Jafar Panahi | cineast Na een spreekverbod van 15 jaar promoot de Iraanse cineast Jafar Panahi zijn zwarte komedie ‘It Was Just An Accident’. Vanuit Teheran blijft hij ondanks tegenwerking van de autoriteiten met usb-sticks en minicamera’s films maken. „Digitale technologie is honderd procent bevrijdend.”
Jafar Panahi op hetToronto International Filmfestival, in september.
Jafar Panahi is moe. De Iraanse dissident is al even op wereldtournee met zijn zwarte politieke komedie It Was Just An Accident. Dag in, dag uit praten, en dan was zijn zonnebril vanochtend ook nog kapot, een onafscheidelijk attribuut. Het is wennen na een spreekverbod van vijftien jaar. In zijn eerste interview nadat het Iraanse hooggerechtshof Panahi weer toestond te praten, grapte hij dat regisseurs collectief moeten eisen dat hun regering ze verbiedt over hun films te praten.
„Weet u, de film is klaar. Wat ik er er nu verder aan toevoeg, maakt hem niet beter of slechter. Ziet u dat?” Jafar Panahi (65) wijst op een tekening van Karel Appel in de kamer van het Ambassade Hotel in Amsterdam. „Dat is af. Waarom zou de kunstenaar uitleggen wat hij ermee bedoelde?”
In mei zag ik hoe Cannes Jafar Panahi in het Grand Theatre binnenhaalde als verloren zoon. Hij won de Gouden Palm; eerder sleepte hij al de Gouden Beer, Luipaard en Leeuw binnen, naast talloze andere filmprijzen. Over de komst van Panahi deed het filmfestival vooraf geheimzinnig. Zou Iran hem werkelijk laten gaan? Zou hij mogen terugkeren? Maar daar stond hij dan met zijn zonnebril, badend in acht minuten staande ovatie.
Was dat niet hallucinant, opeens voor tweeduizend mensen staan? Had hij het gemist zijn films in een bioscoop te zien? „Daar ben ik sowieso niet zo aan gewend”, zegt Jafar Panahi. „Alleen mijn eerste film zag ik met een Iraans publiek. Daarna eiste de censor dat ik van alles uit mijn films sneed, wat ik weigerde, dus zag ik ze alleen nog met buitenlands publiek. Dit moment was wel bijzonder. Ik zag mensen uit mijn cast en crew hardop huilend, en dat waren tranen van vreugde. Ik voelde ook dat het publiek goed reageerde. We zaten niet samen in de zaal, maar samen in mijn film.”
Panahi overwoog nooit in ballingschap te gaan, zoals zijn vriend Mohammad Rasoulof, met wie hij samen gevangen zat. Die vluchtte te voet over de Turkse grens om in Duitsland zijn film The Seed of the Sacred Fig te monteren. Panahi wachtte geduldig tot zijn reisverbod werd opgeheven en maakte It Was Just An Accident in vier maanden af in Parijs. „Daar voelde ik me absoluut niet thuis. De Iraanse revolutie heeft te veel acteurs en filmmakers het land uit gejaagd, en dat gaat tot de dag van vandaag door. [Tweevoudig Oscarwinnaar] Asghar Farhadi werkt in Frankrijk omdat hij geen gesluierde vrouwen meer wilde filmen. Rasoulof vertrok, maar ik weet dat hij het liefst morgen weer op het vliegtuig naar Teheran stapt. Niemand wil in ballingschap.”
Jafar Panahi is Irans bekendste dissident. In de nasleep van de bloedig neergeslagen Groene Beweging werd hij met collega Rasoulof en vijftien familieleden en vrienden in maart 2010 opgepakt. De rechtbank veroordeelde hem later dat jaar tot zes jaar celstraf en een film- en spreekverbod van twintig jaar. Tijdens dat eerste verblijf in de politieke Evin-gevangenis rijpte bij Panahi het idee voor It Was Just An Accident. Panahi: „Je wordt daar wekenlang ondervraagd terwijl je met een blinddoek op met de rug naar je ondervrager zit en allerlei mensen hoort rondlopen. Je stelt je voor wat voor man dat is, en of je hem buiten de gevangenispoort zou herkennen op basis van zijn stem.”
Still uit It Was Just an Accident.
Still uit It Was Just an Accident.
In It Was Just An Accident meent automonteur Vahid zijn voormalige folteraar Eghbal de Kreupele te herkennen aan zijn piepende beenprothese. Hij ontvoert hem met het plan hem levend te begraven – maar is het Eghbal wel? Er volgt een soort zwaan-kleef-aan van folterslachtoffers, die in Vahids minibusje stappen om de vermeende Eghbal te identificeren. Panahi: „Ze hebben elk hun eigen idee hoe je het verrotte systeem bestrijdt dat fanatici als Eghbal produceert. Dat alleen geweld helpt tegen geweld of dat je dan juist net zo wordt als je vijand. Ik neig tot de boekhandelaar die in het begin zeg dat zij die geweld gebruiken zichzelf straffen. Dat hoeven wij niet nog eens te doen.”
It Was Just an Accident werd clandestien gemaakt en mag in Iran niet worden vertoond. Eigenlijk had Jafar Panahi alleen met zijn debuutfilm geen problemen. Panahi, een Iraanse Azeri, leerde het vak aan het front van de Iraans-Iraakse oorlog: hij was 76 dagen krijgsgevangene van Koerdische rebellen. Hij maakte naam als documentairemaker, werd assistent van maestro Abbas Kiarostami en veroverde in 1995 zowel Cannes – waar hij de debuutprijs Caméra d’Or won – als Iran met The White Balloon, een hoogst metaforische film over een meisje dat een goudvis wil kopen.
In de 21ste eeuw ging Panahi steeds concreter filmen over vrouwenonderdrukking – zo ging Offside in 2006 over vrouwelijke voetbalfans die als mannen verkleed een wedstrijd willen zien. Panahi werd gearresteerd, ondervraagd, aangemoedigd in ballingschap te gaan. De gevangenisstraf van zes jaar uit 2010 liet het regime als een zwaard van Damocles boven zijn nek bungelen.
Panahi zweeg, maar van het filmverbod trok hij zich weinig aan. In 2011 liet hij zijn op iPhone gemaakte This is Not a Film – over een man die wacht op zijn hoger beroep – op een usb-stick naar Cannes smokkelen. In 2013 volgde Closed Curtain, over een schrijver die zich in (Panahi’s eigen) zomerhuisje aan de Kaspische Zee verstopt voor de autoriteiten. Twee jaar later won hij de Gouden Beer met Taxi Teheran, waarin Panahi zelf een taxichauffeur speelt. Zijn drie laatste films speelden zich af in afgelegen, dunbevolkte streken van Iran.
Scherpten die beperkingen hem als filmmaker? Panahi: „Zo wil ik dat niet zien. Ik was aanvankelijk depressief over het filmverbod, want filmen is mijn roeping. Totdat ik filmstudenten op bezoek kreeg die klaagden dat het zo lastig was, dat de autoriteiten ze het filmen onmogelijk maakten. Toen dacht ik: wat kan ik wél doen? Het is mijn plicht te tonen dat je zelfs onder mijn omstandigheden nog een film kan maken.
„Ik kon nog altijd auto rijden. Oké, dan speel ik taxichauffeur en verstop ik een camera in de taxi en luister naar mijn passagiers. Dat werd Taxi Teheran. Toen die films een succes waren, kwamen studenten niet langer klagen maar gingen ze zelf films maken. Nu wordt er in Iran heel veel goeds op een undergroundmanier gemaakt.”
Is digitale technologie bevrijdend voor Iran? Zonder vederlichte camera, usb-sticks en versleutelde communicatie wordt het lastig. „Digitale technologie is honderd procent bevrijdend”, aldus Panahi. „Taxi Teheran hadden we nooit kunnen maken met een zware camera en rollen film. Nu kan het met drie piepkleine camera’s die ik in de auto verstopte: één in een tissuebox, één in een hoofdsteun en één in een pop. Niemand had door dat we een film aan het maken waren.”
Was het geen leuk spel de macht bij de neus te nemen? „Honderd procent”, glundert Panahi. „Hun doel is te voorkomen dat ik een film maakt, mijn doel is om de blokkades te omzeilen. Dat bevat een spelelement. Maar het is ook een contante in de geschiedenis. De macht zit de kunstenaar dwars, de kunstenaar vindt daar een weg omheen.”
Panahi ontkent dat het regime soms een oogje dichtkneep. Want hadden ze bijvoorbeeld echt niet in de gaten dat hij No Bears (2023) maakte, met al die acteurs en locaties?
Panahi: „Nee hoor, het regime zat me echt op de lip. Mijn scènes in No Bears filmden we in een heel afgelegen vallei. Twee, drie kilometer van een grotere weg, maar via een moeilijk begaanbaar pad dat je per auto tenminste een half uur kost. Daar stond iemand op wacht om ons in te seinen als een onbekende naderde. Na zes dagen werden we toch betrapt toen die bewaker even indutte.”
