchten gaan samenwerken en gemeenschappelijke regels bedenken. Dat doen ze niet omdat ze graag dingen delen, maar omdat alle er groot belang bij hebben dat die voorzieningen niet opraken of door buitenstaanders gesaboteerd worden.
Lange inleiding om te zeggen: zo werkt het in Europa ook. In een net verschenen boek, From Club to Commons, vergelijken Erik Jones en Veronica Anghel van het European University Institute in Florence deze dorpen en gehuchten met de vele Europese landen die op een beperkt grondgebied allerlei voorzieningen delen en beheren. Deels zijn dat natuurlijke grondstoffen waar Ostrom het over had. En deels zijn het gemeenschappelijke voorzieningen die ze samen hebben opgetuigd omdat ze er belang bij hadden – de interne markt, de euro, de gemeenschappelijke financiële ruimte, en nu Europese defensie.
Dat klinkt logisch, maar deze manier van kijken is wel nieuw. Veel mensen zien de EU namelijk eerder als een exclusieve club die gemeenschappelijke goodies beheert. Goodies waar buitenstaanders niet bij kunnen en die je dus niet steeds hoeft te beschermen met nieuwe regels of door nieuwe leden toe te laten. Clubs zijn statisch. Die hoeven niet te veranderen. De EU is echter een heel ander dier, betogen Jones en Anghel in dit nogal academische maar boeiende boek.
Gemeenschappelijke Europese goodies zijn namelijk niet exclusief. Niet-EU-landen en bedrijven doen mee op de interne markt, sommigen intensief, sommigen een beetje. En als het om veiligheid gaat – een fundamentele, naoorlogse goodie – hebben we meer aan buitenstaanders als het VK, Noorwegen en Oekraïne dan aan het neutrale EU-land Oostenrijk.
Daarbij komt: de EU is zeer aantrekkelijk voor buitenstaanders, van landen en bedrijven tot studenten en asielzoekers. Dat maakt de gemeenschappelijke voorzieningen kwetsbaar. Financiële markten hielpen tien jaar geleden bijna de euro om zeep. Eurolanden moesten elkaar daardoor helpen en verder integreren dan ze voorheen hadden gewild. Idem dito met de pandemie: EU-landen sloten de grenzen en hielden nationale bedrijven overeind met financiële injecties, wat de interne markt bedreigde. Vandaar dat ze samen vaccins gingen kopen en geld leenden (allebei vroeger taboe) om getroffen landen erbovenop te helpen. Steeds verdere integratie dus, noodgedwongen. Intussen hebben we „niet meer met een exclusieve club te maken maar met een inclusieve gemeenschap”, schrijven Jones en Anghel.
Dat wil niet zeggen dat iedereen die stappen makkelijk zet. Absoluut niet. Lidstaten treuzelen, proberen er onderuit te komen of stoppen halverwege de uitvoering (zoals bij de bankenunie). Dat zorgt voor ruzies en ongelukken. Maar interne twisten en zwakke plekken maken de Unie nóg kwetsbaarder, ook voor profiteurs of saboteurs van buiten. Daarom werkt de EU niet alleen constant aan interne hervormingen en meer zelfdiscipline, maar ook aan coöptatie of verdere afspraken met buitenstaanders – totdat het simpeler en veiliger wordt om die buitenstaanders in het gezamenlijke arrangement op te nemen.
Dit zien we nu weer. Er wordt flink hervormd: de begroting wordt verbouwd, men werkt aan een Europese defensie, er zijn nieuwe instrumenten om landen en bedrijven te beschermen tegen economische dwang van buitenaf, enzovoort.
Tegelijkertijd wordt er uitgebreid: landen buiten de EU die dichtbij zitten en veel met ons samendoen, zoals Oekraïne, kunnen ons kwetsbaar maken. Daarom worden ze erbij gehaald. Dat is niet altijd een succes – zie Hongarije. Vandaar dat er nu wellicht een soort proeflidmaatschap komt, om te voorkomen dat de Europese rechtsstaat wordt uitgehold. Weer iets nieuws.
Zo verbreedt en verdiept Europa dus tegelijkertijd om, zoals Elinor Ostrom het noemde, een „tragedy of the commons” te voorkomen. Om de gemeenschappelijke voorzieningen waar iedereen van profiteert, overeind te houden. Kwestie van overleven, dus.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU
Source: NRC