Home

Kan het (heel misschien toch) wél? Een ‘programkabinet’? Alleen dit keer echt?

is columnist van de Volkskrant en werkt als adviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties.

Zou het schelen als je het kon zien? Als je er een beeld bij had, bij het alternatief voor de huidige politieke patstelling?

Als er gezichten bij hoorden, van mensen met verschillende politieke achtergronden, allemaal gewend om te denken en te werken vanuit de samenleving. Die een bewindsliedenploeg zouden willen vormen, gericht op gematigdheid, consensus en vooruitgang. In een poging recht te doen aan zo veel mogelijk belangen van zo veel mogelijk Nederlanders. En in het besef dat de tijd dringt, omdat in deze wereld de dreiging van alle kanten komt en wij er verlamd bij zitten met een dubbeldemissionair, ruziënd overblijfsel van een kabinet.

Op allerlei plekken lees je dat deze formatie eigenlijk simpel is. Alleen D66, VVD, GroenLinks-PvdA en CDA hebben samen een meerderheid, dus dat moet de coalitie worden. Nee, weet een ander: de meerderheid is rechts, de VVD mag geen kiezersbedrog plegen en GroenLinks-PvdA heeft verloren, dus een combinatie met JA21 is het meest logisch.

Zelf merk ik dat al mijn gedachten over coalities doodlopen. En benijd ik Rob Jetten niet, die in een onmogelijke positie terecht is gekomen. Juist door nipt de grootste te worden is hij het enige drukmiddel kwijt dat je in onderhandelingen hebt: de bereidheid om weg te lopen. Nieuwe verkiezingen na de belofte dat ‘het wél kan’ zouden hem niet worden vergeven.

Ik zie geen coalitie die stabiel kan worden. De weerstand van Dilan Yesilgöz tegen GroenLinks-PvdA is meer dan een spelletje. Het is haar diepe overtuiging dat immigratie onze manier van leven bedreigt. Ze bewondert de libertariër Javier Milei, die in Argentinië ‘de kettingzaag’ in de overheid zet. De kiezers die de VVD inmiddels heeft, delen deze blik.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

GroenLinks-PvdA is intussen in crisis en dus onvoorspelbaar. Fractieleider Jesse Klaver mag dan een bestuurlijke instelling hebben, weinigen in de achterban zullen denken dat toenadering tot een rabiate VVD de manier is om als links weer groot te worden.

Over de samenwerking van D66 met JA21 wordt luchtig gedaan. Dat miskent hoe wezensvreemd de partijen aan elkaar zijn. Als D66 zich ergens op heeft laten voorstaan, dan is dat het bestrijden van de woningnood. Dat gaat niet zonder stikstofaanpak en dus modernisering van de landbouw. JA21 staat hier pal tegenover.

JA21 wil een asielstop. En ‘remigratie bij mislukte integratie’ bevorderen. Waar D66 de plannen heeft klaarliggen om rechtsstatelijke waarborgen te verstevigen, is het programma van JA21 één lang pleidooi om de grenzen op te rekken. In de D66-fractie zitten mensen die juist de politiek in zijn gegaan om tegenwicht te bieden aan types als Eerdmans en Nanninga. Samenwerking zou een echo zijn van de verhouding tussen NSC en PVV.

Maarten van Rossum, onderhandelaar van beroep en als liberaal een kritisch VVD-lid, is momenteel de warmste pleitbezorger van een minderheidskabinet. Zo’n kabinet loopt waarschijnlijk direct stuk op zowel destructief rechts als gewond links, schreef ik vorige week al.

Toch spreekt Van Rossums suggestie me aan dat Jetten en CDA-leider Bontenbal samen eerst eens moeten beginnen met de contouren van een coalitieakkoord. Ik vraag me zelfs af of Jetten dat niet alleen moet doen. In moeilijke formaties wordt met heimwee terugverwezen naar 1994. Alle onderhandelingen leken stukgelopen toen koningin Beatrix PvdA-leider Wim Kok vroeg een ‘proeve van een regeerakkoord’ te schrijven. Hij kwam met plannen voor bezuinigingen die pijnlijk waren voor zijn eigen partij. De VVD onder Bolkestein – volgens Yesilgöz haar grote voorbeeld – en D66 reageerden welwillend en er kwam een meerderheidscoalitie uit, Paars, die acht jaar bleef zitten.

Als je de journaalbeelden van toen terugkijkt, vallen wel de enorme verschillen met nu op. De politiek was minder versplinterd. Maar vooral: de welgemanierdheid en het verantwoordelijkheidsbesef van de hoofdrolspelers. Ze wilden het hard spelen, maar Nederland zonder regering laten zitten, dat was geen optie.

Ik kan me niet voorstellen dat Jetten nu met een tekst kan komen waarover genoeg partijen zeggen: prima basis. Is er dus iets nodig dat nóg ongewoner is? Heb je misschien behalve zo’n proeve van een regeerakkoord al de mensen nodig die bereid zijn om het uit te voeren?

Ik heb altijd een hekel gehad aan pleidooien voor een ‘zakenkabinet’. De suggestie is dan dat een paar doortastende CEO’s benul zouden hebben van hoe ingewikkeld het is om een land te besturen. Of dat technocratische deskundigen objectief ‘de beste oplossingen’ hebben voor politieke vraagstukken. Dus nee, dat niet.

Ik durf het bijna niet te zeggen, want het woord raakte in de vorige formatie besmet, maar: een ‘programkabinet’, dat losser van de Kamer staat? Maar dan echt? De vorige keer werd de term misbruikt om te maskeren dat NSC en PVV niet met elkaar konden. Het tegenovergestelde gebeurde: vier fractievoorzitters in de achterkamer waren de baas, het kabinet moest domweg uitvoeren.

Maar als je het dit keer goed zou proberen? Met die brede, maatschappelijk gewortelde, overeenstemming zoekende ministers waar ik het over had? Genoeg goede kandidaten zouden willen.

Dit is maar hardop denken. Als genoeg partijen zich onverzoenlijk blijven opstellen is ook zo’n kabinet erg kwetsbaar. Maar Nederland heeft het nodig om, al is het maar even, weer een glimp op te vangen van hoe behoorlijk bestuur eruit zou kunnen zien. Mijn hoop is dat de publicitaire en dus politieke prijs voor het saboteren van zo’n constructief gezelschap te hoog zou zijn.

Een naïeve hoop, ik weet het.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next