Home

Wat droomt een land dat wordt binnengevallen en bestookt met drones en raketten?

De Russische invasie van Oekraïne gaat al vanaf het begin gepaard met dodelijke barrages van drones en raketten, veelal ’s nachts. Dat heeft zijn weerslag in de dromen – of beter: nachtmerries – van Oekraïners. Werken die misschien ook als vorm van verzet?

is correspondent Centraal- en Oost-Europa van de Volkskrant. Hij woont in Warschau.

Joelia K. droomt in december 2023 elke nacht over explosies, ‘heel dichtbij, bijna onder mijn voeten, maar om de een of andere reden ga ik nooit dood’.

Ze droomt over ‘een raket die ’s nachts wordt neergehaald terwijl ik buiten in de open lucht ben, waar geen plek is om naar te vluchten of in te schuilen’, over ‘luide explosies die zelfs de muren van de kelder doen daveren’.

‘Misschien is dit wel de belangrijkste taak van terreur?’, noteert Joelia als ze wakker is. ‘Om het zo diep in ons te planten dat we zelfs in onze dromen bang zijn voor hun fucking raketten?’

Oksana K. droomt, in het voorjaar van 2022: ‘We waren bij mijn grootmoeder in Kolomyja om Pasen te vieren. We nodigden wat gasten uit. Maar ze belden en zeiden dat ze niet zouden komen. Omdat de politie door de stad reed, op zoek naar slachtoffers van verkrachting door Russische soldaten. Ik was een van die slachtoffers. Mijn moeder zei me dat ik ook geweld had ondergaan en dat ik dat moest melden. Ze zei dit alsof het om iets doodnormaals ging. Het was een heel zonnige dag.’

Tryvoha, angst

De grootschalige Russische invasie van Oekraïne gaat al vanaf het begin gepaard met dodelijke barrages van drones en raketten. Meestal spelen ze zich ’s nachts af, altijd treffen ze doel, ook als ze geen slachtoffers of schade maken. Ze moeten het verzet van de bevolking breken door haar te terroriseren en uit te putten.

Weer een slapeloze nacht als het alarm klinkt: tryvoha in het Oekraïens, dat toepasselijk genoeg ook ‘onrust’ of ‘angst’ betekent. Maar de oorlog dringt ook op andere manieren de slaap binnen.

Deze oorlogsdromen – zeg maar gerust nachtmerries – zijn afkomstig uit het Centrum voor Stadsgeschiedenis in Lviv, dat ze sinds de Russische invasie opschrijft en archiveert.

Het deel van het archief dat toegankelijk is voor geïnteresseerden bestaat momenteel uit meer dan honderd veelal beklemmende dromen. Ze gaan over explosies, schuilplekken, vluchten, moord en geweld, over angst, schaamte, pijn en machteloosheid.

Bij het lezen en herlezen bleef ik hangen bij de details die de contouren van de droom vormen. Zoals Oksana’s: ‘Het was een heel zonnige dag.’

In een andere droom van diezelfde Oksana veranderen weckpotten met ingemaakte augurken – karakteristiek voor Oost-Europa – in molotovcocktails. En dan is er die merkwaardige droom van Anastasia I., drie nachten na het begin van de invasie:

‘Ik open het bovenste deurtje van de koelkast, het vriesvak, en er ligt een hoop hondenneuzen. Afgesneden, zwart, nog steeds nat en koud, maar niet bloederig.’

Het geweld achter de sluier van het alledaagse. De slaap licht die sluier op en toont het onderbewustzijn van de oorlog.

Verzameldrift

Bohdan Sjoemylovytsj verzamelt dromen. Soms steelt hij ze. Liever heeft hij het over deze teksten als ‘gevonden dromen’, die hij aantreft wanneer hij het internet afstruint, in Facebookgroepen en Telegramkanalen waar mensen hun dromen delen. Vaak reageren anderen met hun eigen dromen.

Sjoemylovytsj noteert ze en stopt ze in het archief van het Centrum voor Stadsgeschiedenis, waaraan hij als onderzoeker is verbonden.

Verwacht geen ladekasten met handgeschreven teksten – alles is digitaal, bijeengebracht op een Google Drive. Gelabeld, vrij overzichtelijk, in elk geval minder rommelig dan het bureau van Sjoemylovytsj zelf, dat zowel lichte verzamelwoede als grote nieuwsgierigheid verraadt. Of ik de dromen kan lezen en er een verhaal over mag schrijven, vraag ik.

Dat mag.

Sjoemylovytsj is een opgewekte, dandyachtige verschijning met een ronde bril, volle baard en soms een vlinderdas. Zijn kantoor zit in een oud jugendstilgebouw in het stadscentrum.

Sinds maart 2022 is hij verantwoordelijk voor het project Dagboeken en dromen van de oorlog, in samenwerking met de Oekraïense Katholieke Universiteit in de stad. Ze verzamelen naast dromen dus dagboeken, alsook tekeningen en beelden van sociale media.

Het begon niet uit verzameldrift, zegt Sjoemylovytsj, ‘maar als een vorm van hulp’. Na het begin van de invasie heerste er chaos, op de universiteit zag hij dat mensen niet zo goed wisten wat ze moesten doen. ‘Het idee was om van tijd tot tijd samen te komen. In overleg met bijvoorbeeld psychologen kwam naar voren dat het niet goed was om al te diep in te gaan op emoties of onzekerheid. Dus ik stelde voor om iets pragmatisch te doen: laten we een archief maken van ons alledaagse leven.’

‘Het was heel moeilijk om iets op te schrijven’, herinnert hij zich. ‘Toen ik in april besloot om mijn eerste tekst te schrijven, moest ik bijna overgeven. Het deed fysiek pijn.’

Bij de eerste sessie waarin het verzamelde materiaal werd besproken, kwamen dromen op natuurlijk wijze in het gesprek naar boven. ‘Ik heb dit of dat gedroomd; o, ik droomde dit... Mijn voorstel was om ze vast te leggen.’

Nog voor de invasie had hij zelf een droom, die hij opschreef en later in het archief opnam. Een vreemde droom, die hij zich goed herinnerde omdat hij wakker werd met koorts ‘en de beelden nog steeds door mijn hoofd spookten’.

‘Ik was in een glazen ruimte met grote ramen – het leek op een aquarium – waarvandaan ik de buitenwereld kon zien, maar ik was er veilig. Korzjyk, mijn kat, was bij me. Plotseling kwam er, uit het niets, een zwerm ratten die om deze ruimte heen begon te cirkelen, zoals die robots met staarten uit The Matrix.’ De vliegende ratten ‘verduisterden de ramen vrijwel volledig met hun lichamen’.

‘Toen Korzjyk en ik naar het raam gingen, zagen we dat er nog wat grijze katten buiten waren gebleven en dat de ratten hen opvraten. Het gekrijs en het constante gewoel van die beesten maakten me wakker.’

Volgens de droomduidingsboeken die hij nadien raadpleegde, betekende het een ‘verschrikkelijk verraad’. ‘Maar wie kon me verraden?’

Nog twee andere dromen van voor de invasie.

Jelyzaveta B. droomt begin februari over een explosie. ‘Ik weet onmiddellijk wat er is gebeurd: een Russische nucleaire aanval. Ik kijk uit het raam: het is volop lente buiten, de bomen zijn felgroen, de zon schijnt, het licht is warm en verstrooid – en ik zie een explosie aan de horizon uitdijen, ik zie de gloed opstijgen. De druk in mijn lichaam neemt toe, alsof er ineens te veel zuurstof in me zit en ik elk moment als een ballon uiteen kan spatten.’

Wanneer ze wakker wordt, krijgt ze geen lucht.

Anna Ch. droomt dat ze met een vriendin in de bergen is. ‘Terwijl we omhoogliepen, zagen we de natuur om ons heen branden. Mijn vriendin zei: Anja, Oekraïne staat in brand. We renden verder naar boven, maar het vuur achtervolgde ons. We konden niet ontsnappen aan het vuur, en ik werd wakker.’

Individueel, collectief

Klassieke droomduiding ziet dromen weliswaar als boodschappen, maar ze zijn in de eerste plaats individueel.

Maar: de dromen die Sjoemylovytsj verzamelde tijdens de oorlog tonen volgens hem een breder fenomeen. Ze zijn individuele uitdrukkingen van een collectieve ervaring, wat hij ‘sociaal dromen’ noemt.

‘Voor de invasie was de brede consensus dat er íéts zou gebeuren. We bespraken dit dagelijks in het café, terwijl we wijn dronken op het terras. Je ontmoette een vriend en vroeg: ‘Denk jij dat de invasie komt?’ Die spanning was onderdeel van het dagelijks leven en produceerde dromen.’

Zo is hij ervan overtuigd, maar hij heeft dit nog niet kunnen bevestigen, dat de nacht nadat Zelensky door Trump en JD Vance publiekelijk werd vernederd in het Witte Huis de angstdromen van veel Oekraïners heeft beïnvloed.

De oorlog tegen Oekraïne en de gevolgen voor de inwoners van het land worden uitgebreid gedocumenteerd door journalisten, onderzoekers, aanklagers, andere waarnemers en uiteraard Oekraïense burgers zelf. Dit legt bloot wat zichtbaar is. ‘Maar hoe meet je iets wat onzichtbaar is; wat bestaat, maar tegelijk niet bestaat?’ vraagt Sjoemylovytsj. ‘Dromen zijn niet alleen een uiting van die onzichtbare spanning, maar ook een manier om die te tonen.’

Dromen als bron

Sjoemylovytsj is historicus en geen psychiater of psychoanalyticus. Hij bekijkt de dromen boven alles als bron, een die ‘tegen de literatuur aanschuurt’. Het project steunt niet op het gedachtegoed van Freud, maar op denkers die Sjoemylovytsj interessanter en geschikter vindt voor het materiaal dat ze verzamelen.

De belangrijkste van hen is Charlotte Beradt.

‘Terwijl ik mij, na mijn spreekuur, zo rond negen uur ’s avonds, behaaglijk op de sofa wil nestelen met een boek over Matthias Grünewald, wordt mijn kamer, mijn appartement, plotseling muurloos. Ik kijk ontzet om mij heen: alle woningen, zover het oog reikt, hebben geen muren meer. Ik hoor een luidspreker brullen: ‘Krachtens de verordening ter afschaffing van muren van de zeventiende van deze maand.’

Dit droomde een 45-jarige arts in Duitsland, een jaar na de machtsovername van de nazi’s. Charlotte Beradt (1907-1986) schreef deze vervolgens op. Haar boek Het Derde Rijk der dromen (1966) verscheen deze zomer voor het eerst in het Nederlands, vertaald door Marcel Misset.

Het boekje is dun, maar het is een volkomen originele en beklijvende bijdrage aan de vele boekenkasten die al over het Derde Rijk zijn volgeschreven.

Het is een huiveringwekkende analyse van de totalitaire staat, beschreven via de dromen die de Joodse Beradt in de jaren dertig verzamelde. In haar eigen dromen werd ze ‘wild op de vlucht geslagen, werd beschoten, gemarteld en gescalpeerd’, waarna ze badend in het zweet wakker werd, ‘mijn kiezen op elkaar geklemd’.

Na weer zo’n droom besefte ze dat ze vast niet de enige was. ‘Zo begon ik mensen naar hun dromen te vragen.’

Beradt zei niet met welk doel ze deze verzamelde, om geen gekleurde antwoorden te krijgen (daarin verschilt de aanpak van het instituut in Lviv: verreweg de meeste dromers weten dat ze meedoen, met uitzondering van de mensen wier dromen Sjoemylovytsj van het internet plukt). In 1939 vluchtte ze naar de Verenigde Staten en publiceerde in 1943 een aantal dromen in artikelvorm voor een tijdschrift. Later werkte Beradt het verzamelde materiaal om tot een boek, waarin ze de dromen noteerde, rangschikte en van scherpzinnig commentaar voorzag.

Het muurloze leven

De 45-jarige arts kende de concrete aanleiding voor zijn nachtmerrie: eerder die dag was de blokwachter (toegewijde nazi’s die hun buren in de gaten hielden) langs geweest met de vraag waarom de arts zijn vlag niet had uitgehangen. ‘Ik had hem gerustgesteld en hem een borrel ingeschonken, maar dacht: tussen mijn vier muren... tussen mijn vier muren.’

Volgens Beradt ‘veralgemeniseert [de droom] op voorbeeldige wijze de situatie van het individu dat zich niet onder dwang wil laten collectiviseren’. ‘Het muurloze leven’, schrijft Beradt, ‘zou evengoed de titel kunnen zijn van een wetenschappelijk werk als van een roman over het menselijk bestaan onder een totalitair bewind.’

Droom voor droom breng Beradt de invloed van het totalitarisme op de psyche in kaart. Een fabriekseigenaar droomt hoe hij, als Goebbels zijn werkplaats bezoekt, de hand probeert te heffen tot een Hitlergroet. Zijn lichaam verzet zich, het lukt hem met de allergrootste inspanning heel langzaam.

‘Ik hoef uw groet niet’, zegt Goebbels, en hinkt weg met zijn klompvoet. Het is een terugkerende droom; in een ervan breekt de fabriekseigenaar zijn ruggengraat terwijl hij de Hitlergroet probeert te brengen.

Een huisvrouw droomt hoe iemand van de SA (Sturmabteilung, tot 1934 de belangrijkste paramilitaire organisatie van de nazi’s) het luik van de kachel in haar huiskamer opent, waarna de kachel, met ‘schallende stem’ als een luidspreker, elke kritische zin en elke grap over de nazi’s die in het huis te horen viel, verklikt.

Een kleine groep droomt over verzet, meer mensen dromen over aanpassing, onderwerping en schaamte. Een aparte categorie vormen de dromen van Joodse landgenoten. Ruim voordat ze vertrokken (degenen die dat tenminste konden), droomden ze over reisdocumenten, emigratie, vervreemding en afwijzing.

Beradt verwierp hierbij de droomduiding zoals die begin 20ste eeuw gangbaar was geworden. Door de dromen op die manier te benaderen, ontgaat je namelijk hun werkelijke betekenis en waarde. We hebben niet te maken met ‘conflicten in hun privéleven, al helemaal niet met die uit hun verleden, maar met conflicten waartoe de openbare ruimte hen heeft gedreven.’

Dromen die zodanig door de buitenwereld worden beïnvloed, overstijgen de individuele dromer. De grote druk op het individu in het dagelijks leven produceert bovendien glasheldere beelden, bijna kant-en-klare verhalen – parabel, parodie of paradox, schrijft Beradt – die geen Freudiaanse exegese behoeven.

Dit maakt ze tot historische bronnen, opererend op het snijvlak van dagboekaantekeningen en literatuur. Een baanbrekende notie.

Beradt schrijft aan het begin van het boek dat ze dromen over geweld, die er volop waren, of over oorlog links laat liggen. Tirannen, geweld en oorlogshandelingen oftewel ‘bedreigende collectieve omstandigheden’ zijn er altijd geweest. Ze was geïnteresseerd in dromen die enkel kunnen voortkomen uit ‘een totalitair regime in de 20ste eeuw’, specifiek dat van Hitler in Duitsland.

Specifiek Oekraïens

Maar, denk ik na mijn bezoek aan het Centrum voor Stadsgeschiedenis in Lviv, de Oekraïense dromen vertellen een heel nieuw verhaal, over de specifieke aard van deze oorlog.

‘Sleep no more, Hitler does murder sleep’, parafraseert Beradt in een brief die beroemde zin uit Macbeth: ‘Ik dacht een stem te horen: ‘Nooit meer slapen: Macbeth vermoordt de slaap’. Nu is het Poetin die de slaap van de Oekraïners vermoordt.

Ook ver van de frontlinie beleven Oekraïners angstdromen. Voor de hand liggende verklaringen zijn de verreikende drone- en raketaanvallen. Beelden en verhalen elders uit Oekraïne, waaronder oorlogsmisdaden, beïnvloeden de dromen evenzeer.

Wat dit laat zien, is dat de oorlog die tegen Oekraïne wordt gevoerd, een totale oorlog is, waarbij de oorlog een totalitair systeem in andere gedaante is – met inachtneming dat Oekraïners zich juist verzetten tegen de vestiging van een werkelijk totalitair bewind, zoals dat nu in de door Rusland bezette gebieden gestalte krijgt.

In Oezjhorod, de meest westelijke stad van het land, droomt Tetjana S. over een luchtaanval. ‘Een halfnaakte vrouw kroop over de grond richting de schuilkelder. En ik stond daar en dacht langzaam: moet ik dan ook naar de schuilkelder of zo? En waar is de schuilkelder?’

(Dit even tussendoor: deze droom deed me denken aan Mona Keijzers suggestie dat Oekraïners best kunnen vertrekken naar het ‘veilige’ westen van het land, nadat ze had vernomen dat er skioorden in de Karpaten zijn waar mensen tijdelijk bijkomen van de oorlog. Een gebrek aan kennis en empathie dat, zoals wel vaker in Nederland, doorgaat voor gezond verstand.)

In de Amerikaanse staat Oregon, 9.000 kilometer verderop, droomt de half-Oekraïense Ada L.: ‘Door op te kijken of de kamer in te kijken of door mijn lichaam überhaupt te bewegen, heb ik mijn locatie prijsgegeven aan de vijand. Ik zie een licht dat op me schijnt vanaf het raam of een ander deel van de kamer en ik weet: ‘de vijand’ heeft me gevonden. De oorlog is naar mijn huis gekomen, en het is mijn schuld.’

Naast de angst jezelf te verraden ontvouwt zich hier nog een dimensie van de oorlog, die in Oekraïne hardop wordt benoemd, maar zich evengoed in dromen nestelt: dit is een oorlog tegen Oekraïners omdat ze Oekraïens zijn. Ljoedmyla B. droomt over Rusland, hoewel mensen haar vertellen ‘dat het vroeger Oekraïne was’. Het dorp heeft een kermis, maar blijkt een begraafplaats te zijn. ‘De mannen drinken erop los en vallen ons lastig, ze zeggen dat we chochly (Russisch scheldwoord voor Oekraïners, red.) zijn en dat we dood moeten.’

‘Als het regime ooit als tijdsfenomeen voor de rechter zou komen te staan, zouden ze als bewijsmateriaal kunnen dienen’, schrijft Beradt over de dromen die ze in het Derde Rijk verzamelde. Voor Sjoemylovytsj is het noteren zelf, zoals elke manier waarop de werkelijkheid in Oekraïne wordt vastgelegd, een daad van verzet.

Rusland is er met deze ‘genocidale oorlog’ op uit de Oekraïense cultuur te vernietigen, memoreert hij. De dromen zijn een tijdsdocument, en ook een bevestiging van de Oekraïense cultuur. Scheppen is verzetten. Dromen is dat misschien ook wel.

Toekomstbeelden

De oorlogsdromen reflecteren niet alleen het heden, maar gaan ook over de toekomst. In een andere droom van Ljoedmyla B., uit november 2023, is de oorlog voorbij. Jaren later heeft ze een jongen geadopteerd wiens moeder is gestorven bij de geboorte en wiens vader is gesneuveld aan het front. Ze leven nu onder bezetting.

‘De jongen zegt me dat hij niet begrijpt waar die oorlog voor nodig was, waarom zo veel mensen moesten sterven, alles is nu in orde. Ik word overmand door wanhoop omdat hij niet begrijpt waarvoor zijn vader is gesneuveld.’

Het lezen van de dromen voelt voor mij als een vreemde, intieme ervaring. De mokerslag zit hem vaak in de details.

Ljoedmyla droomt over een discussie met haar grootmoeder, die zegt dat het een oorlog ‘van Amerika met Rusland is, dat wij slechts ‘kanonnenvoer’ zijn. Ik zeg dat ik dit niet meer kan aanhoren en begin al mijn vrienden en klasgenoten van school op te noemen die in de oorlog zijn omgekomen.’

Dan krijgt ze een pakketje met ‘een robot, een buitengewoon menslievende jongen met empathie. Ik herinner me dat ik hem heb gekocht, omdat ik geen vrienden meer heb en ik tenminste iemand wilde kunnen knuffelen. Ik herinner me dat ik op een bepaald moment zijn internetverbinding heb afgesloten. In zijn buik zat een weefsel van fijn spinnenweb, en vanbuiten zat dan het spinnenweb van het internet, dat verbonden was met dat in zijn buik. Toen werd hij kwetsbaarder, in zijn binnenste ontstond een gevoel van leegte dat eigen is aan mensen. En ik begon me comfortabeler bij hem te voelen, omdat deze robot me nu beter begreep.’

De dromen van Ljoedmyla treffen me door de kraakheldere wijze waarop ze gestalte geven aan angsten en dilemma’s over de toekomst die we uit het oog dreigen te verliezen in het niet zo verre Westen, waar steeds vaker klinkt dat de oorlog hopeloos is en concessies nu eenmaal onvermijdelijk zijn.

Toekomstbeelden waar niemand aan wil denken zijn overigens ook moeilijke gespreksstof in Oekraïne zelf, weet ik uit ervaring. De angst om je naasten te verliezen, nog meer doden, maar ook: de angst de oorlog te verliezen, voor bezetting.

Ljoedmyla B. droomt over haar beste vriend die na een vergissing door het rekruteringscentrum naar het front wordt gestuurd. Ze is bang, probeert hem met een doktersverklaring te helpen. Van haar vrienden krijgt ze geen steun. ‘Ik weet waarom. Ze vinden dat alle mannen naar het front moeten, en zijn tijd is nu ook gekomen.’

Het dilemma verteert haar, maar Ljoedmyla’s onderbewustzijn confronteert haar direct met de gevolgen.

In het laatste deel van de droom hebben de Russen Kyiv ingenomen en rukken ze op naar Lviv. ‘Ze komen de stad binnen, maar ze zijn als tinnen soldaatjes die blijven staan en bewegen niet. Het enige waar ik bang voor ben, is de dolle wolf die met hen is meegekomen. Hij rent rond en valt mensen aan. Ik ren naar de speeltuin en klim op een grote metalen paddenstoel. De wolf rent naar me toe en kijkt omhoog, ik kijk naar hem. Ik zeg: val dood, kreng, ik ben niet bang voor je. En ik word wakker.’

Met dank aan vertaler Roman Nesterenco voor zijn hulp bij de Oekraïense droomteksten.

Charlotte Beradt: Het Derde Rijk der dromen. Uit het Duits vertaald door Marcel Misset. Atlas Contact; 224 pagina’s; € 22,99.

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next