Ook nu de campagne voorbij is, sluit de VVD samenwerking met GroenLinks-PvdA categorisch uit. Het leidt tot onbegrip bij de linkse fusiebeweging, die ‘geen blokkades’ wil opwerpen. Toch zal een coalitie met de VVD ook links pijn doen.
is politiek verslaggever van de Volkskrant
Meteen na zijn benoeming als nieuwe leider van GroenLinks-PvdA zette Jesse Klaver de toon voor de wijze waarop hij deze kabinetsformatie wil aanvangen. Hij is klaar met de ‘uitsluitspelletjes’, met de ‘oude politiek’ van blokkades en, wie tussen de regels doorlas, met hoe de VVD de linkse beweging wegzet als een ‘radicale’ club waarmee niet valt samen te werken.
VVD-leider Dilan Yesilgöz bleef deze week juist bij haar punt: ‘Er is niet één onderwerp waar we dezelfde opvatting hebben over het probleem of de oplossing’.
Wie inzoomt op de koers van beide partijen, ziet dat in beide beweringen waarheid schuilt. Hoewel campagnetaal soms anders deed vermoeden, zijn GroenLinks-PvdA en de VVD in de afgelopen jaren op een aantal onderwerpen juist naar elkaar bewogen. In sommige opzichten zijn de verschillen nu zelfs kleiner dan tijdens het kabinet-Rutte II, toen VVD en PvdA het in rap tempo eens werden over een coalitie.
Dat is vooral te zien in het standpunt over internationale veiligheid. Waar de PvdA in Rutte II nog de rem wilde zetten op al te hoge defensieuitgaven, vindt de VVD de linkse beweging te midden van internationale conflicten nu naast zich als voorstander van forse investeringen. Vooral voor GroenLinks, dat een pacifistische oorsprong kent, is het een wereld van verschil.
Ook op migratie is er beweging. GroenLinks-PvdA ging de campagne in met een steviger migratiestandpunt. Zo werd in het verkiezingsprogramma een ‘gemiddeld migratiesaldo’ opgenomen van 40 tot 60 duizend mensen. Zo’n bandbreedte was gezien het geloof in internationale solidariteit nog niet zo lang geleden ondenkbaar voor de linkse partijen.
Bovendien steunt GroenLinks-PvdA het Europese migratiepact, een pakket waarin veel zit waarover de linkse beweging in een recent verleden nog uiterst kritisch was zoals migratiedeals met landen buiten de EU. Voor GroenLinks waren dergelijke deals in 2017 nog reden om niet in een kabinet te gaan.
Maar waar GroenLinks-PvdA één stap naar rechts heeft gezet op migratie, heeft de VVD er een veelvoud gezet. Neem de strafbaarstelling van illegaliteit, een wens die de VVD al langer heeft, maar voor de linkse beweging ook nog altijd een no-go is.
En dan zijn er de klassieke ideologische verschillen. Die zitten vooral in de sociaaleconomische paragrafen van de verkiezingsprogramma’s.
Wie naar de staatjes van de doorrekening van het Centraal Planbureau kijkt, ziet dat het contrast haast niet groter kan zijn. Waar de VVD kiest voor een verlaging van de lasten voor bedrijven ten opzichte van reeds ingezet beleid, kiest GroenLinks-PvdA voor een forse verhoging. Het verschil tussen de twee: zo’n 25 miljard euro. Hetzelfde geldt voor belastingen op vermogen en winst. Daar wil de linkse samenwerking 20 miljard euro meer halen dan de liberalen.
Aan de andere kant legt de VVD een deel van de rekening juist bij de onderkant, met een bezuiniging op de bijstandsuitkering. Het CPB becijferde dat de armoede daardoor met ongeveer een procent stijgt, terwijl GroenLinks-PvdA die in de doorrekening juist met een procent laat dalen. Toename van de armoede zou onverteerbaar zijn voor de linkse achterban.
Dat geldt ook voor de zorgparagraaf. Voor GroenLinks-PvdA is investeren in de zorg een principieel punt, VVD wil de kostenstijging juist drukken. De linkse samenwerking wil bijvoorbeeld het eigen risico halveren, terwijl de VVD een verhoging niet uitsluit.
Een tegenstelling tekent zich ook af op wonen. Hoewel de partijen beide meer woningen willen, zien ze de weg ernaartoe anders. GroenLinks-PvdA wil de macht van de markt beperken en het initiatief bij woningcorporaties leggen, de VVD ziet daar weinig in. Ook wil de VVD de hypotheekrenteaftrek laten bestaan terwijl GroenLinks-PvdA er op termijn vanaf wil. Maar daar vinden de liberalen niet alleen de linkse beweging tegen zich, maar ook de gedroomde coalitiepartners als D66 en CDA.
Dat laatste laat zien dat de vraag of verschillen onoverbrugbaar zijn afhangt van de opstelling van partijen. GroenLinks-PvdA lijkt open te staan voor samenwerking, al is het sterk de vraag hoe lang dat geldt als het echt tot onderhandelingen komt.
Waar de onwil van de VVD nu het meest opvalt, is de weerzin van GroenLinks-PvdA immers niet opeens verdwenen. Bij bijeenkomsten van de fusiebeweging klonk afgelopen jaar steeds meer verontwaardiging over de koers van de VVD. Dat ging niet alleen om de deelname in een kabinet met de PVV, maar ook om het steunen van anti-rechtstatelijke voorstellen, zoals een FvD-motie over het aanmerken van ‘Antifa’ als terroristische organisatie.
Op het verkiezingscongres spraken leden ook van een ‘onverwerkt trauma na Rutte II’ – het kabinet waarop een voor de PvdA historische nederlaag volgde – en klonk de waarschuwing om niet opnieuw ‘in de val te trappen’.
Als de VVD alsnog aan tafel komt, zal GroenLinks-PvdA te midden van rechtsere partijen bovendien flink door de knieën moeten. Met een achterban die had gehoopt dat de fusiebeweging weer een links stempel kon drukken, is dat een weinig aanlokkelijk vooruitzicht.
Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant