Strafzaak Het Openbaar Ministerie heeft in de strafzaak tegen de pleegouders van het mishandelde meisje in Vlaardingen elf jaar en tbs met dwangverpleging geëist. Volgens het OM zagen de verdachten de vier kinderen die zij mishandelden als dingen, ‘alsof ze een voorwerp waren’.
VLAARDINGEN - Een knuffel hangt aan de voordeur in de straat waar het 10-jarige meisje woont dat ernstig gewond in een ziekenhuis is opgenomen.
„Hoe kun je vergeven wat onvergefelijk is?” De biologische moeder van het ‘Vlaardingse pleegmeisje’ mocht vrijdag in de rechtbank „eindelijk” het woord rechtstreeks richten tot Daisy en John, het stel dat haar beide dochters als pleegkinderen in huis had en ze verwaarloosde, mishandelde en vastketende. Met name de oudste, nu elf jaar oud, werd zwaar toegetakeld.
„De mensen die dit hebben gedaan, slapen nu in een cel op een bed. In een ruimte met muren zonder angst voor stroom, pijn en marteling”, stelt de moeder over het stel. „Maar mijn kleine meid werd opgesloten in een kooi, die onder stroom stond. Ze verdiende veiligheid, liefde en warmte. Maar ze kreeg marteling, honger en kou.” Bij zulke wandaden zou je als moeder „wraak” willen eisen, toch vraagt ze om „rechtvaardigheid”; een straf die maakt dat „jullie monsters” nooit meer met kinderen in aanraking komen en die recht doet aan wat haar kinderen is aangedaan.
„Jullie hebben de levens van mijn kinderen kapotgemaakt. Hun toekomst is niet meer wat die moest zijn. En dat alleen maar omdat jullie gekleurde mensen haten.” Dan, kort voordat de moeder huilend de zaal verlaat, nog een laatste hartenkreet. „Ik wens jullie het slechtste van het slechtste.”
Kort na de volgens de rechter „indrukwekkende en heftige woorden” komt het Openbaar Ministerie met de eis in deze zaak, die „uniek in z’n gruwelijkheid” is: celstraffen van elf jaar voor beide verdachten, plus tbs met dwangverpleging, én een contactverbod van vijf jaar met de beide pleegmeisjes, en twee Syrische broers die eerder door het stel in huis waren genomen, en die eveneens, volgens het Openbaar Ministerie, slachtoffer waren geworden van mishandeling zoals slaan en schoppen, vernederen en het onthouden van voeding.
„Buitengewoon triest” en „nauwelijks voorstelbaar” noemde officier van justitie Reinier van Loon onder meer het slaan, het schoppen en de vrijheidsberovingen. „Veel mensen zullen denken hoe dit in vredesnaam mogelijk is, hoe je dit jonge kinderen kunt aandoen.” Het antwoord daarop: dat de kinderen niet werden beschouwd als mensen maar als dingen, alsof ze „een voorwerp” waren. Zoals uit appjes over de kinderen tussen het stel wel blijkt: ‘Het krijst alleen maar’.
Het „hoogtepunt van de ontmenselijking” was volgens de officier van justitie de behandeling van het tienjarige meisje, dat daarvan de rest van haar leven de „desastreuze gevolgen” ondervindt: ze kan nooit meer zelfstandig functioneren. Het Openbaar Ministerie spreekt van „kindermarteling”.
De pleegouders zelf bagatelliseren de feiten, en zeggen zelf ook voor een raadsel te staan. Pleegmoeder Daisy legt de schuld vooral bij haar man: „Als ik alleen met de kinderen was geweest, dan was die kooi er nooit gekomen en hadden we hier niet gezeten.” Ze had moeten ingrijpen, ze had anderen moeten waarschuwen. „Ik heb niet ingegrepen. Daar neem ik de verantwoordelijkheid voor. Daarvoor verdien ik straf.”
Maar waarom? Veel verder dan dat ze haar man „tevreden” wilde houden, komt ze niet. Volgens deskundigen van het Pieter Baan Centrum heeft ze een „manipulatieve overlevingsstrategie” en lijdt ze aan een „ernstige en complexe persoonlijkheidsstoornis” met trekken van „wantrouwen, egocentrisme en gebrek aan empathie”.
Ook pleegvader John zegt zichzelf niet goed te begrijpen. Aan de rechtbank leggen deskundigen van het Pieter Baan Centrum uit hoe het ongeveer moet zijn verlopen: dat pleegmoeder Daisy een goede moeder wilde zijn, dat dit niet lukte, dat ze zich machteloos voelde bij het opvoeden. Dat zij vervolgens de hulp inriep van haar man John en dat die, in zijn hang om zijn vrouw te redden, op wie hij volgens een psychiater „dol was”, hun pleegkinderen hardhandig tot de orde riep en, als dat niet lukte, hen strafte.
Het was volgens hem niet uit boosheid dat hij het meisje vastzette, aanvankelijk aan een touwtje, later aan een ketting, in een kooi. John: „Ik schaam me voor wat ik heb gedaan. Ik voel schuld, met mijn hele lichaam, voor wat ik haar heb aangedaan, ik verdien straf.”
Meermaals zegt de pleegvader te hebben gehandeld in situaties die zich nooit hadden voorgedaan als jeugdhulpverleners en pleegzorgorganisaties eerder hadden gereageerd, en als het meisje niet van school zou zijn gestuurd, als gevolg waarvan ze hele dagen thuis kwam te zitten. Maar: „Ik begrijp niet waarom ik een grens ben overgegaan, waarom ik haar steeds zwaarder ben gaan straffen. Ik zou graag willen weten waarom ik dat heb gedaan.”
Volgens het Pieter Baan Centrum kan John „dwingend” overkomen, heeft hij behoefte aan „controle”, en lijdt ook hij aan een persoonlijkheidsstoornis, met name een „agressiestoornis” waarbij hij een „behoefte aan macht” heeft bij het uitoefenen van agressie.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC