Home

Wat is het lot van de 200 duizend mensen die vastzitten in El Fasher? ‘We vrezen het ergste’

Sinds de RSF bijna twee weken geleden de Soedanese stad El Fasher innamen, zijn pas twintigduizend mensen de stad ontvlucht. Arjan Hehenkamp, die vanuit Nairobi de hulpoperatie van het International Rescue Committee aanstuurt, maakt zich grote zorgen over de achterblijvers.

Toen de Soedanese stad El Fasher een kleine twee weken geleden in handen viel van de paramilitaire Rapid Support Forces, was hulpverlener Arjan Hehenkamp voorbereid op een ‘rampscenario’. ‘We wisten vooraf dat het verschrikkelijk ging worden’, zegt hij vanuit Nairobi, van waaruit hij het West-Soedan-team van het International Rescue Committee aanstuurt.

‘We verwachtten al dat het voor mensen heel moeilijk zou worden om de stad te verlaten zodra de RSF de stad had veroverd, vanwege het risico op etnische zuivering.’

Maar dat dertien dagen later pas twintigduizend mensen zouden zijn aangekomen bij veilige kampen rondom de stad, had ook Hehenkamp niet kunnen bedenken. Dat aantal is veel lager dan verwacht. Hij heeft daarom grote zorgen over de achterblijvers.

‘De grote vraag is nu: waar zijn de andere ruim 200 duizend mensen uit El Fasher? Hoe gaat het met ze? En waarom kunnen ze niet naar een veilige plek komen?’

Heeft u enig idee?

‘Nee, we kunnen niets met zekerheid zeggen. Maar op basis van alle video’s die we hebben gezien en alle verhalen die we van vluchtelingen hebben gehoord over slachtpartijen, vrezen we het ergste. We hopen dat de RSF zijn gestopt met het massaal executeren en gevangenzetten van mensen, maar we hebben geen idee.

‘We weten ook dat de stad geen elektriciteit heeft. Dat er geen voedsel of water is. Dat de ziekenhuizen zonder medicijnen en personeel zitten. Mensen lijken de stad niet uit te kunnen of mogen. Daarom moeten wij als hulporganisaties gaan besluiten: gaan we zelf naar El Fasher toe, om mensen daar te helpen, zodra de RSF dat toestaat? Dat is een enorm dilemma.’

Waarom is dat een dilemma?

‘We vermoeden dat de RSF mensen daar vasthoudt omdat ze geen lege stad willen besturen. Ze hebben inwoners nodig om hun macht te consolideren. En als wij als hulporganisaties daarheen gaan, dan helpen we de RSF eigenlijk indirect om die mensen daar vast te houden. Uiteindelijk ontkomen we er waarschijnlijk niet aan. Anders krijgen de mensen helemaal geen hulp. Maar het blijft een duivels dilemma, want de mensen die we daar gaan helpen, willen daar waarschijnlijk niet zijn.’

Mogen jullie El Fasher al in?

‘Nee. De RSF heeft al wel gezegd dat ze graag humanitaire hulp willen. Maar voorlopig mogen we de stad nog niet in. Ze zeggen nog te werken aan het opruimen van mijnen. Waarschijnlijk zijn ze ook bezig met het wegwerken van bewijs, zoals lichamen. Het Humanitarian Research Lab van Yale ziet de afgelopen dagen op satellietbeelden aanwijzingen dat de RSF lichamen verbrandt.’

Kunnen jullie direct naar El Fasher zodra de toestemming er is?

‘Nee, we hebben nog allerlei praktische vraagstukken. Kunnen we onze Soedanese collega’s bijvoorbeeld wel die kant op sturen? Ze zijn getraumatiseerd na het zien van alle gruwelijke beelden die afgelopen week op sociale media voorbijkwamen. De meesten hebben ook familie of vrienden in El Fasher die ze niet meer kunnen bereiken. Wat treffen ze daar aan?

‘Het is ook de vraag onder welke voorwaarden we daar ons werk moeten doen. Krijgen we wel directe toegang tot alle mensen? Mogen we de bevolkingsgroepen waarop de RSF het heeft voorzien (voornamelijk etnisch-Afrikaanse Soedanezen, red.) ook helpen? Dat moeten we eerst zeker weten, voordat we gaan. En daarvoor moet één gezamenlijke aanpak zijn die voor alle hulporganisaties geldt.’

Wie moet die afspraken maken met de RSF?

‘Het team van de Verenigde Naties (VN). Dus de humanitair coördinator van de Verenigde Naties voor Soedan, Denise Brown. Het hoofd van VN-organisatie OCHA, Tom Fletcher. De meest seniore VN-medewerkers moeten in Noord-Darfur zijn om leiding te geven aan deze complexe situatie en om druk te zetten op de RSF.

‘Het probleem is dat veel van die senior medewerkers nog niet in Noord-Darfur zijn. Dat komt omdat ze toestemming nodig hebben van de SAF, de andere strijdende partij in dit conflict, die door de VN wordt beschouwd als de autoriteit in Soedan. En de SAF geeft die toestemming niet. Ze willen namelijk voorkomen dat de RSF profiteert van de aanwezigheid van de VN.’

Wat vindt u daarvan?

‘Met wat er nu gebeurt in El Fasher, zou de VN veel meer lef en ambitie moeten tonen. In vergelijking tot een paar maanden geleden is er al meer VN-personeel in Darfur. Denise Brown is er. Tom Fletcher schijnt onderweg te zijn. Maar het is nog lang niet genoeg. De VN zouden meer politieke druk moeten uitoefenen op de SAF vanwege de enorme crisis die daar nu gaande is.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next