Een gezamenlijke duik in de wereld van bankieren leidde tot een boek, een kunstwerk en een liefdesrelatie. Volgens Thomas Bollen en Carlijn Kingma hebben private banken veel te veel macht over het geld van ons allemaal.
is economieredacteur. Hij schrijft over het grote geld en corruptie.
Goed beschouwd begon Thomas Bollen zeventien jaar geleden al aan zijn boek, al wist hij dat toen zelf nog niet. Hij liep stage als consultant bij Deloitte in Amsterdam, afdeling Mergers and Acquisitions, waar hij jaarrekeningen doorspitte om te kijken wat de bedrijven waard waren. De wereld van het grote geld, van hard werken en dikke auto’s, van Gordon Gekko uit de film Wall Street (‘greed is good’) had een zekere aantrekkingskracht op slimme jongens als hij, die financiële economie hadden gestudeerd in Rotterdam. ‘Ik dacht gewoon: dit is vet, hier gebeurt van alles. Het was vanzelfsprekend dat ik dat ging doen.’
En toen kwam de financiële crisis van 2008. Op de dag dat de zakenbank Lehman Brothers omviel en op tv de bankiers te zien waren die met een doos in hun handen het pand verlieten, vroeg Bollen zich af: wat is er gebeurd?
‘Als financieel econoom hoor je dit te begrijpen, dacht ik, en ik begreep het niet’, zegt hij, aan tafel in zijn huis in Zutphen. ‘Mijn collega’s wisten het ook niet. Hoogleraren en economisch commentatoren konden het niet uitleggen. Het systeem werkte dus blijkbaar anders dan dat wij dachten.’
Zijn er mensen die het wel weten, vroeg hij zich af. ‘Zo is mijn zoektocht begonnen. Nieuwsgierigheid was mijn eerste drijfveer.’
Die nieuwsgierigheid leidde tot een boek en een grote liefde. In Geld genoeg, maar niet voor jou beschrijft Bollen het wonderlijke fenomeen dat private, op winst beluste banken zo’n 90 procent van al het geld scheppen dat in de samenleving in omloop is, met alle publieke risico’s van dien. Het systeem dat hij in het boek beschrijft, is in een fantastisch gedetailleerde pentekening weergegeven door kunstenaar Carlijn Kingma. De samenwerking mondde uit in een relatie; Kingma zit ook aan tafel, hun zoontje zit op de opvang, het kunstwerk Het waterwerk van ons geld staat op de omslag van het boek en hangt als reproductie aan de muur in de woonkamer.
‘Hoe heroveren we de macht over ons geld?’, luidt de ondertitel. Wat bedoel je daarmee?
Bollen: ‘De meeste mensen denken dat het geld in de samenleving wordt gemaakt en beheerd door de centrale bank. Maar die publieke instelling zorgt alleen voor de bankbiljetten en munten, en die vormen tegenwoordig nog maar 10 procent van de totale hoeveelheid geld. Banktegoeden zijn veel belangrijker geworden, en die worden gecreëerd door private, commerciële banken.
‘Als samenleving heeft dat onze afhankelijkheid van de bancaire sector sterk vergroot. Het systeem is ontspoord. De balans tussen publiek en privaat geld, en daarmee ook publiek en privaat belang, is enorm verschoven.’
Hoe is dat merkbaar?
Bollen: ‘Private geldschepping, kredietverlening door banken, is de onderliggende oorzaak van enkele grote maatschappelijke problemen. Mensen merken dat bijvoorbeeld aan onbetaalbare woningen. De hoge huizenprijzen worden veroorzaakt door prijsopdrijving, doordat banken steeds meer geld maken via hypotheken. De enorme groei van private equity, investeerders die allerlei voorzieningen opkopen, van kinderopvang tot vakantiehuisjes, is ook alleen denkbaar doordat ze zo veel geld kunnen lenen. In algemene zin kun je zeggen dat ook de ongelijkheid voortkomt uit de mogelijkheid om goedkoop te lenen.’
Waarom is lenen te goedkoop?
Bollen: ‘Omdat de risico’s, die verrekend horen te worden in de rente, uiteindelijk collectief worden gedragen, niet door degene die uitleent. Want als een bank dreigt om te vallen, wordt die gered door de overheid. Dat kost het collectief miljarden. Na de crisis van 2008 zijn er alleen maar meer publieke garanties en vangnetten voor banken opgetuigd.’
Jarenlang was Bollens zoektocht een soort hobby naast zijn gewone werk, eerst bij Deloitte, daarna bij energiemaatschappij Essent. Maar op een gegeven moment dacht hij: er wordt te weinig in begrijpelijke taal over het monetaire stelsel geschreven, ik moet het zelf maar proberen. Hij werd in 2016 freelancejournalist bij Follow the Money.
En toen, een paar jaar later, werd hij gebeld.
Kingma: ‘Ik ben van oorsprong architect en maak als kunstenaar kaarten van onzichtbare machtsstructuren in onze maatschappij. Ik had al een aantal andere kaarten gemaakt, over onderwijs, verduurzaming en democratie. Bij ieder onderzoek kwam ik vroeg of laat bij het geld uit. Dat is essentieel: financiering bepaalt of iets van de grond komt of niet. Ik wilde in kaart brengen hoe dat werkt. Wie bepaalt dat de geldkraan wordt opengedraaid, en waarvoor? Ik was Thomas al een keer tegengekomen, hij heeft een andere blik. Hij is geïnteresseerd in het geldstelsel als systeem. Niet iemand die onder de indruk is van die stoere jongens op Wall Street, en ook niet iemand die verontwaardigd is over die foute bankiers op de Zuidas. Dat was het type onderzoeker dat ik nodig had.’
Bollen: ‘Dus toen belde Carlijn mij op, begin 2021, of ik haar ergens mee kon helpen.’
Kingma: ‘Een paar dagen, zei ik.’
Bollen: ‘Dat werd dus vier jaar.
‘In een artikel kun je vaak maar één component kwijt. En Carlijn zei: ik wil de samenhang van die verschillende onderdelen van het financiële stelsel laten zien. Dus niet alleen wat de banken doen, maar ook hoe beleggingsfondsen zich daartoe verhouden, en de pensioenfondsen. Wat gebeurt er bij de centrale bank? En wat betekent dat uiteindelijk voor de samenleving?’
Kingma: ‘Ik wilde het geldstelsel vertalen naar iets visueels, naar een metafoor. Dat werd water. Het was een behoorlijke puzzel om al die financiële mechanismen accuraat te visualiseren, zeker op schaal, maar ook fantastisch om steeds weer iets te bedenken.’
Wat doe je bijvoorbeeld met de rommelhypotheken, die de oorzaak waren van de crisis van 2008, omdat ze niet meer als rommel herkenbaar waren en dus een veel groter risico vormden dan banken dachten?
Kingma: ‘Ja, dat noemen ze securitiseren, een belangrijk detail. Letterlijk betekent het ‘zekerder maken’: je verpakt riskante beleggingen in een nieuw beleggingsproduct waarvan het risico lager lijkt omdat je ervan uitgaat dat die nooit allemaal tegelijk minder waard worden. Dat is een verpakkingslijn geworden waar dozen vanaf komen. In een eerste schets hebben we dat nog verder uitgewerkt, dan verdwijnen die dozen in een kast, en daar worden certificaten van gemaakt die met elkaar in andere dozen worden verpakt. Zo kun je de ondoorzichtigheid van het proces echt laten zien.’
Bollen: ‘Je kunt niet eventjes snel één artikel lezen over het geldstelsel en het dan gaan tekenen. Carlijn heeft alle literatuur doorgespit. Daar praatten we dan eindeloos over. De films die we keken, waren documentaires over geld. In bed hadden we het urenlang over pensioenfondsen.’
Kingma: ‘Het was een romantische tijd.’
Bollen: ‘Die beeldtaal die zij ontwikkelde heb ik ook weer gebruikt in mijn boek, bij het uitleggen van zoiets als securitisatie. Die metaforen zijn belangrijk.’
Waarom?
Bollen: ‘Om een systeem te veranderen, moet je het eerst begrijpen. Ik wilde bijvoorbeeld laten zien waar de instabiliteit van het stelsel vandaan komt. Securitisatie is echt zo’n woord waarvan ik ook als financieel econoom dacht: wat is dit? Die riskante beleggingen waren een belangrijke oorzaak van de crisis in 2008.’
Is de financiële wereld nog wel te begrijpen voor de meeste mensen?
Bollen: ‘De insiders, de mensen in het systeem, doen alsof het allemaal verschrikkelijk ingewikkeld is, met veel jargon en moeilijke afkortingen, door zaken diffuus te maken en angst te verspreiden. Zo drukken ze discussies de kop in. Dan kunnen ze zeggen: laat ons dat maar doen, wij fiksen het wel.’
Kingma: ‘Dat is de reden dat we deze materie toegankelijk proberen te maken voor een groot publiek. Via zowel het kunstwerk als het boek leer je hoe dat geldstelsel in elkaar zit. En Thomas voegt daar nog iets aan toe: het verhaal van hervormers die de strijd aangaan met het grote geld. David tegen Goliath. Zelfs mijn moeder vond het spannend.’
Bollen: ‘Na de crisis waren het de bankiers die zeiden: wij weten hoe het werkt, dus wij kunnen het als beste repareren. Maar dan laten ze dus hun belangen meespelen. Ze hebben het bestaande stelsel gestut, maar niet de ontwerpfouten aangepakt. Ja, de banken moeten zich nu met iets meer eigen geld financieren, maar ze wentelen nog steeds veel risico’s af op rekeninghouders. Het risico op een bankrun is nog bijna even groot. Dus is mijn conclusie dat je het ontwerpen van een beter systeem niet alleen aan de bankiers kunt overlaten.’
Aan wie wel?
Bollen: ‘Aan de maatschappij. Hoe de financiële wereld is opgebouwd, is geen technisch gegeven. Het is een keuze. Je moet je afvragen: wat moet het systeem doen, voor wie moet het werken, en wat voor inrichting hoort daarbij? Die keuze is politiek.’
Je had natuurlijk activisten als die van Occupy Wall Street, die het systeem wilden veranderen.
Bollen: ‘Dat was een begin, een ideologisch verhaal. Maar dat was niet genoeg. Als je alleen mensen van buiten hebt die iets vaags roepen, bijvoorbeeld dat het systeem anders moet, dan denken de machthebbers: laat maar praten, daar gaat nooit een concrete aanbeveling uit komen. Veel bedreigender voor de status quo is iemand die weet hoe het werkt. Die door het jargon heen kan prikken. Die met concrete aanbevelingen komt. Die zegt: oké, als we dit willen bereiken, dan moeten we deze punten in de wet aanpassen.
‘In mijn boek is Miguel Fernández Ordóñez zo iemand, een Spaanse voormalige centrale bankier die na zijn pensioen heel kritisch werd. Hij vindt dat banken gewoon failliet moeten kunnen gaan zonder dat daardoor het hele systeem omvalt, en dat daarom de geldschepping daar moet worden weggehaald. Ik ben zelf ook langzaam tot de conclusie gekomen dat verandering noodzakelijk is, want de uitkomsten van het huidige systeem zijn voor de meeste mensen niet positief.’
Waarom moet de geldschepping worden weggehaald bij de banken?
Bollen: ‘Laten we om te beginnen de balans tussen publiek en privaat geld weer wat herstellen. Door digitalisering zijn betalingen steeds meer via banktegoeden gaan lopen. Het contante geld dat door de centrale bank wordt gemaakt, is hierdoor in onbruik geraakt. De macht over ons geld is daarmee verschoven van publieke instanties naar private bedrijven. Er ligt nu een kans om die balans weer te herstellen door een digitale variant van contant geld te introduceren. Je ziet dat zelfs de Europese Centrale Bank daar nu om vraagt; ook voorzitter Christine Lagarde wil dat de politiek opschiet met de digitale euro. Dat wordt ook ingegeven door geopolitieke overwegingen. In Amerika en China zijn nieuwe digitale munten volop in ontwikkeling.’
In de Tweede Kamer werd flink geageerd tegen zo’n digitale euro. Ook door mensen als theatermaker George van Houts, die fel criticus is van de banken en die eerder pleitte voor meer publieke macht. Zijn de activisten en hervormers verdeeld geraakt?
Bollen: ‘Ik heb voor mijn boek de afgelopen vijftien jaar ontzettend veel mensen gesproken: hoogleraren, politici, bankiers, toezichthouders en ook de mensen achter burgerinitiatieven zoals Ons Geld, die zich zorgen maken over de geldscheppende banken. Insiders en outsiders.
‘Mensen die kritiek hebben op het geldsysteem zijn aanvankelijk vaak weggezet als gekkies en complotdenkers, terwijl ze het op sommige punten beter begrijpen dan de bankiers zelf. Ik heb geleerd dat je het ook niet allemaal met elkaar eens hoeft te zijn over de oplossing. Zelf denk ik bijvoorbeeld niet dat we terug moeten naar een goudstandaard en ik ben ook geen grote bitcoinverzamelaar, maar ik heb onder de goudfans en bitcoiners toch metgezellen gevonden in mijn ontdekkingstocht om het huidige stelsel te bevragen.
‘In mijn optiek is geld uiteindelijk een publieke zaak. Wanneer je het geldsysteem volledig overlaat aan private bedrijven, houd je geen functionele democratie meer over. Dan gaat de macht van het grote geld de democratie overheersen.’
Kun je nog praten met iemand als Van Houts?
Bollen: ‘Complotdenkers zijn niet kleinzerig. Ik schrijf ergens dat George op een gegeven moment slecht luistert naar argumenten. Dat vond hij geen probleem toen hij het las.’
Kingma: ‘Van Houts vond het ook een goed boek, toch? Dat is toch de kracht ervan, dat het heel breed wordt omarmd. Je wordt ook uitgenodigd voor een boekenclub bij de Rabobank. En bij De Nederlandsche Bank.’
Klaas Knot, op wie je best kritisch bent, heeft zelfs een aanbevelingstekst geleverd voor op de kaft van het boek: ‘Thomas Bollen houdt ons als financiële autoriteiten een spiegel voor. Hij legt de fundamentele kwesties bloot waarover de discussie moet gaan.’ Word je niet te veel omarmd door de insiders?
Bollen: ‘Ik denk dat het komt door mijn systeembenadering. Ik ben niet iemand die zegt dat Klaas Knot een machtswellusteling of graaier is. Dat is een beetje wat de complotdenkers zeggen, dat de centrale bankiers de rest van de bevolking bewust een loer proberen te draaien. Nee: de bankiers zijn ervan overtuigd geraakt dat dit de beste manier is om het geldstelsel te organiseren. Dat komt doordat ze er zo lang in zitten.
‘Overigens denk ik dat Knot tien jaar geleden geen aanbeveling op mijn boek had gezet. Dus er is wel degelijk wat veranderd. Ook de centrale banken vinden inmiddels dat het nuttig is om kritische kanttekeningen te plaatsen bij het huidige stelsel. Toch voelt het ergens ook dubbel dat het blijkbaar niet meer zo bedreigend is om kritisch over het stelsel te praten. Misschien is het hun manier om ons in te kapselen.’
Kingma: ‘Mijn werk hangt 7 bij 9 meter in de ontvangsthal van het hoofdkantoor van de Rabobank in Utrecht. Ach, kennelijk vinden ze dat het klopt.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant