Lezersbrieven Naar aanleiding van de vorige weekendkrant schreef u ons onder meer over vervreemding, AI en opvoeden en de gentrificatie in Manchester.
Ik herken mijn eigen land niet meer. Dit jaar durfde ik het niet langer aan om nog eieren te kopen bij de woonboot waar ik graag langsfietste. Er hingen daar allerlei vlaggen in het raam – de Nederlandse driekleur, maar ook die van de Groningse Bodembeweging. Die laatste viel me altijd op omdat hij nou net in het raam hangt van de zeldzame Groningers die niet op de Groningse bodem wonen, maar op het water. Volgens het RIVM werd het te gevaarlijk om hobbykipeieren te eten. Haal ze liever in de supermarkt.
Maar ik herken de supermarkt ook niet meer. Bij de zelfscankassa zie ik mezelf op een scherm afrekenen via de camera boven me. Zo kijk ik vanuit een derdepersoonsperspectief naar mezelf. Heel vervreemdend.
Ik herken wel meer niet. Ik kijk naar de Waddenzee en denk aan de plastickorrels van een containerramp, aan hoe we het estuarium door zeespiegelstijging verliezen. Duinen en heidegebieden groeien dicht van neerslaande stikstof. Halve dorpen worden in Groningen opnieuw gebouwd en de stad verdwijnt achter een dik gordijn van kleurloze distributiecentra.
‘Nederlander herkent Nederland niet meer’, zo stel ik me de kop boven mijn vox pop voor. „Alles wordt parkeerterrein”, zegt de 32-jarige man.
Wat valt hier nog precies te herkennen? Bij de stoplichten sta ik ingepakt tussen suv’s met motorkappen hoger dan een peuter. Ik zag twee grijze besjes boven het verkeer uittorenen in een glimmende goud-roze BMW of Audi, of misschien was het een Mercedes. Wat doen jullie toch, dacht ik, vroeger reden jullie in koekblikjes.
Bij de Syrische supermarkt annex pakketpunt om de hoek voel ik me dan weer thuis. Die staat eenzaam tegenover een Subway, Domino’s en New York Pizza en doet denken aan mijn pake en beppe. Hun kapperszaak was tegelijkertijd ophaalpunt van de rijdende wasserette.
Verder ben ik verdwaald. De bekendste politicus van het onverminderd grote extreemrechtse blok is een clowneske man met gebleekt haar, in een anders zo herkenbaar pak. Ik geloof niet dat toen Nederland nog Nederland was, mensen er zo bij liepen.
Demonstranten gooiden stenen door de ruiten van een partijkantoor en probeerden een in brand gestoken container naar binnen te rijden. Sommigen zwaaiden met de prinsenvlag, anderen brachten de hitlergroet. Langs de brede, trage A7 hangen weilanden vol omgekeerde vlaggen.
Debatten over wonen gingen over migratie, debatten over economie ook. Daarna was er, natuurlijk, tijd om over migratie te discussiëren. Met gelijke delen verveling en verschrikking luisterde ik op SBS6 naar een sleets geworden opsomming over boerka’s, hijabs en islamitische slagerijen. ‘Mensen voelen zich vreemden in hun eigen land’, snauwde Wilders.
Maar sinds wanneer heeft zijn achterban het alleenrecht op vervreemding? De rest herkent het ook niet meer. Ikzelf ben voor het middageten gemiddeld al driemaal goed vervreemd, soms zelfs van mezelf. Er zitten mogelijk microplastics in mijn brein, lees ik dan. Vervreemding hoort bij een maatschappij van vrijhandel, industriële agricultuur, ecologische ontwrichting en technologische nieuwigheidjes. Het is een realiteit zo dagelijks als een schone onderbroek. Ik wil niet zeggen dat iedereen het evenveel ervaart of dat we het altijd moeten accepteren. Wel dat Nederland, ook als Wilders zijn zin krijgt en de dönerzaak uit het straatbeeld verdwijnt, volstrekt onherkenbaar blijft. Deels is daar niets aan te doen. Voor de rest komt het door oorzaken waar het deze verkiezingen opnieuw te weinig over ging.
Deze brief verscheen eerder op de website Noorderbreedte.nl.
Tjesse Riemersma Groningen
Vorige week waarschuwde Felienne Hermans in NRC (01/11) terecht voor de risico’s van AI-chatbots bij jongeren. Wie kinderen opvoedt, weet hoe verleidelijk het is om een veilige bubbel te creëren, en hoe onmogelijk dat in de digitale wereld is. AI dringt zich op: nieuwsgierig, geduldig, altijd beschikbaar. De morele paniek die dat oproept is begrijpelijk, maar niet vruchtbaar. Het stadium van afkeuren en verbieden zijn we voorbij; we moeten digitale levenskunst gaan beoefenen.
De trend om companion bots voor jongeren te verbieden is ingezet. Zo kondigde Character.ai aan dat zijn chatbots binnenkort niet meer met minderjarigen mogen praten. Ook OpenAI en Meta voeren extra drempels in voor jongeren. Maar het echte probleem is niet dat kinderen AI gebruiken, maar dat volwassenen te bang zijn om hun eigen afhankelijkheid onder ogen te zien. Wie zijn kind verbiedt met een bot te praten, maar zelf zijn huwelijkscrisis googelt bij ChatGPT, geeft geen voorbeeld, maar een excuus.
We moeten lastige, maar cruciale vragen beantwoorden. Stel: een 15-jarige heeft ruzie met een vriend en grijpt naar een AI. De bot zegt precies wat hij wil horen. De tiener voelt zich gezien, maar leert niets over vergeving of nuance. Hoe ga je dan het gesprek aan? Waarschijnlijk niet door het te verbieden, belachelijk te maken, en in een taboesfeer te stoppen. Kun je benoemen welke waarden er in het geding zijn? Waarom is een mens-tot-mensrelatie dan belangrijker? En waarom voelt een AI-gesprek soms veiliger dan een gesprek met een vriend, collega of partner? Zulke vragen vereisen openheid, en het liefst doorleefde ervaring, en actieve vorming.
Om ruimte te maken voor digitale levenskunst moeten we afrekenen met twee denkfouten: de overschatting van de mens en de onderschatting van technologie bij zingevings- en humaniseringsvragen. We blijven bijvoorbeeld doen alsof de mens een autonoom wezen is dat zich idealiter zonder technologie tot de wereld verhoudt. Maar wie klaagt over AI die liefde bemiddelt, vergeet dat zijn Tinder-match al door een algoritme is gefilterd. En wie AI een ‘onmenselijke’ gesprekspartner noemt, vergeet dat zijn therapeutische doorbraak begon met een Google-zoekopdracht.
We onderschatten technologie omdat we haar niet als mens- en realiteitsvormend herkennen. Zonder technologie geen cultuur, geen politiek, en geen liefde zelfs, want al die domeinen worden bemiddeld door constructies, symbolen en apparaten. We zijn door en door technologische wezens. Dat maakt technologie niet onschuldig, maar juist des te belangrijker om er goed mee om te gaan.
Digitale levenskunst is geen romantisch omarmen van technologie en evenmin een oorlog tegen schermen. Het is een oefening in aandacht: leren zien wat technologie met je doet en wat jij met technologie doet. En elke keer dat je begrip groter wordt, verander je zelf mee: wie technologie leert begrijpen, wordt er ook door gevormd.
Verboden en regulering kunnen helpen, maar leiden ook snel tot een passieve houding aan de zijlijn, terwijl de doordringing van AI juist actieve vorming vraagt. Met social media en de smartphone kwam die actieve verhouding te laat; eerst werd het verketterd, toen stilzwijgend ingebed, daarna werd er achteraf geklaagd over bijwerkingen. Laten we het deze keer beter doen: eerlijk zijn over aantrekkingskracht en gebruik, duidelijk zijn over grenzen, expliciet zijn over keuzes.
Thijs Pepping Doorn
De beste ideeën over de planetaire verschuivingen in AI, ecologie en geopolitiek
Afgelopen weekend verscheen in NRC (01/11) een lofrede op Manchester, de stad waar ik de afgelopen vier jaar studeerde. Ik kan mij in grote lijnen goed vinden in het geschetste sfeerbeeld van Manchester en zijn inwoners.
