Home

Goedbedoelende cynici

Maandagochtend bood NRC een peptalk. „Golven van verbetering hebben keer op keer een eind gemaakt aan duistere tijden”, juichte de voorpagina. Het citaat verwees naar een interview met ecoloog Marten Scheffer. Ik dacht meteen: het omgekeerde is ook waar. Duistere tijden hebben keer op keer een eind gemaakt aan golven van verbetering. In de Middeleeuwen vergaten ze collectief hoe je diepte moet schilderen, het duurde bijna duizend jaar voor ze weer iets maakten wat wij aan de muur zouden hangen.

Ik moest ineens denken aan het begin van mijn studententijd. De voorzitter van de kleine kunstzinnige studentenvereniging waarbij ik me wilde aansluiten, vroeg wat ik daar wilde toevoegen. „Wat wil jij worden bij Particolarte?” „Cynica”, zei ik. De voorzitter leek verrast maar ook geïntrigeerd. Een cynica, die hadden ze nog niet.

Waarom ik me als achttienjarige al identificeerde als cynisch persoon weet ik niet meer, maar de omschrijving past nog steeds. Dat is ook de reden dat de verkiezingsuitslag me niet verbaasde. Terwijl om me heen de mensen geschokt reageerden op de consolidatie van radicaal-rechts, dacht ik vooral: het is gelukkig niet erger dan ik vreesde. Lage verwachtingen zijn een probaat middel tegen teleurstelling.

Toch wordt het cynisme dat de politiek nu oproept zelfs mij te veel. Dat de VVD voor eigen gewin een kabinet liet vallen om kneuzenkabinet Schoof te vormen, en daarvoor amper wordt afgestraft. Dat er momentum leek te zijn voor beter bestuur en een nieuwe politieke cultuur, en dat beide een dieptepunt bereikten. Dat bestaanszekerheid een hype bleek te zijn, iets als Crocs of croptops, maar met minder impact in het straatbeeld. Dat zogenaamde sociaal-democraten als Jacques Monasch voortdurend op tv zijn om hun oude partij onder te zeiken, onder het mom van bezorgde betrokkenheid. Dat Yesilgöz links verdacht maakt als radicaal, terwijl ze op X het radicaal libertarische beleid van de Argentijnse president Milei prijst.

De toekomst stemt al niet veel vrolijker. Een cynicus ziet dat beide opties voor het nieuwe kabinet een slecht idee zijn: een kleurloos middenkabinet of een kabinet met FVD-baby JA21. Aan optie drie, een minderheidskabinet, durven politici zich nooit te wagen, en waarom zou dat nu anders zijn?

Dat mijn cynisme breed gedeeld wordt, blijkt uit de cijfers. Het vertrouwen in de politiek is laag, al sinds het ‘functie elders’-debacle van drieënhalf jaar geleden. Hoe moet dat vertrouwen weer stijgen? Hoogleraar politicologie Tom van der Meer deed een suggestie in De Groene Amsterdammer: hij stelde voor „dat middenpartijen gezamenlijk ervoor kiezen om niet de kiezer na te jagen uit winstbejag op korte termijn, maar om gezamenlijk het politieke conflict vorm te geven op de lange termijn”. Ja, dat gaat dus niet gebeuren, denkt de cynicus. Welke hedendaagse politicus zegt nou: ‘kortetermijnwinst, nee dankjewel’?

Wijdverbreid cynisme onder kiezers is erg, niet alleen voor het politieke vertrouwen, maar ook voor de politiek zelf. Want wie wil er nog politicus worden als politiek en publiek debat alle hoop uit je wegslaan? Het is simpelweg te deprimerend. Op lokaal niveau is het al lastig om geschikte kandidaten te vinden, straks geldt dat ook voor het nationale. Dat ze bij GroenLinks-PvdA moesten teruggrijpen op iemand die tien jaar geleden furore maakte, in plaats van dat het nieuwe talent zich verdringt, zegt iets over het aanbod.

Dat aanbod zal niet alleen kleiner worden, maar ook bestaan uit andere types. Mijn angst is dat straks alleen nog fascisten, opportunisten en naïeve idealisten de politiek in willen. Die laatste groep blijft koppig volhouden dat alles ten goede zal keren, dat de mensen zullen bijdraaien als ze een nieuwe koelkast krijgen, en onderschatten zo het effect van radicaal-rechtse propaganda.

De cynici zullen hun heil liever elders zoeken, in sectoren met een hoger feelgood-gehalte. Of nou ja, dit geldt voor de goedbedoelende cynici, de mensen die ondanks hun pessimisme blijven hopen op en streven naar verbetering. Goedbedoelende cynici zijn nuttig in de politiek, als tegenhangers van naïeve idealisten. Ze temperen de verwachtingen, ze zeggen ‘ja maar’ en ‘kan dat wel’. Ze bedenken dingen als verkeersdrempels, omdat ze niet geloven dat mensen intrinsiek gemotiveerd zijn zich aan de snelheidslimiet te houden. Ze schatten de zaak soms te negatief in, maar bieden wel tegenwicht aan doorgeslagen maakbaarheidsdenken.

De goedbedoelende cynici onderscheiden zich van de kwaadaardige of amorele cynici, die enkel uit zijn op eigen gewin. De mensen die ‘Hier wordt gewerkt aan uw terugkeer’-borden willen plaatsen bij azc’s, in plaats van iets te doen aan de problemen in de asielketen. Deze groep zal gewoon nog de politiek ingaan, misschien wel júíst nu.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next