Verkiezingen De PVV verloor, maar FVD en JA21 groeien juist snel. Onderzoekers Tamar de Waal, Léonie de Jonge en René Cuperus blikken vooruit op de vraag: wat nu te verwachten van uiterst rechts?
Sinds de verkiezingen is vaak benadrukt dat het uiterst rechtse blok van anti-rechtsstatelijke partijen niet is gekrompen. De PVV verloor elf zetels, maar FVD en JA21 wonnen die weer. Daar komt bij dat D66 de verkiezingen weliswaar (nipt) won, maar niet dankzij breed gedragen zorgen om de rechtsstaat. Hoewel ik denk dat Rob Jetten de democratische rechtsstaat van het hoogste belang acht, stemt dit tot zorg. Voor weinig Nederlanders woog de rechtsstaat werkelijk mee bij hun stemkeuze.
Zoals colunmist Kustaw Bessems in een helder stuk in de Volkskrant opmerkte, zijn er met de huidige uitslag bovendien weinig coalities denkbaar die het afglijden van de democratische rechtsstaat kunnen stoppen. De meest voor de hand liggende optie is een middenkabinet, maar het risico daarvan is dat het bij volgende verkiezingen wordt weggevaagd. Dat gebeurde in het Biden-Amerika na Trump I en lijkt ook het lot te worden van het Tusk-Polen na de PiS-periode.
Beleid van dergelijke centristische regeringen — die waar mogelijk ook worden gedwarsboomd door hun radicale oppositie — vergt te veel compromissen, heeft te weinig ideologische kleur en ook te weinig tijd om maatschappelijke verbeteringen te bewerkstelligen. Het resultaat is net niks. Linkse én rechtse kiezers raken gefrustreerd, zonder dat kiezers die zijn afgedreven van de rechtsstaat worden teruggewonnen.
De belangrijkste taak van een nieuw kabinet zal zijn om precies die uitkomst af te wenden. Oftewel, voorkomen dat het slechts de opmaat zal vormen van een toekomstige zege van radicaal- of zelfs extreemrechts.
Tamar de Waal is universitair hoofddocent aan de Amsterdam Law School van de Universiteit van Amsterdam.
Bij de Tweede Kamerverkiezingen verloor de PVV elf zetels. In internationale media werd de overwinning van D66 al snel geduid als een flinke klap voor radicaal-rechts. Maar dat is allesbehalve waar. De groei van D66 ging niet ten koste van het uiterst rechtse blok: uit kiezersonderzoek blijkt dat de nieuwe D66-stemmers vooral afkomstig waren van GroenLinks-PvdA, NSC en VVD.
De PVV behaalde alsnog haar op één na beste verkiezingsresultaat ooit en eindigde nipt als tweede partij. Het zetelverlies van de PVV ging bovendien hand in hand met significante winst voor de extreemrechtse variant Forum voor Democratie (van drie naar zeven zetels) en het wat ‘gematigdere’ JA21 (van één naar negen). Gezamenlijk behaalden PVV, FVD en JA21 41 zetels – één meer dan in 2023. Tel je daar BBB en SGP bij op, dan vertegenwoordigen de partijen aan de rechterflank ongeveer een derde van het parlement.
Sinds 2021 is het uiterst rechtse blok een vast onderdeel van het Nederlandse politieke landschap. Binnen dit blok zien we toenemende competitie en versplintering. Door die onderlinge strijd proberen partijen elkaar rechts in te halen, vooral op hun kernthema: migratie. Door die dynamiek lukt het JA21 om zich te profileren als ‘gematigde’ optie binnen het blok. Tegelijkertijd is het geheel, mede door de groei van FVD, niet alleen groter maar ook radicaler geworden.
Dat vormt een forse uitdaging voor de formatie – en daarna voor het nieuwe kabinet. Dat zal eerst het puin van het kabinet-Schoof moeten opruimen. Lukt dat niet, dan zal uiterst rechts zijn opmars onverminderd voortzetten.
Léonie de Jonge is hoogleraar rechtsextremismeonderzoekaan de Eberhard-Karls-Universiteitin Duitsland.
De afgelopen dagen heb ik veel internationale media gesproken. Die kwamen maar met één vraag naar Nederland: is het jullie gelukt om Wilders te stoppen? Is het politieke midden van Nederland erin geslaagd het juk van het rechtspopulisme af te werpen? Het antwoord: ja en nee.
Rob Jetten komt de grote eer toe ons een schande bespaard te hebben: Wilders de grootste partij van Nederland was al tamelijk hysterisch, maar opnieuw de grootste partij na een totaal geflopte regeringsdeelname zou meer dan beschamend zijn geweest.
Tegelijk laat de fotofinish tussen D66 en PVV zien hoe verdeeld en gepolariseerd Nederland is geworden. We zien een riskante breuklijn in onze samenleving: die tussen een bestuurlijk-institutioneel Nederland en een volkser Nederland. Twee Nederlanden die elkaar als bedreiging zien. Het is de opgave van een nieuw kabinet om die twee Nederlanden weer bij elkaar te regeren.
Daarbij moet het nieuwe kabinet anti-rechtstatelijke en anti-democratische houdingen bestrijden, maar moet het ook de voedingsbodem voor de populistische opstand in alle westerse democratieën beter begrijpen. Wat is de trigger van de ruk naar nationalistisch rechts in welvarende, goed georganiseerde samenlevingen? Waarom gaat overvloed gepaard met onbehagen?
We kunnen onnauwkeurig alles anti-rechtstatelijk ‘fascisme’ noemen, maar veel is terug te voeren op existentiële toekomstonzekerheid. En op een noblesse-oblige-probleem van de westerse elites, die hun verantwoordelijkheden niet nakomen. De politieke elite lost maatschappelijke problemen onvoldoende op. De economische elite onderneemt te weinig, maar kiest liever voor het plezierige leven. En de culturele elite biedt geen morele oriëntatie, maar verliest zich, ongehinderd door historisch besef, in anti-westers denken. Ook dat hoort bij de oorzaken van een verweesde samenleving op drift.
René Cuperus is cultuurhistoricus en medeauteur van de Atlas van afgehaakt Nederland.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC