Home

James Watson (1928–2025) ontdekte de structuur van het DNA, maar werd later een flapuit vol venijn

Hij stond aan de basis van de belangrijkste biologische ontdekking sinds de evolutieleer. Met het klimmen der jaren leerde de buitenwereld hem ook kennen als een flapuit, vol seksistische en racistische praat. James Watson, de ontdekker van de structuur van het DNA, overleed vrijdag op 97-jarige leeftijd in een New Yorks hospice.

Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.

Mensen met zorgen over genetische manipulatie? Net zo dom als lieden die ‘bang zijn voor het monster van Loch Ness’. Wetenschapsjournalist David Rorvik, die (ten onrechte) beweerde dat er in 1973 al een mens werd gekloond? Die ‘zou moeten worden doodgeschoten’.

Nee, met meel in de mond praten deed de Britse bioloog James Dewey Watson toch al nooit. Het was zelfs zijn kracht: zijn invloedrijke leerboek The Molecular Biology of the Gene (1965) was zo toegankelijk geschreven, dat het een generatie jonge biologen inspireerde. Maar later in zijn leven zou Watsons verbale incontinentie hem zo in de weg komen te staan, dat hij in 2007 zelfs met pensioen werd gestuurd van zijn werkplek, het Cold Spring Harbor laboratorium in New York.

Want: zwarte mensen? Die hadden vast een gen voor verhoogd seksueel libido. Antisemitisme? Dat is ‘soms gerechtvaardigd’. Zijn vrouwelijke oud-collega Rosalind Franklin? ‘Ik denk dat ze een beetje autistisch was. Er is geen andere verklaring voor haar gedrag.’

Dat had anders kunnen lopen, vanaf die beroemde zaterdag 21 februari 1953, waarop Watson geschiedenis schreef. Vroeg in de ochtend was Watson naar het Cavendish-laboratorium van de Universiteit van Cambridge gegaan, waar hij ‘ineens gewaar werd dat een adenine-thymine-paar dat bijeengehouden wordt door twee waterstofbruggen, in vorm identiek was aan een guanine-cytosine-paar dat eveneens door twee waterstofbruggen aan elkaar is verbonden’, zoals hij later in zijn boek schreef.

Die moeilijke woorden: dat zijn afgekort de letters A, T, G en C van het vierletterige alfabet waarin ons DNA is geschreven. Watson begreep opeens hoe die letters elkaar ‘vasthouden’, en met elkaar een dubbele spiraal vormen waarin onze genetische eigenschappen vastliggen. ‘Toen Francis Crick binnenkwam, riep ik hem toe dat het antwoord op alles nu in onze handen was’, aldus Watson. Nog maar 25 jaar jong, was hij toen.

Een laatste vonkje inspiratie

Goed, de werkelijkheid lag genuanceerder. Dat het DNA werkt met een chemische taal geschreven in A’s, T’s, G’s en C’s, was al bekend. Dat het DNA waarschijnlijk spiraalvormig is, hadden wetenschappers Linus Pauling en Robert Corey een maand eerder ook al opgeschreven. ‘Het vergde slechts een laatste vonkje inspiratie om op de essentiële regel van base-paarvorming te komen’, zoals wetenschapsjournalist Gerbrand Feenstra decennia geleden al opschreef in deze krant.

En er was de rol van Rosalind Franklin, de vrouw van het lab. Zij maakte ‘foto 51’, een röntgenkristallografiefoto die cruciaal was bij het ontrafelen van de DNA-structuur. Toch stond haar naam niet boven het onderzoeksartikel in Nature, waarin Watson en Crick de ontdekking van de structuur van het DNA beschreven.

Negen jaar later, toen de twee de Nobelprijs wonnen voor hun baanbrekende artikel (samen met hun collega Maurice Wilkins), was Franklin al overleden aan de gevolgen van eierstokkanker. Watson zou Watson niet zijn geweest als hij er niet een laatdunkende opmerking over had gemaakt: ‘Niemand dacht aan Rosalind, omdat ze dood was.’

Vrouwelijke topwetenschappers

Toch had Watson ook een heel andere kant, vertellen mensen die hem kenden. In opnieuw Nature herinnert moleculair bioloog Nancy Hopkins van het Bostonse technologie-instituut MIT, zelf een voorvechter voor vrouwen in de wetenschap, hoe Watson haar ooit aanmoedigde om toch vooral carrière te maken. Met de woorden ‘Je krijgt een vaste aanstelling, anders sleep ik ze voor de rechter’, zou Watson haar moed hebben ingepraat in een tijd waarin er nog nauwelijks vrouwelijke topwetenschappers waren.

‘Hij was in de jaren 1950 en 1960 op Harvard het enige faculteitslid dat zich bekommerde om de carrières van vrouwen’, zegt in Nature ook een ander, Bruce Stillman van het Cold Spring Harbor Laboratorium.

En, niet te vergeten: de ontrafeling van het binnenwerk van het DNA-molecuul geldt als een van de allergrootste wetenschappelijke ontdekkingen ooit. Een ontdekking, die de weg opende naar het tijdperk van de moderne genetica, dat vandaag leidt tot vernieuwende kankerbehandelingen, gentherapieën, technieken om verdachten op te sporen – en ga zo maar door.

De ouderdom kwam met venijn

Welk venijn er in Watson voer naar mate hij ouder werd, snapt niemand. Steeds fanatieker begon hij genetica te zien als de basis van alles wat hem wel of niet aanstond.

Dat begon in 2001, toen de destijds 73-jarige Watson op een lezing huidskleur koppelde aan libido, en overgewicht aan weinig ambitie. Toen hij zes jaar later op reis ging voor een boekpromotie, moest hij die afbreken vanwege de allang in de onderzoeken onderuitgehaalde bewering dat zwarte mensen van nature minder intelligent zijn.

Een belaste nalatenschap, beaamt iedereen die Watson kende. In Nature probeert Stillman de bobbel nog enigszins glad te strijken. ‘Ik denk dat mensen zich de dubbele helix over honderd jaar zullen herinneren.’

Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next