Wel wil ik een kanttekening plaatsen bij de gentrificatie van New Islington en Ancoats. Dit is een minder sympathieke trend dan het op het eerste oog lijkt, omdat die gedreven wordt door grootschalige investeringen uit de Verenigde Arabische Emiraten. Sjeik Mansour, vicepresident van de Emiraten en eigenaar van de voetbalclub Manchester City, kon voor een appel en een ei grote stukken publieke grond in deze wijken opkopen. Inmiddels verrijzen hier in hoog tempo luxeflats. Over deze pijnlijke ontwikkeling schreven The Guardian (‘How a great English city sold itself to Abu Dhabi’s elite – and not even for a good price’, 21 juli 2022) en de BBC (‘Manchester City Council sold public land too cheaply, report claims’, 25 juli 2022).
Volgens The Guardian speelde toenmalig ‘leader’ Richard Leese, een van de geïnterviewden in het NRC-artikel, daarbij een twijfelachtige rol.
De verkoop van voormalige arbeiderswijken aan de elite van een autocratische staat die geregeld in opspraak raakt vanwege mensenrechtenschendingen, staat haaks op het progressieve, gemeenschapsgerichte idealisme dat de Mancunians zo kenmerkt. Dat wringt, en verdient meer aandacht.
Niels Weijenberg Den Haag
Het voornaamste probleem dat het huidige plan voor kinderopvang (1/11) moet oplossen, is de kans dat ouders toeslag moeten terugbetalen en sommigen daardoor in de problemen komen. Juist daar zie ik een echt veel simpeler oplossing voor.
Voor elke toeslag (kinder-, huur- en zorgtoeslag) geldt voortaan een ‘toetsingsinkomen’ dat vaststaat bij de aanvraag. Voor wie in 2025 toeslag aanvraagt en geen IB-aangifte doet, geldt het belastbare loon over 2024. En voor wie wel IB-aangifte moet of wil doen, geldt tot 1 juli 2025 het belastbaar inkomen over 2023 en in de tweede helft dat van 2024. Bij hen vervalt de mogelijkheid om uitstel van aangifte te vragen en de Belastingdienst moet hun aanslagen met voorrang en meteen definitief vaststellen voor 1 juli.
Met een stijgend inkomen krijgt men wat te veel maar eenvoud in uitvoering mag wat kosten. Bij een dalend inkomen lijkt een nabetalingsverzoek gerechtvaardigd. Het kan wél!
L.J. Lekkerkerk Nijmegen
Ikjes op de achterpagina zijn vaak leuk. Soms zijn ze ook gekunsteld en pseudo-leuk. Maar, het Ikje van 1 november slaat de plank echt mis. De schrijver vindt de talenknobbel van zoonlief erg grappig als die in Barcelona zegt: „Je kan gewoon alles tegen ze zeggen en ze hebben niks door! Kijk maar.” Hij knikt naar de man die schuin tegenover hem op het bankje zit en zegt: „Loser!”
Kan iemand me even helpen? Waarom denk ik dat het hier om een verwende puber gaat, die geen platform, maar een standje nodig heeft?
Frank Teeuwisse Sittard
Dank voor het interview met Giselinde Kuipers over schoonheid in het Magazine (01/11). Het stelt gerust, het schenkt berusting, het geeft troost, en het opent nieuwe vensters. En: het scheelt bakken met geld.
Ik hoop dat alle ouders dit artikel aan hun kinderen laten lezen. Heel graag zou ik wat willen delen naar aanleiding van de openingszinnen: ‘Om maar meteen een misverstand uit de wereld te helpen: dat hoe mooier je bent, hoe meer voordeel je hebt.’ „Het is aantoonbaar niet waar”, zegt Kuipers, hoogleraar cultuursociologie, die al jaren onderzoek doet naar schoonheid.
Op een ouderavond – ik ben ruim dertig jaar werkzaam geweest in het voortgezet onderwijs – reageerde de moeder van een leerling eens op een opmerking dat ik nog nooit zo’n mooi meisje in de klas had gehad, met: vergist u zich niet, dat is eerder een nadeel dan een voordeel. Iedere klojo die haar tegenkomt, wil haar hebben en je moet van goeden huize zijn om als jong meisje voldoende mensenkennis te hebben om op tijd de leukerds van de charmante ‘eikels’ te onderscheiden. Een mens wordt veel gelukkiger met een gewoon leuk, prettig of vriendelijk gezicht.
Dorothee Oorthuys Amsterdam
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC