Zodra het bestand vorige maand van kracht werd, begonnen Palestijnen in Gaza te zoeken naar hun doden om te kunnen doen wat eerder niet was gelukt: afscheid nemen van geliefden.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Israël en de Palestijnse gebieden, het Midden-Oosten en België.
Op het laatste restje muur dat nog overeind staat van een huis in Gaza, heeft iemand de woorden ‘Toutou ligt onder het puin’ geschreven. Toutou was de koosnaam van Takween Tawil, een meisje van 4 jaar oud dat hier woonde toen het pand op 15 oktober 2023 werd gebombardeerd.
Ze werd samen met 53 andere familieleden gedood en twee jaar later ligt Toutous lichaam nog steeds onder de brokstukken – net als de resten van elf andere leden van de familie Tawil die nog niet zijn gevonden.
Vanaf het moment dat het bestand vorige maand inging, graven Palestijnen naar de lichamen van hun geliefden, die onder de overblijfselen van hun huizen zijn bedolven. Naar ouders die weigerden het huis te verlaten toen de rest van het gezin besloot te evacueren, en na een paar dagen niet meer antwoordden op appjes. Naar kinderen die in de chaos van een bombardement zijn kwijtgeraakt. Of naar tientallen familieleden die in een appartement verbleven, terwijl iemand op zoek ging naar voedsel en bij terugkeer een verwoest gebouw aantrof.
Waarschijnlijk liggen er in Gaza ongeveer tienduizend mensen onder het puin – en sommige experts schatten dat het er zelfs veertienduizend kunnen zijn. Pogingen om deze te bergen begonnen zodra het bestand vorige maand inging. De Palestijnse Burger Reddingsdienst begon met de slachtoffers die gewoon op straat lagen in het gebied waaruit het Israëlische leger zich nu heeft teruggetrokken – achteloos achtergelaten door de daders, onbereikbaar voor geliefden, aangevreten door honden. Soms, melden verslaggevers uit het gebied, lagen er alleen nog maar botten.
Reddingsteams moeten werken met rudimentair gereedschap als schoppen, harken en kruiwagens, omdat verzoeken aan Israël om zwaarder materieel toe te laten onbeantwoord blijven. En dus beperken zij zich vooralsnog tot kleinere huizen en appartementencomplexen van hooguit twee verdiepingen. Zelfs als Israël wel graafmachines en bulldozers toelaat, zou het volgens experts zeker negen maanden kosten om alle lichamen te bergen.
Veel inwoners willen daar niet op wachten en proberen zelf hun geliefden terug te vinden. Sommigen weten waar ze moeten beginnen met zoeken, anderen hebben geen idee. Omdat mensen zo vaak op de vlucht zijn geslagen en herhaaldelijk uitwaaierden over de hele Gazastrook, raakten duizenden families van elkaar gescheiden. Ze hebben van vrienden of buren gehoord dat hun geliefden zijn omgekomen, maar weten niet waar de lichamen zijn gebleven.
Volgens het ministerie van Volksgezondheid in Gaza zijn er tijdens de eerste zestien dagen van het staakt-het-vuren 472 lichamen naar ziekenhuizen gebracht voor identificatie, terwijl honderden gezinnen dagelijks in de rij staan in de hoop informatie te krijgen over hun ouders, hun kinderen, hun broers of zussen die zij zijn kwijtgeraakt.
Yahya al-Muqra (32) uit Jabaliya vermoedt dat zijn broer dood is. Hij verloor contact na een Israëlische luchtaanval op hun gezamenlijke huis op 25 juli, en het is hem nu gelukt naar de puinhopen terug te keren. Maar hij heeft geen lichaam kunnen vinden. ‘Hij is verdwenen’, zegt Al-Muqra tegen The Guardian. ‘Ooggetuigen hebben me verteld dat hij voor het laatst bij ons huis is gezien, en ik hoopte iets van hem terug te vinden dat bewijst dat hij hier echt was – een stuk van zijn kleding, wat dan ook. We hebben zwaarder materieel nodig om onder het puin te kunnen zoeken, maar dergelijke machines zijn niet beschikbaar.’
Het is vaak onmogelijk om de lichamen van degenen die wel worden gevonden nog te identificeren: de lijkenhuizen liggen vol met lichamen in verre staat van ontbinding. Israël heeft bovendien, als onderdeel van de bestandsvoorwaarden, 195 lichamen van Palestijnen teruggegeven in ruil voor de lichamen van de Israëlische gijzelaars. Een aantal van hen was geblinddoekt, had schotwonden, en vastgebonden handen en voeten. Anderen misten lichaamsdelen of zijn overreden door tanks.
Omdat er geen middelen zijn om hun identiteit vast te stellen (in de ziekenhuizen in Gaza is het momenteel onmogelijk om DNA-testen uit te voeren), werden er foto’s beschikbaar gesteld voor mensen die familieleden missen, in de hoop dat zij een moedervlek, een tatoeage of kleding herkennen. Als dat zo was, mochten ze het lichaam zelf bekijken.
In 54 gevallen is het niet gelukt om de doden een naam te geven, en twee weken geleden werden deze onbekende slachtoffers begraven. Artsen en hulpverleners betuigden hun respect terwijl de witte kisten in de grond werden neergelaten. Talloze burgers stonden erbij, niet wetend of ze misschien de begrafenis van hun vermiste zoon of vader bijwoonden, of die van een vreemde.
De pijn van het niet weten is immens. Burgers wachten al maanden, in sommige gevallen zelfs twee jaar, op een kans om naar huis terug te keren in de hoop afscheid te kunnen nemen. Ook Yahya al-Muqra uit Jabaliya hoopt iets te ontdekken over het lot van zijn broer. ‘Mijn hart is gebroken omdat ik hem niet kan begraven’, zegt hij. ‘Zelfs een enkel botje zou ons de kans bieden hem eeuwige rust te geven, en zelf ook rust te vinden.’
Luister hieronder naar onze podcast ‘de Volkskrant Elke Dag’. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant