Het Uur Coen van de Ven is politiek journalist. In zijn nieuwe boek Een links verhaal vertelt hij wat er gebeurde op links, terwijl Nederland zich blindstaarde op rechts. In Het Uur spreekt hij met Pieter van der Wielen over een tussen GroenLinks en PvdA barstensvol problemen.
Coen van der Ven
Coen van de Ven, journalist bij de Groene Amsterdammer, blijft bewust outsider in Den Haag. Zo raakt hij niet verdwaald inde logica van politici. Voor zijn nieuwe boek Een links verhaal dook hij in de stilgezwegen fusie van GroenLinks en PvdA vol opstandige WhatsApp-groepen, vertrekkende leden en botsende verlangens. Het boek leest als een politieke thriller.
In de podcast Het Uur gaat Pieter van der Wielen met Van de Venin gesprek over de toekomst van links na het gemiste momentum,het gevaar van moralisme en hoe de woede op hetsysteem zich richt op links, terwijl vooral rechts regeert.
Dit is een, voor de leesbaarheid geredigeerde versie van het gesprek dat Pieter van der Wielen voerde met Typhoon voor Het Uur, de wekelijkse interviewpodcast van NRC. Luister en volg Het Uur via nrc.nl, de NRC Audio-app of een ander podcastplatform. Het Uur is ook te bekijken op YouTube.
„Het zetelaantal van die avond: nooit. Dat hij vroeg zou aftreden, zag ik wel aankomen.”
„Wat ik me wel kan voorstellen, is dat als hij het niet had gedaan, je nu weken had gehad waarin dat de vraag zou worden. Nu zegt iedereen: wat een prachtige speech was dat.”
„Misschien is dat links-eigen, maar daar zit inderdaad iets van zelfkastijding in. Van: we moeten nog een keer met z’n allen vaststellen dat het toch wel heel verkeerd was en waar we tekortschieten.”
„De vraag is veel meer: hoe definitief wordt hij dat? Hij is nu gewoon fractievoorzitter. Gaan ze later nog een andere partijleider kiezen?”
„Je merkt dat er altijd ruimte wordt gehouden om het nog over het leiderschap van de toekomst te hebben.”
„Dat klopt. Ik ben 33, dus ik behoor tot die generatie.”
„Ja, en daarom is dat fragment bij SBS6 wel leerzaam. Zij komt met een soort heel emotionele vraag die gaat over: ik red het niet meer en ik kan dat niet betalen. En dat gaat over het eigen risico in de zorg en het minimumloon. En je ziet eigenlijk dat Timmermans op dat moment praat over allemaal beleidsideeën, hij komt nooit in de buurt bij haar gevoelswereld.”
„Dus hij maakt dat punt heel persoonlijk en hij beschuldigt hem van: ‘U bent eigenlijk wereldvreemd.’ Dat moment verbeeldt heel veel: dat links echt beleidstechnisch is geworden en ook altijd heel erg redeneert vanuit het systeem. Links is de belichaming van die publieke dienst en die systemen. Dat roept kennelijk heel veel woede op, zelfs als je al heel lang buiten de macht staat.”
„Die woede op het systeem richt zich volledig op links. Buiten dat links een paar keer heeft geregeerd tijdens Balkenende en tijdens Rutte-II, is het gewoon niet de dominante vormgever in de 21ste eeuw van onze samenleving. Dat zijn veel meer de centrum-rechtse partijen.”
„Ja, dat leeft heel sterk bij haar. En dan is er ook nog die echte teleurstelling in het systeem: er zijn allemaal mensen om mij heen die wél iets krijgen. Dan komt er een xenofoob sentiment bij. Ik ben een hele dag bij haar thuis geweest, in Zaandam, waar ze brood uitdeelde aan arme mensen. Toevallig sprak ik haar een paar dagen geleden. Zij zat in de auto te wachten voor een bakker. Ik vroeg: ‘Waar ga je brood halen?’ Toen zei ze: ‘Bij de Turkse bakker bij mij in de buurt.’
„In haar eigen omgeving is er niets mis, maar in die maatschappij-analyse wel. Er zit een soort vrees van: ‘Ze zijn er niet voor mij. En als ze er wel zijn, dan zijn ze er niet voor mijn soort mensen.’ Daarmee bedoelt ze witte Nederlanders.”
„Cindy is niet representatief. Er zijn niet heel veel mensen die in hun leven direct de stap hebben gemaakt van PvdA naar PVV. Soms hoor je PvdA’ers zeggen: ‘We moeten die mensen terugwinnen.’ Het probleem met die uitspraak is dat die emotioneel klopt, maar rationeel niet. Het is meer een generatie-ding: heel veel PVV-stemmers van nu komen uit rode nesten, maar hebben nooit PvdA gestemd. Dus je kunt ze niet terugwinnen, omdat je ze nooit bent verloren.”
„Toen ik naar Den Haag ging, vier jaar geleden, zei een vriendin die in Italië correspondent is bij de Volkskrant: ‘Eigenlijk lijkt een correspondentschap in een ander land op Den Haag, in die zin dat je die wereld moet vertalen voor de mensen die er niet zelf zijn. Je moet de logica er wel begrijpen, maar het moet niet je eigen logica worden. Je moet hem je niet eigen maken.’ Dat heb ik altijd een heel slim inzicht gevonden in de rol die je moet aannemen.”
„En gewoon vertrouwen. Daarom vind ik politici altijd heel leuk om te volgen. Ik kom allemaal van dat soort eigenschappen tegen: verlangens, ideeën, soms ijdelheid.”
„Dat gaat dwars door elkaar heen. Bij Jesse Klaver zitten allemaal tegengestelde verlangens. Klaver moet zich in die formatie afvragen: kies ik nu voor de linkse samenwerking of stap ik het landsbestuur in? Dat zijn, vind ik, psychologisch gezien hele interessante momenten. Iemand die moet kiezen, je kan niet allebei.”
„De VVD was erg bezig met te kijken: hoeveel ruimte zit er tussen die twee?”
„Ja, en dat had ermee te maken dat voor die kabinetsformatie een vierde partij nodig was. Dat zou of GroenLinks of de PvdA kunnen zijn, want dan kom je gewoon numeriek uit. GroenLinks en PvdA hielden elkaar vast, Klaver en Ploumen hadden zich echt aan elkaar vastgekleefd. Dan ontstaat een dynamiek waarbij die andere partijen de hele tijd gaan kijken: kunnen we daar ruimte tussen wrikken? En dat lukt niet. Tot ze op een gegeven moment in die formatie op het punt belanden dat Rutte en Hoekstra zeggen: ‘Jullie moeten kiezen. We willen niet met een linkse wolk aan tafel. Dus of je komt hier gefuseerd aan tafel zitten, of het wordt gewoon een van jullie.’
„Er gaat een zomer voorbij waarin Ploumen en Klaver elkaar nog vaak opzoeken en afspreken: ‘We gaan gewoon samen verder, komt helemaal goed.’ Maar Ploumen, en dat is echt fascinerend, durft het de fractie niet te vertellen. En dat komt tot ontploffing aan die formatietafel, waar Rutte is, en de informateur en Hoekstra. De informateur vraagt: ‘En, zijn we er deze zomer uitgekomen?’ En Jesse Klaver denkt dan echt dat zij gaat zeggen: ‘Ja, komt goed.’ En Ploumen zegt: ‘Nee, het gaat niet lukken.’
„Sterker nog: onder dwang van haar fractie hebben ze die ochtend een aparte vergadering belegd, waarin ze haar terugroepen en zeggen: ‘Wat ben je aan het doen?’ Dan zegt ze ook: ‘Jongens, krijg ik hier echt geen ruimte voor? Mag het echt niet?’ ‘Nee, dat gaat gewoon niet gebeuren.’ Dan is het zo menselijk dat je jezelf in de nesten werkt, dat je denkt: ja, maar ik kom hier gewoon niet meer uit. Ik houd gewoon mijn mond tot het echt ontploft. Die ontploffing is ook heel leuk tussen Klaver en Ploumen, want Klaver is woedend. Maar hij blijft haar wel vertrouwen.”
„Achteraf is altijd alles makkelijk. Achteraf zie je precies wat er is misgegaan. Toen dachten ze: ‘We krijgen gewoon een nieuwe premier op een presenteerblaadje, we gaan voor hem.’ En dan gebeurt er iets in de campagne. De woede op het systeem is zo groot dat het zich eigenlijk allemaal tegen hem keert. Dat hele premierwaardige wordt geen voordeel, maar een nadeel. We vinden hem hooghartig.”
„Ja, dat is ook echt wel onder de huid gekropen bij hem.”
„Een ontzettend onzekere man. Dat ben ik na een tijdje zo gaan zien. Het fijne aan een politicus als Timmermans is dat hij heel veel tekst heeft geproduceerd. Dus je kan al zijn boeken en essays lezen, en daar zitten inderdaad een paar lijnen in. Hij benadrukt heel graag waar hij vandaan komt. Hij is ook altijd heel erg bezig met wie hij is en volgens mij heeft dat ermee te maken dat het een man is die nog steeds soms echt verbaasd is, en trots, en ook wel geëmotioneerd, over wie hij is geworden.”
„Het is gewoon een man die heel erg op zichzelf is, die ook bijvoorbeeld binnen zijn eigen partij altijd een beetje een einzelgänger is geweest, en die inderdaad plots heel onzeker kan worden. In een van mijn laatste interviews met hem voor dit boek, vroeg ik: ‘Hoe kan een man die topdiplomaat is geweest, onderbaas bij de Europese Unie, buitenlandminister, nu partijleider … hoe kan die man nou zo lijden aan onzekerheid?’ Toen zei hij uit zichzelf: ‘Ik denk dat ik een impostersyndroom heb.’
„Die angst zit bij hem best diep. Hij is ook echt gaan trainen: ‘Wat doe ik als ik zo op de persoon word aangevallen?’ Zijn truc was om dat de hele tijd weer los te koppelen van zijn eigen persoon, door te denken: mijn functie wordt aangevallen. Ik word aangevallen omdat ik het boegbeeld ben van links, en daar zijn mensen boos op. Mensen zijn niet boos op míj.
„Maar er zit een enorme kwetsbaarheid in. Hij is gewoon een diep emotionele man, die bezig is met: wat is de emotie in de samenleving en hoe moet ik me daartoe verhouden? Hij vertelde zelfs dat toen hij werd opgeleid als diplomaat, hij heel vaak als feedback kreeg: ‘Niet zo emotioneel, dat maakt je kwetsbaar.'”
„Ik heb wel eens eerder gedacht: er is een gemene deler bij Sylvana Simons, Frans Timmermans en Peter R. de Vries, maar Sigrid Kaag had ook zeker in dat rijtje gepast. Wat die mensen voor mij gemeen hebben, is dat ze openlijk moralistisch zijn.”
„Ja, en we hebben ooit een tijd gehad, decennia geleden, dat je daar populair mee kon worden. We leven inmiddels in een tijd waarin de anti-pretentie heel populair is, zoals te merken is bij Johan Derksen.”
„Het eerlijke antwoord is dat ik dat natuurlijk niet weet.”
„Het enige wat ik kan doen, is naar andere fusies in Nederland kijken. En mij valt op dat ze eigenlijk altijd vertrekken vanuit een afbrokkelende machtsbasis. Fusies zijn zelden direct succesvol, je begint met verlies.”
Coen van der Ven
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Begin de dag met de belangrijkste politieke ontwikkelingen uit Den Haag
Source: NRC