Voelt hij zich echt vrij, of is die vrijheid voorwaardelijk? Zo zou je het eind van zijn film It Was Just An Accident kunnen interpreteren: de held is op vrije voeten, maar zijn onderdrukker laat nog wel even weten dat hij die gunst zomaar kan intrekken. Panahi: „Dat is één interpretatie. Je kan dat eind ook hoopvol zien: een menselijk gebaar heeft zijn vijand tot zijn vriend geraakt. Of nog anders: dat de angst voor Eghbal de Kreupele altijd in het hoofd van zijn slachtoffers blijft. Je kan er duizend dingen over denken, maar dat is jullie afdeling. Ik heb de film zo gemaakt dat er nog talloze vragen zijn te beantwoorden als u de zaal uitloopt.”
Maar wat hemzelf betreft? „Natuurlijk kunnen ze me zo weer arresteren, me een reis- en filmverbod opleggen, me in de gevangenis gooien. Maar dan schrijf ik daar weer een nieuw script over het leven achter de tralies. Wellicht verzinnen ze nog iets nieuws om mij het werken onmogelijk te maken. Ik ben benieuwd.”
It was Just An Accident. Regie: Jafar Panahi. Met: Vahid Mobasseri, Mariam Afshari, Ebrahim Azizi. Lengte: 106 minuten. Nu te zien in de bioscoop.
Valid herkent zijn folteraar aan het piepende geluid van zijn prothese. Althans, hij dénkt dat het beul Eghbal – de ‘Mankepoot’ – is, die om middernacht met autopech in zijn garage staat. Valid wordt verblind door wraak, volgt Eghbal, slaat hem, knevelt hem, propt hem in zijn busje en staat hem al levend te begraven als de twijfel toeslaat. Valid was geblinddoekt toen hij gemarteld werd voor ‘propaganda en samenzwering tegen het regime’. Kan hij iemand vermoorden, louter op basis van gehoor?
Zo begint Jafar Panahi’s uitstekende Gouden Palm-winnaar wraakrit It Was Just an Accident. Met Eghbal in de gereedschapskist gaat Valid in zijn busje op zoek naar mede-slachtoffers. . En dus verschijnen er opeenvolgend – als zakdoeken uit een goochelaarsmond – steeds meer slachtoffers in de bus. Ieder heeft één zintuigelijk puzzelstukje: Valid hoorde hem, Shiva rook zijn zweet, Hamid werd in de gevangenis gedwongen het litteken van Mankepoot te betasten. Komen ze samen tot één hele waarneming?
Een wraakthriller als duistere mop: een automonteur, bruidspaar, fotograaf en driftkikker proberen in een busje te achterhalen of ‘de mankepoot’ echt ‘hun mankepoot’ is. Panahi onderstreept die wrange humor: dat absurditeit en horror altijd samengaan bij een dictatuur. De film zit vol running gags: zoals dat Valid zowat iedereen smeergeld of fooien moet geven. Of dat Vahid dusdanig mishandeld is dat hij zijn hand in zijn rug moet zetten en voorover buigt van de pijn – men noemt hem ‘de theepot’.
Het is een plot als een Chinese vingerval: hoe harder de personages worstelen, hoe erger ze vastraken. De belangrijkste vraag is namelijk niet: is dit Mankepoot? Maar: wat doe je met hem áls hij het is? Hamid en Golrikh willen bloedlaten. Ali wil door met het leven. Shiva vindt niet dat ze één individu kunnen straffen voor de wandaden van een systeem. En Vahid? Hij weet het allemaal niet meer.
Elke kijker zal wat anders zien in de symboliek: kraaien die krassen rond het bruidspaar, belichting die rechtstreeks uit de hel lijkt te komen. Maar hoofdzakelijk lijkt Panahi zich af te vragen hoe Iran in godsnaam (letterlijk) om moet gaan met het trauma van decennia brute onderdrukking. Wat doe je met daders die vrij rondlopen? Neem je wraak? Dood je ze? Negeer of vergeef je ze? Of ligt het genuanceerder, en houdt je alleen het systeem verantwoordelijk en niet de beulen die het aanstuurde. Maar dan zit je tóch nog met al die emoties.
Panahi toont dat die vraag kan leiden tot verlamming. Middenin de film worden de buspassagiers het niet eens. Naast een sprietige boom en een vers gedolven graf spreken ze in spiralen – dit is Wachten op Godot, zegt een van hen.
Maar als er een antwoord komt, is het dat er pas catharsis komt als iedereen alles op tafel gooit. En bekent: wat heb je gedaan? Of wat is je aangedaan? Zoals in de vogelkooien die bij Vahid op de werkplaats staan: in het donker blijven de duiven stil, pas als het licht aanklikt, kwetteren de vogels door de kooi.
Al zien we in het briljante slot ook het gevaar van openbaarheid. Met het licht aan, kun je de daders volledig zien. Maar zij zien jou ook.
Tristan Theirlynck
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC