Het woningtekort onder studenten is nijpend, en de massale verkoop van studentenwoningen door particuliere verhuurders zet door. Is dit allemaal te wijten aan de nieuwe, strengere huurregels? Of is er iets anders aan de hand?
Studentenhuizen worden nog steeds massaal verkocht door particuliere verhuurders. Deze trend was al eerder ingezet en gezien de actuele verkoopcijfers, zal die nog verder doorzetten. De oplevering van nieuwe studentencomplexen, voornamelijk door studentenwooncorporaties, kan daar niet tegenop bouwen. En middenin deze groeiende ellende bevindt zich de student, die zich niet alleen zorgen maakt om stijgend collegegeld en onderwijsbezuinigingen, maar tegelijkertijd keihard getroffen wordt door deze wooncrisis.
De effecten hiervan zien we ook in het hoger onderwijs terug. De Technische Universiteit Eindhoven kwam dit jaar al met het bericht dat één op de zes eerstejaars zich uitschrijft, omdat ze geen kamer kunnen vinden.
In veel media krijgt met name de Wet Betaalbare Huur (WBH) de schuld van het dalende aantal kamers. Zo kopte de NOS afgelopen zomer bijvoorbeeld: ‘Door nieuwe verhuurregels komen studenten nóg moeilijker aan een kamer’. Maar ligt hier echt het probleem? Of moeten we onze aandacht verplaatsen naar de staat van de woningmarkt, die te afhankelijk is van de winsten voor particuliere verhuurders?
Maaike Krom is voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond (LSVB), Sahand Mozdbar is voorzitter van de Amsterdamse studentenvakbond (Asva), Enora Segeren is algemeen bestuurslid van de LSVB.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
De Wet Betaalbare Huur (WBH) zorgt voor afdwingbare, maximale huurprijzen voor woningen in de middenhuur, gebaseerd op een puntensysteem. Dit was al het geval voor sociale huur en kamers die onzelfstandig worden verhuurd, maar de controle hierop was lang slecht geregeld. Met de nieuwe huurregels zijn huurders beter beschermd en worden verhuurders gedwongen redelijke prijzen te vragen voor wat ze aanbieden. Tegelijkertijd zorgt dit, samen met andere maatregelen binnen de huursector, dat de winst voor verhuurders wel degelijk afneemt. Volgens verhuurdersorganisaties zouden studentenwoningen niet genoeg opbrengsten geven voor particuliere verhuurders, waardoor ze hun panden verkopen.
Dit is het resultaat van jarenlang beleid, dat wonen zag als mogelijk winstmodel. Bizar hoge huren werden gedoogd, en tijdelijke huurcontracten zetten de positie van huurders onder druk. Het gevolg: de komst van investeerders die snel geld wilden verdienen. Nu niet meer even gemakkelijk meer aan studenten verdiend kan worden, staan die panden meteen weer in de verkoop. Dit is geen stabiele basis voor studentenhuisvesting.
In plaats van alle pijlen op de nieuwe huurregels te richten, zouden we ons moeten afvragen waarom er in ons systeem alleen genoeg huurwoningen zijn, als huurders uitgeknepen kunnen worden. Hoe kan het, dat betere bescherming van het huurrecht en eerlijke prijzen voor kamers op deze manier worden afgestraft?
We moeten inzetten op échte volkshuisvesting. Dat kan bijvoorbeeld door de winstbelasting voor woningcorporaties af te schaffen en actief te investeren in studentenhuisvesters, die het aanbod zonder winstoogmerk uit kunnen breiden.
Op dit moment is op kamers wonen een privilege voor studenten, geen keuze. We moeten wonen weer gaan behandelen als grondrecht, in plaats van een snelle manier om zoveel mogelijk geld te verdienen over de rug van studenten met een laag inkomen. Als de politiek de crisis serieus neemt, moeten ze het lef hebben om maatregelen te nemen die de nieuwe huurregels niet ondermijnen. Alleen dan wordt het mogelijk om daadwerkelijk een stap richting stabiele en betaalbare huisvesting voor studenten te zetten.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant